13 december 2016
Achtergronden
1. Kan je jezelf kort introduceren?
"Mijn naam is Peter Wiggers en ik ben 27 jaar. Ik ben afgestudeerd sportmanager van de Hanzehogeschool in Groningen en ben nu bezig met de master Sportbeleid en Sportmanagement aan de Universiteit Utrecht. Naast mijn studie werk ik vier dagen in de week bij NOC*NSF op de afdeling topsport. Hier hou ik me vooral bezig met werkzaamheden rondom de duale carrière van atleten. We proberen omstandigheden te creëren zodat topsporters succesvol kunnen zijn in zowel hun sport als hun studie."
"Ik ben de oudste van vier en woon in een appartement in het centrum van Deventer, vijftien minuten fietsen van het zwembad in Twello, het dorp waar ik geboren ben. Hier fiets ik al twintig jaar naartoe om mijn sport te beoefenen, waterpolo. Als jongetje van 7 ben ik bij zwemsportvereniging Proteus begonnen en nooit meer weggegaan. Zelfs toen ik ging studeren kwam ik elk weekend thuis. Niet zoals mijn moeder hoopte om haar te zien, maar voor mijn sport. Inmiddels speel ik al ruim tien jaar in het eerste herenteam. Waar we al enkele jaren in de top van de derde klasse bond meedraaien. In 2011 ben ik bestuurslid van Proteus geworden en een jaar later tijdens de ALV verkozen tot voorzitter van de club."
2. Wat zijn jouw belangrijkste taken als voorzitter?
"Ik vertegenwoordig Proteus en het bestuur zowel binnen als buiten de vereniging. Ik ben aanspreekpunt voor de exploitant van het zwembad, de zwembond, gemeente en onze stakeholders, maar ik vind het ook belangrijk dat alle leden bij mij terecht kunnen. Er wordt van mij verwacht dat ik een aantal ceremoniële taken uitvoer, maar probeer daar vooral mijn persoonlijke draai aan te geven. Een voorzitter hoeft wat mij betreft geen statig en afstandelijk persoon te zijn. Een persoonlijke benadering vind ik erg belangrijk. Samen met de overige bestuursleden ontwikkelde ik een lange termijn visie tot 2020 en hieruit komt ieder jaar een jaarplan met nieuwe speerpunten."
3. Hoe ziet de rest van jouw bestuur er uit?
"Als voorzitter heb ik het echt getroffen met mijn bestuur. We hebben een jonge, frisse enthousiaste groep aangevuld met een paar ervaren bestuurders. We zijn met vier mannen en twee vrouwen, ongeveer zoals ook de man-vrouw verhouding is in ons ledenbestand."
"We vormen een groep van drie twintigers, twee dertigers en een veertiger, die allemaal de handen uit de mouwen willen steken voor ‘hun’ club. Over het algemeen zijn we hoog opgeleide, ondernemende mensen. Bij de samenstelling hebben we gekeken naar individuele kwaliteiten, we vinden het belangrijk om mensen in hun kracht zetten, maar vooral ook hoe de onderlinge relaties zijn. We kunnen het op persoonlijk vlak goed met elkaar vinden. We doen dit immers allemaal vrijwillig en daarom vinden we het belangrijk dat we een ‘klik’ met elkaar hebben."
4. Hoe lang denk je nog bestuurslid te blijven?
"Ik ben nu bijna twee termijnen van drie jaar bestuurslid. Ik heb het enorm naar mijn zin en wil me in 2017 absoluut weer verkiesbaar stellen. Of ik dan ook de rol van voorzitter weer wil bekleden weet ik nog niet. Misschien is het goed als iemand anders dit stokje van mij overneemt. Op die manier blijven we ons vernieuwen en kan ik mij op nieuwe taken binnen het bestuur richten."
5. Wat was voor jou de reden om in het bestuur toe te treden?
"Ik ben het bestuur eigenlijk gewoon binnengerold. Vanuit mijn opleiding Sportmanagement heb ik een opdracht bij mijn eigen club gedaan en moest daarvoor ook met het bestuur om tafel. Dit vond ik zo gaaf dat ik een proefperiode heb meegedraaid om mij vervolgens tijdens de eerstvolgende ALV verkiesbaar te stellen. Ik wilde graag iets terug doen voor de club waar ik met zoveel plezier al jaren lid was. Daarnaast vond ik het interessant om op dit niveau mee te mogen praten en beslissen over de vereniging, waarbij ik mijn opgedane kennis vanuit mijn opleiding meteen in de praktijk kon brengen. Ik merkte dat ik een wezenlijke bijdrage kon leveren aan de discussies en dat mijn mening op prijs gesteld werd.
6. Hoe vind je het om verenigingsbestuurder te zijn? Welke plus- en minpunten ervaar je?
"Bestuurder zijn van Proteus geeft mij een goed gevoel. Het is fijn om iets terug te kunnen doen voor mijn vereniging. Ik werk samen met leuke mensen en we hebben samen al veel bereikt. In de jaren dat ik in het bestuur zit zijn we van een vereniging die het hoofd net boven water wist te houden, gegroeid naar een club die financieel gezond is, een bloeiende jeugdafdeling heeft en beschikt over enthousiaste vrijwilligers. Dat ik daaraan een bijdrage heb kunnen leveren vind ik fantastisch."
"Voor mij biedt een vereniging veel meer dan alleen de mogelijkheid om te sporten. Het is een veilige omgeving waar men normen en waarden, sociale vaardigheden en discipline leert. Een omgeving waar vriendschappen worden gesloten en emoties rondom winst en verlies worden gedeeld. Hierin schuilt voor mij de kracht van verenigingen. Als bestuurder draag je hiervoor de eindverantwoordelijkheid. Soms een pittige taak. Want de leden weten je vooral te vinden wanneer het niet goed gaat. Zijn er tien zaken goed geregeld, alleen de elfde nog niet voor honderd procent, dan hoor je iedereen over dat laatste puntje wat nog niet op de i staat."
"We proberen daarom zo open en transparant mogelijk met onze leden te communiceren. We vragen ze jaarlijks naar hun mening, delen waar we mee bezig zijn en blijven kritisch op ons eigen functioneren. Op die manier proberen we ze mee te nemen in wat we als bestuur achter de schermen allemaal doen."
"Waar ik wel aan moest wennen als jonge bestuurder is dat leden en ouders van leden je functie niet los zien van jou als persoon. Als ik bijvoorbeeld langs de badrand sta om een waterpoloteam aan te moedigen, wordt van mij meer dan van anderen, verwacht dat ik op mijn woorden let en het goede voorbeeld geef. Terwijl wanneer leeftijdsgenoten naar de scheidsrechter roepen dat hij een nieuwe bril moet aanschaffen, niemand op of omkijkt. In het begin zocht ik naar een goede middenweg tussen hoe ik als persoon gezien wil worden en als voorzitter. Dat dit inhoudt dat ik af en toe op mijn lip moet bijten neem ik op de koop toe. It’s part of the job. Je hebt nu eenmaal die voorbeeldfunctie."
7. Voor welke bestuurlijke uitdaging sta je vooral in het komende jaar?
"De komende jaren is een van de belangrijkste uitdagingen het subsidiebeleid van onze gemeente. Deze heeft, in navolging van de decentralisatie-opdracht van het Rijk, ingezet op zorgpreventie. Hierin moet sport een grote rol gaan spelen. De gemeente heeft nu nog de intentie om ook de subsidie van deze ‘nieuwe rol’ te laten afhangen. Daarom hebben wij als bestuur aangeboden om met het college van B&W mee te praten over hoe wij als vereniging onze rol in de zorgpreventie vorm kunnen gaan geven en tegelijkertijd onze subsidiegelden veilig te stellen. Wij beschikken niet over een eigen accommodatie of kantine en sponsoren zijn lastig te vinden voor de ‘kleine’ sporten zwemmen en waterpolo. Als vereniging zijn wij sterk afhankelijk van de gemeentelijke subsidie, daarom willen we samen met de gemeente op zoek naar een oplossing."
8. Beveel je andere jongeren aan om ook bestuurder te worden?
"Absoluut! Het is een uitgelezen kans om jezelf te ontwikkelen. Het besturen van een vereniging is ontzettend interessant en leert je op een andere manier naar de vereniging kijken. Je kan daarnaast wezenlijk wat bijdrage aan je eigen sportbeleving en die van je clubgenoten. Langs de zijlijn staan en kritiek geven is makkelijk, er zelf iets aan doen veel moeilijker."
"Ook bestaan veel besturen vaak uit oudere mannen, die al geruime tijd op dezelfde plek zitten en doen wat ze al jaren doen. Zij hebben meestal geen idee hoe ze de jeugd moeten vertegenwoordigen of wat de jeugd precies wil? Een jonge bestuurder kan de link zijn met deze doelgroep, weet zelf wat er speelt en is vaak veel bereikbaarder voor de jongere leden dan een grijze doorgewinterde bestuurder. Een gat, waar wij als jonge studenten en professionals in kunnen en misschien wel moeten springen."
9. Wat moet er volgens jou gebeuren om méér jongeren richting bestuur te krijgen?
"Allereerst moet er een cultuuromslag plaatsvinden bij de huidige bestuurders. Zij moeten de waarde van jonge bestuurders inzien. Hen de kans geven om zich te ontwikkelen en erop vertrouwen dat zij hun steentje kunnen bijdragen. Niet bang zijn om kritische vragen te krijgen als 'waarom doen we dit eigenlijk altijd zo…' en openstaan voor nieuwe creatieve ideeën."
"Daarnaast kun je als bestuur actief inzetten op het betrekken van jongeren bij het besturen van je vereniging. Zo kun je een jeugdbestuur of jeugdcommissie in het leven roepen die bestaat uit jeugdleden van verschillende leeftijden, onder leiding van een bestuurder. Zij kunnen als een soort van panel bevraagd worden over wat ‘de jeugd’ zou willen, misschien meebeslissen over de invulling van jeugdactiviteiten en zelf activiteiten organiseren. Onder het mom van 'jong geleerd is oud gedaan' heb je er zo een groep actieve leden bij, die misschien geïnteresseerd raken om later als ze ‘groter’ zijn in het grote mensen bestuur plaats te nemen."
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.