21 september 2021
Achtergronden
door: Jan Heusinkveld
Sifan Hassan verbaasde tijdens de Olympische Spelen in Tokio de (atletiek)wereld met medailles op de 1.500, 5.000 en 10.000 meter (twee keer goud, één keer brons). En dan te bedenken dat ze pas op het allerlaatst besloot om ná de serie en finale van 5.000 meter en vóór de finale van de 10.000 m ook nog een serie, halve finale en finale 1.500m te lopen.
In tweeërlei opzicht is de keuze van Sifan Hassan om de drie afstanden in korte tijd te lopen heel bijzonder:
Citaat van haar coach Tim Rowberry: ‘er is vrijwel niets in de trainingsmethode aangepast: snelheid, tempohardheid en duurvermogen heb je voor alle drie de afstanden nodig’1. In dit artikel wordt de fysiologie er achter getoond; één tabel en één grafiek maken de veelzijdigheid van Sifan Hassan verklaarbaar. Met de rol van de nieuwe schoenen als extra-factor.
De duursportfysiologie (inspanningen met een duur van ≥ 75 seconden) bestaat uit twee grote onderdelen: het aeroob vermogen (‘hoeveel zuurstof kun je opnemen’) en de anaerobe capaciteit (‘hoe erg kun je verzuren’). ‘Benodigde voorkennis’:
Aeroob vermogen
De tabel2 hieronder gaat over het aeroob vermogen (verder AV). Na onderzoek blijkt dat: hoe langer de duur van elke ‘duurtraining’, hoe hoger het AV en hoe langer de volhoudtijd van de TTE. Dat vindt u in de tabel 3, 4.
En omdat er een groot effect-verschil is tussen een trainingsduur van 60 en van 120 minuten, is de logische gevolgtrekking: voor elke wedstrijdduur van ≥ 75 seconden is een duurtraining van 120 minuten veel effectiever dan 60 minuten. Ook voor een 800 meter-loper. Dus:
De intensiteit van die duurtraining hoeft niet boven de 50% van iemands AV te liggen5. Afhankelijk van het niveau kunnen sporters over verschillende wedstrijdafstanden deze trainingsvorm dus samen doen. Dus ‘one size fits all’.
Anaerobe capaciteit
De grafiek hieronder gaat over de anaerobe capaciteit. Het AV is een soort tweetrapsraket. De eerste is de zogenaamde fast-component: zodra je je inspant, wordt de zuurstofbehoefte groter. Tot aan de anaerobe drempel kan het AV de toename van de behoefte bijhouden. Bij een hoger tempo neemt het AV veel langzamer toe (vandaar de naam slow-component)6. De rest van de extra energiebehoefte wordt anaeroob geleverd, dat wil zeggen zonder zuurstof. En daarbij hopen zich afvalstoffen op.
Die cumulatie gaat door totdat die zo groot is, dat het tempo niet kan worden gehandhaafd. Moet je daarvoor kort en heel snel lopen? Nee, zelfs als je maar een beetje sneller loopt dan het anaerobe-drempeltempo, vindt die verzuring plaats. Het gebeurt alleen langzamer en het duurt dan ook langer voordat de verzuring maximaal is.
Maar even belangrijk is de constatering7, 8 dat het AV blijft stijgen tot het moment waarop je moet stoppen omdat de verzuring te groot is geworden. Bij een hoog tempo verzuur je snel en moet je dus snel stoppen. Of het AV dan al hetzelfde niveau heeft als bij een iets lager tempo, waarbij het langer duurt voor je moet stoppen? Ik denk het niet, maar bewijs heb ik niet kunnen vinden. Toch, gezien de logica er achter, zijn langere tempo’s ook voor specialisten over relatief korte wedstrijdafstanden effectief. Dus ook hier (tot op zekere hoogte): ‘one size fits (almost) all'. In de grafiek wordt dit alles in een aantal lijnen gestyleerd weergegeven9.
De trainingen zijn dus niet heel erg verschillend. Dat geldt ook voor het aantal aerobe en anaerobe trainingen per micro-cyclus. Het is de aanleg die iemands beste wedstrijdafstand bepaalt.
En dan de schoen
Hardlopen gaat gepaard met flinke landingsschokken. Die veroorzaken micro-trauma in de beenspieren. En het repareren daarvan vergt tijd. Zes baanwedstrijden lopen over midden- en lange afstand in acht dagen kan dan ‘eigenlijk’ niet. Maar de nieuwe wonderschoen is er ook in de vorm van spikes voor de baanatletiek. Een vaak vergeten aspect van die nieuwe spike is, dat er minder micro-trauma optreden. Daarom denk ik, dat het ‘vroeger’ feitelijk wel onmogelijk zal zijn geweest. Maar dat de drie medailles van Sifan Hassan anno 2021 ‘minder onmogelijk’ zijn dan veelal wordt gedacht.
PS: de inhoud van dit artikel is uiteraard ook in andere sporten met een duurkarakter bruikbaar.
Lijst van geraadpleegde bronnen
Jan Heusinkveld was voor zijn pensionering als macro-econoom werkzaam in de financiële sector. De macro-economische modellenbouw kwam goed van pas toen hij zich ging verdiepen in sportfysiologie, trainingsleer en biomechanica. Als autodidact kon hij de opgedane kennis in de praktijk brengen, niet alleen als trainer/coach maar ook als freelance-medewerker bij de Atletiekunie, waar hij tientallen jaren cursussen heeft opgezet, gegeven en geëxamineerd en bijscholingen heeft gegeven. Daarnaast publiceert hij al zo’n vijftig jaar artikelen, zowel in periodieke uitgaven van de Atletiekunie als ook in andere tijdschriften. Ook geeft hij bijscholingen en lezingen. Voor meer informatie: janheusinkveld@hotmail.com.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.