11 november 2025
Eigendom van de Club
door: Jan de Leeuw
Recent was er ophef over het feit dat het competitieduel AC Milan-Como in de Italiaanse serie A zal plaatsvinden in Australië. Het ging vooral om commerciële motieven: het zou de clubs meerdere miljoenen opleveren. Marco van Basten sprak over ‘volledige waanzin’, onder andere omdat de supporters gedupeerd worden (Misérus 2025). Ze kunnen hun eigen club niet bekijken in hun eigen stadion. Wellicht ongewild gaf een van de beste voetballers ooit uiting aan een stukje Rijnlanddenken in het voetbal.
Dit is deel 3 uit de serie ‘Van wie is de club?’ over eigendom van de voetbalclub aan de hand van het Angelsaksische model en het Rijnlandmodel. In het inleidende artikel zijn deze twee modellen verhelderd en is in grote lijnen aangegeven dat ze ook voor de voetbaleconomie van toepassing zijn. In artikel twee is het Angelsaksisch model in de voetballerij verder uitgewerkt. In deze bijdrage gaan we dieper in op het Rijnlandmodel: doelstellingen van voetbalclubs en -competities, eigendom van en zeggenschap over de club; de rol van stakeholders, waaronder fans en de positie in de samenleving.
Rijnlandmodel in betaald voetbal
Het Rijnlandmodel in het voetbal ziet de club als een samenwerkingsverband van verschillende belanghebbenden om het clubvoetbal te vieren en te promoten. De basis van de club zijn leden, fans, supportersverenigingen, voetballers, vrijwilligers en medewerkers. De club speelt een centrale rol in wat we noemen de ‘voetbalcultuur’. De voetbalclub is er om het clubgevoel en de voetbalsport tot uitdrukking te brengen en te beleven. De club is doel in zichzelf en niet een middel voor buiten de club gelegen doelen, zoals commerciële exploitatie. 'De club is cultureel en maatschappelijk erfgoed, gedragen door vaak duizenden betrokken supporters' (Mossou & Van der Poll 2025). De club is een community en speelt een wezenlijke rol voor de identiteit van de supporters en voor hun zingeving.
De club is dus geen bedrijf met een eigenaar of een product dat wordt verkocht. Dat zijn concepten en duidingen die verband houden met de vrijemarkteconomie. Supporters worden in die gedachtegang gezien als klanten, als iets wat extern is aan de club. In het Rijnlanddenken is de club op de eerste plaats van de leden.
Voetbalclubs krijgen geen licentie om in de Bundesliga te spelen als externe investeerders de meerderheid hebben in het eigendom van de club
Dat de club van de leden en de fans is, geeft het Rijnlandmodel invulling door hen samen met andere primaire stakeholders te laten participeren in eigendom van en zeggenschap over de club. In de praktijk heeft het Rijnlandmodel verschillende modaliteiten en verschijningsvormen. Van totaaleigenaarschap tot deelaspecten van een verder door Angelsaksisch denken gedomineerde club. De meest harde vorm van Rijnlanddenken zien we in Duitsland met het 50+1-model in de Bundesliga. Wat minder georganiseerd en vastgelegd zijn bepaalde aspecten van Rijnlanddenken herkenbaar in andere Europese landen waaronder Nederland, maar ook bijvoorbeeld in Spanje en Portugal. In het vervolg zullen we deze zaken behandelen. We ronden af met voor- en nadelen van het Rijnlandmodel.
Bundesliga: 50+1-regel
Het kernidee van het Rijnlandmodel is het meest nadrukkelijk aanwezig in het betaald voetbal in Duitsland, in de economisch-juridische ordening ervan, en dan met name van de betaald voetbalclubs. Daar geldt de 50+1-regel: een meerderheidsbelang van de BVO moet in handen zijn van de leden van de vereniging. Dit is een regel van de Duitse Voetbal Liga (DFL). Het zorgt ervoor dat de leden zeggenschap hebben over de club en dat ze beschermd worden in hun belangen. Voetbalclubs krijgen geen licentie om in de Bundesliga (of Tweede Bundesliga) te spelen als externe investeerders de meerderheid hebben in het eigendom van de club. Er zijn twee clubs die vrijstelling hebben gekregen van deze regel: Bayer 04 Leverkusen en VfL Wolfsburg.
Het ledenbezit kan verschillende vormen aannemen bij de clubs van de Bundesliga. De Duitse clubs hebben verschillende rechtsvormen: besloten vennootschap, naamloze vennootschap, et cetera. Sommige clubs zijn zelfs beursgenoteerd, zoals Borussia Dortmund, de Traditionsverein uit het Ruhrgebied. Maar altijd is de juridische constructie zo dat de leden de baas zijn over de club. ‘Echter, uiteindelijk komt het erop neer dat de moederclub – oftewel de ledenvereniging – op de een of andere manier de meerderheidszeggenschap behoudt’ (www.bundesliga.com 2025). Bij FC Bayern München bijvoorbeeld heeft de ledenclub (410.000 leden!) 75 procent van de aandelen. Adidas, Allianz en Audi hebben iets meer dan acht procent.
Verankering in Duitse voetbalcultuur
Het Duitse 50+1-model is verbonden met een krachtige voetbalcultuur, waarin de zaterdag een bijna heilige dag is (www.staantribune.nl 2024). Op deze dag staat voor de fans alles in het teken van de club. ’s Ochtends met je maten naar de Kneipe om samen te zijn in de clubkleding, bier te drinken en Bratwurst te eten, dan op weg naar het stadion of naar de stad waar de uitwedstrijd is, en dan vanaf 4 uur in de middag de wedstrijd waar je je club samen hartstochtelijk ondersteunt met vlaggen, spandoeken en veel geluid.
Vaak gaan er tienduizend Schlachtenbummler mee naar de uitwedstrijden van de club in de Bundesliga. Groot was de verontwaardiging van voetbalfans toen de DfL een aantal jaren geleden kwam met het plan om ook op maandag competitiewedstrijden in de Bundesliga te spelen. Het motief was commercieel: meer mediagelden. De fans waren hevig ontstemd. Op een doordeweekse dag moeten ze werken en dan is het onmogelijk om je club fysiek te ondersteunen bij een uitwedstrijd. Grote fanclubs van Traditionsvereine voerden lange tijd actie tegen deze plannen totdat de DfL overstag ging en het voornemen in 2020-2021 introk.
Tickets in het Duitse voetbal zijn niet duur en dat heeft te maken met het feit dat men het voetbal ziet als iets van het volk, dus moet het laagdrempelig zijn.
Elementen van Rijnlandmodel in Nederlands betaald voetbal
In Nederland is een deel van de BVO’s geheel of gedeeltelijk eigendom van een externe partij, bijvoorbeeld FC Utrecht. Ongeveer de helft van de eredivisieclubs heeft alle aandelen zelf nog in bezit, waaronder PSV, SC Heerenveen, Sparta, PEC Zwolle en Willem II (FD 2017). Zo is er bij Sparta Rotterdam de stichting Sparta 1888, die via een holding de meerderheid van de aandelen in de club beheert (www.sparta-rotterdam.nl 2025).
Ook bij PEC, Heracles en Willem II spelen stichtingen een belangrijke rol. AZ Alkmaar is sinds 2010 eigendom van een stichting die bestaat uit een groep Alkmaarse ondernemers. NAC Breda voorkwam in 2022 dat een Amerikaanse investeringsmaatschappij het voor het zeggen kreeg in Breda. De club kwam in bezit van een groep lokale ondernemers (R. Sträter (2022). De aandelen werden ondergebracht in een onafhankelijke stichting (Stichting Administratie Kantoor). Hiermee werd de zeggenschap teruggegeven aan de club.
Ajax en Feyenoord
Feyenoord en Ajax zijn naamloze vennootschappen. Bij beide clubs is meer dan de helft van de aandelen in eigen handen. Bij Ajax, dat ook beursgenoteerd is, is dat via het ‘gouden aandeel’ van de Vereniging Ajax en bij Feyenoord via de Stichting Continuïteit Feyenoord, met een institutionele representatie van de ledengemeenschap Het Legioen (95.000 leden). Op deze manier is inbreng van de leden op het beleid verankerd in de organisatiestructuur van Feyenoord.
Daarmee hebben Ajax en Feyenoord zeker kenmerken wat betreft eigendom en organisatie die ook passen bij het Rijnlandmodel. De vereniging Ajax heeft 700 leden, deels op basis van een verleden als speler van Ajax en voor een ander deel op basis van de keuze van het bestuur van de vereniging (dus coöptatie en ballotage). Deze organisatievorm geeft de grote schare Ajaxsupporters een beperkte invloed op het beleid van de club.
Rijnlandmodel in België en Spanje
In de Belgische Jupiler Pro League zijn veel clubs eigendom van externe investeerders, voor een deel buitenlands. Bijvoorbeeld Italiaans (Standaad Luik), Engels (OH Leuven en Union Sint-Gillis) en Maleisisch (KV Kortrijk). Een van de weinige clubs met nog steeds een not-for-profit-karakter is KRC Genk, de club uit de oude mijnstad Genk. De club is een VZW: vereniging zonder winstoogmerk. De stad Genk heeft een multicultureel karakter met een aanzienlijk percentage inwoners met een migratieherkomst (Turkije, Italië en Marokko). Dat heeft vooral te maken met de mijngeschiedenis (steenkool) van de stad.
In Spanje zijn Rijnlandaspecten zichtbaar in eigendom en organisatie van de twee grootste clubs, Real Madrid en FC Barcelona (Van Heugten 2025). Ze hebben geen beursnotering en dat heeft te maken met het feit dat ze een eigendomsstructuur hebben met een belangrijke rol voor leden (socios). Dat maakt een private eigenaarsstructuur lastig. Aandelen van deze clubs zijn niet beschikbaar voor aankoop op de open markt.
Voordeel Rijnlandmodel: de club is van de leden, fans
Het Rijnlandmodel doet recht aan het idee dat het voetbal en de club van de fans is. Het is een democratisch constructie. Het geeft de ‘echte eigenaars’ van de club de plaats die ze toekomt. Het Rijnlandmodel beschermt de leden en de fans tegen roekeloze eigenaars die de club willen gebruiken voor andere doelen dan de sportieve belangen en het vasthouden van de clubcultuur (www.bundesliga.com 2025).
Het Rijnlandmodel, zoals in Duitsland het 50+1-model, is ook een stimulans voor betrokkenheid van leden/fans bij de club: fan engagement. Naast de gevoelsmatige binding is er een organisatorisch-functionele binding met de club: het kopen van een seizoenkaart, lidmaatschap van een supportersvereniging, abonnement op clubtelevisie, etc. De organisatorische verbinding is wel héél krachtig als de fans ook daadwerkelijk geheel of gedeeltelijk (mede-)eigenaar zijn van hun eigen club. Dat geeft in allerlei opzichten een stimulans om de club te steunen en in stand te houden. Het ligt ook minder voor de hand om de belangen van de club te schaden als fan (bv. vuurwerk of vernielingen in het stadion) omdat je dan iets beschadigt wat van jezelf is.
Over financiële problemen zoals bijvoorbeeld in Spanje en soms in Engeland, hoor je weinig in het Duitse voetbal
Voordeel Rijnlandmodel: gezond voor het voetbal
De Bundesliga laat zien dat het 50+1-model en de brede institutionele inbreng van de leden en supporters leidt tot bloeiende en gezonde voetbalcompetities. ‘Terwijl de rest van Europa saaie competenties, halflege stadions en clubs op de rand van faillissement heeft, is het Duitse voetbal opmerkelijk gezond’ (www.bundesliga.com 2025).
Het Duitse voetbal mag zich verheugen in een goede economische gezondheid. Volle stadions, een krachtige voetbal- en clubcultuur en veel exposure in de media. Grote Duitse clubs, zoals Bayern München, Borussia Dortmund en Bayer Leverkusen, weten voldoende financiële middelen aan te wenden om sterke selecties samen te stellen en mee te doen in de top van het Europese voetbal. Sportief blazen de Duitse topclubs flink mee in de Champions League en de Europa League. Zo won Bayern München de Champions League in 2001, 2013 en 2020. Ook financieel kunnen deze clubs mee. Zo bedroeg de omzet van Bayern München 765 miljoen euro in het seizoen 2023-2024. Daarmee namen ‘Die Bayern’ de vijfde plaats in op een top-10-lijst (www.nu.nl 2025). Over financiële problemen zoals bijvoorbeeld in Spanje en soms in Engeland, hoor je weinig in het Duitse voetbal.
Nadeel Rijnlandmodel: niet altijd mogelijk om club te behouden
Eerder hebben we gezien dat in het verleden veel betaald voetbalclubs in Nederland not-for-profit-organisaties waren, zoals verenigingen en stichtingen. In de overgangs- en groeifase naar betaald voetbal waren er vaak onvoldoende middelen om een financieel gezonde club te creëren. De clubs hadden vaak onvoldoende historisch kapitaal (economisch, sociaal en cultureel) om een betaald voetbalclub naar Rijnlands model te bouwen. Extern geld kwam goed van pas om een serieuze betaald voetbalclub te creëren.
Bestaande betaald voetbalclubs die financiële problemen hebben, kunnen vaak alleen geholpen worden met extern kapitaal omdat er geen plaatselijke community is die over geld beschikt om de club te redden. Dat geldt voor clubs die sowieso al een externe eigenaar hebben, maar ook voor clubs die nog kenmerken van het Rijnlandmodel hebben. Wat betreft de eerste groep clubs is de situatie van Vitesse exemplarisch. Wil de club definitief worden overgenomen door een groep plaatselijke en regionale betrokkenen (‘sterkhouders’) dan zal de schuld (ongeveer 12 miljoen euro) gesaneerd moeten worden. Als bij die betrokkenen ook leden en fans zijn, zal dat een enorme opgave zijn.
Nadeel Rijnlandmodel: minder geld voor het voetbal
In het Rijnlanddenken doet een voetbalclub zoveel mogelijk een beroep op de eigen resources binnen de club en de regio waar de club is geworteld: eigen leden en fans (met veel vrijwilligers), eigen kapitaal, eigen culturele en sociale bronnen in en rond de club en haar verzorgingsgebied. Daar moet mee worden gewerkt. Denkbaar is echter dat buiten de eigen sociale biotoop van de club er allerlei mogelijkheden en faciliteiten zijn die de club beter kunnen maken. We denken dan aan externe financiële impulsen waarmee de club kan investeren in de accommodatie, de jeugdopleiding en betere spelers. Met extra geld is het wellicht ook mogelijk een groter verzorgingsgebied voor de club aan te spreken wat betreft fans, commerciële partijen en mediabereik, waardoor de club naar een hoger niveau kan worden getild. In het internationale topvoetbal zijn er voorbeelden van clubs die door een externe financiële injectie flinke progressie hebben geboekt op sportief en commercieel gebied. Denk aan Manchester City en Paris Saint-Germain.
In dit model wordt de club gezien als een samenwerkingsverband van verschillende belanghebbenden om het clubvoetbal te vieren en te promoten
Tot slot
In dit derde artikel uit de serie ‘Van wie is de club’ hebben we het Rijnlandmodel in het betaald voetbal onder de loep genomen. In dit model wordt de club gezien als een samenwerkingsverband van verschillende belanghebbenden om het clubvoetbal te vieren en te promoten. Het voetbal en dan vooral de club staan centraal. Leden, fans en andere primaire stakeholders participeren in eigendom van en zeggenschap over de club. Dat kan verschillende vormen hebben, zoals in Duitsland met het 50+1-model in de Bundesliga en minder georganiseerd en vastgelegd bij clubs in andere Europese landen waaronder Nederland.
Voordelen van het Rijnlandmodel zijn dat het model recht doet aan het idee dat de club eigendom is van de leden/fans, dat het gezond is voor de voetbalcultuur en vaak ook economisch profijtelijk.
Nadelen zijn dat het niet altijd mogelijk is om de club te behouden met Rijnlandse kenmerken en dat er minder geld is voor het voetbal, hetgeen nadelig kan zijn voor de sportieve prestaties van de club.
Bronnen:
- Alles wat je moet weten over de Bundesliga geschiedenis, 17 januari 2025
- Deutsche Meister wird nur die SVB!, 18 april 2024
- W. van de Donk (2007). Identificatie met Nederland
- F. van Eekeren (2016), De waardenvolle club
- Explaining the Bundesliga’s 50+ rule, 8 oktober 2025
- Governance stichting Sparta 1888, 15 oktober 2025
- N. van Heugten (2025), Welke voetbalclubs uit Nederland en Europa zijn genoteerd op de beurs?
- J. de Leeuw (2008), Feyenoord nieuwe kartrekker MVO in betaald voetbal? in: Sport & Strategie jrg.2, editie 1, Arko Sports Media
- J. de Leeuw (2025), Het Angelsaksisch model in het betaald voetbal (deel 2 in de serie: Van wie is de club?)
- J. de Leeuw (2020), Maak van voetbal weer een publieke zaak
- J. de Leeuw (2020), Verbind overheidssteun betaald voetbal aan versterking positie fans
- J. de Leeuw (2017), Welk samenlevingsmodel past bij de Waardenvolle club?
- J. de Leeuw, J. Aussems, B. van Bezooijen en J. Wijermars (2022), Het sportbeleid voor het hbo
- J. de Leeuw (2025), Waarom het Angelsaksisch- en Rijnlandmodel in het voetbal? (deel 1 in de serie: Van wie is de club?)
- M. Misérus (2025), Italiaans competitieduel AC Milan-Com vindt plaats in Australië: wat is dit voor komedie
- Rijnlands model, 18 september 2025
- S. Mossou & F. van der Poll (2025), Wie is nu écht de baas bij onze voetbalclubs?
- Organisatie Ajax, 13 oktober 2025
- J. Peters (2025), Nieuwe maatstaf voor bestuurders: Rijnlands of Angelsaksisch?
- Real Madrid eerste voetbalclub met omzet boven 1 miljard euro, 14 oktober 2025.
- R. Sträter (2022), NAC definitief verkocht aan groep ondernemers uit Breda, 20 mei
- J. Tuijn (2025), Supporters Vitesse willen meer zeggenschap
- Vereniging Ajax kiest nieuwe bestuursraad, 20 september 2023
- Vrienden van Feyenoord na 15 jaar nog volop actief: zo staat het ervoor, 3 september 2025
Jan de Leeuw is opleider, auteur en adviseur. Hij is auteur van De Sportwereld voor het hbo, Het sportbeleid voor het hbo (beiden Arko Sports Media) en Sportbusiness en ethiek (Damon). Jan de Leeuw is als docent verbonden aan Business School Nederland en SOMT (master sportfysiotherapie).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.