Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Eigendom van de club
Het angelsaksisch model in het voetbal

Het Angelsaksisch model in het voetbal

28 oktober 2025

Eigendom van de Club

Eigendom van de club
Jan de Leeuw stelt de vraag: van wie is de club? In een serie artikelen vergelijkt hij het Angelsaksische en het Rijnlandse model in het betaalde voetbal. In dit tweede artikel deel gaat hij dieper in op het Angelsaksisch model.

door: Jan de Leeuw

FC Liverpool Is een van de succesvolste clubs in het afgelopen decennium in het internationale voetbal. De club met de Nederlandse inbreng van onder anderen trainer Arne Slot en aanvoerder Virgil van Dijk werd vorig jaar kampioen in de Premier League. Eerder gebeurde dat in 2019. De traditierijke club werd in 2010 overgenomen door de Fenway Sports Group (FSG). FC Liverpool is daarmee een voorbeeld van de voordelen die kunnen optreden als een externe financier een club overneemt.

 

Dit is deel 2 uit de serie ‘Van wie is de club?’. In het inleidend artikel zagen we dat er in de economie twee modellen worden gehanteerd die ook relevant zijn voor de organisatie van het betaald voetbal: het Angelsaksisch en het Rijnlandmodel. Deze modellen bevatten kenmerken die het ons mogelijk maken betaald voetbalclubs te analyseren en categoriseren.

 

In een aantal gevallen is de club ook een ‘speeltje’ voor een rijkaard die vaak ook fan is van de club

 

In dit tweede deel gaan we dieper in op het Angelsaksisch model. Het gaat om de primaire doelstelling van de club; eigendom van de club; zeggenschap over de club; de rol van de stakeholders waaronder de fans en de positie in de samenleving. In het tweede deel van het artikel behandelen we voor- en nadelen van het Angelsaksisch model in de voetbaleconomie.

 

Het Angelsaksisch model in het betaald voetbal
Belangrijkste kenmerk van het Angelsaksisch model in het betaald voetbal is dat een externe investeerder eigenaar is van de club. Dat kan verschillende vormen hebben: particuliere eigenaar, beursgenoteerde onderneming, private equity-bedrijf, multi-clubconcern, staatsinvesteringsfonds, et cetera. Voor participatie in eigendom van andere primaire stakeholders, bijvoorbeeld van leden, fans, supporters of regionale belanghebbenden, is weinig tot geen plaats. Dat betekent ook dat bestuur en beheer van de voetbalclub vaak een exclusieve aangelegenheid is voor de (externe) eigenaar.

 

De club is op de eerste plaats een investeringsobject voor de eigenaar. Er moet geld mee worden verdiend. Voetbal, de club en de competitie worden gezien als een deel van de entertainmentindustrie en daar gaat het allereerst om geld verdienen. Andere doelen voor eigenaars kunnen zijn sports washing en het versterken van politieke macht. In een aantal gevallen is de club ook een ‘speeltje’ voor een rijkaard die vaak ook fan is van de club. De voetbaleconomie (als deel van de entertainmentindustrie) maakt deel uit van de vrijemarkteconomie.

 

Ontwikkelingen in de laatste decennia
In de laatste decennia is de rol van (externe) investeerders in het betaald voetbal steeds groter geworden, in allerlei vormen. Ze waren er al aan het einde van de vorige eeuw, zoals de gebroeders Molenaar bij AZ (www.azfanpage.nl 2025). In 2003 werd Roman Abramovich eigenaar van Chelsea. Hij wordt wel gezien als het ‘ijkpunt van het moderne eigenarentijdperk’ (Knipping 2021). In zijn slipstream togen meerder rijke Russen naar Europa om zich in te kopen in clubs. Daarna kwam er een reeks investeerders uit de Golfstaten, onder ander bij Paris Saint Germain. Tien, vijftien jaar geleden kochten investeerders uit China zich in bij Europese club (bijvoorbeeld ADO Den Haag). Het was uitvloeisel van de ambitie van Xi Jinping om China tot een leidende voetbalnatie te maken. Na een aantal jaar kwam hij daarop terug en werd er gedesinvesteerd in Europese clubs.

Wat ook een rol speelde bij de opkomst van de multi-clubconcerns is dat clubs in Europa voor een relatief zacht prijsje te koop zijn

 

De laatste tien jaar roeren vooral Amerikaanse investeerders zich, bijvoorbeeld de multi-clubconcerns. Zij zien in dat er veel geld te verdienen valt met voetbalclubs, met name door de snel stijgende media-inkomsten, maar ook door merchandise en sponsoring. Voetbal is een uiterst waardevol investeringsvehikel: live voetbal is topcontent dat voor heel veel geld kan worden vermarkt (Verseput 2021). De opbrengsten van de investeringen in clubs kunnen ook worden vergroot door meer gebruik te maken van data-analyse, ook bij scouting van voetbaltalent. Wat ook een rol speelde bij de opkomst van de multi-clubconcerns is dat clubs in Europa (zeker in kleine landen als Nederland en België) voor een relatief zacht prijsje te koop zijn.

 

In Engeland is het Angelsaksische model inmiddels dominant. In de Premier League is meer dan tachtig procent van de clubs in (buitenlandse) private handen (Mossou & Van der Poll 2025). In het vervolg komen verschillende vormen van eigenschap in het Angelsaksisch model aan de orde.

 

Particulier eigenaarschap
Soms is een club eenvoudigweg eigenaar van één particulier. Die eigenaar komt vaak voort uit de traditie van de club zelf. Een voorbeeld is Frans van Seumeren die sinds 2008 meerderheidsaandeelhouder is van FC Utrecht en dus eigenaar. Van Seumeren is een man met een groot FC Utrecht-hart. Hij is ook ondernemer. In het verleden was hij oprichter en eigenaar van het bergingsbedrijf Mammoet, dat de wereldpers haalde met de berging van de Russische onderzeeër Koersk in 2000.

 

De afgelopen jaren heeft Van Seumeren tientallen miljoenen gestoken in FC Utrecht met als doel de club sportief vooruit te helpen. Het lijkt er niet op dat de ondernemer FC Utrecht ziet als een investeringsobject, maar dat kan in de toekomst veranderen als hij op een gegeven moment besluit om zijn aandelen te verkopen aan een andere partij en de opbrengst groter is dan wat hij erin heeft gestoken.

 

Multiclubconcerns 
Multi-clubconcerns (multi-clubownership) zijn bedrijven die meerdere betaald voetbalclubs bezitten. Voorbeelden zijn de City Football Group, Pacific Media Group, Bridge Football Club en Red Bull. Zo is de City Football Club wereldwijd eigenaar van meer dan tien clubs, in Europa onder andere van Manchester City, Lommel, FC Girona en Palermo. Buiten Europa van New York City, Melbourne City, Montevideo City Torque, Mumbai City FC, Sichuan Jiuniu en Yokohama F. Marinos (soms minderheidsaandeelhouder). In 2022 probeerde City Football Group tevergeefs NAC Breda over te nemen.

 

Voor de aandeelhouders is de club allereerst een beleggingsobject en bedoeld om geld mee te verdienen

 

In feite is er bij multi-clubownership sprake van een centraal aangestuurde exploitatie van clubs waarbij allerlei synergievoordelen optreden en kosten kunnen worden gereduceerd. Het rendement op de investeringen in deze clubs wordt verhoogd door allerlei netwerkvoordelen. Zo kan Manchester City talentvolle voetballers tijdelijk plaatsen bij een kleinere club uit het portfolio van de multiclubeigenaar. 'Het doel is de bouw van een kosteneffectieve piramide met ploegen van verschillende niveaus' (Knipping & Van der Poll 2023). Multiclubconcerns kunnen zelfstandige ondernemingen zijn maar ook deel uitmaken van het portfolio van een private equity-bedrijf. Wereldwijd zijn meer dan tachtig multi-clubeigenaren actief, waaronder meer dan dertig in Europa. (Knipping & Van der Poll 2023).

 

Beursgenoteerde voetbalclubs
Tientallen Europese voetbalclubs zijn genoteerd op aandelenbeurzen in Europa. Het zijn Naamloze Vennootschappen. Soms wordt de meerderheid van de aandelen op de beurs verhandeld. Het kan ook zijn dat het om een minderheid van de aandelen gaat en dat de meerderheid van de aandelen in bezit is van bijvoorbeeld een stichting of een vereniging, zoals bij AFC Ajax Amsterdam.

 

Voor de aandeelhouders is de club allereerst een beleggingsobject en bedoeld om geld mee te verdienen. Motieven voor een beursgang van een BVO kunnen zijn: schulden aflossen; geld ophalen om te investeren in spelers en accommodatie; voorkomen dat de club failliet gaat; et cetera.

 

Tottenham Hotspur was in 1983 de eerste club die naar de beurs ging in Europa. Andere voorbeelden van beursgenoteerde clubs waren of zijn Manchester United, Aston Villa, Juventus, AS Roma, Borussia Dortmund, Fenerbahçe, Porto en Olympique Lyonnais. Sommigen zijn in de loop der jaren weer van de beurs gehaald zoals AS Roma in 2020.  

 

Staatsinvesteringsfondsen
Een voetbalclub kan ook opgekocht worden door een staatsinvesteringsfonds. Zo kwam Newcastle United in 2020 in handen van Public Investment Fund (PIF), een staatsinvesteringsfonds van Saoedi-Arabië. Het PIF heeft over de gehele wereld belangen in grote bedrijven, zoals in Uber, Meta Platform, BP, Citigroup en sinds kort in het bedrijf Electronic Arts (EA), een van de grootste en invloedrijkste game-uitgevers op aarde (Maessen 2025).

 

Landen als Saoedi-Arabië kunnen de overname van betaald voetbalclubs gebruiken om financieel-economische redenen. Het wordt gezien als een steeds belangrijker onderdeel van de internationale entertainmentindustrie en dat is voor een land als Saoedi-Arabië belangrijk omdat het verdienmodel met de olie komende decennia gaat opdrogen. Maar de sportwereld is ook een dankbare wereld voor versterking van politieke macht, reputatiemanagement en sports washing.  Ook Paris Saint Germain, winnaar van de Champions League in 2025, is sinds 2011 in handen van een staatsinvesteringsfonds: Qatar Sports Investments (QSI).

 

Investeerders, niet eigenaars
Tot slot zijn er ook investeerders in het betaald voetbal zonder dat ze eigenaar zijn van een club. Deze investeerders stellen geld beschikbaar voor de club zodat deze kan investeren, bijvoorbeeld om spelers te kopen. Hoewel dus geen eigenaar, zijn ze soms wel voorzitter en in bepaalde gevallen hebben ze invloed op het transferbeleid van de club.

 

Voorbeelden van investeerders in het Nederlandse clubvoetbal zijn (of waren) Nol Hendriks (Roda JC) en Marcel Boekhoorn (NEC Nijmegen). Soms zijn er varianten daarop zoals de miljardair Ben Mandemakers, eigenaar van de Mandemakers Groep (Van de Belt 2023). Hij raakte in de jaren negentig als sponsor betrokken bij RKC Waalwijk. Dat was profijtelijk voor zijn bedrijf, maar hij ging ook steeds meer houden van de club en sprong bij toen de club in 2009 failliet dreigde te gaan. Sinds 2017 is de keukenboer eigenaar van het stadion van RKC. Hij is géén eigenaar van de club en ziet zichzelf als filantroop met een groot hart voor de club RKC.

 

Voordeel van het Angelsaksisch model: redding van de club
In het verleden waren veel betaald voetbalverenigingen in Nederland not-for-profit-organisaties. In de loop der tijd zijn veel clubs in eigendom overgegaan in private handen. In een aantal situaties fungeerden de investeerders ook (al eerder) als sponsor van de club. Soms werden schulden van schuldeisers omgezet in aandelen van de club.

Vaak was er een overname naar aanleiding van een dreigend faillissement van de club. Of dat een financieel slecht draaiende club, die al in private handen wás, werd overgenomen door een andere externe investeerder. Bijvoorbeeld FC Den Bosch dat in 2024 overging in eigendom van Pacific Media Group naar de Bridge Football Club (Kreling & Kooiman 2024).

 

Een flinke investering in een club door een rijke investeerder kan leiden tot betere sportieve prestaties van de club

 

Nieuwe eigenaren worden binnengehaald en kunnen de redding betekenen van het betaald voetbal in een bepaalde stad. Ook springen bepaalde investeerders elk jaar financieel bij om de te tekorten van de club op te vangen, bijvoorbeeld Ben Mandemakers bij RKC Waalwijk en Marcel Boekhoorn bij NEC Nijmegen.

 

Voordeel van het Angelsaksisch model: meer geld voor het voetbal
Een flinke investering in een club door een rijke investeerder kan leiden tot betere sportieve prestaties van de club. Dat gebeurt als de investeerder ook daadwerkelijk extra investeert in de club zelf: in spelers, staf, accommodatie, et cetera. Dat kan leiden tot een toename van de sportieve successen en tot waardevermindering van de club. Er zijn internationaal veel voorbeelden: FC Chelsea, Paris Saint Germain, FC Liverpool en Manchester City. Liverpool werd in 2010 overgenomen door de Fenway Sports Group (FSG). Dat is een mondiaal bedrijf met als corebusiness sport, marketing, media en entertainment. Het bedrijf is ook eigenaar van Boston Red Sox, de Pittsburgh Penguins en The Boston Globe. FSG investeerde veel in FC Liverpool, ook in het iconische stadion Anfield Road. Eigenaar Henry staat bekend om zijn analytische en datagedreven aanpak van organisaties. Sportief betaalde dat beleid zich niet alleen uit in meerdere kampioenschappen (2019 en 2025), maar ook in het winnen van de Champions League in 2019. Liverpool geldt als 'het grootste succesverhaal van Amerikanen in het Europees voetbal' (Verseput 2021).

 

Nadeel van het Angelsaksisch model: sportieve downgrade
Vaak wordt de club overgedaan aan een externe investeerder om de club te behoeden voor faillissement.  Op korte termijn kan dat voordelig zijn, al is het maar dat de club blijft bestaan. In de praktijk blijkt dat op lange termijn in veel gevallen de voordelen minder zijn. Extern geld is prima om een club te redden, maar het verandert weinig aan de marketingvoorwaarden waarmee clubs te dealen hebben. Elke club heeft een ‘verzorgingsgebied’ als bron voor economische exploitatie, bijvoorbeeld om fans en sponsoren uit te rekruteren. Dat verzorgingsgebied verandert niet zomaar met een externe eigenaar.

 

Het Angelsaksisch denken trekt een wissel op de voor fans belangrijke zaken als identiteit, club- en voetbalcultuur

Als de externe investeerder weinig doet aan (extra) investeringen in de club (bijvoorbeeld betere spelers aankopen), kan het zo maar dat er sprake is van sportieve achteruitgang. Er zijn legio voorbeelden van clubs die het sportief slecht verging of zelfs degradeerden, nadat ze waren overgekomen door een externe investeerder, in Nederland (ADO Den Haag, Roda JC en Vitesse) of in het buitenland (Lok 2025). 

 

Nadeel van het Angelsaksisch model: positie van de supporters en voetbalcultuur
Voor een externe investeerder is de club veelal primair een middel om geld mee te verdienen. Dat belang loopt niet altijd parallel met de belangen van de supporters, hun culturele belangen en de sportieve belangen (Van Eekeren 2016). Voor de fans is niet winnen of mooi voetbal – en zeker niet geld verdienen – het belangrijkste bij stadionbezoek, maar het steunen van de club. Het gaat om identificatie, om het met elkaar beleven van de voetbalcultuur, het erbij horen. Supporters hechten aan de sfeer in het stadion en aan het gemeenschapsgevoel (Van Duren & Knipping 2010). 'Supporters zien hun voetbalclubs niet als franchises, als bv’tjes of als een merk, maar iets dat een deel is van henzelf', schreef Sjoerd Mossou na succesvolle acties van grote supportersverenigingen tegen de pogingen tot het oprichten van een Super League in 2021 (Mossou 2021).

 

Het Angelsaksisch denken trekt een wissel op de voor fans belangrijke zaken als identiteit, club- en voetbalcultuur. Dat komt omdat in dat denken de club wordt gedefinieerd als een bedrijf, als een investeringsobject en de supporter als een ‘klant’ (Kuper 2021). In de Angelsaksische voetbalwereld is er voor de supporters geen serieuze plaats in organisatie, in eigendom, bestuur en beheer van de club.

 

Tot slot
In dit tweede artikel uit de serie ‘van wie is de club’ stond het Angelsaksisch model in het betaald voetbal centraal. Een belangrijk kenmerk van dit model is dat een externe investeerder eigenaar is van de club. Dat kan verschillende vormen hebben: particuliere eigenaar, beursgenoteerde onderneming, private equity-bedrijf, multi-clubconcern en staatsinvesteringsfonds. Voordelen van dit model zijn dat het vaak de redding van een club kan betekenen en dat er meer geld beschikbaar is voor het voetbal, waardoor de sportieve en commerciële prestaties van de club kunnen verbeteren. Nadelen van dit model zijn dat op lange termijn de sportieve prestaties soms achteruit gaan en dat het minder recht doet aan de culturele belangen van de supporters van de club.

 

In artikel vier komt de Amerikaanse organisatie van sport aan bod, wellicht de meest radicale vorm van Angelsaksisch denken in de sport. Daaraan vooraf is artikel drie helemaal gewijd aan het Rijnlandmodel in het voetbal.

Bronnen:
- B. van de Belt (2023), Ben Mandemakers ergert zich aan investeerders in het voetbal: 'Hechten geen waarde aan de regio'
- De gebroeders Molenaar: grondleggers van AZ’67, 20 oktober 2025
- Y. van Duren & T. Knipping (2010), Als het maar gezellig is, Voetbal Internationa (print)l
- F. van Eekeren (2016), De waardenvolle club, Arko Sports Media, Nieuwegein.
- P. van der Hulst (2024), American Dream is nu nachtmerrie bij FC Den Bosch
- T. Knipping (2021), Amerikanen grijpen de macht
- T. Knipping (2022), De Amerikaanse nachtmerrie. Pacific Media Group ziet vier van de zeven clubs degraderen
- T. Knipping & F. van der Poll (2023), Voetbal wordt Wall Street
- T. Kreling & J. Kooiman (2024), Een TikTok-zakenman en ondernemer in massagesalons investeren in FC Den Bosch. Waar hun geld vandaan komt, kan de KNVB niet achterhalen 
- J. de Leeuw, J. Aussems, B. van Bezooijen en J. Wijermars (2022), Het sportbeleid voor het hbo. Arko Sports Media Nieuwegein.
- J. de Leeuw (2025), Waarom het Angelsaksisch- en Rijnlandmodel in het voetbal? (serie: Van wie is de club?)
- L. Lok (2025), The Home of Football in Sheffield [De Groundhop],
- S. Kuper (2021), De voetbal-opstand tegen het neoliberalisme, ‘FOOTBAL BELONG TU ÚS’, De Groene Amsterdammer, 26 april.
- L. Maessen (2025), Verandert Saoedi-Arabië de game-industrie in een geopolitiek slagveld?
- Man Utd second most valuable club despite struggles (2025)
- S. Mossou (2021), Wie het hart uit het voetbal probeert te rukken gaat met pek en veren door de achterdeur 
- S. Mossou & F. van der Poll (2025), Met een paar vrienden kun je zo MVV kopen
- D. Nieuwboer (2022), NAC wil er niet bij horen, maar het mondiale (geld)cirrus van de City Football Club zal gewoon door blijven draaien
- Red Bull koopt zich in bij Paris FC: 'Klopp is enthousiast' 
- H. Stouwdam (2020), Bij Newcastle United kijken ze uit naar de miljoenen van de Saoedische kroonprins
- S. Verseput (2021), Hoe de Amerikanen oprukken in het Europees voetbal 

 

Jan de Leeuw is opleider, auteur en adviseur. Hij is auteur van De Sportwereld voor het hbo, Het sportbeleid voor het hbo (beiden Golazo Media) en Sportbusiness en ethiek (Damon). De Leeuw is als docent verbonden aan Business School Nederland en SOMT (master sportfysiotherapie).

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.