3 oktober 2017
Achtergronden
door: Arthur van der Hoeff
De Wet Markt en Overheid is al weer vijf jaar van kracht. Eerder schreef ik er al over op deze plaats. Daarbij sprak ik al de verwachting uit dat wijzigingen aanstaande waren, met de belofte dat zodra er nieuwe ontwikkelingen zouden zijn ik mij weer bij u zou melden.
Het nieuws volgt uiteraard in dit artikel, maar eerst breng ik even in herinnering waarom dit onderwerp voor u van belang is. Volgens deze wet moet een gemeente die diensten aanbiedt die ook door particuliere ondernemers worden aangeboden, ten minste de integrale kosten doorberekenen. Dit om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Omdat er tegenwoordig veel particuliere en commerciële sportaanbieders zijn, is daarvan bij het gebruik van sportaccommodaties al snel sprake. Dit betekent dat verhuur van sportaccommodaties door overheden in beginsel kostendekkend zal moeten zijn.
Escape
Commerciële sportaanbieders die van mening zijn dat een overheid zich niet aan de gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid houdt, kunnen een klacht indienen bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). In de praktijk blijkt dit weinig soelaas te bieden. In de eerste plaats omdat - ook al oordeelt de ACM dat een gemeente in strijd handelt met de gedragsvoorschriften uit de wet - de gemeente vervolgens nog een escape heeft.
Voor activiteiten met een algemeen belang, waartoe ook sportactiviteiten kunnen behoren, geldt op dit moment namelijk nog steeds een uitzondering in de wet. Als de gemeenteraad – al dan niet nadat de ACM zich over een geval heeft gebogen - besluit dat een dienst – bijvoorbeeld de verhuur van een sportaccommodatie - van algemeen belang is, dan kan deze onder de kostprijs worden aangeboden en hoeft bijvoorbeeld geen kostendekkende huur te worden doorberekend. Weliswaar staat voor een ondernemer bezwaar en beroep open tegen een dergelijk besluit, maar in de praktijk is het lastig om schade en daardoor recht op compensatie aan te tonen.
Uit onderzoek is gebleken dat negentig procent van de gemeenten gebruik maakt van deze mogelijkheid tot het nemen van een algemeen belang besluit. Daarbij blijkt ook dat het belang van ondernemers bij dergelijke besluiten vaak onvoldoende wordt meegewogen. Dit heeft tot gevolg dat het bereiken van het doel van de Wet Markt en Overheid – het tegengaan van oneerlijke concurrentie – wordt belemmerd.
Aanscherpingen wet
De minister heeft concrete aanscherpingen van de wet aangekondigd. Bij de besluitvorming zal het belang van ondernemers nadrukkelijk moeten worden meegewogen. Gemotiveerd moet worden waarom de 'algemeen belang'-uitzondering noodzakelijk is, welke gevolgen er zijn voor ondernemers en welke belangenafweging daarbij is gemaakt. Bovendien moet elke vijf jaar vanuit de gemeente verplicht een evaluatie plaatsvinden.
Op 1 september jl. zijn de wijzigingsvoorstellen ter consultatie voorgelegd. De komende tijd zal duidelijk worden of de voorgestelde wijzigingen het ook daadwerkelijk gaan halen. Verwacht moet worden dat in elk geval een deel van de aanscherpingen in de loop van volgend jaar daadwerkelijk van kracht wordt.
Anticiperen op scherpere regels
Voor gemeenten en maatschappelijke organisaties, waaronder sportorganisaties, is het in elk geval raadzaam om te anticiperen op de komende strengere regels. Eén van belangrijkste middelen om het sporten en bewegen te stimuleren is nog steeds een goed sportbeleid met subsidiemogelijkheden voor organisaties die daaraan een bijdrage kunnen leveren. Nadrukkelijk zal moeten worden gekeken of de stimulering van sport en bewegen voldoende is geborgd in het gemeentelijk subsidiebeleid.
Verkapte subsidies in de huur van accommodaties kunnen met het oog op de hiervoor genoemde ontwikkelingen beter worden gewijzigd in subsidiemogelijkheden die onder de werking van de Algemene wet bestuursrecht vallen (titel 4.2. subsidies). Zeker met het oog op de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar, is nu het moment om de lokale politiek hiervan bewust te maken.
Voor de sportorganisaties zelf is het van belang om tijdig de mogelijkheden voor subsidies te onderzoeken. Kennis van de subsidieregelgeving is daarbij altijd nuttig.
Subsidiesystematiek van gemeente
De subsidiesystematiek van een gemeente is in grote lijnen als volgt: er is een algemene subsidieverordening, die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. In deze verordening wordt de bevoegdheid om subsidiebeleid vast te stellen gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. In dit beleid wordt door het college op diverse gebieden, bijvoorbeeld sport, welzijn en cultuur, de inhoudelijke toetsingscriteria nader uitgewerkt.
Daarnaast stelt de gemeenteraad soms specifieke verordeningen vast op bepaalde gebieden. In deze verordeningen wordt de bevoegdheid om het besluit te nemen aan het college gedelegeerd dan wel wordt een koppeling gemaakt met de geldende algemene subsidieverordening. Subsidiestromen worden dan gebaseerd op een specifieke verordening.
Subsidie wordt normaal gesproken op aanvraag verstrekt. De subsidiëring is bedoeld voor een activiteit die de gemeente wenst te stimuleren en een activiteit van algemeen nut. Bijvoorbeeld het mogelijk maken van sportbeoefening. De aanvrager onderbouwt dan de activiteiten waarop de subsidieaanvraag wordt gedaan en het college neemt hierover gemotiveerd een besluit. Hiertegen staat bezwaar en beroep open.
Behalve aan de activiteit, zien we dat steeds vaker ook eisen worden gesteld aan de organisatie die de aanvraag doet. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is er bij de vaststelling van een subsidie al een bevoegdheid tot het opleggen van een verantwoordingsverplichting. Dit kan in de vorm van een financieel verslag en een activiteitenverslag. Bij de aanvraag van een subsidie kan tevens als voorwaarde gelden dat de aanvrager kan aantonen te voldoen aan zogenaamde good governance-eisen. De gemeente wil daarmee een extra waarborg creëren dat de gelden goed worden besteed. Met het Predicaat Goed Bestuurd biedt de Nederlandse Stichting voor Vereniging en Recht zowel gemeenten als verenigingen de mogelijkheid om aan te tonen dat aan deze eisen wordt voldaan. In de praktijk zien we dat dit van beide kanten als een welkome aanvulling op het subsidiebeleid wordt ervaren.
Mr. Arthur van der Hoeff is specialist op het gebied van verenigingsrecht en voorzitter van de Nederlandse Stichting voor Vereniging en Recht. In die functie bedient hij een groot aantal verenigingsorganisaties, zowel binnen als buiten de sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over sport en recht. De Nederlandse Stichting voor Vereniging en Recht werkt nauw samen met Brantjes advocaten te Amsterdam (020-420 2000).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.