Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Bottom of top te weinig aandacht voor motorische voorkeur bij schaatstalenten

Bottom of Top? Te weinig aandacht voor motorische voorkeur bij schaatstalenten

Renske Winters en Erwin Mortier betogen dat Nederland meer schaatsmedailles kan halen op de Olympische Spelen door tijdens de opleiding meer rekening te houden met de eigen motorische voorkeur van een schaatser.

5 februari 2026

Achtergronden

Vanaf zaterdag 7 februari zullen de meeste sportliefhebbers in Nederland aan de televisie, laptop of mobiele telefoon gekluisterd zitten om te kunnen genieten van de topprestaties van de Nederlandse sporters tijdens de Olympische Spelen in Milaan en Cortina d'Ampezzo. Zoals praktisch elke vorige editie van dit evenement is het aandeel langebaanschaatsers binnen TeamNL het grootst. Datzelfde geldt zeer waarschijnlijk voor het aandeel van deze sport in de Nederlandse medailleoogst. 

"Gezien de toename van de internationale concurrentie zal het aantal medailles voor langebaanschaatsers in 2026 waarschijnlijk een stuk lager uitvallen"

Renske Winters & Erwin Mortier

Al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is de Nederlandse schaatsploeg succesvol, waarbij de gouden medailles van Kees Verkerk (1968) en Ard Schenk (1972) de populariteit van het langebaanschaatsen in Nederland een enorme impuls gaven. Aan het eind van de Winterspelen in het Russische Sotsji (2014) stond de teller van de langebaanschaatsers zelfs op 23 medailles. Opvallend daarbij was dat er naast de gebruikelijke medailles op de lange afstanden, voor het eerst ook een forse medailleoogst te zien was op de sprintafstanden, met onder andere een compleet Nederlands podium op de 500 meter mannen. 

Gezien de toename van de internationale concurrentie zal het aantal medailles voor langebaanschaatsers in 2026 waarschijnlijk een stuk lager uitvallen. Als eerste is er natuurlijk het Amerikaanse schaatsfenomeen Jordan Stolz, die in staat wordt geacht om hoog te scoren op de korte en middellange afstanden. Bovendien bleken diverse schaatsers uit andere landen tijdens het eerste deel van dit seizoen ook een grote stap voorwaarts te hebben gemaakt op de lange schaatsafstanden. Daarbij lijken zij geïnspireerd te zijn door de successen van de Zweedse schaatser Nils van der Poel, die zowel de 5 als de 10 kilometer met overmacht won tijdens de Olympische Winterspelen vier jaar geleden in Beijing. Direct daarna stopte hij met schaatsen en publiceerde hij zijn volledige trainingsfilosofie en schema’s in een 62‑pagina’s tellend document genaamd 'How to Skate a 10k … and also half a 10k'. Uit dat document bleek dat Van der Poel extreem hoge trainingsvolumes op lage intensiteit op de fiets, lopend en schaatsend realiseerde in vergelijking met zijn Nederlandse collega’s, die van oudsher meer vanuit een allround-basis werken. 

Nils van der Poel ©SCS/Soenar Chamid

Nils van der Poel ©SCS/Soenar Chamid

De invoering van de hoge trainingsvolumes door buitenlandse schaatsers lijkt een belangrijke reden voor het hogere prestatieniveau op lange afstanden bij het langebaanschaatsen bij de mannen. Daarnaast zien wij echter nog iets anders opvallends bij deze buitenlandse schaatsers: het verschil qua bewegingsuitvoering tussen deze buitenlandse schaatsers lijkt groter te zijn dan het verschil binnen het Nederlandse langebaanteam. Om het belang hiervan goed te duiden, nemen we je graag mee in de recente inzichten uit de bewegingswetenschappen. 

Afgelopen vijf jaar zien we de Engelse term individual motor signatures (IMS) steeds vaker verschijnen in diverse publicaties. Alhoewel dit nog geen gangbare term lijkt te zijn, kan dit worden omschreven als de individuele, kenmerkende patronen van bewegen die een persoon onderscheiden van anderen. Een soort van motorisch handschrift dus (Lozano Goupil, Bardy & Marin, 2021; Manuello et al., 2025). Nu worden verschillen tussen de manieren waarop mensen bewegen al jaren gezien en onderkend. Deze verschillen werden echter voorheen regelmatig aangeduid als ruis (willekeurige, instabiele en nutteloze afwijkingen ten opzichte van de ‘ideale uitvoering’), terwijl steeds meer wetenschappers nu tot de conclusie komen dat deze motorische afwijkingen kenmerkend zijn voor het leervermogen van de individu (Braun et al., 2009).

