14 oktober 2025
Eigendom van de Club
Eigendom van de club
Jan de Leeuw stelt de vraag: van wie is de club? In een serie artikelen vergelijkt hij het Angelsaksische en het Rijnlandse model in het betaalde voetbal. In dit eerste artikel geeft hij uitleg over de herkomst van beide modellen en de manier waarop we die terug kunnen zien in de organisatie van betaald voetbalclubs.
door: Jan de Leeuw
Recent werd bekend dat Vitesse, een van de oudste voetbalclubs van Nederland, voorlopig haar plaats behoudt in het betaald voetbal. Voor de hardcore supporters van de club was dat geweldig nieuws. Eerder dreigde Vitesse te verdwijnen. De bekende sportmarketeer Chris Woerts liet op X weten dat het schandalig was dat de fans van de club daar helemaal geen invloed op hadden kunnen hebben. Daarmee gaf Woerts, wellicht onbedoeld, impliciet kritiek op de manier waar eigendom en zeggenschap bij veel betaald voetbalclubs is geregeld.
In de media gaf het tumult rond Vitesse ook aanleiding om het eigendomsvraagstuk van de betaald voetbalclub aan de orde te stellen, zoals in het Algemeen Dagblad: “Met een paar vrienden kun je zo MVV kopen’’ (Mossou en Van der Poll 2025). Daarbij kwamen ook twee eigendomsmodellen aan de orde: het Angelsaksische model en het Rijnlandmodel.
In deze artikelenserie ‘Van wie is de club’ op SportknowhowXL gaan we dieper in op deze twee modellen. We presenteren de kenmerken van deze modellen; In welke landen ze voorkomen; voor- en nadelen van deze modellen. Ook zullen we in een opiniërend artikel aangeven waarom het Rijnlandmodel te prefereren is.
Van wie is de club?
De typeringen ‘Angelsaksisch’ en ‘Rijnland’ komen uit de economie. Het zijn begrippen die betrekking hebben op de inrichting van de samenleving, de verhouding particuliere en private organisaties, de rol van de overheid en de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen in bedrijven. Aan de beide modellen liggen ook bepaalde waarden ten grondslag.
Het gaat om eigendom en zeggenschap over en in de club
In deze eerste bijdrage behandelen we de twee modellen uit de economie en laten we zien op welke manier ze een rol spelen in de organisatie van het betaald voetbal. Het gaat om eigendom en zeggenschap over en in de club, maar ook om wat het doel is van een betaald voetbalclub.
Het Angelsaksisch model in de economie
Het Angelsaksisch model in de economie wordt vaak aangeduid met ‘vrije markteconomie’. Het is een economie met privébezit van productiemiddelen en vrijheid om te ondernemen. Het is gebaseerd op de ideeën van de grondlegger van de liberale opvatting over de economie, de filosoof Adam Smith. Hij ging ervan uit dat ieder mens een vrij wezen is en recht heeft op eigendom. Als je ondernemers vrij laat, zullen ze ervoor zorgen dat allerlei behoeften worden bevredigd. Concurrentie zorgt ervoor dat er producten op de markt komen tegen een redelijke prijs. Smith noemde het proces waarbij individuen hun eigen belangen nastreven en daarbij veelal onbewust worden gecorrigeerd door de vrije markt en het concurrentiebeginsel de invisible hand. Daarom was hij tegen monopolies en kartels. Ze verstoren de werking van de vrije markt. Concurrentie en vrije markt zorgen voor optimale behoeftebevrediging, economisch evenwicht en welvaart. Zelfregulering is dus het pleidooi, niet overheidsregulering.
Belangrijke waarden in het Angelsaksisch model zijn vrijheid, welvaart, eigendom en arbeid. De liberale filosofie staat centraal met als belangrijke component het meritocratische denken. Inkomen, vermogen en maatschappelijke positie zijn individuele verdiensten van burgers. Het is bepaald door individuele inspanning en inzet.
In het Angelsaksische model maken veel maatschappelijke sectoren deel uit van de markt. De laatste decennia bijvoorbeeld ook de energievoorziening, telecommunicatie, delen van het openbaar vervoer, de zorg en de kinderopvang. Er is een kleine publieke sector en die wordt bij voorkeur gemanaged met instrumenten die ontleed zijn aan de markt.
De rol van de overheid in het Angelsaksische model is beperkt. Het moet het vrije ondernemerschap niet in de weg staan, eerder faciliteren. Daarnaast heeft de staat de verantwoordelijkheid voor veiligheid en taken die niet of beperkt kunnen waargenomen door de markt: infrastructuur, (delen van) de zorg; onderwijs, etc. Te veel sociale zekerheid frustreert de zelfredzaamheid van de burgers en het eigen initiatief.
Angelsaksische ideeën over bedrijven
Het Angelsaksisch model komt veel voor in de Verenigde Staten (Chicago School), het Verenigd Koninkrijk en Ierland (Brockhoff 2024). In het Angelsaksische denken over bedrijven staan de belangen van eigenaars, meestal aandeelhouders (shareholders), centraal. In dit model is kortetermijndenken sterk aanwezig en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijf wordt niet of beperkt erkend. Beroemd is de uitspraak van Milton Friedman, de beroemde voorvechter van de vrije markteconomie: ‘the social responsibility of business is to increase its profits’ (de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven is het vergroten van de winst).
Het voetbal – en de club – is niet zozeer een doel op zichzelf, maar een middel om te exploiteren
Aandeelhouders zijn eigenaren en bepalen het reilen en zeilen van de onderneming. Wat betreft bestuur en zeggenschap is er in het Angelsaksische denken een sterke hiërarchie, vanuit de gedachte: wie betaalt, die bepaalt. Werknemers worden niet gezien als participanten aan de onderneming maar als contractanten die een bepaalde dienst leveren, zoals arbeid. In de administratie verschijnt dat als ‘arbeidskosten’. Zaken als een ondernemingsraad en andere arrangementen van participatie passen niet zo goed bij dit model.
Het Rijnlandmodel in de economie
Het Rijnlandmodel in de economie wordt soms ook aangeduid met een begrip als de ‘sociale markteconomie’. Ook dit is in de basis een ‘vrije markteconomie’, echter met een veel grotere publieke sector en door de staat georganiseerde en gegarandeerde basisvoorzieningen rond inkomen, zorg, onderwijs, et cetera. Er is een grotere bescherming voor werknemers en burgers wat betreft inkomen en rechten. Het idee van het Rijnlandmodel is gebaseerd op sociaal- en christendemocratische ideeën over sociale rechtvaardigheid, solidariteit en een corporatistische maatschappijopvatting. Het recht op eigendom wordt wel erkend maar er moet op een verantwoorde manier mee worden omgegaan (zie ook de beroemde encycliek Rerum Novarum). Verschillende belangengroepen (zoals werkgevers en werknemers) werken met elkaar samen en delen in de opbrengsten van economische activiteiten. Belangrijke waarden in het Rijnlandmodel zijn verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit, samenwerking, participatie en gemeenschapsgevoel.
In het Rijnlandmodel is er een bredere publieke sector: onderwijs, zorg, kinderopvang, culturele voorzieningen (bijvoorbeeld de bibliotheek), (delen van) energievoorziening, telecommunicatie en openbaar vervoer.
De overheid heeft een stevige maatschappelijke rol. Ze heeft niet alleen een taak voor de veiligheid (defensie, politie, rechterlijke macht, et cetera) maar ook voor het garanderen van een sociaal minimum voor al haar onderdanen, ook bij ziekte of gebrek aan werk. Er is ook een plicht te zorgen voor de kwaliteit van het bestaan van de burgers. Dat doet de overheid door het faciliteren van een aantal publieke voorzieningen: in het onderwijs, de zorg, cultuur, et cetera. Dit gehele complex wordt soms aangeduid met het begrip ‘verzorgingsstaat’. Ook speelt de overheid een nadrukkelijke rol bij het bij elkaar brengen van de belangen van bedrijven en werknemers (bijvoorbeeld de Sociaal-Economische Raad. SER). Denk aan het begrip ‘poldermodel’.
Rijnland-ideeën over bedrijven
In het Rijnlands ondernemingsmodel wordt uitgegaan van het stakeholdersmodel. Een bedrijf is een samenwerkingsverband tussen verschillende stakeholders: aandeelhouders, werknemers, klanten, leveranciers en de samenleving. Al deze partijen hebben bepaalde belangen in de onderneming en dat betekent ook dat ze een plaats moeten hebben in de manier waarop de organisatie wordt bestuurd. Denk bijvoorbeeld aan de ondernemingsraad. Het Rijnlandmodel kent ook organisatiemodellen waarin wordt gewerkt met leden, zoals coöperaties (bijvoorbeeld de Rabobank) of combinaties van stichtingen met NV’s. Een kerngedachte van het Rijnlandmodel is dat organisaties democratisch bestuurd moeten worden, dat het gaat om langetermijndenken en dat ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben (Bontenbal 2025). Het Rijnlandmodel of kenmerken daarvan zijn aanwezig in Europese landen zoals Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, België, Nederland en de Scandinavische landen.
Modellen ook toepasbaar op betaald voetbal
Rijnlandmodel en Angelsaksisch model: het zijn modellen uit de economie die ook bruikbaar zijn om de voetbaleconomie en organisaties in de voetbalwereld te analyseren. Zeker omdat beide modellen ook het een en ander zeggen over eigendom en het bestuurlijk functioneren van organisaties, ook over organisaties in het betaald voetbal.
Het Angelsaksische model is herkenbaar in voetbalclubs en competities waarin voetbal wordt gezien als een deel van de entertainmentindustrie, waarbij voetbal of de voetbalclub allereerst wordt gezien als een investeringsobject, als een asset waar geld mee te verdienen valt. Het voetbal – en de club – is niet zozeer een doel op zichzelf, maar een middel om te exploiteren. Op de tweede plaats herkennen we het Angelsaksische model in het exclusieve eigendomsrecht. Het gaat om clubs die eigendom zijn van één eigenaar (bijvoorbeeld Abramovich en Chelsea in het verleden). Dat kan een particulier zijn (een natuurlijke persoon), een bedrijf, een multiclub ownership, een private equity-partij of een staatsinvesteringsfonds. Deze partijen hebben het exclusieve eigendom en ook exclusieve zeggenschap over de club. De rol van andere stakeholders is zeer beperkt. Het meest in het oog springend is daarbij dat de fans, of in een verleden de leden van de club, eigenlijk geen enkele institutionele positie hebben in de club. Op een heel wrange manier werd dat duidelijk bij de dreigende ondergang van Vitesse dit jaar.
In het Rijnlandmodel staat het voetbal voorop en ook de voetbalcultuur met daarbij een prominente rol voor de fans. “Een voetbalclub is geen regulier bedrijf: het is ook een cultureel en maatschappelijk erfgoed, gedragen door vaak duizenden betrokken supporters”, aldus Mossou en Van der Poll in het Algemeen Dagblad.
Fans identificeren zich met hun club: voor velen is het hun leven
De club is er niet om geld mee te verdienen, maar om de voetbalsport en het clubgevoel te beleven. Fans identificeren zich met hun club: voor velen is het hun leven. Er mag wel geld verdiend worden met de club, maar dat wordt gebruikt om de club in stand te houden en verder te ontwikkelen.
Wat betreft eigendom herkennen we het Rijnlandmodel in al die vormen waarin fans en andere primaire stakeholders (bijvoorbeeld gemeente, regio, plaatselijke sociaal-culturele en commerciële instituties) en eventueel secundaire stakeholders eigenaar zijn van de club en ook de zeggenschap erover hebben. Eigendomsconstructies kunnen daarbij veel verschillende vormen aannemen, van totaaleigenaarschap van de fans, zoals bij Duitse clubs als FC St. Pauli, tot mengvormen zoals bij Feyenoord, NAC Breda en Ajax eigenlijk het geval is. Voetbalclubs zijn in dit model meer iets van een ‘gemeenschap’ en dus meer democratisch.
Tot slot
In dit inleidende artikel hebben we de begrippen Angelsaksisch model en Rijnlandmodel geconceptualiseerd. We lieten zien dat deze van oorsprong economische begrippen ook zichtbaar zijn in de wijze waarop het betaald voetbal is georganiseerd. In twee volgende artikelen zullen we dieper ingaan op hoe het Angelsaksisch model (2) en het Rijnlandmodel (3) aanwezig zijn in het voetbal. Er zal worden ingegaan op kenmerken en prevalentie (in welke landen, bij welke clubs). Ook zullen globaal voor- en nadelen van de modellen aan de orde komen. In artikel vier is er speciale aandacht voor een strakke representant van het Angelsaksisch model: het Amerikaanse model om sportcompetities te organiseren. Artikel vijf is meer opiniërend: het is een pleidooi om (politiek) meer in te zetten op het Rijnlandmodel. Er zal worden beargumenteerd dat democratisering van de samenleving, ook van sportorganisaties, een goed is in zichzelf, maar ook op lange termijn de democratie en de rechtsstaat in Nederland en de wereld goed zal doen (Lievisse Adriaanse 2025). In het laatste artikel gaan we dieper in op de praktijk van het Rijnlandmodel.
Bronnen:
- H. Bontenbal (2025), Bob Goudzwaard Lezing
- G. Brockhoff (2024), Nederlands economisch model lijkt meer op Verenigd Koninkrijk dan op Duitsland
- F. van Eekeren (2016), De waardenvolle club, Arko Sports Media, Nieuwegein
- J. de Leeuw (2020), Maak van voetbal weer een publieke zaak
- J. de Leeuw (2020), Verbind overheidssteun betaald voetbal aan versterking positie fans
- J. de Leeuw (2017), Welk samenlevingsmodel past bij de Waardenvolle Club?
- J. de Leeuw, J. Aussems, B. van Bezooijen en J. Wijermars (2022), Het sportbeleid voor het hbo. Arko Sports Media Nieuwegein
- M. Lievisse Adriaanse (2025), Populisme is een symptoom van de crisis, niet de aanjager
- Montesquieu Instituut, Rijnlands model
- S. Mossou & F. van der Poll (2025), Met een paar vrienden kun je zo MVV kopen
- J. Peters & M. Weggeman (2009), Het Rijnland-boekje, Business Contact Amsterdam
Jan de Leeuw is opleider, auteur en adviseur. Hij is auteur van De Sportwereld voor het hbo, Het sportbeleid voor het hbo (beiden Golazo Media) en Sportbusiness en ethiek (Damon). De Leeuw is als docent verbonden aan Business School Nederland en SOMT (master sportfysiotherapie).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.