Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Commentaar van joop alberda 6

Commentaar van... Joop Alberda

21 februari 2023

Opinie

JoopAlberda175ZWJoop Alberda was van 1992 tot 1996 bondscoach van de nationale herenvolleybalploeg met welk team hij in 1996 olympisch goud in Atlanta won. Na zijn carrière als volleybalcoach was Alberda van 1997 tot eind 2004 technisch directeur van NOC*NSF. Hij was verantwoordelijk voor alle sporttechnische zaken zoals innovatie, begeleiding, faciliteiten en olympische programma's.

Daarna werkte Alberda onder meer voor de Russische voetbalbond, als algemeen manager van de wielerploeg Cervélo Test Team, interim topsportadviseur bij de roeibond, technisch directeur bij de atletiekunie, technisch directeur bij de zwembond en technisch directeur bij de volleybalbond. Ook was Alberda een van de oprichters van NLcoach, belangenbehartiger van trainers en coaches in Nederland.

Medio 2020 publiceerde Joop Alberda samen met een aantal andere prominenten - onder wie Louis van Gaal en prof. Erik Scherder - een pamflet waarin ze het kabinet opriepen om werk te maken van een gezonde samenleving: 'een Nederland waarin een leefstijl met bewegen en sport de norm is, mensen bewuste voedingskeuzes maken en welvaartszieken en ouderdomsziektes zoveel mogelijk worden voorkomen'. Over de hervorming van Nederland in die richting en de positie die sport daarin zou kunnen of moeten innemen, daarover laat Joop Alberda voor Sport Knowhow XL met de nodige regelmaat zijn kritische blik gaan.

De structuur volgt de mensen

Pubers haken af bij sportclub door vaste trainingstijden en verplichtingen’. Dat kopte de NOS vorige week naar aanleiding van een onderzoek van bureau Kantar in opdracht van NOC*NSF. Geconstateerd wordt ook dat dit geen nieuw fenomeen is. De georganiseerde sport ziet het als een probleem, maar is het dat ook? Het feit dat pubers afhaken bij sportverenigingen, betekent niet per se dat zij ook minder sporten.

We hebben in Nederland een unieke sportinfrastructuur, maar we constateren in toenemende mate dat de moderne jeugd behoefte heeft aan dingen die niet worden geboden binnen die traditionele structuur. De jeugd kiest voor andere vormen. Natuurlijk worden mensen die de oude structuur vertegenwoordigen daar zenuwachtig van. Daar zit een deel van de kwetsbaarheid van de sport. Het is een activiteit na 17.00 uur en het wordt gerund door vrijwilligers. Dat zijn per definitie oude mensen, want die hebben er tijd voor. Die mensen zien de bestaande structuur als heilig, zonder er ooit nog over na te denken hoe het ooit is ontstaan.

"We zijn die vereniging gaan zien als de basis van sport, maar eigenlijk is het andersom. De structuur volgt de mensen"

Door terug te gaan naar de oorsprong, vind je de doelstelling terug. De doelstelling van sportverenigingen was niet zozeer verenigen als wel in de eerste plaats sport. Voetbal begon met een groep mensen die een potje speelden, pas daarna kwam er een vereniging, en pas daarna een bond. Vervolgens zijn we die vereniging gaan zien als de basis van sport, maar eigenlijk is het andersom. De structuur volgt de mensen. Kijk naar de skatebond of de klimbond. Die sporten ontstonden en vervolgens duurde het zo’n twintig jaar voordat er een georganiseerde bond kwam. Vervolgens wordt een sport olympisch, maar de meeste mensen zitten daar helemaal niet op te wachten. Die willen gewoon hun sport beoefenen op het moment dat het hun uitkomt.

XL7FeedbackXL-JA-svsb-1Moeten we er rouwig om zijn dat bonden en sportverenigingen geen toegevoegde waarde meer hebben als het gaat om breedtesport? Wat moet de wielerbond met al die tienduizenden mensen die ieder weekend ongeorganiseerd op racefietsen en mountainbikes klimmen? Wat moet de atletiekbond met al die mensen die een paar keer per week ongeorganiseerd de hardloopschoenen aantrekken? Natuurlijk kunnen bonden en verenigingen toegevoegde waarde hebben als het gaat om kennis en expertise, maar zelfs op dat gebied vinden mensen tegenwoordig vaak hun eigen weg op internet. Als het gaat om georganiseerde sport, competitie en uiteindelijk topsport, heb je de structuur wel nodig. Maar een groot deel van de mensen die regelmatig wil bewegen, heeft helemaal geen behoefte aan die competitie, die hebben allerlei andere drijfveren.

Als bonden en verenigingen relevant willen blijven, moeten ze daar rekening mee houden. Veel hockeyclubs hebben dat goed gezien, door op hun accommodatie ook allerlei andere sporten aan te bieden. Mensen, en vooral jongeren, willen zich niet vastleggen op een vaste structuur waarbinnen ze zich voor een jaar verplichten om iedere week op vaste tijden op te komen draven voor trainingen en wedstrijden. Bovendien willen ze vaak proeven aan meerdere sporten. Als je dat kan faciliteren, heb je goud in handen. Sporten die niet beschikken over een eigen accommodatie zijn op dat gebied in het nadeel. Zij zullen de samenwerking aan moeten gaan met sporten die daar wel over beschikken.

"Dat probleem gaan NOC*NSF en de sportbonden niet oplossen"

Op de vraag of we het erg moeten vinden dat pubers afhaken bij sportverenigingen is mijn antwoord dan ook: niet per se. Maar er is meer aan de hand. Helaas blijkt uit het onderzoek van Kantar ook dat pubers niet alleen afhaken bij verenigingen, maar ook daadwerkelijk minder sporten. De NOS schrijft: ‘Een kwart van de kinderen van 13 tot 18 jaar sport niet, in de categorie 5 tot 12 jaar is dat 13 procent. Ook het aantal kinderen dat wekelijks sport neemt af vanaf het dertiende levensjaar: 66 procent sport wekelijks, bij de leeftijdsgroep daaronder is dat 79 procent’. Dat is wel een probleem, maar dat probleem gaan NOC*NSF en de sportbonden niet oplossen. Hier ligt een taak voor de overheid, maar daar hoeven we niets van te verwachten. Daarover de volgende keer meer.  

Joop Alberda

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.