Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan mariken leurs hoofd centrum gezondheid en maatschappij bij het rivm

5 vragen aan Mariken Leurs, hoofd Centrum Gezondheid en Maatschappij bij het RIVM

26 september 2017

Nieuws

Het heeft iets van een streng bewaakt fort en het vergt een stevige wandeling om Mariken Leurs (47) op het enorme complex van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu terug te vinden. Ze is daar, in Bilthoven, dit jaar teruggekeerd, na een uitstapje als plaatsvervangend directeur Sport bij het ministerie van VWS, en heeft de leiding gekregen over het Centrum Gezondheid en Maatschappij.

door: Marc Hoeben | 26 september 2017

1. Je was van 2009 tot 2013 hoofd van het Centrum Gezond Leven van het RIVM, toen werd je plaatsvervangend directeur Sport bij VWS en nu ben je terug bij het RIVM, als hoofd van het centrum Gezondheid en Maatschappij. Was de stap destijds naar VWS eigenlijk een vergissing?
“Haha, welnee. In mijn eerste periode bij het RIVM volgde ik een managementopleiding en raakte ik steeds meer geïnteresseerd in het politieke krachtenspel. Je moet beseffen: het RIVM is een zelfstandig orgaan van VWS, het is echt een kennis- en onderzoeksorganisatie. Al die kennis kan bij VWS gebruikt worden voor het uitstippelen van beleid en uiteindelijk maakt een bewindspersoon daar een keuze in." 

"Ik heb vier jaar bij VWS gezeten en daar een heel mooie en leerzame tijd gehad. Dat ik zelf ooit in de sport, bij NOC*NSF, ben begonnen en vanuit het RIVM had samengewerkt met het toenmalige NISB, kwam mij daarbij goed van pas. Ik ondersteunde vanuit mijn managementfunctie beleidsmedewerkers en had drie gebieden als voornaamste aandachtsvelden onder mijn hoede: sportparticipatie, gehandicaptensport en de kennisbasis van de sport." 

"Mijn uitdaging ligt nu op een ander niveau dan eerst. Het gaat om grotere lijnen, ik moet ook mensen op een andere manier coachen”

MarikenLeurs175"Ik ben nu hier terug bij het RIVM in Bilthoven, omdat het voor mij een mooie promotie was en het gunstiger voor mijn privésituatie is, met twee pubers thuis in Amersfoort en een partner in Armenië, om minder te reizen. Ik was bij VWS vanwege het sportbeleid ook wel vaker in de avonden en het weekeinde onderweg. Dit nu is wat beter te plooien en het betekent wel een baan met meer verantwoordelijkheid dan eerder bij het RIVM, destijds als hoofd van het Centrum Gezond Leven. Dat is nu één van de drie afdelingen onder mij, ik heb in directe zin met acht mensen te maken, maar in het totaal toch wel met zo’n zeventig. Als hoofd van het Centrum Gezondheid en Maatschappij gaat het om een bredere scoop, inhoudelijk om de volledige zorg, de toekomstverkenningen en de kerncijfers van het beleid van VWS. Mijn uitdaging ligt nu op een ander niveau dan eerst. Het gaat om grotere lijnen, ik moet ook mensen op een andere manier coachen.”

2. Als je terugkijkt naar je tijd bij VWS: hoe heeft het beleidsterrein Sport zich de laatste jaren ontwikkeld?
“Het is altijd een bijzonder beleidsterrein geweest. Sport was vroeger iets dat ontstond uit particulier initiatief. In het koninklijk archief ligt een heel mooi album uit de tijd van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Dan zie je dat zoiets als de jacht bijvoorbeeld vroeger ook tot sport werd gerekend. Je ziet in die tijd ook de eerste zwemverenigingen ontstaan. Maar dat gebeurde allemaal niet op initiatief van de overheid, terwijl we tegenwoordig wel veel meer naar die overheid kijken en daarop een beroep doen." 

"De laatste twintig jaar zijn de bewindspersonen vanaf Erica Terpstra steeds meer gaan investeren in sport, vanuit verschillende motieven"

"Daarbij moet je bedenken dat het meeste budget voor de sport door gemeenten wordt geïnvesteerd en niet zozeer door de rijksoverheid. Die kijkt vooral of er ergens marktfalen wordt geconstateerd. Of je dat dan doet, is een politieke keuze. De laatste twintig jaar zijn de bewindspersonen vanaf Erica Terpstra steeds meer gaan investeren in sport, vanuit verschillende motieven. Denk aan de promotie van Nederland, aan het belang van sport en bewegen voor een goede gezondheid. Maar sport moet ook concurreren met andere beleidsterreinen, zoals onderwijs. Dat is verplicht, sport niet. En dat maakt het weer lastiger om dingen gedaan te krijgen. Ambtenaren hebben dan andere instrumenten nodig.”

3. Hoe vertaalt het belang dat wij als Nederland aan sport hechten zich in de ontwikkeling van de budgetten? Staat dat nog wel in verhouding tot bijvoorbeeld het immense bedrag dat aan de totale zorg en aan het bevorderen van onze gezondheid in het bijzonder wordt uitgegeven?
“We hechten er meer belang aan en dat vertaalt zich ook zeker in de budgetten. Maar het is wel zo: naar welke cijfers kijk je dan? Wat veel mensen opvalt is dat het geld voor de sport vanuit de Lotto minder wordt. Nou, wat dat betreft is de sportwereld wel wakker. Maar als je kijkt naar de sportbegroting van VWS: die is niet afgenomen, de afgelopen twintig jaar zelfs gestegen van circa 20 naar 136 miljoen euro. Het is daarnaast heel moeilijk aan te geven wat we als overheid precies voor sport over hebben en wat niet." 

"Vanuit het Ministerie van OCW gaat er bijvoorbeeld ook geld naar de buurtsportcoaches. Bij de Sportimpuls is een deel van de financiën afkomstig van het Ministerie van Sociale Zaken. Bij weer een ander project zit je op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. We hebben afgelopen najaar een overzicht gemaakt op welke wijze departementen inzetten op sport en bewegen. De bereidheid om iets met sport te doen is er zeker. Je kunt het alleen niet uit begrotingen achterhalen hoeveel ze er precies op inzetten." 

"Als je niet meer budget hebt, moet je slimmer worden en innoveren waar mogelijk. Hoe precies, dat is niet aan het ministerie"

XL32MarikenLeurs350"Ondertussen zijn er wel geluiden dat bijvoorbeeld de topsport erop achteruit zou gaan. Dat is dus niet zo als je puur naar de bedragen kijkt. Maar wij hebben met onze recente toekomstverkenning over sport wel geconstateerd dat de Nederlandse topsport het risico loopt terrein te verliezen doordat een aantal concurrerende landen juist bereid is meer te investeren. Als je dan niet meer budget hebt, moet je slimmer worden en innoveren waar mogelijk. Hoe precies, dat is niet aan het ministerie. Ook al omdat de topsport voor een belangrijk deel het terrein is van NOC*NSF, dat zelf bepaalt waar en hoe er geïnvesteerd wordt.”

4. Naar welke kant zal het beleidsterrein sport zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelen denk je? 
“Dat zal heel erg afhangen van de bewindspersoon, die binnenkort wordt benoemd. Het is ook de vraag of we een minister of een staatssecretaris voor sport krijgen. Met Edith Schippers hadden we voor het eerst een minister. In de beeldvorming zie je dan dat het idee leeft dat zij minder betrokken was bij de sport. Maar dat is juist heel logisch, want een minister heeft nu eenmaal minder tijd om op de tribune te zitten. Maar een minister heeft wel weer meer macht om dingen door te zetten. Dat zag je bij Schippers ook. Zij heeft bijvoorbeeld de Nederlandse Sportraad geïnstalleerd, onder leiding van Michael van Praag." 

"De uitdaging zal zijn om de verbinding tussen sport en andere zaken in de maatschappij te leggen"

XL32MarikenLeurs-3"Diezelfde Sportraad heeft nu onder andere geadviseerd dat er een aparte minister van sport komt. Maar daarvoor is sport als apart beleidsterrein te smal in Haagse termen. De uitdaging zal ook juist zijn om de verbinding tussen sport en andere zaken in de maatschappij te leggen. Zo heeft de Gezondheidsraad deze zomer nieuwe beweegrichtlijnen geadviseerd, waarbij sport natuurlijk een belangrijke rol kan spelen." 

"En je kunt bijvoorbeeld kijken hoe je sport en bewegen kunt inzetten in de strijd tegen diabetes en overgewicht. Om zulke zaken gaat het ook in de toekomstverkenning. Dat je door een andere bril leert kijken, bijvoorbeeld naar wat sport kan doen voor de participatie, naar wat het kan doen voor de gezondheid, naar wat het kan betekenen voor citymarketing en hoe je grote evenementen ook kunt benutten voor een bredere aanpak. Die verkenning is vooral een tool, om met elkaar in gesprek te gaan en het beleid aan te scherpen en vervolgens te kijken waar je elkaar kunt vinden.”

5. Tot slot: wat zie je als de grootste uitdaging van je nieuwe functie bij het RIVM?
“We hebben hier een heel brede basis van kennis, dankzij al die wetenschappers die hier werken. Het is zaak om te proberen dat nog beter te ontsluiten. Wij werken hier met kernindicatoren voor het brede werkterrein van het ministerie van VWS. Bijvoorbeeld over hoeveel mensen in een week bewegen. Wij moeten het zo verzamelen en presenteren dat beleidsmedewerkers er chocola van kunnen maken en dat het zich uiteindelijk kan vertalen in allerlei projecten, op lokaal en landelijk niveau.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.