Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Charles van Commenée, performance manager 17 juli 2018

"Voor mij is dit nu een ongemakkelijk interview", zegt Charles van Commenée. We hebben afgesproken aan de Amsterdamse Bosbaan. Dat is de plek die hij toen hij nog bij NOC*NSF werkte, gebruikte als dependance van zijn kantoor op Papendal. Begin dit jaar vertrok Van Commenée als prestatiemanager bij de sportkoepel. "Normaal doe ik een interview omdat ik iets kwijt wil, omdat ik er iets mee wil bereiken. Maar ik heb op dit moment geen agenda", legt hij uit. Sport Knowhow XL bespreekt de staat van de Nederlandse sport met Van Commenée, die zelf opvallend genoeg niet graag aan sport doet: "Ik fiets twee keer per week, ik doe twee keer per week iets wat vroeger op hardlopen leek en ik ga één keer in de week naar de sportschool, maar dat doe ik alleen omdat bewegen gezond is. Ik had het graag leuk gevonden, maar ik lees liever een boek."

door: Leo Aquina | 17 juli 2018

1. Waarom ben je opgestapt bij NOC*NSF?
"Als je ergens werkt, moet je geen moeite hebben om loyaal te zijn aan de organisatie, om het evangelie van die organisatie te verkondigen. Dat hoort bij professionaliteit. De laatste anderhalf jaar kreeg ik daar bij NOC*NSF te veel moeite mee. Er zijn twee veranderingsprocessen die ik niet zie zitten: TeamNL en de reorganisatie van de aansturing van topsport en de consequenties die dat onder meer heeft voor de rol en de positie van de chef de mission en de technisch directeur. Op die twee punten wil ik niet achter het gevoerde beleid staan en daar wilde ik dus ook niet op aangesproken te worden. En dan moet je wegwezen vind ik. Inhoudelijk wil ik daar verder niet op ingaan, omdat ik vind dat zoiets intern besproken moet worden en dat hebben we ook gedaan."

2. Je hebt lang in Groot-Brittannië gewerkt. Kun je een vergelijking maken tussen de Nederlandse en de Britse topsport?
XL26CharlesVanCommenee-1"De belangstelling voor topsport is groot in beide landen. Er wordt enorm veel en zeer diverse topsport uitgezonden op televisie en daar wordt ook goed naar gekeken. Daarnaast is er steun vanuit de nationale en provinciale overheid. Er wordt wel gezegd dat politici alleen vooraan staan als er medailles worden verdeeld en niet thuis geven als de topsport geld nodig heeft, maar dat is onzin. Net als die roep om een minister van sport. Ten eerste hebben we al een minister van sport, maar ze bedoelen natuurlijk een exclusieve minister van sport. Zo'n minister zou bij het kabinetsoverleg volledig worden weggeblazen. Zelfs al zou je het huidige budget voor sport vertienvoudigen, dan nog valt het in het niet bij de begroting van het eerstvolgende ministerie met de kleinste begroting."

"De rijksoverheid is altijd bereid gebleken de Nederlandse topsport te ondersteunen als er financieel zware tijden zijn. Op dit moment heeft de sport het moeilijk omdat grote commerciële partijen afhaken. Je ziet zelfs in het professionele voetbal dat clubs met de naam van de bakker om de hoek op het shirt rondlopen. We hadden bij NOC*NSF jarenlang een groep grote multinationals als sponsor. Nu die er niet meer zijn, springt de overheid bij. In feite is de Nederlandse olympische sport voor een groot deel staatssport geworden, overigens helemaal niets mis mee."

"Als het gaat om facilitering voor topsporters denk ik dat Nederland en Groot-Brittannië op een vergelijkbaar niveau zitten. Er is in Groot-Brittannië meer geld beschikbaar, maar dat wordt niet altijd even effectief besteed. In Nederland zijn we organisatorisch erg efficiënt. Met NOC*NSF is er één partij waar alles bij elkaar komt. Uitzendingen naar de Spelen zijn natuurlijk de primaire taak, maar NOC*NSF gaat ook over de financiering van topsportprogramma's, en de sportkoepel stelt expertise beschikbaar op allerlei sporttechnische zaken. In Engeland zijn daar drie verschillende organisaties voor, met alle drie hun eigen overheadkosten en hun eigen belangen. Daar is vrijwel geen afstemming. Dat doen we in Nederland veel beter. Dat hoor je helaas haast nooit. Wel hoor je mensen die de internationale sportwereld niet kennen, elkaar napraten."

'Het grootste gevaar is niet dat ons doel te hoog ligt en dat we het missen, maar dat het te laag is en dat we het bereiken'

3. In hoeverre is de toptienambitie en de daaraan gekoppelde verdeling van de topsportgelden van NOC*NSF realistisch?
"Dat is realistisch want soms zijn we toptien. Niet altijd, maar je moet de lat niet te laag leggen. Michelangelo zei in de zestiende eeuw al: 'Het grootste gevaar is niet dat ons doel te hoog ligt en dat we het missen, maar dat het te laag is en dat we het bereiken'. Ik heb laatst een praatje gehouden bij Shell. Daar hebben ze een uitgangspunt: P20. Je moet je ambities zo formuleren dat je het twintig van de honderd keer haalt. In dat licht is de Nederlandse toptienambitie goed."

"De verdeling van de topsportgelden is logisch. In eerste instantie wordt er gekeken naar prestatie. Als er vervolgens nog geld over is, wordt er gekeken naar potentie en vervolgens is er nog een klein budget voor startups. Dat is een logische manier om het geld te verdelen. Ik heb natuurlijk acht jaar meegesleuteld aan het systeem en ik ben er medeverantwoordelijk voor, dus het zou verwerpelijk zijn als ik nu zou concluderen dat het niet deugt. Verdeling van middelen levert bijna altijd discussie op."

"Het langebaanschaatsen is daar een schoolvoorbeeld van. Daar vinden bijna alle partijen dat de koek te klein is en dat ze zelf een groter stuk uit die koek zouden moeten krijgen. Die sport heeft zichzelf veel schade berokkend door elk jaar weer publiekelijk te piepen en te mauwen over de besteding van de middelen. Dat is zo jammer van zo'n mooie sport. Schaatsers en coaches roepen steeds maar dat de KNSB er niets van snapt en dat ze onder meer te veel mensen in dienst hebben, dat de KNSB een waterhoofd heeft. Er wordt van alles geroepen maar ze hebben geen totaaloverzicht van de Nederlandse topsport en worden te vaak verblind door korte termijnbelang. Naar rato heeft de KNSB ongeveer dezelfde overhead als andere bonden, atletiek, handbal. Het is allemaal vergelijkbaar en er zit haast geen vet op de botten. Mensen in het schaatsen hebben een onbegrijpelijke voorkeur de eigen sport af te branden en dat helpt natuurlijk niet, bij het vinden van nieuwe sponsors als je altijd maar roept dat je eigen sport alleen maar geleid wordt door vermeende minkukels die er stuk voor stuk niets van snappen."

XL26CharlesVanCommenee-24. In 2016 zei je in een interview met The Sun dat het stellen van doelen zinloos wordt als achteraf blijkt dat niet gehaalde doelen vanwege later gevonden positieve dopinggevallen, toch gehaald zouden zijn. Ben jij zelf in je werk wel eens geconfronteerd met dopinggevallen en wat is volgens jou de beste oplossing van het dopingvraagstuk?
"Ik ben op verschillende manieren met dopinggevallen geconfronteerd. Het bekendste geval is Dwain Chambers, die bij zijn terugkeer van een dopingschorsing door de Britse tabloids werd verketterd. Ik heb toen als hoofdcoach van UK Athletics positie moeten kiezen en die jongen weer zijn weg helpen vinden in de sport en in het team. Er zijn ook een paar sporters op doping betrapt terwijl ik de leiding had over de Britse atletiek. Ik was echter niet van op de hoogte van hun praktijken. Meestal gaat het om sporters van de tweede of derde garnituur, atleten die ik niet eens persoonlijk kende en waar nog nooit iemand van heeft gehoord."

"In hoeverre ik als leidinggevende verantwoordelijk ben voor dergelijke dopinggevallen? Niet. De sporter is verantwoordelijk voor wat er in zijn lichaam komt. Volgens het dopingreglement is het dan ook de sporter die wordt bestraft. Sporters zijn verantwoordelijk en eventueel schuldig, maar soms is er natuurlijk wel meer dan alleen de sporter. Neem door de staat gestuurde systemen zoals in Rusland en vroeger in de DDR als voorbeeld. Maar dat ontslaat de sporter zelf nog altijd niet van de verantwoordelijkheid om zijn sport clean te bedrijven. Men probeert inmiddels ook de entourage rond positief geteste sporters aan te pakken en dat is een uitstekende ontwikkeling."

"We gaan het dopingprobleem nooit oplossen. Dat kan hypothetisch alleen als iedereen op de hele wereld tegelijk zou besluiten: 'we gebruiken niet meer'"

"Ik vind het volkomen terecht dat Lance Armstrong al zijn Tourzeges heeft moeten inleveren. Er zijn mensen die zeggen: maak doping legaal. Dat vind ik echt de grootste kul en het is een gevaarlijke weg, met name voor jonge sporters. Natuurlijk zullen de gebruikers altijd voorlopen op de controleurs. Kan het WADA meer doen? Ja, dat denk ik wel. De budgetten moeten omhoog. Als je kijkt hoe het op dit moment bijvoorbeeld in Afrika is gesteld met de controles, daar is gewoon te weinig geld voor."

"De bedreiging van doping voor de sport is groot omdat het de geloofwaardigheid van de sport ondermijnt. Er zijn mensen onterecht hun baan kwijtgeraakt, zoals mijn voorganger Dave Collins bij UK Athletics na de Olympische Spelen van 2008 omdat hij de doelstelling niet had gehaald. Veel erger is het nog wel voor de nummer twee, drie en vier, bij wie het moment van glorie is weggenomen door een bedrieger. Onder anderen Rutger Smith kan daar nog wel een boekje over schrijven."

"We gaan het dopingprobleem nooit oplossen. Dat kan hypothetisch alleen als iedereen op de hele wereld tegelijk zou besluiten: 'we gebruiken niet meer'. Maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Er wordt wel gezegd dat straffen geen effect zou hebben, maar dat is onzin. Als we geen verkeersboetes meer zouden uitschrijven, zou iedereen door rood rijden en dan komen er ook meer verkeersslachtoffers." 

"Er is in het voetbal geen respect voor de tegenstander en voor de scheidsrechter. Ik zou niet passen in die wereld"

5. Tot slot, toen je vertrok bij NOC*NSF zei je dat je op zoek was naar een ander huis. Hoe moet dat eruit zien en heb je het inmiddels gevonden? Hoe zou je bijvoorbeeld aankijken tegen een rol in de breedtesport?
"Nee, ik heb nog niets gevonden. Ik denk aan een rol als technisch directeur bij een bond of een rol als hoofdcoach in de atletiek. Dat zijn de rollen die het beste bij me passen. Zo'n rol bij een bond zou ik niet in iedere sport kunnen vervullen. Voetbal wordt het bijvoorbeeld niet. Als niet-voetballer ben je daar sowieso kansloos, maar ik haak vooral af door het excessieve gedrag op het veld en dat eindeloze geleuter achteraf of een uitslag nou wel of niet verdiend is. We hebben met zijn allen afgesproken dat wie na negentig minuten de meeste doelpunten heeft wint. Hoezo is het dan niet verdiend? Je doet de tegenstander op die manier geen recht. Er is in het voetbal geen respect voor de tegenstander en voor de scheidsrechter. Ik zou niet passen in die wereld. Ik vind het spel mooi, maar het gedrag in en om het mannenvoetbal is abject."

XL26CharlesVanCommenee-3"Maar als het om een rol bij een bond gaat heb ik geen specifieke voorkeur voor een bepaalde sport. Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen. Topsportprocessen zijn bij haast alle sporten gelijk. Het gaat erom dat je de beste sporters bij de beste coaches in de beste omgeving zet. Hoe die omgeving eruit ziet, kan natuurlijk verschillen. Bij duursporten is dat vaak op hoogte, als het gaat om werp- en springonderdelen in de atletiek is het bij elkaar met een dak erboven en ga zo maar verder. Een ander belangrijk aspect is dat coaches moeten coachen, managers moeten managen, bestuurders moeten besturen en sporters moeten sporten. Dat loopt nog wel eens door elkaar. Dan zie je bijvoorbeeld dat sponsors gaan besturen. Of dat goedbedoeld amateurisme is? Het is in ieder geval amateurisme."

"De breedtesport? Dat is niet mijn natuurlijke habitat, maar ik vind het een morele verplichting. Sinds een halfjaar zit ik in de sportraad van Amsterdam, ik ben vicevoorzitter van de coachescommissie bij de IAAF en ik zit in het bestuur van NLCoach. Daar zit dus wel een verbinding met de breedtesport. Ik doe het omdat ik enorm veel waardering heb voor de vrijwilligers in de sport. Ik vind het belangrijk dat jonge mensen in aanraking komen met sport, omdat het verrijkt op diverse terreinen, verbinding, gezondheid, sociaal. Ik verdiep me er wel in, maar het moet nog een beetje momentum krijgen. Als mij wordt gevraagd om iets te leveren op dat vlak, vind ik het moeilijk om 'nee' te zeggen. De sport heeft mij veel gegeven en ik wil daar graag wat voor teruggeven, maar als het om breedtesport gaat, moet ik behoorlijk uit mijn comfortzone."

« terug

Reacties: 2

Erik Hein
14-09-2018

Charles, leerzaam artikel! Voor sportgericht schrijf ik momenteel een artikel over sportpedagogiek. Ik ben dan ook heel benieuwd hoe jij als prestatiemanager t.o.v. wedstrijd(top)sport en pedagogiek staat?

Zie jij pedagogische mogelijkheden in de de wedstrijd(top)sport of is wedstrijdsport
per definitie niet pedagogisch? D.w.z enkel gericht op winnen (bewegen verbeteren/kwalificering).
Of zijn er in de jeugdtopsport wel degelijk pedagogische opgaven cq kansen?

vr gr drs Erik Hein

www.erikheinacademy.com

Charles van Commenée
19-09-2018

Voor mij zijn pedagogische waarden niet leeftijdgebonden, noch niveaugebonden. En daar is meteen het antwoord op jouw vraag: in de topsport gaat het volgens mij om meer dan alleen winnen.

Sportwaarden als respect voor de tegenstander (bescheiden bij winst, ruimhartig bij verlies), respect voor de scheidsrechter (het accepteren van beslissingen ,genomen door een onafhankelijk derde ), sportiviteit (o.a. handelen in de geest van de regels, vooral ook als het toezicht een overtreding niet waarneemt: integriteit) zijn voor eenieder strevenswaardig. Ook buiten de sport.

Topsporters en hun coaches zouden zich meer rekenschap moeten geven van de voorbeeldfunctie die ze hierin vervullen. John Wooden, fameus Amerikaanse basketbalcoach, zei ooit: ‘Youngsters need models, not critics’. Jonge sporters volgen idolen, ook in gedrag en attitude. En daarom moeten coaches (ondersteund door andere begeleiders en ouders) die pedagogische sportwaarden uitdragen en hun sporters er op aanspreken. Iets wat ik altijd uitdraag in coachcursussen die ik geef en ook in praktijk probeer te brengen.

Voetballers die tegen letterlijk elke scheidsrechtelijke beslissing ageren, tegenstanders een oor proberen aan te naaien, bespugen of een kopstoot geven, coaches die dat vergoelijken met ‘voetbal is emotie’, dopinggebruikers, sprintsters die een nederlaag wijden aan externe factoren, tennissters die schreeuwend de scheidsrechter betichten van diefstal en sexisme bij een onwelgevallige beslissing... Ik zou wensen dat ze beseften wat ze deden met het brein van jonge sporters.

Net als Tom Dumoulin, Epke Zonderland en Churandy Martina, iconen die aantonen dat winnen en het omarmen van pedagogische waarden hand in hand kunnen gaan. Waard om te volgen.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst