Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Beweegrapport over chronisch zieke jeugd en kinderen met beperking

door: Marc Hoeben | 18 mei 2017

Vorig jaar kwam het in Nederland, in navolging van vele andere landen, al tot de ‘Physical Activity Report Card+’ voor gezonde kinderen, als graadmeter voor de bewegingsactiviteiten van de jeugd en als vergelijkingsmateriaal. Vorige week werd nu ook een rapport voor jeugd met een chronische aandoening of beperking gepresenteerd. Voor die groep is dat het allereerste beweegrapport ter wereld.

XL17BeweegrapportTimTakken-1De presentatie van de rapportage over chronisch zieke kinderen en jeugd met een beperking was op 12 mei in het KNVB Sportcentrum in Zeist, voor een zaal van fysiotherapeuten en artsen. 

“Het was een zaal met zo’n 150 man”, is de uitleg van dr. Tim Takken, die verbonden is aan het Kinderbewegingscentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en één van de drijvende krachten is achter het onderzoek. “We hebben de lancering samen met de Stichting FitKids gedaan, het was tevens een landelijke scholingsdag voor fysiotherapeuten. Dat was een mooi moment.”

Jaarlijks onderzoek in Canada
De Physical Activity Report Card+ begon tien jaar geleden in de Verenigde Staten en Canada en kreeg vanaf 2012 een wereldwijd karakter. Takken: “Organisaties als Healthy Active Kids en ParticipAction in Canada zaten erachter. ParticipAction kun je in Nederland vergelijken met Kenniscentrum Sport, dat als een verlengstuk van het Ministerie van VWS fungeert. In Canada zijn ze al veel langer deze zaken intensiever in kaart aan het brengen. Ze doen dat ook op jaarlijkse basis. Ze vinden het belangrijk om te kijken hoe gezond de jeugd is.”

"Al met al kun je zeggen dat de kosten voor zo’n onderzoek tussen de vijftig- en zestigduizend euro bedragen"

Het Kinderbewegingscentrum van het WKZ werkt niet alleen samen met de overheid, maar ook met particuliere initiatieven en onderzoeksinstellingen. “Zoals RIVM, Jantje Beton, De Speeltuinbende, de PO- en MBO-Raad, Hogeschool Utrecht, NOC*NSF. Deze rapportage is door ons als Bewegingscentrum geïnitieerd. We hebben een kleine subsidie van Universiteit Utrecht en van Kenniscentrum Sport gekregen, extern is er nog eens twintigduizend euro gefinancierd en een heleboel partijen hebben er tijd ingestopt. Al met al kun je zeggen dat de kosten voor zo’n onderzoek tussen de vijftig- en zestigduizend euro bedragen.”

Nederlandse rapportage uniek
De Nederlandse versie van de rapportage voor chronisch zieke kinderen en jeugd met een beperking is voorlopig nog uniek. “Voor deze groep is bewegen misschien nog wel belangrijker dan voor gezonde kinderen, om bijvoorbeeld de veroudering van vaten tegen te gaan. Tegelijk is het zo dat ze fysiek en vanuit de omgeving meer obstakels hebben om aan sport of beweging te doen en het dus lastig is om meer te gaan doen. Het is onze core business bij het Kinderbewegingscentrum om deze groep in beweging te krijgen, daarom wilden we graag als eersten op de wereld zo’n scorekaart opstellen.”

"Ik denk dat je deze kinderen een dikke voldoende moet geven, als je bijvoorbeeld alleen al ziet hoe lastig het voor ze is om in zoiets als een speeltuin te komen”

Vorig jaar bleek al bij het onderzoek onder gezonde kinderen dat één op de vier de Nederlandse Norm Gezond Bewegen van zestig minuten per dag haalt. Bij de groep chronisch zieken en jeugd met een beperking ligt dat op vergelijkbaar niveau: 26 procent. “Het is belangrijk om dit in kaart te hebben gebracht. Op de eerste plaats is het heel moeilijk om hier gegevens over te krijgen. Bij de meeste onderzoeken op dit vlak wordt deze groep niet meteen meegenomen. Nu komen we uit op een score van 26 procent. Je kunt dan zeggen dat het net zo slecht is als bij gezonde kinderen. Maar ik denk dat je deze kinderen een dikke voldoende moet geven, als je bedenkt dat voor hen echt moeilijker is om aan die beweging te komen en als je bijvoorbeeld alleen al ziet hoe lastig het voor ze is om in zoiets als een speeltuin te komen.”

XL17BeweegrapportTimTakken-2Beleid
De Report Card+ kijkt puur naar fysieke activiteit en niet naar andere zaken als bijvoorbeeld de sociaal-economische status van het gezin waar het kind uit komt. 
“We kijken naar de modificeerbare factoren en niet naar de dingen die we niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden. Het gaat er uiteindelijk om dat je op basis van deze gegevens beleid kunt maken. Bijvoorbeeld: hoe kan ik in het speciaal onderwijs meer activiteiten aanbieden? Of: misschien komt het busje, dat haalt en brengt, wel te vervallen en is het dan een idee om een stuk te fietsen, te wandelen of te skateboarden." 

"Kinderen zitten nu vaak door het vervoer een uur stil. Het zou de oplossing kunnen zijn om ze zelf een deel van de afstand af te laten leggen. Je ziet nu ook al de ontwikkeling dat meer en meer kinderen uit deze groep naar het reguliere onderwijs gaan en dan eerder overgaan tot een vorm van actief transport.”

Nederland in top drie
Met een score van 26 procent doet Nederland het ten opzichte van het buitenland bijzonder goed, weet Takken. “We zitten in de top drie, als het gaat om de score van de gezonde kinderen. Hoe het met deze groep zitten, weten we natuurlijk nog niet. Er is immers geen vergelijkingsmateriaal. Maar ook daarvoor zal het niet veel anders zijn. We zijn een rijk land en een heleboel dingen zijn in Nederland goed geregeld. Dat zie je in de scores terug. Maar dat neemt niet weg dat het altijd beter is als het zestig of zeventig procent wordt.”

"Kinderen zijn tijdens schooldagen actiever dan in de weekeindes en in de vakanties. Daar ligt een belangrijke rol voor ouders die we moeten wijzen op het belang van bewegen"

Takken twijfelt niet aan de correctheid van de norm, die er toch ook voor zorgt dat de score ‘slechts’ 26 procent is. “Die norm is internationaal erkend. Oké, deze is niet wetenschappelijk keihard. Maar dat is misschien ook niet zo belangrijk. Met circa een uur bewegen, weten we, ben je voor je gezondheid gXL17BeweegrapportTimTakken-3oed bezig en voorkom je een hoop schade aan hart en bloedvaten. Dan kun je wel aan die norm gaan knabbelen, maar het is veel belangrijker om te kijken hoe je die score omhoog kunt brengen. Het liefst naar iets van 95 procent. Want willen we niet allemaal goud halen op de Olympische Spelen?”

Winst behalen
Op verschillende vlakken, weet Takken, valt nog wel winst te behalen. “Op de eerste plaats thuis, in de eigen omgeving. We zien dat kinderen tijdens schooldagen actiever zijn dan in de weekeindes en in de vakanties. Daar ligt een belangrijke rol voor ouders en die moeten we ook wijzen op het belang van bewegen. Het is logisch dat je tijdens je vakantie eerst ook een beetje tot rust wilt komen. Maar daarna zou het mooi zijn als je weer voldoende energie hebt om met de kinderen in beweging te komen. Daarbij hoeven we niet allemaal de marathon te lopen. Het is al winst als je lopend naar de speeltuin of een activiteit gaat en niet de auto pakt." 

"Daarnaast is er binnen scholen veel winst te pakken. Kwantitatief wordt er weinig aan beweging gedaan, maar ook bij de kwaliteit van het bewegingsonderwijs kun je soms vraagtekens zetten qua intensiteit. Maar het kan ook zo simpel zijn dat je al winst boekt als kinderen hun rolstoel zelf naar het gymlokaal moeten duwen, in plaats van dat ze geduwd worden.”

“Er moet echt meer aandacht komen voor hoe belangrijk het is om al op jonge leeftijd te beginnen, tussen één en zes jaar"

Rol voor medische specialisten
Als het gaat om het stimuleren van bewegen onder chronisch zieke kinderen en jeugd met een beperking ziet Takken een belangrijke rol voor medische specialisten (‘de meesten hebben daar toch mee te maken’), voor de zorg, voor de school, voor de overheid, bijvoorbeeld via de jeugdgezondheidszorg, en voor sportverenigingen. “Er moet echt meer aandacht komen voor hoe belangrijk het is om al op jonge leeftijd te beginnen, tussen één en zes jaar. Hoe langer een kind inactief is geweest, des te lastiger het wordt om dit later in beweging te krijgen.”

Hier en daar ziet hij positieve ontwikkelingen. “Neem de mooie app van het project Maki, gericht op vmbo-leerlingen, waar het beweegaanbod in staat. Of de sportcentra van Only Friends in Amsterdam en Utrecht. Dat zijn echt heel mooie initiatieven.”

Vergelijkingsmateriaal
Als het aan Takken ligt blijft de Report Card + een indicatie geven van de hoeveelheid beweging van de jeugd. “Het is nog niet zeker dat er ook geld voor is. Maar we willen het er zeker in houden en het zou mooi zijn als ook andere landen het voor de groep van chronisch zieke kinderen en jeugd met een beperking gaan doen, zodat we vergelijkingsmateriaal hebben.”

Voor meer informatie: www.activehealthykids.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst