Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Ramón Spaaij, bijzonder hoogleraar sportsociologie 31 maart 2015

Ramón Spaaij is Associate Professor aan de Victoria University in Melbourne, Australië. In 2013 werd hij bovendien aangesteld als bijzonder hoogleraar sportsociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont en werkt zowel in Nederland als in Australië en houdt zich in beide landen bezig met vraagstukken op het gebied van sport, sociale cohesie, conflict en verandering. Hij deed onderzoek naar hooliganisme, maar ook naar integratie van migranten door middel van sport. Sport Knowhow XL legde Spaaij vijf vragen voor over sportsociologie, de rol van sport in de moderne samenleving en de verschillen in sportbeleving tussen Australië en Nederland.

door: Leo Aquina | 31 maart 2015

1. Je woont in Melbourne en werkt daar als Associate professor aan de Victoria University. Daarnaast ben je bijzonder hoogleraar Sportsociologie aan de Universiteit van Amsterdam? Hoe combineer je die twee functies?
“Ik werk full time in Melbourne en mijn aanstelling in Amsterdam is voor één dag in de week. Dat werk doe ik deels op afstand en daarnaast werk ik twee maanden per jaar in Amsterdam. Ik probeer zoveel mogelijk overlap te creëren tussen mijn werk in Melbourne en mijn werk in Amsterdam. Dat zit in onderzoek, maar ook in onderwijs. Ik geef komend najaar in Amsterdam een vak in de master sociologie getiteld 'Sport, Culture and Society'. Dat is vergelijkbaar met wat ik in Melbourne ook doceer, al doe ik dat daar vooral op bachelor-niveau.”

“Mijn opdracht in Amsterdam is breed geformuleerd. Ik onderzoek de maatschappelijke betekenis van sport in snel veranderende gemeenschappen, zoals je die ziet in stadswijken met veel sociale, religieuze en culturele verschillen. Het is interessant om te kijken hoe organisaties in de sport daarmee omgaan, hoe betrekken zij alle verschillende groepen, of doen zij dat niet? Aan de andere kant onderzoeken we hoe mensen van verschillende komaf de sport zelf beleven. Wat betekent die diversiteit in de dagelijkse praktijk op het sportveld?”

“Melbourne en Amsterdam liggen ten opzichte van elkaar aan de andere kant van de wereld, maar er zijn veel paralellen. Het zijn allebei grote steden met een heterogene bevolking en een heleboel subculturen. Ik heb in Australië drie jaar lang etnografisch onderzoek gedaan naar Afrikaanse vluchtelingen en hun sportparticipatie. Zij proberen een plaats te veroveren in de samenleving. Hoe kijken zij nou tegen sport aan? Wat is de betekenis van sport bij het integratieproces? Hoe verhoudt zich sport tot andere zaken zoals bijvoorbeeld werk en onderwijs. Dat onderzoek sluit weer erg goed aan op de praktijk in Amsterdam, waar bijvoorbeeld ook projecten lopen om de weerbaarheid van Afrikaanse migranten te vergroten door middel van sport.”

“Het gaat in de sportsociologie niet louter om de sport op zich. Je moet de sport zien als de lens waardoor je naar de samenleving kijkt"

2. Hoe zou je het vakgebied Sportsociologie definiëren en hoe ziet jouw onderzoek er in de praktijk uit?
“Het gaat in de sportsociologie niet louter om de sport op zich. Je moet de sport zien als de lens waardoor je naar de samenleving kijkt. Als je onderzoekt hoe mensen sporten, leer je veel over allerlei maatschappelijke vraagstukken zoals sociale cohesie of bijvoorbeeld integratie van nieuwkomers. Aan de andere kant heeft sport ook specifieke eigenschappen, waardoor sport zijn eigen rol speelt in dat soort processen. Er is teamgeest en kameraadschap en door de fysieke interactie moeten mensen ook echt de interactie aangaan. Mooi is ook dat de taal van de sport universeel is. Een Afrikaan hoeft in Australië geen Engels te spreken om mee te kunnen doen. Als je de regels van het spel kent, kun je voetballen.”

“Ik heb dat zelf van heel dichtbij meegemaakt. Om dit soort processen goed te kunnen analyseren doe ik veel veldonderzoek. Voor mijn promotieonderzoek heb ik participerend veldonderzoek gedaan onder voetbalhooligans en bij mijn onderzoek naar Afrikaanse immigranten heb zelf meegevoetbald en ben ik een tijdje assistent-trainer geweest. Ik probeer op die manier echt in hun schoenen te staan om te kunnen zien hoe zij tegen die sportwereld aankijken. Dat kan alleen door zelf langere tijd mee te lopen.”

3. Je beschrijft de rol die sport speelt in allerlei maatschappelijke processen. Kun je zeggen dat de betekenis van sport in onze samenleving is toegenomen?
“Sport wordt door politici steeds vaker gezien als oplossing voor allerlei complexe maatschappelijke problemen. Er is wel een spanningsveld tussen die aanspraken van de politiek enerzijds en het vrijwillige karakter van de sport anderzijds. Je moet uitkijken dat je het speelse karakter van de sport niet aantast. Natuurlijk is sport competitief, maar uiteindelijk is het toch de belangrijkste bijzaak van het leven. Als het gaat om integratie gaat het op de arbeidsmarkt en in het onderwijs om het vergroten van iemands kansen in het leven. Sport biedt vaak een vrijplaats om even aan die spanningen uit de andere levensdomeinen te ontsnappen.”

"Het idee dat sport een civiliserende werking heeft is niet nieuw, dat is zo oud als de sport zelf"

“Soms denk ik wel eens dat we in de sociale wetenschap sport in het verleden te weinig serieus hebben genomen, aan de andere kant zijn de aanspraken van politici en beleidsmakers op de sport niet uniek. Vanaf het begin van de moderne sport hebben maatschappelijke motieven een rol gespeeld. Neem mijn eigen team, West Ham United, dat is in 1900 opgericht door Thames Ironworks, een scheepswerf. Dat bedrijf creëerde daarmee een mogelijkheid voor de werknemers om zich een beetje te ontspannen, maar het was ook een manier om de werknemers te disciplineren. In plaats van aan de drank, gingen ze voetballen. Ook bij Pierre de Coubertin (oprichter van de moderne Olympische Spelen, red.), zag je dat het niet alleen om de sport ging, maar om veel bredere maatschappelijke idealen. Het idee dat sport een civiliserende werking heeft is niet nieuw, dat is zo oud als de sport zelf.”

“Je kunt wel zeggen dat de maatschappelijke rol van sport in de afgelopen decennia steeds dominanter is geworden. Ik denk dat je dat moet zien in het licht van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Vanaf eind jaren tachtig is het neoliberale gedachtengoed dominant in de westerse wereld. De overheid trekt zich terug en legt steeds meer verantwoordelijkheid neer bij de burgers zelf, bij de zogenaamde civil society. De sport maakt ook deel uit van die civil society en kreeg daarmee ook een steeds grotere maatschappelijke rol toebedeeld.”

4. Naast al dat idealisme en de positieve maatschappelijke bijdrage van sport aan de samenleving, kent de sport ook een aantal duistere kanten: supportersgeweld, sociale uitsluiting (discriminatie), matchfixing, dopinggebruik. In hoeverre doet de sportsocioloog daar ook onderzoek naar?
“Dat maakt zeker deel uit van het vakgebied. Ik heb al veel onderzoek gedaan naar voetbalvandalisme. Onderzoek naar agressie en geweld op het veld maakt onderdeel uit van mijn werkzaamheden aan de UvA. Er loopt een aantal projecten, mede ingegeven door de gebeurtenissen op de velden in de afgelopen jaren. Waarom escaleren bepaalde wedstrijden? Waar komt het geweld vandaan en hoe kun je het voorkomen? In Australië is integrity ook een dominant thema en we werken toevallig net aan een aantal projecten op het gebied van matchfixing en doping. Op het gebied van doping doe ik zelf niet zo veel, maar het is binnen het vakgebied wel een belangrijk thema. Iemand als Maarten van Bottenburg is daar wel veel mee bezig. In Australië zien we dat matchfixing en doping vaak voorkomen in de lagere regionen en in de jeugdsport. Daar wil men nu uitgebreider onderzoek naar doen.”

"Er is geen ballotage meer, maar er wordt mensen op allerlei andere manieren wel duidelijk gemaakt of ze welkom zijn of niet"

“Uitsluiting en discriminatie zijn ook belangrijke thema’s. Aan de ene kant biedt sport mogelijkheden tot laagdrempelige integratie, maar dat heeft ook een keerzijde. Ik interviewde ooit een voorzitter van een gerenommeerde tennisclub en het ging over sociale klasse. Hij wilde niet dat zijn eigen kinderen bij de naastgelegen voetbalclub gingen voetballen. Toen ik hem vroeg naar de visie van zijn club zei hij dat zij liever geen voetbalmensen wilden. Dat klinkt misschien ouderwets, maar je komt het nog altijd tegen. Tegenwoordig worden de scheidslijnen subtieler aangegeven. Er is geen ballotage meer, maar er wordt mensen op allerlei andere manieren wel duidelijk gemaakt of ze welkom zijn of niet. Er zijn allerlei processen van uitsluiting. Als het bijvoorbeeld om allochtone kinderen gaat, zeggen veel clubs dat ze die kinderen er best bij willen hebben, maar dat de ouders niet bereid zijn vrijwilligerswerk te doen. Maar er wordt ook geen moeite gedaan om die ouders erbij te betrekken.”

5. Wat zijn de grootste verschillen tussen de positie die sport in Australië inneemt, vergeleken met die in Nederland en wat kunnen beide landen van elkaar leren?
"Het grootste verschil op macroniveau is dat er in Australië veel meer nadruk ligt op topsport, terwijl in Nederland meer nadruk ligt op breedtesport. Dat zie je ook terug in de participatiecijfers. Het is gezien mijn onderzoek natuurlijk ook interessant om te kijken naar de verschillen in de manier waarop migranten in Australië en Nederland de sport gebruiken in hun integratieproces. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen dus het is nog wat vroeg om daar echt antwoord op te geven, maar ik denk dat sport in Australië een grotere rol speelt bij het integratieproces."

"Dat realiseren de mensen zich zelf ook. Sport is echt een manier om te worden gezien als volwaardig lid van de samenleving. Je ziet in Australië ook dat migrantengroepen in wijken evenementen optuigen. Er is bijvoorbeeld een jaarlijks sportevenement voor Somalische immigranten, waar vijfduizend mensen op afkomen. We weten niet precies hoeveel Somalische Australiërs er zijn – dat hangt ook af van de definitie – maar het zijn er niet veel meer dan tienduizend in totaal, dus het aantal mensen dat op zo’n evenement afkomt is echt heel groot. In Nederland zijn ze naar eigen zeggen al blij als er op zo’n evenement honderd man afkomen, terwijl er veel meer immigranten van Somalische afkomst in Nederland zijn dan in Australië.”

"Australië zou veel meer kunnen investeren in de breedtesport, zoals dat in Nederland gebeurt"

“Als je me vraagt wat Nederland van Australië kan leren, dan zou ik dat voorbeeld geven. Er is in Australië een relatief hoge sportparticipatie van migranten en dan met name in dit soort relatief informele activiteiten. Andersom kan Australië ook van Nederland leren. In Australië is obesitas echt een probleem. Dat is in alle westerse samenlevingen het geval, maar in Australië is toch sprake van een ander voedingspatroon dan in Nederland, bovendien heeft het een echte autocultuur. Voordat ik naar Australië kwam had ik niet eens een auto, want ik deed alles op de fiets. De afgelopen zes jaar heb ik bijna alles met de auto gedaan, dat heeft natuurlijk ook met de afstanden te maken. Hoe dan ook, Australië zou veel meer kunnen investeren in de breedtesport, zoals dat in Nederland al gebeurt. Dat heeft ook te maken met de waardering voor de breedtesport. Je hoeft niet per se op het hoogste niveau te presteren, meedoen is ook belangrijk.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst