22 december 2010
Achtergronden
De sportparticipatie in aandachtswijken is al jaren gemiddeld lager dan in andere wijken. Om daar verandering in te brengen, is de Nederlandse Sport Alliantie (NSA) in 2008 begonnen met het programma Wijksportclubs. Sinds de zomer zijn de eerste vier wijksportclubs van start gegaan en inmiddels kunnen er bij de eerste wijksportclub in Arnhemse wijk Klarendal al bijna vijfhonderd jongeren wekelijks voor twintig activiteiten terecht. En dat is volgens Menno Schermer en Barbara Meijer, projectleiders Wijksportclubs, pas het begin. “Wij willen zoveel mogelijk aandachtswijken een gevarieerd sport- en beweegprogramma aanbieden en een sportieve, sociale ontmoetingsplek voor bewoners creëren.”
Sinds 2008 kent de Nederlandse Sport Alliantie (NSA) het programma ‘Wijksportclubs’. Aanleiding hiervoor was het onderzoek dat in opdracht van NSA door Universiteit Utrecht werd uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de bevolking in achterstandswijken gemiddeld minder actief is dan in overige wijken. Dit komt mede door het ontbreken van sportverenigingen, het tekort aan sportvoorzieningen en doordat er te weinig plekken in de wijk zijn om te spelen en te sporten. “Er zijn uiteraard wel organisaties die sport- en beweegactiviteiten aanbieden, maar het ontbreekt aan het verankeren hiervan in deze wijken. Om sport en bewegen structureel in de wijk terug te brengen, de sportparticipatie te verhogen en zo een impuls te geven aan de leefbaarheid in de wijken, ontwikkelde NSA twee jaar geleden het format voor de wijksportclubs”, vertelt Menno Schermer.
De wijksportclub heeft als doel om activiteiten rondom sporten, spelen, ontmoeten en (leren) bewegen te organiseren. Belangrijk hierbij is dat al bestaande activiteiten binnen de wijk worden gebundeld en vervolgens in één programma worden aangeboden door de wijksportclub. In die mate werken bestaande organisaties als gemeenten, woningcorporaties, onderwijs- en welzijnorganisaties en sportverenigingen gezamenlijk aan een actieve leefstijl van de wijkbewoners. Schermer benadrukt: “Maar bij de wijksportclub gaat het om méér dan sport. Naast een duurzaam sport- en beweegprogramma van activiteiten met een lokale organisatiestructuur, moet de wijksportclub vooral ook een ontmoetingsplek van bewoners worden. We willen bijdragen aan een sportieve wijk, waarin het leuk is om te wonen, te sporten én te bewegen.”
Symposium Wijksportclubs
Inmiddels zijn de eerste vier
wijksportclubs in Arnhem (Klarendal en ‘t Broek), Eindhoven (Woensel West) en in
Rotterdam Zuid (IJsselmonde) en worden nieuwe wijksportclub geïnitieerd. Om
gemeentes enthousiast te maken over de kansen van wijksportclubs organiseerde
NSA op 30 september jongstleden een symposium waarin de eerste ervaringen van de
projecten in Rotterdam en Eindhoven werden gepresenteerd. Het symposium was een
groot succes. Er waren meer dan honderd geïnteresseerden die enthousiast
meededen en luisterden naar de ervaringen uit Rotterdam en Eindhoven.
De belangrijkste les van het symposium voor NSA was dat de organisatie nog beter naar de markt moet communiceren wat de wijksportclub inhoudt. Schermer: “Het moet voor iedereen duidelijk zijn wat de wijksportclub kan betekenen voor de inwoners én de wijk zelf.” Berend Rubingh, dagvoorzitter van het NSA-symposium en organisatiedeskundige met als specialisatie sportverenigingen, vult aan: “Wat mij vooral bij blijft, is dat je niet kunt spreken van één wijksportclub. Er is geen blauwdruk hoe een wijksportclub eruitziet betreffende de organisatie, programmering en accommodatie. Maar hoe de organisatie ook in elkaar zit, het belangrijkste is dat de bewoners die meedoen het gevoel hebben dat ze echt bij de club horen. Daarop moeten ze trots worden en uiteindelijk positief gaan denken over hun wijk en de eigen club.”
De wijksportclub in de praktijk
Dat de wijksportclub op
elke locatie anders wordt aangepakt, bleek uit de informatiesessies die tijdens
het symposium werden gehouden. Zo staat bij de wijksportclub
Horderwijk-Reijeroord die op 17 september in Rotterdam van start ging, de
samenwerking tussen vijftien partners – waaronder een schoolsportvereniging en
Thuis op Straat (TOS) – centraal. Barbara Meijer legt uit: “De samenwerking van
deze partijen vóór de lancering van de club is de grote succesfactor. Dat is
essentieel voor een succesvolle start en draagvlak in de wijk.” De activiteiten
worden door verschillende aanbieders en plaatsen in de wijk aangeboden en de
wijksportclub-coördinator zorgt voor de verbinding tussen de verschillende
initiatieven. Op die manier komt er een gevarieerd sportprogramma tot stand voor
alle leeftijden.
In Eindhoven is gekozen voor een kleinschalige aanpak en wordt stapsgewijs aan een sportaanbod gewerkt. De wijksportclub is gelegen in het stadsdeel Woensel-West en maakt deel uit van het SPIL-centrum (SPelen, Integreren en Leren) wat al de thuisbasis is voor de GGD, een basisschool en andere bewonersorganisaties. “Het centrum moet de ontmoetingsplek van de wijk worden en daarom wordt door de combinatiefunctionaris gewerkt aan een vraaggericht sportaanbod. De programmering is nu nog gericht op jongeren, maar de activiteiten die rondom het SPIL-centrum zullen plaatsvinden, moeten geleidelijk aansluiten bij de behoeften van alle inwoners van de wijk”, aldus Meijer.
Unieke invalshoek
Organisatiedeskundige Rubingh ziet veel
mogelijkheden voor de wijksportclubs. “Aangezien elke wijksportclub uitgaat van
de lokale situatie, zal er geen één hetzelfde uitzien. Ze moeten immers inspelen
op de behoeftes die er zijn in die wijk.” Elke wijksportclub heeft dan ook zijn
eigen doel. Bij de één ligt bijvoorbeeld de nadruk op ontmoeting en het welzijn
van inwoners, terwijl bij de ander het vergroten van de maatschappelijke positie
centraal staat. Rubingh voorziet daarom een grote toekomst voor wijksportclubs.
“Ze kunnen lang blijven bestaan als ze goed inspelen op de wensen van de wijk,
de maatschappelijke problematiek tackelen en er een aantal enthousiastelingen
zijn die de kar willen trekken.”
Rubingh, Schermer en Meijer benadrukken dat samenwerking tussen de wijksportclub en nabijgelegen sportverenigingen kan bijdragen in het succes. “Van concurrentie tussen de twee is geen sprake. Wijksportclubs hebben immers een geheel ander doel dan sportverenigingen. Het gaat om (leren) spelen, bewegen en ontmoeten en niet om prestatiegericht sporten”, aldus Schermer. Een bundeling van krachten biedt beide partijen juist voordelen. De wijksportclub kan door de samenwerking met sportverenigingen immers een breed sportief programma opzetten. Rubingh vult aan: “Kinderen hoeven dan niet langer te kiezen of ze willen voetballen, maar kunnen bij één club voetballen, judoën, zwemmen, korfballen. En de samenwerkende sportverenigingen kunnen profiteren, want mogelijk enthousiaste en talentvolle sporters die in competitief verband willen sporten, kunnen doorstromen naar de sportclub.”
Elk jaar drie tot vijf wijksportclubs erbij
Begin 2011
maakt NSA de resultaten van de vier Nederlandse wijksportclubs bekend. “Zo zijn
we nog druk bezig met het opzetten van een monitoring-instrument en meten we wat
de resultaten zijn en wat de club nu precies voor de wijk betekend.” De NSA
heeft de ambitie om zoveel mogelijk wijksportclubs in aandachtswijken te
realiseren. Op dit moment is de organisatie druk bezig met het leggen van de
laatste hand aan de plannen voor wijksportclubs in Zwolle (Diezerpoort),
Culemborg-Oost (Terwijde) en Amersfoort (Liendert). “We hopen dat er jaarlijks
drie tot vijf nieuwe wijksportclubs bijkomen en aangezien er in Nederland meer
dan 120 aandachtswijken zijn, kunnen we nog wel even vooruit”, besluit Meijer.
Voor meer informatie: www.sportalliantie.nl
Babette Dessing is redacteur van Sport Knowhow XL. Een verkorte versie van dit artikel is ook verschenen in het blad Sport FM.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.