Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Steven Vos, lector ‘Move to Be’ aan de Fontys Sporthogeschool en hoogleraar aan de TU Eindhoven 4 december 2018

Steven Vos is sinds 2013 lector aan de Fontys Sporthogeschool in Eindhoven en sinds 2015 hoogleraar aan de Technische Universiteit, ook in Eindhoven. In beide functies houdt hij zich bezig met de rol van slimme oplossingen bij sporten en bewegen. Van origine is de Vlaming geen bewegingswetenschapper. Hoe is hij dat vakgebied ingerold en wat kan hij ons vertellen over de rol die technologie kan spelen bij het simuleren van gezond gedrag? 

door: Leo Aquina | 4 december 2018

1. Je bent sinds april 2013 lector 'Move to Be' bij Fontys Sporthogeschool. Kun je vertellen hoe je carrière voor die tijd verlopen is?
“Ik heb in Leuven gestudeerd. Van origine ben ik sociaal psycholoog, uit de mathematische hoek. Dat bepaalt voor een groot deel hoe je denkt. In het begin van mijn onderzoeksloopbaan hield ik me vooral bezig met onderscheid maken in grote groepen mensen door middel van databestanden. Hoe komen we meer te weten, welke patronen kunnen we onderscheiden en voorspellen en hoe kunnen we bijvoorbeeld langdurig werkzoekenden optimaler begeleiden op basis van hun behoeften. We richtten ons met dat econometrisch getinte onderzoek met name op arbeidsmarktvraagstukken. Daarna werkte ik bij een expertisecentrum gespecialiseerd in advies en onderzoek naar de toegankelijkheid van gebouwen en de omgeving. Ik mocht daar een onderzoek- en innovatieafdeling uitbouwen en sturing geven aan een team van architecten, productontwerpers en designers.”

XL41-5vragenaanStevenVos-1“Uiteindelijk ben ik per toeval de bewegingswetenschappen ingerold. Er kwam in Leuven een vacature voorbij op dat vakgebied, die aansloot bij mijn expertises. Bewegingswetenschappen is in Vlaanderen een bredere discipline dan in Nederland, waar het sterk gericht is op de biomechanische en fysiologische kant. In Vlaanderen kent het een meer holistische benadering, waarbij bijvoorbeeld ook de sociaalwetenschappelijke en de economische kant worden belicht. In die richting heb ik ook mijn proefschrift aan de KU Leuven geschreven. In 2012 kwam ik in Nederland terecht bij Fontys Hogescholen. Een half jaar daarna kwam de lectorsfunctie vacant en daar heb ik naar gesolliciteerd. Vanaf 2015 combineer ik dat met een hoogleraarschap aan de Technische Universiteit Eindhoven.”

 “Hoewel ik altijd veel belangstelling heb gehad voor sport, ben ik geen diehard believer. Voor mensen die volledig in die sportwereld zitten, is het logisch dat iedereen het leuk en belangrijk vindt, maar hoe komt het dan dat zo veel mensen het toch niet doen? Ik zie een sector die nog veel meer open kan staan voor andere domeinen. Sport heeft enorm veel waarde, maar daarin is die niet uniek. Cultuur heeft die waarde ook. Sport wordt te vaak opgevoerd als de oplossing voor alles, ook door de politiek. Daar ben ik niet zo van overtuigd. We hebben een participatiecijfer van ongeveer 70 procent. Vanuit de sport snap ik dat ze dat cijfer willen verhogen, maar misschien moet je ook gewoon accepteren dat 30 procent het gewoon echt niet leuk vindt.”

“Neem nou senioren. Die vinden sociaal contact enorm belangrijk. Misschien moet je die mensen wel eerst bij elkaar brengen met een stuk taart op tafel”

“Je moet mensen niet dwingen iets te doen wat ze niet leuk vinden of waarvan ze het belang niet zien. Dan gaan ze zich verzetten. Je kunt bij die groep van 30 procent misschien je vizier beter richten op activiteiten waardoor ze in beweging komen, zonder dat je het koppelt aan competitieve sport. Neem bijvoorbeeld senioren. Die vinden sociaal contact enorm belangrijk. Dat kun je ook als uitgangspunt nemen. Misschien moet je die mensen wel eerst bij elkaar brengen met een stuk taart op tafel. De sociale sector heeft best veel ervaring op dat vlak, dus waarom daar niet eens wat meer in de leer gaan?”

XL41-5vragenaanStevenVos-22. Jouw lectorale rede zoomde destijds in op het ‘slim en duurzaam verankeren van een leven lang sporten en bewegen bij mensen’, onder de titel ‘Move to Be’, tevens de naam van je lectoraat. Zijn we in jouw ogen vijf jaar later op de goede weg? 
“Ja, ik denk dat we op de goede weg zijn, maar we zijn er nog lang niet. Het is ook wel een brede ambitie, maar die wil je ook als je een visie wil neerzetten. Neem nou alleen het woord ‘slim’, wat is dat? Je moet niet alleen kijken naar dingen die wel of niet lukken. Je moet vooral kijken wat je met de kennis kan. Dat is ook precies de bestaansreden van lectoraten op hogescholen: kennis praktisch toepasbaar maken. Je hoeft daarbij ook niet iedere keer het wiel opnieuw uit te vinden. Vaak gaat het ook om slimme verbindingen. Ik denk dat we inmiddels met het lectoraat getoond hebben dat we door een open houding, een hoge gunfactor naar anderen en vooral door te doen behoorlijk wat impact kunnen hebben.”

“Wij hebben onlangs een tweejarig onderzoeksproject afgerond met de titel Voor iedereen een app?! Er zijn heel veel apps die mensen op allerlei manieren helpen als het om sport en bewegen gaat en daar vinden we van alles van. Gedragswetenschappers vinden dat er nooit genoeg onderbouwde theorieën in zitten, bewegingswetenschappers vinden dat er niet exact genoeg wordt gemeten, technici vinden het niet fancy genoeg en ga zo nog maar even verder. Maar degene die zo'n app heeft gebouwd, heeft wellicht nooit vanuit die verschillende perspectieven gekeken. Die heeft zo'n app niet gebouwd om alle problemen in één keer op te lossen. Wij hebben dat dus ook niet als uitgangspunt genomen. We weten dat mensen veel gebruik maken van apps om te bewegen of om te beginnen met bewegen. Onze vraag daarbij was: kunnen wij niet een tool maken die inzichtelijk maakt wat al die verschillende apps te bieden hebben en hoe dat aansluit bij wat de mensen willen?”

“Veel mensen die beginnen met hardlopen, weten niet eens wat een trainingsschema is. Sportwetenschappers en professionals overschatten dit”

XL41-5vragenaanStevenVos-3“Het gaat om die vraag: wat willen mensen eigenlijk? Gek genoeg weten de meeste mensen dat zelf vaak niet. Je moet hen daarbij helpen. Als je wilt beginnen met hardlopen en je zoekt je toevlucht tot een app, dan wil je misschien het liefst dat die app alles kan wat een persoonlijk begeleider bij een sportclub ook kan, maar die persoon heb je niet. Die app kun je downloaden, maar als die app niet biedt wat je wil, is de kans op frustratie en afhaken groot. Wij vroegen daarom mensen wat ze zochten in zo'n app. Wilden zij bijvoorbeeld een app die een trainingsschema biedt? Veel mensen die beginnen met hardlopen, weten niet eens wat een trainingsschema is. Sportwetenschappers en professionals overschatten dit. Die mensen moet je dus ook andere vragen stellen. Dat heeft te maken met slimme keuzes maken en ervoor zorgen dat mensen niet afhaken.”

3. Jullie hebben uiteindelijk een beslistool ontwikkeld. Hoe ziet die eruit?
“In de eerste plaats is het belangrijk om geen kwaliteitsoordeel uit te spreken over de verschillende apps. Het is een beslistool die mensen moet helpen. Het gaat er dus vooral om wat die apps nou precies doen en in hoeverre dat aansluit op wat mensen ervan verwachten. We matchen de gebruikers dus aan apps en we vragen na verloop van tijd ook of de app voldeed aan de verwachtingen.”

“Het vraagproces is het belangrijkste om een goede match te kunnen maken. We willen eerst weten wie je bent. Wat is je ervaring op het gebied van sport en bewegen en wat is je ervaring als het gaat om apps. Als je daar antwoord op hebt, weet je ook welke vervolgvragen je kunt stellen. Wat is de reden dat je wil sporten en wat is de reden dat je daarbij een app wil gebruiken? Het zijn heel basale vragen die een coach eigenlijk ook zou stellen.”

“Uiteindelijk moeten mensen zelf een omslag maken in het gedragspatroon”

XL41-5vragenaanStevenVos-4 “Met trial en error hebben we samen met een groot aantal partners een goedwerkende en zelflerende beslistool ontwikkeld en dan is de volgende uitdaging om het systeem bereikbaar te maken. Wij hebben er in eerste instantie voor gekozen om het op allesoversport.nl te plaatsen. Dat is vooral een plek waar mensen komen die de sportwereld al kennen en daar is de beslistool niet per se voor bedoeld, dus we zijn nog op zoek naar verbreding. Vervolgens willen we ook dat de beslistool self supportive wordt. We willen het liefst dat mensen er ook zelf apps aan toe kunnen voegen. Daarbij gaat het weer over slim en duurzaam verankeren. Uiteindelijk moet je verder kijken dan een app. Zo'n app is een tijdelijk fenomeen. Uiteindelijk moeten mensen zelf een omslag maken in het gedragspatroon, pas dan is het duurzaam.”

4. Je bent naast lector aan de Fontys Sporthogeschool hoogleraar aan het Departement Industrial Design van de TU in Eindhoven. Wat houdt die functie in en hoe verhouden je werkzaamheden op de Hogeschool en de Universiteit zich tot elkaar?
“Mijn leerstoel heeft als titel Design and Analysis of Intelligent Systems for Vitality and Leisure Time Sports. Oftewel: hoe kunnen we systemen maken waarmee we kunnen beïnvloeden wat mensen doen, maar tegelijkertijd ook inzicht kunnen krijgen in wat mensen doen. Dat kan met een smartphone zijn, maar ook met allerlei andere sensorsystemen. Mijn taak is hetzelfde als die van een andere hoogleraar: ik moet een groep onderzoekers inspireren en aansturen, onderwijs verzorgen, geldstromen genereren en onderzoek mogelijk maken. Het onderzoek ligt heel dicht bij mijn lectoraat.”

XL41-5vragenaanStevenVos-5“Mijn onderzoekers en studenten bij Fontys Sporthogeschool en bij de TU komen ook steeds vaker met elkaar in contact. Je kunt wel onderzoek doen van achter je bureau, maar het is minstens zo belangrijk om te gaan praten met de mensen die echt expert zijn en/of de praktijkervaring hebben. Ik vind het cruciaal dat mensen buiten hun eigen vakgebied kijken. Hier op Fontys lopen mensen met verstand van sport en bewegen. Daar moeten de techneuten mee in gesprek en niet zelf gaan veronderstellen hoe het zit. En dat geldt natuurlijk omgekeerd ook.”

“Het grootste verschil tussen mijn hoogleraarschap en mijn lectoraat is de aanvliegroute. Op de TU benaderen we het vanuit de technologie. Dat is het uitgangspunt om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Het is dus geen technologie om de technologie, het gaat erom het gedrag van mensen te beïnvloeden en feedback te verzamelen om kennis te vergroten. In mijn lectoraat vliegen we soortgelijke thema's vooral aan vanuit de lichamelijke opvoeding, de bewegingswetenschappen, de gezondheidswetenschappen, de gedragswetenschappen. We kijken dan onder meer wat de rol van technologie zou kunnen zijn. De kracht van de combinatie is dat we nu bij Fontys ook heel goed snappen hoe de techniek tegen dat soort dingen aankijkt, waardoor we veel sneller kunnen schakelen.”

“We doen in een promotietraject experimenten met intelligente tatoeages om feedback te geven over sportgedrag”

5. Je bent zeer goed op de hoogte van de huidige stand van zaken als het gaat om het gebruik van techniek en apps bij sport en bewegen. Wat voorzie je voor de toekomst op dat gebied en waar moeten mensen die beweegapps willen bouwen rekening mee houden?
“Ik zou iedereen die een beweegapp wil bouwen aanraden om te gaan praten met mensen die er echt iets van weten. Ga niet uit van de informatie die je op internet of in een boek kan vinden. Veronderstel niets over een discipline die niet de jouwe is. Een tweede belangrijke tip: wees beperkt in je claims. Een deel van de kritiek die bijvoorbeeld onderzoekers vaak hebben op apps, komt voort uit het feit dat het verwachtingspatroon te hoog ligt. Een app kan niet tegelijkertijd de meest gespecialiseerde psycholoog zijn, de beste coach, de gerenommeerde bewegingswetenschapper en ook nog eens technologisch state-of-the-art zijn. Ik gebruik veel apps en ik vind dat leuk, maar ik verwacht er niet alles van. Een derde tip: houd goed je doel voor ogen. Wat wil je bereiken met de app die je bouwt en vraag je ook af of een app wel het juiste medium is. Je ziet vaak dat mensen afhaken als blijkt dat een app niet kan waarmaken wat er wordt beloofd. Het zijn misschien geen spannende tips, maar meestal vergeten we de simpele dingen.”

XL41-5vragenaanStevenVos-6“Hoe alles zich in de toekomst zal ontwikkelen is moeilijk te zeggen, maar de app is in ieder geval niet heilig. Het is een beperkt medium en daar komt nog eens bij dat we gewend zijn dat apps goedkoop zijn of zelfs gratis. Dan is het moeilijk er een goed businessmodel omheen te bouwen. Eigenlijk is het enige businessmodel data verzamelen. Je moet die app eigenlijk los zien van het device, met apps hebben we van de telefoon een sportapparaat gemaakt, maar het is natuurlijk gewoon een computertje dat je ook in andere toepassingen kan gebruiken. Misschien hebben we die telefoon in de toekomst helemaal niet meer nodig. We doen bijvoorbeeld nu al in een promotietraject experimenten met intelligente tatoeages om feedback te geven over sportgedrag. Kunnen we niet een blauwe plek projecteren op de plek waar het pijn gaat doen als je nog langer doorgaat met trainen?”

“Belangrijk is dat dergelijke toepassingen dicht bij de persoon staan. Iemand moet er zelf direct door worden geraakt. Een projectie op de eigen huid is dichterbij dan een schermpje op de smartphone. Wij moeten er vooral steeds voor zorgen dat we de informatie op een makkelijke manier verkrijgen in het alledaagse leven, dat we die betekenisvol maken en dat we die informatie op een manier brengen die bij de mensen past. Daarin gaan we steeds verder met personaliseren. Op de TU ontwikkelen we allerlei zaken die niet direct op de markt zullen komen. Wij beschouwen het als onze taak om te inspireren. Daarnaast beschouw ik het als mijn persoonlijke missie om de dingen zo eenvoudig mogelijk te maken en mensen aan te zetten om over de eigen grenzen te kijken. Daar is het vaak veel spannender.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst