Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Humberto Tan, o.m. sportpresentator en lid sportraad Amsterdam 18 juni 2013

Humberto Tan rolde toevallig de mediawereld in. Het beviel hem goed en twintig jaar later heeft hij een keur aan radio- en telvisieprogramma’s gemaakt. Lange tijd was Tan een van de gezichten van Studio Sport en de afgelopen drie jaar presenteerde hij dagelijks het ochtendprogramma van BNR nieuwsradio. Daarnaast werkte hij in het weekend voor de betaalzender Eredivisie Live. Tan begon op zaterdag 1 juni met zijn nieuwe radioprogramma: BNR Sportzaken. Verder zal hij komend televisieseizoen dagelijks op RTL4 te zien zijn met een eigen Late Night Talkshow. En binnenkort presenteert hij het laatste seminar van de HvA/UvA in een reeks van vijf met als centraal thema de ‘Kracht van Sport. Sport Knowhow XL interviewde hem vlak voor de tweede uitzending van BNR Sportzaken.

door: Leo Aquina | 18 juni 2013

1. Je hebt wel eens gezegd dat je alleen interviews geeft als je iets te verkopen hebt. Wat heb je nu te verkopen?
“Mijn nieuwe programma: BNR Sportzaken. Het wordt een programma dat er nog niet is in Nederland. Langs de lijn bestaat al en wij maken een sportprogramma buiten de lijn. Straks zit ik bijvoorbeeld met Edwin Lugt (vanaf 1 juli voorzitter Go Ahead Eagles, red.) en Edward van Wonderen (algemeen directeur van PEC Zwolle, red.) in de studio. Dan gaat het over de vraag of er wel ruimte is voor vier clubs uit Overijssel in de Eredivisie, over de nieuwe plannen voor de Jupiler League. We zoomen met BNR Sportzaken in op coaching, leiding geven en management. Actuele zaken bekijken we vanuit dat perspectief. Hoe bereidt Cor Pot zijn elftal voor op het EK onder 21? Een mooi voorbeeld is ook Teun de Nooijer, die we in onze eerste uitzending hadden. Met hem besprak ik de vele spelregelwijzigingen die hij gedurende zijn carrière als tophockeyer had meegemaakt. Bleek dat hij de zelf-pass uit een vrije slag de belangrijkste wijziging vond. Dat vond ik verrassend. Naar dat soort zaken ben ik op zoek.”

“Eigenlijk al vanaf het moment dat ik binnenkwam bij BNR leefde er het idee om een sportprogramma te gaan doen dat aansloot bij de kernwaarden van BNR. Vanwege al mijn andere werkzaamheden kwam dat er niet van. Nu ik met het dagelijkse ochtendprogramma ben gestopt, is er wel ruimte voor en met Randstad was er een mooie sponsor. Zonder een sponsor is het niet mogelijk zo’n programma te maken. Toen dat allemaal rond was, ben ik met Meindert Schut (adjunct-hoofdredacteur van BNR, red.) en mijn vaste redacteur Anne Greet Haars om de tafel gaan zitten om een goed format in elkaar te draaien. We beginnen met nieuws, daarna een paar blokken met de hoofdgast, een sportmarketingblok met Bob van Oosterhout van Triple Double, Harold Zwarts van Trefpunt die elke week de marktwaarde van een club, speler of hele sector onder de loep neemt, een pitch van een talentvolle topsporter op zoek naar sponsors, een reportage, een mediaoverzicht en ik sluit af met een sportverhaal.”

2. Volgens BNR-hoofdredacteur Sjors Frölich was jouw medewerking aan een reclamecampagne van de Rabobank niet te combineren met je rol als dagelijkse nieuwsanchor. Ben je daarom gestopt met het ochtendprogramma?
“Nee, het was sowieso mijn eigen beslissing om te stoppen. Ik heb dat programma met heel veel plezier gemaakt, maar het was klaar en ik vond het na drie jaar ook mooi geweest met het vroege opstaan. Pas nadat ik de keus had gemaakt om daarmee te stoppen, heb ik toegezegd mee te werken aan die Rabobankcommercial. Ik vind dat het wel te combineren is met mijn andere werk als journalist. Je moet er wel heel open in zijn en dat ben ik. Iedereen kan zien wat ik doe en ik maak nergens een geheim van. Je plaatst jezelf wel in een kwetsbare positie, maar als je open bent hoeft dat geen bezwaar te zijn. Ik zeg daar wel bij: dit geldt voor mij. Andere mensen kijken daar in dezelfde positie misschien anders tegenaan.”

“Het maakt in dat opzicht niet uit of je bij de publieke omroep zit of bij de commerciëlen. Ik kan me herinneren dat Mathijs van Nieuwkerk gastheer was voor Microsoft en ‘s avonds gewoon De wereld draait door presenteerde. De tegenstelling publiek-commercieel wordt sowieso nogal overtrokken. Uiteindelijk worden ze allebei op dezelfde manier gefinancierd: reclame-inkomsten. Kijk naar de programma’s op Nederland 1, dat draait om kijkcijfers, hartstikke commercieel. Overigens vind ik het wel belangrijk dat er een publieke omroep is om onafhankelijk van kijkcijfers programma’s te maken, zoals op Nederland 3. Maar de tegenstelling publiek-commercieel wordt veel groter gemaakt dan hij is.”

3. Naast BNR Sportzaken begin je het komende televisieseizoen ook aan een dagelijkse Late Night Talkshow. Wordt dat niet enorm druk?
“Nee hoor, het wordt juist rustiger! Ik werkte al zeven dagen in de week, doordeweeks met het ochtendprogramma van BNR en in het weekend ook nog Eredivisie Live. De NOS is met Tom van ’t Hek en Toine van Peperstraten twee mensen kwijtgeraakt om mij te vervangen. Ik deed dus mijn eentje wat nu twee mensen gaan doen. Ik heb enorm veel zin in die talkshow bij RTL. Ik beschouw het als een wedstrijd. Je begint eraan en je weet van tevoren niet wat de uitslag is. Als je me vraagt waarin mijn talkshow zich zal onderscheiden van de anderen? Dat moet nog blijken. Er zijn natuurlijk al talkshows, maar we zijn allemaal heel verschillende mensen en daar zal het grootste onderscheid zitten.”

“Er zal een heel breed scala aan onderwerpen voorbij komen. Sport ook ja, want sport is een onderdeel van de maatschappij. Voor mij is het een passie, maar dat betekent niet dat ik er fulltime mee bezig moet zijn. Sport is prachtig, het is het leven zelf op een heel geconcentreerde manier. Onder druk worden emoties versterkt. In sport zitten zoveel metaforen voor de rest van het leven. Daarom vind ik dit boek ook zo mooi (Tan houdt het boek ‘Waarom het leven op schaken lijkt’, door Garry Kasparov in de lucht). Jij vraagt me wat mijn ambitie is met de talkshow bij RTL? Ik vind ambitie een heel groot woord. Ik neem er een citaat bij van José Raúl Capablanca, de derde wereldkampioen schaken. In het boek van Kasparov zegt hij: ‘Ik kijk slechts een zet vooruit, maar dat is altijd de juiste.’”

“Wat ik bij RTL ga doen sluit heel erg goed aan op alles wat ik tot nu toe heb gedaan. Ik ben min of meer toevallig in de media gerold. Van huis uit ben ik jurist, maar werken in de media beviel goed en hier zit ik dan twintig jaar later. Deze stap past goed in mijn carrière. Niet alleen vanwege mijn brede interesse. Veel mensen zijn breed geïnteresseerd maar dit sluit goed aan op de ervaring die ik de afgelopen twintig jaar heb opgedaan. Waar we aan het eind van het seizoen staan, weet ik niet. We moeten eerst het einde van het seizoen maar eens halen, dat is stap één. Vervolgens stel ik me de vraag of ik er tevreden over ben. Daarna gaan we kijken wat beter kan en wat we mogelijkerwijs willen veranderen.”

4. Naast je journalistieke werkzaamheden ben je lid van de Amsterdamse sportraad. Hoe ben je daarin terechtgekomen. Wat houdt dat werk in en vind je dat de sportraad goed wordt gehoord?
“In eerste instantie werd mij een paar jaar geleden gevraagd of ik voorzitter wilde worden van de sportraad. Daar heb ik nee tegen gezegd, maar ik heb wel een kandidaat aangedragen die het uiteindelijk is geworden: Robert Geerlings. Zelf heb ik toen wel zitting genomen in de raad omdat ik het mooi vind om op beleidsniveau mee te denken over sport in de stad. Op dat moment werd er in het kader van het Olympisch Plan 2028 nagedacht over vitaliteit. Hoe kunnen we van Amsterdam een stad maken met olympische allure? Daarbij maakte het niet eens zoveel uit of die Olympische Spelen van 2028 er nou daadwerkelijk zouden komen. Dat die plannen nu in de ijskast staan, maakt voor dat beleid niets uit. We willen er nog steeds aan werken dat de stad vitaler wordt en dat de sportfaciliteiten naar een hoger plan worden getild. Als sportraad dienen we de gemeente gevraagd en ongevraagd van advies.”

“Bewegen is belangrijk en daar moet je aandacht aan besteden in je ruimtelijke ordening. Neem bijvoorbeeld IJburg, in de plannen was geen ruimte opgenomen voor sportfaciliteiten. Ik vind dat je bij bouwplannen altijd een bepaald percentage van de grond moet inruimen voor sportbeoefening. Dat hoeft niet per se te gaan over sportvelden. Kijk eens om je heen in de stad, overal zijn liften en roltrappen. Mensen bewegen steeds minder en dat leidt tot allerlei problemen zoals obesitas en diabetes. De sportraad geeft over al dat soort zaken advies en ik vind dat we door de politiek goed worden gehoord. We hebben met Eric van der Burg een sportwethouder die open staat voor de adviezen. Dat betekent niet altijd dat hij 'ja' zegt, 'nee' is ook een antwoord. Maar hij staat altijd open voor argumenten.”

5. Je bent tijdens de Olympische Spelen presentator geweest in het Holland Heineken House. Wat is het meest bijzondere dat je daar hebt meegemaakt en hoe kijk je aan tegen de Nederlandse sportcultuur?
“In Beijing (2008) heb ik dat voor het eerst gedaan en daarna ook in Vancouver (2010) en Londen (2012). Wat mij van Beijing altijd is bijgebleven is een Australische roeier die brons had gewonnen. We hadden hem gezegd dat we hem zouden laten zien wat er in Nederland gebeurde als je een medaille had gewonnen. Hij had geen idee wat hem te wachten stond toen we hem op het podium zetten. Hij was flabbergasted: ‘Best experience ever!’ De avond dat Sven Kramer in Vancouver had verloren op de tien kilometer was ook heel bijzonder. Bob de Jong had wél brons gewonnen. Na goud en zilver op eerdere spelen had hij nu alle medaillekleuren op de tien kilometer en dat was een geweldige prestatie. Ik vind het mooi hoe we er toen in zijn geslaagd om de teleurstelling van al die mensen in de zaal om te zetten in een feest.”

“Als je kijkt naar de beleving in het Holland Heineken House kun je niet stellen dat we in Nederland geen sportcultuur hebben. Die is er zeker. Maar het is kortstondig. Je heldenstatus duurt in Nederland niet langer dan een week. Neem Teun de Nooijer die na een geweldige carrière van twintig jaar als tophockeyer vorige week afscheid nam. Toen ik voorstelde om zijn rugnummer 14 terug te trekken als eerbetoon, begrepen de mensen er niets van. Dan zegt iedereen: ‘doe even normaal’. Toch heb ik heb de sportcultuur in de afgelopen decennia wel zien veranderen in Nederland. Er is tegenwoordig op allerlei vlakken veel meer aandacht voor sport. Kijk naar het EK voetbal onder 21 jaar. Dat is live op televisie. Toen we daar in 2006 mee begonnen, werd er echt aan getwijfeld of het wel zo’n goed idee was. En toen Nederland in 2007 Europees kampioen onder 21 werd met Foppe de Haan, stond iedereen op de banken. Kijk hoe het afgelopen WK tienduizenden op het museumplein voetbal kwamen kijken op grote schermen. Het maatschappelijk belang van sport wordt ook steeds meer onderkend. Ik presenteer bijvoorbeeld de seminarreeks ‘Kracht van Sport’ van de HvA en de Uva, waarin de betekenis van sport in de samenleving vanuit allerlei hoeken wordt belicht. Dat was twintig jaar geleden echt ondenkbaar.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst