1 november 2022
Opinie
Daarna werkte Alberda onder meer voor de Russische voetbalbond, als algemeen manager van de wielerploeg Cervélo Test Team, interim topsportadviseur bij de roeibond, technisch directeur bij de atletiekunie, technisch directeur bij de zwembond en technisch directeur bij de volleybalbond. Ook was Alberda een van de oprichters van NLcoach, belangenbehartiger van trainers en coaches in Nederland.
Medio 2020 publiceerde Joop Alberda samen met een aantal andere prominenten - onder wie Louis van Gaal en prof. Erik Scherder - een pamflet waarin ze het kabinet opriepen om werk te maken van een gezonde samenleving: 'een Nederland waarin een leefstijl met bewegen en sport de norm is, mensen bewuste voedingskeuzes maken en welvaartszieken en ouderdomsziektes zoveel mogelijk worden voorkomen'. Over de hervorming van Nederland in die richting en de positie die sport daarin zou kunnen of moeten innemen, daarover laat Joop Alberda voor Sport Knowhow XL met de nodige regelmaat zijn kritische blik gaan.
Citius, Altius Fortius, sneller, hoger, sterker. (Top)sport is het verleggen van grenzen en het verleggen van grenzen is al sinds de klassieke oudheid diepgeworteld in de westerse cultuur. De laatste tijd komt topsport echter te vaak in het nieuws vanwege een ander type grensoverschrijdend gedrag, en dan heb ik het niet over het verbreken van wereldrecords.
Het roept de vraag op of er een verband is tussen grenzen verleggen in prestatief opzicht en grensoverschrijdend gedrag in moreel opzicht. Hoewel die twee niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, kleeft er altijd een risico aan (top)sport, omdat het zich afspeelt in een omgeving waar macht, ambitie en hiërarchie elkaar kruisen. Dat zien we bijvoorbeeld ook in de Voice of Holland. We moeten ons hier als sport bewust van zijn. Iedereen heeft daarin een verantwoordelijkheid, coaches, atleten, maar ook bestuurders en journalisten.
Er is de laatste jaren meer aandacht voor grensoverschrijdend gedrag dan twintig/dertig jaar geleden. Zonder de ernst van kwalijke zaken te bagatelliseren, denk ik dat dit te maken heeft met perspectief en de maatschappelijke context. Om een wereldrecord te breken, moet je letterlijk grenzen overschrijden. Je komt in een land waar je nog nooit bent geweest. Om daar te komen, ben je een weg ingeslagen zonder te weten wat je daar tegen zou komen. In een nog niet eens zo grijs verleden, stippelde de trainer/coach die weg grotendeels uit. De trainer/coach bepaalde wat goed was en wat niet. Naar de sporter zelf werd zelden geluisterd. Het draaide om de prestatie.
Tegenwoordig kijken we in de sport en ook in de topsport steeds vaker vanuit het perspectief van de sporter. Als die sporter een topprestatie neerzet, heeft hij of zij meestal weinig te klagen. Soms camoufleert succes de pijn. De moeizame weg ernaartoe en de opofferingen onderweg zijn het waard geweest. Op het moment dat de atleet niet tot de gewenste prestaties komt, ligt dat lastiger. Er ontstaan vraagtekens en daarbij staat ook de rol van de coach ter discussie. In zo’n geval kan zelfs de slachtofferrol voor de sporter comfortabel voelen. Het leidt tot steun en begrip. De grens tussen grenzen opzoeken en grenzen overschrijden is vaak moeilijk zichtbaar, zeker als het perspectief van de atleet en de coach ver uit elkaar ligt. Het gevaar dat mensen elkaar (coach richting atleet en visa versa) beschadigen, is levensgroot.
Grensoverschrijdend gedrag komt voor in de sport en het is een probleem. We moeten ons echter ook realiseren dat prestatieve sport vaak oncomfortabel is. Het gaat immers om het verleggen van grenzen. Om ervoor te zorgen dat er geen morele grenzen worden overschreden, moeten we heldere regels hebben en een gedragscode. Toch moeten we ook daar niet in doorslaan. Ik bezocht laatst een volleybaltraining in de Verenigde Staten. De coach mocht zijn pupillen geen push-ups laten doen, want in de regels stond dat hij alleen over het tactische gedeelte ging en niet over de fysieke training. Alles was vastgelegd in regels en protocollen, gekkigheid. Los van het feit dat je op die manier tientallen verschillende trainers en coaches nodig hebt voor één volleybalteam, ontneem je coaches ook de ruimte die zij nodig hebben om professioneel en authentiek te kunnen werken.
Juist daar draait het om in de sport: professioneel werken op alle niveaus. Trainers en coaches moeten op de juiste manier geschoold worden. Kennis van bewegen en kennis van de specifieke sport is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is de context waarin dat gebeurt. Ik pleit ervoor om coaches en trainers, ook en juist in de breedtesport, een basis in de filosofie mee te geven. Waar komt onze drijfveer om te presteren vandaan? Vanuit welk perspectief kun je ernaar kijken? Welke risico’s brengt het met zich mee? Een coach met een dergelijke basis gaat het gesprek aan met de sporter. De coach en de sporter bepalen vervolgens samen hoe het prestatieve pad eruit moet zien. De sporter moet zich op voorhand realiseren dat het niet altijd comfortabel is en de coach moet - naast de algemeen geldende morele en ethische grenzen - weten waar de persoonlijke grenzen van de sporter liggen. Alleen op die manier schep je een voor alle partijen veilig sportklimaat.
Alle ophef in de diverse sporten de afgelopen jaren overziend, doe ik een drieledig appel: aan NOC*NSF om haar verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om de code of conduct; aan NLcoach en NL Sporter om ervoor te zorgen dat de belangen van coaches en sporters worden behartigd; en aan de journalistiek om zorgvuldig om te gaan met deze problematiek. Hoor en wederhoor is heilig, en des te belangrijker als het risico om mensen te beschadigen zo groot is.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.