Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
De wesp opkomst betekenis en teloorgang van een onderzoekscommunity

De WESP. Opkomst, betekenis en teloorgang van een onderzoekscommunity

Het is nog niet zo lang geleden dat ‘de WESP’ binnen de wereld van sportevenementen een gevleugeld begrip was. Sportevenementen die subsidie wilden ontvangen van het ministerie van VWS, moesten daarvoor evaluaties uitvoeren volgens de richtlijnen van ‘de WESP’. De WESP (Werkgroep Evaluatie Sportevenementen) was daarmee binnen zowel het sportonderzoek als het sportbeleid een gezaghebbend gremium.

Al die positieve energie kon niet verhinderen dat de WESP in 2019 ter ziele ging. Zo triomfantelijk als de WESP tien jaar eerder was opgericht, zo stilletjes kwam de werkgroep tot een halt. De website werd niet meer bijgehouden, de bijeenkomsten stopten en de richtlijnen werden niet langer onderhouden.

Hoe kan het dat een waardevol initiatief dat op breed draagvlak mocht rekenen, tien jaar later ten onder ging? Wat valt daaruit te leren voor onderzoekers en beleidsmakers?

20 januari 2026

Achtergronden

Opkomst en ontwikkeling van de WESP

De oorsprong van de WESP ligt in een bijeenkomst over sporteconomie op 15 maart 2007, als vertegenwoordigers van diverse ministeries, grote steden en NOC*NSF met onderzoekers in gesprek gaan over sport-economisch onderzoek. De betekenis van sportevenementen voor stad en land is een prominent onderwerp bij dat overleg. Voorgesteld wordt om een platform in te stellen dat zich richt op het programmeren van onderzoek ten aanzien van sport en economie.

Als onderdeel van dat platform richt Egbert Oldenboom, sporteconoom en organisator van de sessie, in het voorjaar van 2009 een werkgroep in, de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen WESP. Oldenboom werkt dan inmiddels bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Doelstelling van de WESP is: ‘… het vergroten van de kennis over de effecten van sportevenementen en zo het verbeteren van voorwaarden voor het succesvol organiseren ervan, door het standaardiseren, verzamelen en publiceren van informatie en onderzoek over sportevenementen’.

"De ontwikkelde richtlijnen waren goed toepasbaar in het veld en leidden ertoe dat onderzoeken vergelijkbaar werden"

Koen Breedveld

De WESP wordt opgezet als een lichte, informele onderzoeksgemeenschap (community). Deelnemers financieren hun inzet vanuit de organisatie. Op projectbasis komen her en der wat middelen beschikbaar om richtlijnen te ontwikkelen, met name vanuit NOC*NSF, dat vanuit het Olympisch Plan zwaar inzet op evenementen. De animo van met name onderzoekers om aan te haken, is groot. Op zijn hoogtepunt telt de WESP bijna zestig leden, waaronder vertegenwoordigers van 13 hogescholen, 2 universiteiten, het CBS, 17 onderzoeksbureaus en 7 beleidsorganisaties. De bijeenkomsten, in de hoogtijdagen vier per jaar, worden druk bezocht.

19012026 WESP

Belangrijk in de groei van de WESP waren twee aan elkaar gerelateerde ontwikkelingen. Vanaf 2008 is dat het Olympisch Plan 2028 en de bijbehorende organisatie Olympisch Vuur en in 2013 het Beleidskader Sportevenementen. In het Olympisch Plan 2028 wordt ‘het regelmatig succesvol organiseren van aansprekende internationale topsportevenementen’ benoemd als een van de centrale doelstellingen. In het Beleidskader Sportevenementen wordt de WESP met naam en toenaam genoemd en geroemd om zijn inhoudelijk expertise. Het ministerie koppelt aan subsidieverlening voor evenementen de voorwaarde dat de aanvrager ‘bij het monitoren en evalueren gebruik maakt van de kennis en richtlijnen van de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen (WESP)’.

Betekenis van de WESP

De opname van de WESP in de subsidievoorwaarde van het ministerie geeft een stevige boost. De WESP komt daarmee nadrukkelijk in picture. De belangstelling om deel te nemen groeit en er worden meer en meer evenementenonderzoeken uitgevoerd. Er wordt volop gewerkt aan nieuwe richtlijnen en modules, waarvan er uiteindelijk in totaal twaalf zullen verschijnen. Er worden presentaties gehouden over de WESP en er verschijnen artikelen en boekhoofdstukken over de WESP.

Voor de onderzoekers had de WESP twee belangrijke functies. De eerste had betrekking op het stimuleren van het kennisdelen en leren.