"Wij vermoeden dat er relatief veel schaatsers met een skating from the top voorkeur in Nederland de opleidingsfase niet overleven"

Renske Winters & Erwin Mortier

Wetenschappers labelen delen van een beweging als invariant (weinig verschil in bewegingsuitvoering tussen sporters of tussen diverse pogingen van dezelfde sporter) of variant (veel verschillen tussen bewegingsuitvoeringen). Bij een forehand in het tennis is bijvoorbeeld de stand van het racketblad bij het raken van de bal een invariante deel van de beweging, terwijl het traject van de achterzwaai van het racket een variant deel van deze beweging is (Gray, 2025; Deghaies et al., 2025). Iedere sporter heeft zijn eigen kenmerkende manier om zich door middel van de variante deelbewegingen aan te passen aan de omstandigheden. Daarbij verkent de sporter bewegingsmogelijkheden en leert de sporter op motorisch vlak. 

Al ruim een halve eeuw geleden zijn diverse wetenschappers en paramedici bezig om verschillen in bewegingsuitvoeringen te duiden. In 1989 publiceerden Sohier en Haye hun bevindingen, waarbij ze stelden dat een beweging alleen in gang kan worden gezet wanneer het evenwicht wordt verstoord. Zo kan een mens vanuit stilstand alleen in beweging komen wanneer het lichaamszwaartepunt verplaatst wordt. Deze auteurs stellen dat dit op twee manieren kan worden bewerkstelligd. De eerste optie is door het naar voren brengen van de heupen, terwijl de tweede optie het naar voren brengen van de schouders is. In beide gevallen wordt het evenwicht verstoord en kan – of wellicht moet – het lichaam in actie komen en zichzelf naar voren verplaatsen. Deze twee mogelijkheden werden later door onder anderen Théraulaz en Hippolyte (2021) walking from the bottom (initiatie vanuit de heupen) of walking from the top (initiatie vanuit het bovenlichaam) genoemd. Deze twee manieren van voortbewegen zien we terug in het dagelijks leven, maar ook in alle sporten, en dus ook in het schaatsen. Laten we deze termen voor deze gelegenheid omdopen tot skating from the bottom en skating from the top. Een schaatser die de schaatsbeweging uitvoert vanuit een skating from the top dynamiek heeft de neiging om zoveel mogelijk de elastische structuren zoals pezen en banden van de achterste spierketen in het lichaam aan te spreken. Dit kan hij oproepen door wat hoger te zitten en wat meer voorop te hangen. Jordan Stolz is een mooi voorbeeld van zo’n schaatser, waarbij opvalt dat hij als het ware over het ijs lijkt te dansen. 

Jordan Stolz ©SCS/Soenar Chamid

Jordan Stolz ©SCS/Soenar Chamid

De skating from the bottom schaatser zit dieper en meer achterop, zodat deze vanuit de contracties van de spieren vermogen kan leveren. De diepe zit met de ferme afzet van Kjeld Nuis is typisch voor de skating from the bottom schaatser. Overigens hebben we hier te maken met een voorkeursmotoriek. Daarmee kan de schaatser excelleren, maar soms kan het door vermoeidheid of lastige omstandigheden raadzaam zijn om over te schakelen naar de niet-voorkeursmotoriek, wat vaak volledig onbewust gebeurt. Zo zagen we in december tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi Jorrit Bergsma tijdens de vijf kilometer tien ronden vanuit een skating from the top dynamiek rijden om de laatste 2,5 ronden het laatste restje energie uit zijn lichaam te persen vanuit een skating from the bottom stijl.

Kjeld Nuis ©SCS/Soenar Chamid

Kjeld Nuis ©SCS/Soenar Chamid

Wanneer we naar de uitvoering van de schaatsbewegingen kijken naar de langebaanschaatsselectie  van de Nederlandse mannen voor komende Olympische Winterspelen valt op dat zeven van de negen schaatsers tijdens hun topprestaties hoofdzakelijk bewegen vanuit een skating from the bottom dynamiek. Om te checken of dat wellicht inherent is aan de schaatssport hebben we daarnaast de top-10 schaatsers van de Adelskalender geprofileerd. Dit is de allertijden wereldranglijst in het langebaanschaatsen die schaatsers rangschikt op basis van hun persoonlijke records op de 500 meter, 1500 meter, 5 kilometer en 10 kilometer. Daar zien we dat het aandeel van beide dynamieken met 5 van de 10 schaatsers evenredig verdeeld is. Op basis hiervan concluderen we dat het mogelijk is om binnen het schaatsen, net zoals bij de meeste sporten, succesvol te zijn vanuit zowel skating from the bottom als skating from the top.

04022026 Adelskalendern

We kunnen dus een voorzichtige conclusie trekken dat we wellicht in eigen land te weinig oog hebben voor de motorische voorkeuren van de sporter en dat er wellicht te veel gestreefd wordt naar een ideale schaatstechniek die er uit zou moeten zien als de skating from the bottom dynamiek. Bij het schaatsen is het essentieel om kracht te leveren vanuit de juiste schaatsafzethoek, waarbij dit tijdens de valbeweging zeer nauwgezet getimed moet worden. Dit beschouwen de als het invariante bewegingsdeel van de schaatsbeweging. Hoe het lichaam beweegt en zichzelf positioneert om naar deze afzet toe te werken, is in principe minder belangrijk en kunnen we beschouwen als het variante deel van de schaatsbeweging. Door de recente wetenschappelijke inzichten kunnen we echter wel concluderen dat deze variante delen van de schaatsslag belangrijk zijn voor het motorisch leereffect. Wanneer een schaatser met een skating from the top dynamiek wordt gedwongen om te presteren vanuit een skating from the bottom dynamiek dan is deze vooral bezig met overleven en is er geen ruimte om te leren. Het hoe van de techniek is iets wat beter niet van buitenaf opgelegd kan worden, maar iets wat door de schaatser kan worden ontdekt vanuit zijn motorische mogelijkheden, daarbij het liefst geholpen door een trainer die een programma en omgeving creëert om deze mogelijkheden maximaal te kunnen verkennen.

Wij vermoeden dat er relatief veel schaatsers met een skating from the top voorkeur in Nederland de opleidingsfase niet overleven, omdat er te veel op een bewegingsuitvoering wordt gestuurd van de skating from the bottom dynamiek van diep en achterop zitten. Dit betekent echter ook dat er mogelijkheden zijn om op de lange termijn nog meer medailles te winnen dan de huidige langebaanschaatstoppers de komende weken in Italië gaan doen. Laten we dus genieten van de huidige én toekomstige successen van de Nederlandse langebaanschaatsers. 

Renske Winters is voormalig langebaanschaatser die meerdere officieuze schaatswereldtitels behaalde bij de Masters en tegenwoordig actief is als trainer binnen de talentontwikkeling van de Baanvereniging Deventer. Ze is eigenaar van Sporterinbalans, waar ze sporters begeleidt op fysiek en mentaal gebied. Ze rondde onlangs haar internationale ActionTypes certificatietraject af door de koppeling te maken van motorische voorkeuren naar het schaatsen.

Erwin Mortier is docent bij de ActionTypes Academy Nederland en Fontys Sport en Bewegen bij de opleidingen Sportkunde en Ad Topsport- en talentcoach. Naast zijn rol als docent is hij al ruim 20 jaar actief als atletiekcoach op nationaal en internationaal niveau.

Bronnen:

Braun, D. A., Aertsen, A., Wolpert, D. M., & Mehring, C. (2009). Motor task variation induces structural learning. Current Biology, 19(4), 352–357.

Deghaies, K., Lussiana, T., Touzard, P., Fourel, L., Ozan, S., Brechbuhl, C., Gindre, C., Bideau, B., & Martin, C. (2025). Tennis serve constraints delimit but do not prohibit individual movement strategies among professional players. Journal of Human Kinetics. Advance online publication.

Gray, R. (2025). The advanced ecological approach to skill development & maintenance. Amazon.

Lozano-Goupil J, Bardy BG and Marin L (2021) Toward an Emotional Individual Motor Signature. Front. Psychol. 12:64770

Sohier, R., Haye, M. (1989). Die zwei Gangarten der “menschlischen Maschine”. Manuelle Medizin.

Theraulaz, B., Hippolyte, R. (2021). La bible de préférences motrices. Amphora.

Deel dit bericht:

Geschreven door:

04022026 Erwin Mortier

Erwin Mortier

04022026 Renske Winters

Renske Winters

1 reacties

Anneke Palsma

5 februari 2026

Dank voor de mooie heldere analyse!
In de overzichten van de top van de Nederlandse schaatsers en die van de top van de Adelskalender is alleen gekeken naar de mannen.
Het lijkt me annemelijk dat vrouwen een andere cshaatshouding hebben vanwege de lichaamsbouw. Ik ben benieuwd of (één van) de beide auteurs daar ook iets over kan melden.
Alvast dank voor de reactie.

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.