6 juni 2017
Achtergronden
Elke gemeente is verplicht tot het hebben van speelruimtebeleid. Voor sport bestaat zo’n verplichting niet. Maar elke zichzelf respecterende gemeente heeft natuurlijk wel een vorm van sportbeleid. Daarmee lijken beide beleidsterreinen gedekt, maar doet het recht aan alle ontwikkelingen die er zijn binnen de bewegingscultuur? Wordt er alleen gespeeld op de plek die op een tekening aangegeven staat met de S van speelplek? En wordt er alleen gesport in de sportaccommodaties en aangewezen sportterreinen waar verenigingen zitten? Sport en spelen gaan de laatste jaren steeds meer door elkaar lopen. Er is geen scherpe grens meer te trekken. Er wordt niet voor niets steeds meer gesproken over ‘bewegen’ als algemene aanduiding voor recreatieve en sportieve activiteiten. Wordt het dan ook niet hoog tijd om daar op beleidsniveau iets mee te doen? De tijd lijkt rijp om te komen tot het opzetten van en uitvoering geven aan Beweegruimtebeleid. Dit is deel 1 van een tweeluik. Volgende week volgt deel 2.
Door sporten en spelen als twee gescheiden werelden in beleid onder te brengen, dreigen recreatief bewegen en ongeorganiseerd sporten tussen wal en schip te raken. En ondertussen richten ook andere beleidsterreinen (m.n. cultuur) zich op beweegactiviteiten en gebruiken daar formele maar ook informele beweeglocaties voor; van sport- en recreatieve events tot de organisatie van zomerspelen en beweegactiviteiten in de wijk.
Waarom Beweegruimtebeleid?
En wat te denken van de vele combinatiefunctionarissen en buursportcoaches? Deze professionals trekken geen grens bij sport of spelen. Zij gebruiken de beschikbare ruimte - ook die niet toegewezen is voor sport of spelen - voor het doel dat zij hebben: mensen activeren en enthousiast maken voor bewegen. Om optimaal op dit soort ontwikkelingen in de bewegingscultuur in te spelen bestrijkt Beweegruimtebeleid een breder gebied dan individueel sport- of speelruimtebeleid.
Wanneer is iets sport en wanneer spelen?
Een plek aanduiden als ‘spelen’ of ‘sport’ is erg aanbodgericht, alsof gezegd wordt ‘deze plek hebben wij bedacht om te kunnen spelen, dus daar moet je spelen’. Maar werkt het wel zo? Een kind kan ook fantastisch spelen op een stoep die daar niet voor bedacht is. Wij vinden dat niet een plek bepaalt of het om sport of spelen gaat maar de intentie waarmee iemand gebruik maakt van die ruimte.
Een vader die met zijn kind naar een speelplek gaat, gebruikt die waarvoor het ooit bedacht is. Maar als hij ’s avonds vanuit een bootcampactiviteit door de wijk gaat, dan kan de speelplek een sportief doel dienen; aan het duikelrek of de schommelstelling zijn goede oefeningen te doen om de arm-, rug- en buikspieren te trainen.
En voor banken, lantaarnpalen en muurtjes in de af te leggen route geldt hetzelfde. Vanuit onze optiek zou de gebruiker meer bepalend moeten zijn. Door de ruimte meer te bekijken vanuit de gebruikersvraag komt er meer ruimte om plekken te verbinden en de faciliteiten te bieden die passen bij deze tijd.
Meer dan alleen faciliteiten
Beweegruimtebeleid gaat dus over veel meer dan alleen het in kaart brengen van faciliteiten en vastgoed en het opstellen van afschrijfcycli voor vervanging van toestellen en terreinen. Het gaat om de onderbouwing van een ruimteclaim voor bewegen in de volle breedte. Daarmee heeft beweegruimtebeleid impact op verkeersbeleid, ruimtelijke ordening en heeft het effect op het hele sociale domein. Daarin wordt bewegen steeds meer ingezet als middel; voor sociale cohesie, het tegengaan van eenzaamheid en het stimuleren van een gezonde leefstijl. En zo geeft dit beleid mede invulling aan de ambitie van veel gemeenten waar het gaat om vitaliteit en mobiliteit.
Sporten en spelen wordt vaak gekoppeld aan de vrije tijd. Dat doe je na school of na je werk. Sport- en speelruimtebeleid neemt dit vaak als uitgangspunt. Maar bewegen doe je idealiter de hele dag en zou dan ook de hele dag vanuit beleid gefaciliteerd moeten worden. Van op de fiets naar je werk, lunchwandelen tot actieve pauzes op het grasveld tegenover school. Uitdagen tot 'in beweging zijn' altijd dicht bij waar je op dat moment bent. Dus beweegruimtebeleid vanuit de ambitie dat bewegen overal en altijd gestimuleerd wordt. Dat biedt ook volop kansen voor alliantie en partnerships met organisaties en ondernemers die vanuit hetzelfde perspectief actief zijn.
Meer weten?
Klik hier voor deel 2 van dit artikel. Wil je een keer sparren over de kansen van beweegruimtebeleid binnen jouw gemeente? Neem dan contact op met het Nijha Expertisecentrum via expertisecentrum@nijha.nl of bel 0573-288 511.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.