25 mei 2010
Achtergronden
In de aanloop naar de uitvoering van de lokale monitoring Combinatiefuncties (zie hier) hebben initiatiefnemers Kennispraktijk en het W.J.H. Mulier Instiuut al diverse ervaringen opgedaan bij gemeenten in Nederland. In dit artikel worden enkele voorbeelden besproken en gekoppeld aan de plannen voor de lokale monitoring van de Impuls brede scholen, sport en cultuur (aanstellen 2.250 combinatiefunctionarissen). Uit het landelijke onderzoek naar de outcome doelstellingen van de Impuls - dat het Mulier Instituut recentelijk uitvoerde - bleek al dat daadwerkelijke resultaten met betrekking tot de outcome het best op lokaal niveau beschreven kunnen worden.
Bij het lokaal monitoren van de Impuls kijken Kennispraktijk en Mulier Instituut overigens naast effecten (outcome) ook naar het uitvoeringsproces (throughput) en concrete prestaties (output). Zie ook het schema. Naast de vraag of de jeugd rondom de scholen meer zijn gaan bewegen en sportverenigingen sterker zijn geworden, is het ook van belang of de uitkomsten zijn veroorzaakt door bijvoorbeeld deskundige begeleiding, beschikbaarheid accommodaties, gerealiseerde samenwerking of benadering van de doelgroep. Daarover is vaak al veel informatie beschikbaar (projectplannen, functiebeschrijvingen, verslagen, evaluaties etc.). De lokale monitor gaat dus vooral uit van de bestaande gegevensbronnen en bevat zowel cijfermatige (kwantitatief) als verhalende informatie (kwalitatief). Enkele praktijkvoorbeelden volgen hieronder.
Gemeente Heusden
In de gemeente Heusden is een evaluatie uitgevoerd naar de outcome doelstellingen van de Impuls. Deze gemeente is één van de twaalf pilotgemeenten geweest en loopt daarmee voorop in de ontwikkeling en evaluatie van het werk van de combinatiefunctionarissen. Opvallende resultaten zijn hier de ontstane samenwerkingsverbanden, de groei in het aanbod van sport en cultuuractiviteiten en het enthousiasme van de deelnemers. Naarmate het contact tussen de combinatiefunctionaris en de kinderen, ouders, leerkrachten en sport- of cultuur aanbieders sterker wordt blijkt ook de deelname groter te worden. De combinatiefunctionarissen hebben zich in een korte tijd moeten bewijzen. Dat is iets wat ook opvalt bij de landelijke outcome monitor van de Impuls. De ontstane samenwerkingsverbanden geven goede hoop op het behalen van de outcome doelstellingen.
Gemeente Utrecht
In de gemeente Utrecht wordt al veel informatie verzameld over ontwikkeling van de jeugd in de wijken. Naast de bestaande informatiebronnen zijn hier twee aanvullende evaluatieformulieren ontwikkeld. Eén die zich richt op de combinatiefunctionarissen zelf en één die zich richt op de lokale organisaties (brede scholen, sportverenigingen, culturele instellingen). Zij ondersteunen de combinatiefunctionarissen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Via een online enquête wordt zo jaarlijks gereflecteerd op het proces, de prestaties en de geambieerde maatschappelijke effecten. Waarschijnlijk zijn de doelstellingen op het niveau van de prestaties en effecten nu nog niet in zijn geheel behaald, maar door in 2011 en 2012 op dezelfde wijzen te monitoren wordt inzichtelijk in hoeverre dit zich ontwikkelt.
Gemeente Roermond
De gemeente Roermond heeft als tweede tranche gemeente direct bij de start van de Impuls de ambitie uitgesproken om nauwkeurig te volgen hoe de voortgang en opbrengsten van de aan te stellen combinatiefunctionarissen eruit zien. Zo wordt direct de beginsituatie in kaart gebracht en is goed te volgen hoe het proces, de prestatie en de effecten zich ontwikkelen. Ook is opvallend dat de gemeente Roermond en Sportservice Roermond de uitvoering van de lokale monitor zoveel mogelijk zelf uitvoeren. Er wordt wel vooraf ondersteund door een uitvoerig uitvoeringplan aan te reiken, waarin zowel wordt ingegaan op ‘Wat meten we?’ als ‘Hoe meten we?’ en ‘Wat doen we met alle gegevens?’. Samen met een toolbox met allerlei meetinstrumenten (registratie buitenschoolse activiteiten, opzet lokale rapportage, opzet onderzoek bewegingsonderwijs, opzet onderzoek sportverenigingen, opzet lokale rapportage etc.) moeten de betrokken organisaties zo vooral zelf aan de slag kunnen met de lokale monitor.
Een drietal tips aan gemeenten en organisaties bij het lokaal monitoren:
- Houd direct rekening met lokaal monitoren, neem dit ook in je eerste projectplan/ plan van aanpak mee;
- Ga uit van de bestaande informatiebronnen, er wordt al heel veel informatie verzameld;
- Betrek alle betrokkenen bij de opzet van de monitor en communiceer veel- en zorgvuldig.
Diverse gemeenten willen met hun lokale monitoring aansluiten bij de opgedane ervaringen en de landelijke monitoring. Dat kan, sommige gemeenten willen daarbij intensieve ondersteuning en andere gemeenten gaan vooral zelf aan de slag. Vanwege de diversiteit aan gemeenten en ondersteuningsbehoeften hebben Kennispraktijk en Mulier Instituut daar uiteenlopende trajecten voor ontwikkeld. Na een eerste adviesgesprek wordt samen bepaald of het bijvoorbeeld gaat om een volledige nulmeting, het opstellen van een kort raamplan, het aandragen/ ontwikkelen van meetinstrumenten of de ontwikkeling van een uitgebreid uitvoeringsplan met toolbox. Neem gerust contact op, wij komen graag langs voor een eerste adviesgesprek.
Voor meer informatie: Jarno Hilhorst (j.hilhorst@kennispraktijk.nl, 024-329 5781) of Justus Beth (j.beth@mulierinstituut.nl, 073-612 6401)Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.