‘Je leerde daar echt wat, bij de WESP. Zaken waar je als individueel onderzoeker helemaal geen tijd voor had om dat uit te zoeken. We gingen echt de inhoud in, complexe zaken …dat was super leerzaam.’

Bron:

De WESP bood jonge beginnende onderzoekers een uitmuntende gelegenheid om zich te ontwikkelen en te laten inspireren. Druk bezette, meer gevorderde onderzoekers kregen de gelegenheid om trucjes van elkaar af te kijken. 

De tweede functie van de WESP lag in de ontwikkeling van objectieve wetenschappelijk vastgestelde richtlijnen. 

‘De richtlijnen van de WESP waren super belangrijk. Daar kon je je achter verschuilen. Je kon daar altijd een beroep op doen, want ja, wetenschappelijk bepaald he .. dat maakte indruk!’

Bron:

Met andere woorden: door de richtlijnen stonden onderzoekers sterker in gesprekken met lastige opdrachtgevers.

Ook voor het beleid had de WESP een grote betekenis. De ontwikkelde richtlijnen waren goed toepasbaar in het veld en leidden ertoe dat onderzoeken vergelijkbaar werden. De WESP maakte dat er een verhaal kon worden gebouwd rondom evenementen, dat er een gesprek kon plaatsvinden over de betekenis van sportevenementen, en dat evenementen ook deugdelijk verantwoord konden worden richting subsidiegevers. 

‘Voor ons was dat goud. Wij hadden dat nodig. We wilden meer sportevenementen, en dan moest je wel laten zien wat je daarmee kon, met die evenementen. Wat dat betekende. Economisch. Maar ook anderszins. Dus ja, daar hadden we echt belang bij.’

Bron:

Teloorgang

Hoe betekenisvol de werkgroep ook is geweest, in 2019 hield de WESP op te bestaan. In een geleidelijk proces verloor de WESP zijn glans. Vergaderingen verliepen stroever en werden door minder mensen bezocht. 

Een belangrijke externe factor in die ontwikkeling was het loslaten van het Olympisch Plan 2028 en de beëindiging van de bijbehorende beweging Olympisch Vuur in het najaar van 2012. Daarmee verviel de drijfveer vanuit NOC*NSF om financieel bij te dragen aan de doorontwikkeling van de richtlijnen en te participeren in de WESP. 

"Wat de WESP niet helpt, is dat het niet lukt om structurele financiering te vinden"

Koen Breedveld

Een tweede belangrijke externe factor had betrekking op veranderingen in het veld zelf. Een van die veranderingen was de oprichting van de NLSportraad in juni 2016. De NLSportraad maakte in zijn eerste jaren veelvuldig gebruik van de kennis van de WESP, maar komt daarna zelf met een eigen concurrerende richtlijn (MKBA). In de planvorming voor de ontwikkeling van de kennis rondom sportevenementen kijkt de NLSportraad eerder naar gevestigde instituten als het Kenniscentrum Sport en Bewegen, dan naar de losjes georganiseerde WESP-gemeenschap.

Die gemeenschap is ondertussen van karakter aan het veranderen. De groep verliest een deel van zijn focus. Er melden zich nieuwe leden bij de WESP, met een meer zakelijke en minder ideologische motivatie. De aandacht verschuift van het relatief makkelijk te betreden terrein van economische impact, naar weerbarstiger terreinen zoals maatschappelijke impact. Dat is ook interessant, maar minder goed bij de kop te pakken en daarmee lastiger om het gesprek over te voeren.

©SCS/Soenar Chamid

©SCS/Soenar Chamid

Wat de WESP niet helpt, is dat het niet lukt om structurele financiering te vinden. Met het beëindigen van het Olympisch Vuur in 2012 valt een belangrijke steunpilaar onder de WESP weg. De NLSportraad betrekt leden van de WESP wel bij zijn werk, maar is niet in de positie om (financieel) bij te dragen aan een gremium als de WESP. Ook VWS en later 'Kracht van Sportevenementen' zijn niet genegen de WESP financieel te ondersteunen. De moeizame gesprekken daarover werpen een schaduw over WESP-meetings.

De losse structuur van de WESP, aanvankelijk zo behulpzaam, begint te knellen. Er komen plannen om de WESP door te ontwikkelen, maar die sneuvelen op tegengestelde belangen en een moeizame beslisstructuur. De kracht van de groep zat hem in de inhoudelijke kennis en nieuwsgierigheid. Daar zat de energie. Zoals een van de betrokken stelt:

‘Techneuten. Het waren discussies met en tussen techneuten. Daar hadden ze grootste lol in. Daar draaide het om in de vergaderingen. Daar ging alle aandacht naar toe’.

Bron:

In de tweede helft van zijn bestaan is dat niet meer voldoende. De WESP moet zichzelf ontstijgen en zich leren manifesteren als een krachtige speler, met een strakke organisatie en een stevige externe presentatie. Die stap blijkt te veel gevraagd. Onenigheden worden niet opgelost, vergaderingen verliezen hun kracht, bij partners rijzen twijfels. Het lukt de WESP niet om de organisatie tijdig aan te passen aan de veranderende interne en externe omstandigheden. Bovenal verstond de WESP de kunst van het evenementenonderzoek. Daar lag de kracht, maar tegelijk ook de zwakte.

"Gelukkig is het sportevenementenonderzoek niet dood. De WESP richtlijnen worden nog steeds gebruikt "

Koen Breedveld

Conclusie

De WESP is in zijn tienjarig bestaan van grote betekenis geweest voor de kennisontwikkeling rondom sportevenementen. De Werkgroep liftte mee op de groeiende belangstelling voor sportevenementen, maar voedde die belangstelling ook zelf met goed toepasbare richtlijnen en instrumenten. De WESP stimuleerde de kennisontwikkeling rondom sportevenementen en leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het vakgebied. Nederland evenementenland mag de initiatiefnemers en leden van de WESP dankbaar zijn voor wat de WESP heeft bewerkstelligd. 

Gelukkig is het sportevenementenonderzoek niet dood. De WESP richtlijnen worden nog steeds gebruikt. In het ZonMw Moves-programma krijgt het sportevenementenonderzoek op een andere wijze verder gestalte – met deels dezelfde harde kern van onderzoekers.

Maar met de teloorgang van de WESP is ook veel verloren gegaan. Verrichte evenementenonderzoeken worden niet meer bij elkaar geplaatst in een centrale database. De ontwikkelde richtlijnen worden niet meer onderhouden en er is geen plaats meer waar geïnteresseerden in evenementenonderzoek elkaar treffen, inspireren en van elkaar leren. Een groot aantal spelers is afgehaakt. De ooit succesvolle community is niet meer. Er vinden nog steeds evenementenevaluaties plaats, maar er is geen leermeester meer die streng over de schouder meekijkt en daarmee het niveau van de evaluaties opkrikt.

Wat valt er uit de WESP te leren? Een van de geïnterviewde beleidsmakers typeerde de WESP als ‘los zand’. De WESP hing te veel op personen en bood te weinig organisatorisch vertrouwen. Het waren vooral individuen die zich verbonden aan WESP. Een expliciet commitment of engagement van de betreffende hogescholen ontbrak. Sporthogescholen mogen zich dit aanrekenen. Om zich te ontwikkelen tot krachtige partners van het sportbeleid, is het nodig dat sporthogescholen een duidelijke ambitie en programma formuleren, en een organisatie inrichten die zich naar derden garant stelt voor de uitvoering van dat programma. Het in 2024 gestarte SPRONG-PASS project is erop gericht om die verandering te bewerkstelligen.

"De WESP heeft geleerd wat het samen optrekken van onderzoek en beleid kan opleveren"

Koen Breedveld

Die bal ligt echter niet bij onderzoekers/hogescholen alleen. Zoals van onderzoekers mag worden verwacht dat zij zich verhouden tot het beleid, mag van beleidsmakers worden verwacht dat zij zich weten te verhouden tot de wereld van het onderzoek, dat ze over de grenzen van hun beleidsbubbel heen durven stappen en de wereld van het onderzoek betreden, met al zijn eigenaardigheden en specifieke dynamiek van dien.

De WESP heeft geleerd wat het samen optrekken van onderzoek en beleid kan opleveren. Uitdagingen zijn er voldoende in de sport. Laten onderzoekers en beleidsmakers de krachten bundelen en samen optrekken om die uitdagingen het hoofd te bieden.

Koen Breedveld is lector Impact of Sport aan de Haagse Hogeschool. Hij was ten tijde van de oprichting van de Wesp directeur van het Mulier Instituut en als dusdanig zijdelings betrokken bij de Wesp. Dat bleef zo tot aan zijn vertrek bij het Mulier Instituut in 2017. 

Dit artikel is gebaseerd op het rapport  De WESP. Opkomst betekenis en teloorgang van een onderzoekscommunity. Het rapport kwam tot stand als onderdeel van het bredere Sprong-PASS project, waarin sporthogescholen samenwerken om door te groeien tot een (inter)nationaal erkende onderzoeksgroep.

Deel dit bericht:

150120206 Koen Breedveld175 FC

Door: Koen Breedveld

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.