28 augustus 2018
Achtergronden
door: Hanno van der Loo
In Sportgericht 6-2017 beschrijft Jeroen Rietvelt, inspanningsfysioloog en conditietrainer van o.a. de Japanse nationale schaatsploeg en wereldkampioene baanwielrennen Kirsten Wild, een nieuwe benadering binnen de krachttraining.
Hoeveel gewicht je bij krachttraining aan de halter moet hangen, wordt traditioneel bepaald aan de hand van het zogeheten 1 herhalingsmaximum (1 RM): het gewicht dat je maximaal één keer kunt optillen (en direct daarna geen tweede keer). Als je het 1RM hebt bepaald, kun je in tabellen opzoeken hoeveel sets van hoeveel herhalingen en met hoeveel rustpauze tussen de sets je moet doen met een x percentage (van het 1 RM) om een bepaalde fysiologische reactie uit te lokken en het daarmee samenhangende trainingsdoel te bereiken. Deze benadering (zie tabel 1) wordt wel Percentage Based Training (PBT) genoemd.
Dosering
Bij deze klassieke manier van doseren verliest men nogal eens uit het oog dat het adagium ‘Hoe sterker, hoe beter’ lang niet altijd opgaat. Want niet alleen de kracht, maar vooral ook de snelheid waarmee spieren kunnen samentrekken is van belang voor veel sportprestaties. Verder wordt er bij de PBT-methode geen rekening mee gehouden dat een sporter niet iedere dag precies even sterk is. Dit betekent dat er in de training (vrijwel) altijd sprake is van een bepaalde mate van over- of onderbelasting.
Velocity Based Training (VBT) is een alternatieve manier om het juiste gewicht van de halter te bepalen. Tijdens het uitvoeren van de oefening wordt de snelheid van de halterstang gemeten. Hiervoor zijn diverse systemen in diverse prijsklassen op de markt. Is de haltersnelheid hoger dan bedoeld, dan is de halter te licht en voeg je er wat gewicht aan toe. Is de snelheid echter lager dan beoogd, dan maak je de halter juist iets lichter.
VBT werkt op een vergelijkbare manier als duurtraining met een hartslagmeter: als je binnen een specifieke zone blijft, train je wat je wilt trainen. Afhankelijk van het type kracht dat je wilt ontwikkelen, kies je de juiste weerstand. Deze ‘volgt’ dus de gewenste snelheid.
Zones
Er worden vijf zones onderscheiden:
Meer weten?
Het volledige artikel met ruimere achtergrondinformatie is hier te lezen.
Bron:
Hanno van der Loo (1968) is voormalig tienkamper en studeerde bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. Hij werkt als sportwetenschappelijk adviseur, auteur en docent via bureau AdPhys in Boskoop (www.adphysbureau.nl) en is hoofdredacteur en uitgever van Sportgericht (www.sportgericht.nl).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.