Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Gerritjan Eggenkamp, dagelijks bestuurslid van Olympisch Vuur 2028 13 september 2011


Als roeier was Gerritjan Eggenkamp (35) aanwezig op drie Olympische Spelen; in 2004 won hij daar de zilveren medaille met de Holland Acht. Eerder al was hij met de Universiteit van Oxford de eerste Nederlander geweest die ‘The Boat Race’ won. De huidige ‘engagement manager’ van McKinsey & Company was al voor de officiële ondertekening betrokken bij het Olympisch Plan 2028. Nu – een paar jaar later – is Eggenkamp lid van de Council én het Dagelijks Bestuur van de alliantie Olympisch Vuur 2028. Hij beschouwt zichzelf als ‘een radertje in een groot geheel’ dat de sport in Nederland naar een hoger niveau moet gaan brengen, met een bid op de Olympische Spelen van 2028 als mogelijke uitkomst.
door: Roelof Jan Vochteloo | 13 september 2011

1. Gefeliciteerd met jullie nieuwe voorzitter Camiel Eurlings. Wat vind je van zijn aanstelling?
“De ideale voorzitter van Olympisch Vuur 2028 is minister geweest, CEO bij een multinational en heeft een gouden medaille gewonnen op de Olympische Spelen. Zo’n persoon bestaat niet en dus ga je op zoek naar iemand die bijna aan het ideale plaatje voldoet. Ik denk dat Eurlings een ontzettend goede voorzitter gaat zijn. Als oud-minister van Verkeer en Waterstaat en als directeur van KLM kent hij de weg in de politiek en in de top van het bedrijfsleven. Die Olympische medaille ontbreekt inderdaad, maar Eurlings is wel sportminded. Het is bekend dat hij een wielerliefhebber is en hij is - ook om die reden ben ik zo blij met zijn benoeming - enorm enthousiast over het Olympisch Plan 2028. Hij heeft er echt zin in. ‘Dat ík dit mag doen’, was wat hij zei.”

“De mogelijkheid dat Camiel Eurlings het zou worden is iets van de laatste weken geweest. Ik wist dat hij benaderd was, maar ben zelf niet van dichtbij bij dat proces betrokken geweest. Zo’n traject vergt nog wel enige precisie. De hele groep alliantiepartners moet ‘ja’ zeggen, maar aan de andere kant moet de kandidaat ook discreet gevraagd worden. Dinsdagavond hebben alle alliantieleden unaniem voor zijn aanstelling gestemd.”

“Als ik hem een advies zou moeten geven? Luister in eerste instantie naar de alliantieleden en maak gebruik van de topsporters om het plan uit te dragen, maar ook om het verder vorm te geven. Verder moet hij doorgaan op de door directeur Eric Eijkelberg ingeslagen weg. We moeten weer volle kracht vooruit. Als Olympisch Vuur 2028 kregen we de laatste tijd het verwijt dat het vuur was verworden tot een waakvlammetje. Wat mij betreft is de aanstelling van Camiel Eurlings het sein om het vuur weer wat op te stoken.”

2. De alliantie Olympisch Vuur 2028 kwam in 2009 tot stand. Hoe ben je zelf bij het Olympisch Plan 2028 betrokken geraakt?
“Ik kwam er al in 2006 mee in aanraking vanuit mijn functie als consultant bij McKinsey & Company. We hebben toen pro bono met Marcel Sturkenboom - toenmalig directeur Sport bij NOC*NSF - en Ton Nelissen – bestuurslid bij de nationale sportkoepel - nagedacht over hoe het plan vormgegeven kon worden. Zo was ik er aan de zijlijn bij betrokken. Toen de alliantie eenmaal ondertekend was, ben ik door kwartiermaker Gerben Eggink gevraagd om lid van de Council te worden.”

“Ik ben om verschillende redenen ingestapt. Ten eerste dacht - en denk ik - dat het Olympisch Plan 2028 veel voor de sport in Nederland kan betekenen. Ik zie het als een katalysator, een uitstekende manier om meer aandacht voor de sport te creëren. Terwijl sport op haar beurt weer impulsen kan geven op sociaal-maatschappelijk en welzijnsgebied. Ik dacht: ‘hier zou ik wel aan mee willen werken.’ Je ziet nu ook dat er in deze lastige tijden overal op bezuinigd wordt, behalve op sport. Ik zeg niet dat het per se door ons komt, maar het plan heeft in ieder geval al geleid tot meer aandacht en geld voor de sport. De tweede reden om mee te doen was de gedachte aan de Olympische Spelen. Ik weet uit eigen ervaring hoe bijzonder de Spelen zijn. Hoe klein de kans ook is dat we ze naar Nederland kunnen halen, ik wil eraan meewerken.”

“Ik ben lid van de Council, ofwel het besturend orgaan. We komen zo’n vier keer per jaar bij elkaar om de grote lijnen uit te zetten. Ook zit ik in het dagelijks bestuur, dat één à twee keer per maand bij elkaar komt. Verder maak ik - net als voormalig hockey-international Stephan Veen - deel uit van het Topsportteam 2028. De leden van dit team zijn de ambassadeurs van het plan en denken met hun topsportachtergrond inhoudelijk met ons mee. Elke (ex-) topsporter werkt mee op zijn eigen manier. Neem Bas van de Goor. Hij is als oud-topvolleyballer en als directeur van zijn diabetes-foundation betrokken bij de ambities op het gebied van breedtesport en welzijn.”

“Ik ben op zich wel tevreden met de rol die ik tot nu toe gespeeld heb. Het is fijn om met gedreven mensen te werken en het is dankbaar werk. Wel zou ik willen dat ik meer tijd voor het Olympisch Plan 2028 had, maar ik heb ook nog mijn werk en mijn gezin. Toen ik actief het Topsportteam opzette, was ik er een halve dag tot dag per week aan kwijt. In andere perioden is het een halve dag in de twee weken. Naast het Topsportteam 2028 opzetten heb ik het Program Office kunnen helpen met het stellen van prioriteiten. Uiteindelijk ben je maar een radertje in een groot geheel. Je hebt te maken met verschillende mensen en belangen, dat is inherent aan zo’n plan. Tijdens je eigen sportcarrière heb je meer controle over wat er gaat gebeuren.”

3. Het Olympisch Plan 2028 werd in eerste instantie omarmd, maar de laatste maanden heeft het veel kritiek te verduren gehad. Volgens criticasters moeten we niet tot 2016 wachten met een eventueel bid, moeten we een stad aanwijzen en horen we niets over het plan. Wat vind je van die kritiek?
“Om met Cruijff te spreken: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’ Mijn sportershart zegt dat we gelijk alles op alles moeten zetten om de Olympische Spelen binnen te halen. Maar Nederland is nog niet overtuigd en het is verstandig om tijdens de uitvoering van alle goede plannen af en toe een adempauze te nemen. Het is een spanningsveld van ambitie en realisme. We zijn nu bezig om de sport in z’n geheel op een hoger niveau te brengen. Mocht in 2016 blijken dat het is gelukt en dat de meerderheid van Nederland de Olympische Spelen wil, dan kunnen we er vanaf dat moment volledig voor gaan.”

“Het snel aanwijzen van een stad zorgt zeker voor duidelijkheid, maar moet wel nauwkeurig gebeuren. Daarnaast is het zo dat er in de komende jaren geen keuzes voor investeringen gemaakt moeten worden die een optie zouden uitsluiten. Inmiddels zijn er over dit proces heldere afspraken gemaakt tussen de gemeenten.”

“Het plan zou niet genoeg leven. Nou, het is maar net wie je het vraagt. De media spreken zich vaak negatief uit. ‘We horen niets’, zeggen ze. Als je tegen de wethouder van Amsterdam of Rotterdam zegt dat het vuur een waakvlammetje is, dan lacht hij je uit. Er zijn zoveel verenigingen, gemeenten en provincies die hun eigen Olympisch Plan aan het uitvoeren zijn. Daar brandt het vuur volop. Achter de schermen zijn we echt wel aan het werk, maar we willen niet zomaar iets roepen als er inhoudelijk niets te melden valt. Het Program Office bestaat ook maar uit een paar man. Als we die alleen maar laten communiceren, dan wordt er inhoudelijk niets gedaan. Het plan is in 2009 gelanceerd en je kunt niet zeven jaar lang volle bak gaan. Het is één lange ademstrijd. Natuurlijk is de waan van de dag belangrijk, maar we zien alles wel in een groter perspectief. Het gaat om de lange termijn.”

“Eurlings voorganger André Bolhuis verklaarde in de media dat de kritiek typisch Nederlands is. Ik deel zijn mening wel. We zijn nu eenmaal een volk dat eerder kijkt naar wat het niet heeft, dan naar wat het wel heeft. Aan de andere kant zijn we altijd ver gekomen met die nuchtere en open blik. De alliantie neemt de kritiek serieus en we bespreken steeds of we er iets mee moeten of dat we het langs ons heen laten gaan.”

4. Op het personele vlak hebben jullie een aantal problemen gekend. Nadat uiteindelijk Ben Tellings was aangesteld, was hij kort daarop weer vertrokken. Vervolgens duurde het even tot er een nieuwe directeur was en na het vertrek van Ivo Opstelten kregen jullie onlangs pas een nieuwe voorzitter. Waarom is het zo moeilijk om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen?
“Vier maanden na het snelle vertrek van Ben Tellings kwam Eric Eijkelberg als directeur van het Program Office. Hij is echt de perfecte man voor die functie. Hij kent het bedrijfsleven en Den Haag en is zelf een fanatiek sporter. Ivo Opstelten was fantastisch. Toen hij een klein jaar geleden minister werd moesten we op zoek naar een nieuwe voorzitter. Dat is niet zomaar een functie die je door iedereen kunt laten doen. We zijn een gestructureerde zoektocht gestart om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen. Het was zaak om ons geduld te blijven bewaren. We wilden iemand die de skills heeft, maar die ook echt voor het plan wilde gaan. Die persoon denken we in Camiel Eurlings te hebben gevonden.”

“Ik neem m’n petje af voor de manier waarop André Bolhuis het voorzitterschap van het NOC*NSF heeft gecombineerd met zijn taak als interim-voorzitter van Olympisch Vuur 2028. Geen gemakkelijke opgave, maar het is gewoon goed verlopen. We kijken zoals gezegd eerder naar dingen die er niet zijn en dan wordt iemands inzet nog wel eens onderbelicht.”

5. Wat zijn volgens jou de belangrijkste stappen die Olympisch Vuur de komende tijd moet nemen?
“Een goede voorzitter vinden kan dus van het lijstje. We hebben acht ambities op de terreinen: top- en breedtesport, het sociaal-maatschappelijke vlak, welzijn, economie, het ruimtelijke aspect, evenementen en media-aandacht. Na vele plannen die geïnspireerd zijn op het Olympisch Plan 2028, is het nu van belang dat we resultaten van die plannen gaan laten zien. Deze gemeente heeft dit bewerkstelligd, die bond heeft dat voor elkaar gekregen. Daarvoor gaan we specifiek inzetten op drie speerpunten. Olympisch Vuur 2028 wil staan voor een vitale samenleving, een cultuur van excellente prestaties en economische impact. Onze alliantiepartners zijn goed bezig en ik kijk met vertrouwen naar de toekomst.”

“Ik heb zomaar het vermoeden dat er rond Londen 2012 weer van alles te doen is rond Olympisch Vuur. Onze directeur Eric Eijkelberg is nu een paar maanden op zijn plek en heeft zijn draai helemaal gevonden. En met Camiel Eurlings als nieuwe voorzitter gaan we het vuur weer opstoken!”
« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst