Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Clémence Ross, o.m. voorzitter van de Stichting Eredivisie Vrouwen 29 januari 2008

Clémence Ross Eerder was in de periode 2002-2006 staatssecretaris sport, in zowel het eerste als tweede kabinet Balkenende. Vanaf 1 april 2007 is Ross directeur van NISB, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen. Zij is de eerste voorzitter van de Stichting Eredivisie Vrouwen die in 2007 is opgericht. De eredivisie voor vrouwenvoetbal is dit seizoen gestart met zes clubs: ADO Den Haag, AZ, SC Heerenveen, FC Twente, FC Utrecht en Willem II.

door: Peter Hopstaken | 29 januari 2008

1. Wat is de belangrijkste taak voor de voorzitter van de Stichting Eredivisie Vrouwen?
“Binnen het bestuur van de stichting is zowel het amateur- als het betaald voetbal van de KNVB vertegenwoordigd. Ik ben als voorzitter onafhankelijk in dat bestuur. Mijn taak is heel simpel om de belangen van het eredivisie vrouwenvoetbal te behartigen.”

2. Wat zijn de primaire doelstellingen van de Stichting Eredivisie Vrouwen?
“Onze doelstelling is om binnen drie jaar een volwaardige competitie tot stand te brengen die zich financieel kan bedruipen. De KNVB heeft de clubs een startsubsidie verstrekt – en ook nieuwe clubs zullen die ontvangen – maar die subsidie wordt jaarlijks afgebouwd. Het is dus zaak dat betreffende clubs zelf genoeg inkomsten gaan genereren, bijvoorbeeld uit sponsoring. Op dit moment doen er zes clubs in de eredivisie mee, dat moeten er op termijn twaalf gaan worden. Er zijn clubs met serieuze belangstelling. Roda JC bijvoorbeeld, Feyenoord overweegt ook deelname op termijn. De zes clubs die nu meedoen, gaan allemaal door. Dat is bij de start afgesproken in een convenant. Daarin staat dat clubs zich voor drie jaar committeren. Verder is onderling afgesproken dat de teams die meedoen aan de eredivisie ongeveer even sterk zijn, de verschillen moeten binnen de perken blijven. Daarom zijn aan het begin van het seizoen de speelsters van het nationaal team netjes verdeeld over de clubs. En de speelsters krijgen verder overal ongeveer gelijke vergoedingen. Om te voorkomen dat speelsters ‘overlopen’. Ook niet onbelangrijk: in het convenant is besloten dat iedere club die meedoet een verbintenis aangaat met een satellietclub, dat is een amateurclub die bij voorkeur uitkomt in de Hoofdklasse vrouwen.”

3. Hoe werkt die koppeling tussen eredivisieclub en amateurclub?
“Het satellietteam fungeert net zo als het huidige ‘beloften-elftal’ van een eredivisieteam bij de mannen. In dat beloften-elftal spelen dus de vrouwen die reserve zijn, van een blessure terugkomen of nog net tekort komen voor een basisplek. Daarnaast spelen in het beloftenteam ook de talentvolle jeugdspeelsters als voorbereiding op het eredivisieteam. Ook fungeert de jeugdopleiding van de satellietclub vaak als jeugdopleiding voor de eredivisieclub. Op die manier snijdt het mes aan alle kanten. De eredivisieclub mag zelf bepalen welke satellietclub zij kiest. De KNVB geeft desgewenst adviezen. Uitgangspunt is wel dat de samenwerking tussen de clubs voor tenminste drie jaar wordt aangegaan.”

4. Hoe staat het vrouwenvoetbal in Nederland er vergeleken met het buitenland voor?
“Qua niveau hebben we wel wat in te halen ten opzichte van bijvoorbeeld Engeland en Duitsland, die landen staan er allerlei opzichten stukken beter voor. Weer andere landen zijn nóg verder. In Brazilië en de Verenigde Staten is vrouwenvoetbal een hele grote sport. Daar zitten gewoon zestigduizend mensen op de tribune. Onze doelstelling is eerst om ons te kwalificeren voor het EK in 2009. Dat kan nog een hele kluif worden. Maar ik ben er wel redelijk optimistisch over, zeker om op termijn stukken beter te worden. We hebben zo veel potentie! In Nederland voetballen ongeveer honderdduizend vrouwen en meisjes in georganiseerd verband. Daarmee is voetbal op hockey na de grootste vrouwensport. Ik denk zelfs dat we hockey binnen afzienbare tijd zullen inhalen. Vooral bij de jeugd is de groei enorm.  Vroeger moesten meiden die wilden voetballen daar hard voor knokken, want ze konden alleen meedoen tussen de jongens. Inmiddels is het voor een meisje heel normaal om te gaan voetballen tussen andere meisjes. De meiden van toen zijn nu volwassen. Dat betekent dat de volwassenen van de toekomst een veel betere start krijgen. Op termijn zullen we dat merken aan de kwaliteit van het vrouwenvoetbal. Waar het vrouwenvoetbal overigens– net als veel andere sporten – mee te maken heeft is de grote behoefte aan kader. Met dit verschil dat we bij voorkeur vrouwelijk kader aantrekken. Daarbij moet je niet alleen denken aan trainers, maar ook aan bijvoorbeeld scheidsrechters. Het is uiteindelijk niet onze bedoeling dat mannen wedstrijden tussen vrouwen leiden.”

5. Wat heb je zelf (van huis uit) met voetbal?
“Veel! Ik ga ook zo vaak als ik kan kijken. Ik wil dit seizoen in ieder geval elke club een keer bezocht hebben. In ons gezin is vrouwenvoetbal ook ingeburgerd. Mijn oudste dochter voetbalt al haar hele leven. Ze zit in het vrouwenpolitieteam. Mijn jongste dochter mag door een blessure helaas niet meer voetballen. Het is haar afgeraden door de fysiotherapeut.”

Klik hier voor het businessplan Vrouwen Eredivisie

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst