29 januari 2019
Achtergronden
Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?
Vandaag de blik van Remco Boer, onder meer voormalig directeur van Kenniscentrum Sport.
Werk in de sport
Werk buiten de sport
1. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
“Toen ik nog een klein menneke was, heb ik even de droom gehad om helikopterpiloot te worden. Als snel verschoof mijn passie van vliegen naar sporten. En vanuit mijn wens om vooral zelf veel aan sport te doen en met sport bezig te zijn, heb ik na mijn vwo een vervolgopleiding gekozen gericht op sport. Dat werd Bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. Sport was én is mijn passie, dus het heeft gewoon zo moeten zijn dat ik een groot deel van mijn werkzame leven in de sport zou doorbrengen.”
2. Waarom heb je besloten om de sportwereld te verlaten?
“Na een carrière van ongeveer 25 jaar in de sportsector kwam ik voor mezelf op een punt dat ik merkte dat ik graag nog een keer een radicale switch wilde maken. Misschien had het met midlife te maken. Daarbij liep ik er tegenaan dat de herhaling van gebeurtenissen - die je onherroepelijk in elke job tegenkomt als je er langere tijd werkt - me steeds meer tegen begon te staan. Ik verloor aan ‘lenigheid’ om met creativiteit en frisheid op een goede manier met taaie vraagstukken om te gaan.”
3. Ben je totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen?
“Dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Enerzijds wel, binnen de gemeente is het onderwerp sport een relatief klein thema. Er is weinig beleidsaandacht voor. De inhoud van het werk van een gemeentesecretaris of algemeen directeur is veel breder. Het gaat over heel veel verschillende onderwerpen zoals de fysieke leefomgeving, dienstverlening aan inwoners en bedrijven en uitvoering van diverse wetten (Wmo, jeugdzorg, werk & inkomen). De sportcultuur verschilt ook wel van die van gemeenten, er werken andere mensen.”
“Anderzijds zijn er ook veel gelijkenissen. Bij het leidinggeven aan een organisatie herken ik veel van wat ik eerder heb meegemaakt: fusieprocessen, prioriteringsvraagstukken, hoe mensen reageren op verandering bijvoorbeeld. En daarbij, het functioneren van een gemeente kent wel parallellen met dat van een sportbond. De gemeente heeft een gemeenteraad, een sportbond een ledenraad; de gemeente heeft een college, een sportbond een bestuur; de gemeente heeft een ambtelijk apparaat en een sportbond (met enige omvang) een professioneel bureau. Hoe die verschillende organisatieonderdelen onderling functioneren en de politieke dynamiek daarbij zijn ook best vergelijkbaar, vind ik. Ook de dilemma’s die spelen in relatie tot de ‘klant’, in het ene geval de sporter en in het andere geval de inwoner, daarin zitten veel parallellen.”
4. Waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige omgeving?
“Voor mij is het grootste verschil de mensen. In de sport kom je meer ‘rode’, prestatiegerichte mensen tegen. Emotie is er ook meer zichtbaar aanwezig. In gemeenteland kom je relatief veel mensen tegen die goed zijn in regels en procedures maken en die handhaven. Er is meer bedachtzaamheid.”
5. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar toen, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport werkte?
“Ik ben van mening - en volgens mij sta ik daar niet alleen in - dat de kracht van sport en van sport & bewegen niet de positie in onze samenleving heeft die het eigenlijk verdient of zou moeten hebben. Dat vond ik en vind ik nog steeds. Nu ik met wat meer distantie naar de sport en de sportorganisaties waar ik heb gewerkt kan kijken, zie ik de complexiteit van dit dilemma beter.”
“In mijn strategie om sport en sportorganisaties een betere positie te laten verwerven, had ik meer en beter van buiten naar binnen moeten redeneren. Dat klinkt misschien wat abstract. Anders geformuleerd, omdat ik een believer ben en zo geïnvolveerd was, heb ik te veel vanuit ons eigen gelijk geprobeerd zaken voor elkaar te krijgen. Dat is maar beperkt effectief.”
6. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
“Dat zijn te veel om op te noemen en als ik toch enkelen ga noemen, loop ik het gevaar dat ik belangrijke voormalige collega’s vergeet, dus dat doe ik niet. De sportwereld bruist van de enthousiaste, ondernemende en leuke mensen. Dat heb ik in die afgelopen decennia telkens weer ervaren. Daarbij heb ik enorm veel geleerd van al die sportmensen met wie ik in de loop der jaren heb samengewerkt.”
7. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
“Bestuurlijk vernieuwen is een thema dat bij me opkomt. De urgentie is in beide sectoren groot. Ik heb de indruk dat de lessons learned en de innovatiedrive bij de overheid op dit punt iets groter is.”
“In gemeenteland wordt op heel veel onderwerpen en op allerlei verschillende manieren in tal van verbanden samengewerkt. Dus dat is het tweede thema waarvan ik denk dat de sportwereld kan leren.”
8. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld?
“Ik ben niet helemaal weg, want ik ben nog bestuurlijk actief bij Topsport Gelderland.
Sport zit in mijn hart, dus het zal altijd een factor in mijn leven blijven. Maakt niet uit hoe: als sporter, supporter, vrijwilliger, professional, …”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.