Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Drie maal verliezen trainer er uit

Drie maal verliezen, trainer er uit?

20 augustus 2013

Opinie

door: Ruud Koning

Het voetbalseizoen is weer begonnen, dus de zaagjes om de stoelpoten van de trainer in te korten zijn al uit de kast gehaald. De cyclus in het voetbal is bekend: de resultaten op het veld vallen tegen, het gemopper op de trainer begint, de voorzitter spreekt zijn 'onvoorwaardelijke steun' uit en de trainer pakt zijn biezen. Uiteindelijk is het voor een club vaak veel goedkoper om een trainer te ontslaan, in plaats van twee of drie spelers die niet aan de verwachtingen voldoen. Maar heeft het ook zin?

De vraag in hoeverre het effectief is een trainer te ontslaan, is in een groot aantal wetenschappelijke papers beschreven. De start van het voetbalseizoen is een goed moment te zien wat al deze kennis oplevert.

Om iets te kunnen zeggen over het effect van de interventie (tussentijds ontslag van een trainer), is het eerst nodig duidelijkheid te hebben wat de doelstelling van de club is. Je hoopt natuurlijk dat die doelstelling onder de nieuwe trainer beter bereikt wordt dan onder de ontslagen trainer: anders heeft het ontslag geen zin gehad. Het succes van een trainer wordt meestal aan de resultaten op het veld afgemeten, terwijl ook andere criteria belangrijk kunnen zijn: het structureel inpassen van spelers uit de jeugdopleiding, het spelen van aantrekkelijk voetbal of het verkopen van spelers tegen een boekwinst. Voor sommige clubs kan de doelstelling voorkomen van degradatie zijn, andere zijn niet tevreden met kwalificatie voor de Europa League en willen per se volgend seizoen in de Champions League.

In alle mij bekende onderzoeken wordt echter het effect van ontslag louter afgemeten aan de resultaten op het veld, dus aan maatstaven als ‘de verbetering van de kans op winst’, ‘het gemiddelde aantal punten behaald in de laatste vier wedstrijden’ of ‘het verwachte aantal gescoorde goals’, etc. Er wordt in die onderzoeken geen onderscheid gemaakt tussen effectiviteit van ontslag bij topteams en bij teams die strijden tegen degradatie. De reden daarvoor is simpel: om iets verder te komen dan alleen casuïstiek, zijn veel waarnemingen nodig. Die waarnemingen zijn dan het liefst verzameld onder dezelfde condities, daarover later meer. Als onderzoekers zich alleen zouden richten op het effect van ontslag bij een topteam, zouden ze weinig waarnemingen hebben. Als een nieuwe coach het dan beter doet, is het vrijwel onmogelijk de verbetering toe te dichten aan betere coaching in plaats van dom geluk.

Om het onderscheid te kunnen maken tussen geluk en betere coaching zijn veel waarnemingen nodig. Onderzoekers doen dus alsof elke club hetzelfde doel nastreeft, zodat alle interventies bruikbaar zijn. Een groter probleem is dat de oude en de nieuwe trainer niet altijd onder vergelijkbare condities hun resultaten hebben behaald: de oude trainer speelt tegen andere tegenstanders dan de nieuwe trainer, belangrijke spelers zijn soms geblesseerd, en de penningmeester van de club is soms bereid om de nieuwe trainer een 'grote aankoop' te gunnen die de ontslagen trainer ook wel had kunnen gebruiken. Tenslotte is er ook nog het moeilijk meetbare begrip ‘vorm’ waarmee men rekening zou willen houden. Het meeste onderzoek probeert juist de resultaten van de oude trainer en de nieuwe trainer op de één of andere manier vergelijkbaar te maken, om zo een ‘eerlijke’ inschatting te kunnen maken of het ontslag effectief is gebleken.

Recente resultaten voor Nederland zijn te vinden in Ter Weel (2011). Hij kijkt naar de korte termijn verbetering in het gemiddeld aantal behaalde punten per wedstrijd en laat in een lange termijn studie (1986-2004) voor de Nederlandse eredivisie zien dat de prestaties van een team niet significant verbeteren als de trainer wordt ontslagen in het seizoen. Hoewel er natuurlijk veel gevallen zijn waar de resultaten wel verbeteren, vergeten we vaak dat in net zo veel gevallen de resultaten niet verbeteren. Zijn resultaten zijn in overeenstemming met eerder onderzoek in Nederland, dus eigenlijk is er wat dat betreft niets nieuws onder de zon: het helpt niet een trainer te ontslaan.

Zijn trainerswisselingen in het buitenland wel effectief? Op basis van een rating model, waarin de kwaliteit van teams wordt gemeten, lijkt er voor de Belgische competitie enig bewijs te zijn dat nieuwe coaches in staat zijn de kwaliteit van het team te verbeteren. Maar België vormt een uitzondering. In Argentinië verbetert de kans op winst in een wedstrijd niet, en ook in Duitsland loont het niet tussentijds een trainer de laan uit te sturen als we kijken naar het wedstrijdresultaat. Een vergelijkbare conclusie is voor Engeland en voor Italië (gebaseerd op punten per wedstrijd) gedocumenteerd. Kortom, onderzoek biedt op dit ogenblik geen enkele basis om er van uit te gaan dat een tussentijdse trainerswissel leidt tot betere resultaten op het veld.

Dit roept natuurlijk wel meteen de vraag op, waarom teams dan toch hun trainer ontslaan. Bij tussentijds ontslag moet een afkoopsom worden betaald. Bovendien heeft de nieuwe trainer vaak zijn eigen eisen. Die extra kosten zouden kunnen meevallen als de opvolger een interne kandidaat is, maar ook interne kandidaten blijken in Nederland niet in staat om betere resultaten te genereren (dit is afgelopen voorjaar onderzocht door een student, maar (nog) niet gepubliceerd).

Overigens, ook opvolgers van buiten blijken niet in staat de resultaten significant te verbeteren, terwijl dat wel zou zijn te verwachten. Immers, een nieuwe coach moet uit de pakweg vijftien selectiespelers er elf kiezen voor op het veld, dus zeker in het begin zou je van alle vijftien spelers extra inzet kunnen verwachten: zij moeten de nieuwe coach overtuigen van hun kwaliteiten. Dit effect blijkt echter niet goed waarneembaar.

Het zou ook zo kunnen zijn dat van een coach méér wordt verwacht dan goede resultaten op het veld: hij moet ook de fans tevreden stellen met mooi, aantrekkelijk voetbal, en aandacht besteden aan sponsoren en de interne organisatie van de club. Het belang van deze stakeholders is onlangs nog eens onderstreept in het rapport van de onderzoekscommissie van sc Heerenveen.

Hoe dan ook: tussentijdse trainerswisselingen leiden over het algemeen niet tot significant betere resultaten op het veld. Als clubbestuurders zich daar om druk maken, kunnen ze de beschikbare middelen beter gebruiken voor de versterking van de selectie. Daarnaast is het managen van verwachtingen van spelers, fans en sponsoren allicht goedkoper dan vervanging van de coach.

Prof. dr Ruud H. Koning is hoogleraar Sporteconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Lijst van geraadpleegde literatuur
•    Balduck, A-L., A. Prinzie en M. Buelens (2010) ‘The effectiveness of coach turnover and the effect on home team advantage, team quality and team ranking’ Journal of Applied Statistics 37(4): 679-689. (België)

•    De Paola, M. en V. Scoppa (2012) ‘The Effects of Managerial Turnover: Evidence from Coach Dismissals in Italian Soccer Teams’ Journal of Sports Economics 13(2): 152-168. (Italië)

•    Dobson, S. en J. Goddard (2011) The Economics of Football, Cambridge: Cambridge University Press. (Engeland)

•    Flores, R., D. Forrest en J.D. Tena (2012) ‘Decision taking under pressure: Evidence on football manager dismissals in Argentina and their consequences’ European Journal of Operational Research 222(3): 653-662. (Argentinië)

•    Heuer, A., C. Müller, O. Rubner, N. Hagemann en B. Strauss (2011) ‘Usefulness of Dismissing and Changing the Coach in Professional Soccer’ PLoS ONE 6(3): e17664. (Duitsland)

•    Ter Weel, B. (2011) ‘Does Manager Turnover Improve Firm Performance? Evidence from Dutch Soccer, 1986-2004’ De Economist 159(3): 279-303. (Nederland)

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.