Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Caroline Wensink, oud-volleybalinternational en KNMV-medewerker 21 maart 2017

Caroline Wensink (32) was 15 jaar oud toen zij al op het hoogste niveau speelde voor het Nederlands Volleybalteam. In 2014 stopte zij met topsport na een carrière van vijftien jaar en vele omzwervingen in het buitenland. Op zoek naar nieuwe doelen, ging Wensink voortvarend aan de slag met het opbouwen van een maatschappelijke carrière. De Nevobo bood haar een kans op de afdeling marketing en communicatie en daarnaast volgde zij de MBA sportmanagement bij de Wagner Group in Groningen. Haar afstudeerscriptie werd beloond met de Best Scriptie Award. Op dit moment werkt Wensink bij de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging KNMV. Een gesprek over topsport, verschillende (topsport)culturen, de combinatie sport/school en de overstap van een sportloopbaan naar een maatschappelijke carrière.

door: Leo Aquina | 21 maart 2017

1. Je speelde al op heel jonge leeftijd topvolleybal. Kon je dat combineren met je opleiding en in hoeverre is een topsportcarrière ook een opleiding voor een latere maatschappelijke carrière?
“Vroeger was de combinatie school en sport moeilijker dan tegenwoordig. Ik ben met volleybal begonnen toen ik acht was en als je talent hebt val je op. Bovendien was ik op mijn elfde al net zo lang als nu en dat helpt bij volleybal. Op mijn dertiende werd ik jeugdinternational en ik werd benaderd door eredivisieclub Arke Pollux in Oldenzaal. Toen ik vijftien was, werd ik voor het eerst gevraagd voor het Nederlands team. Op school betekende dat bikkelen. Ik kon redelijk leren, maar ik was niet briljant dus ik moest ervoor werken. Ik ben begonnen op het VWO, maar uiteindelijk heb ik HAVO gehaald, omdat ik mijn sport niet met het VWO kon combineren. Ik trainde ’s middags van drie tot acht, daarvoor ging ik naar school, daarmee was de dag vol. Gelukkig kreeg ik altijd veel medewerking vanuit school omdat mensen het mij wel gunden, maar het was moeilijk te combineren. Ik was voor het volleybal ook vaak in het buitenland.”

XL10-5vragenaanCarolineWensink-1“Na mijn middelbare school wilde ik naast mijn sport graag een opleiding blijven doen. Dat werd bestuurskunde in Enschede. Ik heb in twee jaar mijn propedeuse gehaald. Het eerste jaar speelde ik nog in Nederland en het tweede jaar in Münster (Duitsland). Dat was ook nog te doen, maar de combinatie werd steeds lastiger. Vervolgens ging het Nederlands team intern op Papendal met Avital Selinger, volgens het Bankrasmodel. Daar trainden we overdag van tien tot vier, dat ging niet meer samen met een schoolopleiding. Later, toen ik in 2008 langere tijd geblesseerd was, heb ik nog een tijdje Nederlandse taal en cultuur gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Maar in 2009 ging ik weer naar het buitenland, tot aan mijn laatste seizoen in 2014 in Azerbeidzjan.”

“Je leert als topsporter veel en je doet veel vaardigheden op die in een latere carrière van pas komen. Maar het is moeilijk aan een bedrijf uit te leggen wat dat precies is, waarom je als topsporter misschien wel meer waard bent dan iemand van tien jaar jonger met een afgeronde opleiding. Dat hangt overigens ook altijd nog van de persoon in kwestie af. Als topsporter ben je vaak alleen in het buitenland, je leert voor jezelf te zorgen, je aan te passen, om te gaan met vreemde culturen en ondertussen moet je ook nog altijd in staat zijn een prestatie neer te zetten. En een topsporter ontwikkelt vaardigheden waar je in managementfuncties veel aan kan hebben: communiceren, motiveren, inspireren. Aan de andere kant begin je in je maatschappelijke carrière vaak met een enorme achterstand. Toen ik bij de NeVoBo binnenkwam, wist ik niet eens hoe de printer werkte. Dan voel je je even heel dom. Misschien heb je wel allerlei skills voor een managementfunctie, maar op dat niveau kun je natuurlijk niet instappen. Je moet ook de werkvloer kennen. Topsporters hebben wel als voordeel dat ze zich snel dingen eigen kunnen maken.”

"Als je niet Sven Kramer heet, of Ireen Wüst, is het In Nederland toch al gauw: 'doe maar normaal…'. Die sportpassie zit gewoon niet echt in ons”

2. Je hebt in veel landen gespeeld. Wat heb jij daarvan geleerd en wat zou (top)sportend Nederland van het buitenland kunnen leren?
“Het mooiste wat mijn sportcarrière me heeft gebracht, is dat ik zoveel van de wereld heb kunnen zien. Ik heb dat altijd heel inspirerend gevonden, al die verschillende culturen. Of ik de Nederlandse sportcultuur met andere sportculturen kan vergelijken? Moeilijk. Ik weet niet of je in Nederland van een echte sportcultuur kunt spreken. Toen ik na mijn carrière ging solliciteren, kreeg ik standaard te horen: ‘Leuk dat volleybal en wat deed je ernaast?’ Als je niet Sven Kramer heet, of Ireen Wüst, is het In Nederland toch al gauw: 'doe maar normaal…'. Die sportpassie zit gewoon niet echt in ons.”

“Mijn mooiste buitenlandse ervaring op sportgebied is Polen. Daar worden sporters echt op handen gedragen. Het is een veel emotioneler volk, wij zijn binnenvetters. Maar het is daar ook allemaal veel professioneler. Dat heeft natuurlijk te maken met geld, maar dat geld is er omdat sport daar meer wordt gewaardeerd. In Nederland denken de mensen toch altijd: ‘nou ja, misschien was je niet zo goed op school'.”

CarolineWensink300“Als je Nederland met Amerika vergelijkt, een wereld van verschil. Daarom is het ook goed dat er nu een Amerikaan bondscoach wordt bij de vrouwen. Die kan er wat zelfvertrouwen inpompen. Dat zouden we wel wat meer kunnen hebben. Giovanni Guidetti (de vorige Italiaanse bondscoach, red.) heeft daar ook al een belangrijke rol in gespeeld. Winnen of verliezen heeft echt niet alleen met kwaliteit te maken, het is vooral mentaal. Als je tegen een Cubaanse of Braziliaanse speelster speelt, leg je het af. Voor hen is het leven of dood, ze moeten nog een hele familie onderhouden. We hebben het in Nederland misschien te goed om een echt topsportland te zijn. Aan de andere kant is er op dit moment ook wel wat aan het veranderen. Dingen worden ook in Nederland steeds professioneler.”

3. Wat heb je in financieel opzicht over- gehouden aan je sportcarrière en hoe verloopt de overgang naar je maat- schappelijke loopbaan?
“Tegenwoordig kan je in Nederland niet meer leven van volleybal. Eind jaren negentig, toen ik net begon, nog wel. Zelf had ik toen natuurlijk nog niet de leeftijd dat ik veel verdiende, maar minimumloon, een auto en een appartement is op je achttiende al heel mooi. In het buitenland heb ik goed verdiend. Je moet niet denken in de orde van grootte van voetballers, maar ik kon prima van mijn sport leven. Wat dat betreft heb ik na mijn sportloopbaan moeten inleveren, denk er maar een nulletje vanaf. Daar moet je aan wennen en daar moet je jezelf de tijd voor geven als je stopt. Je kunt niet je hele leven door de PC Hooftstraat lopen. Gelukkig ben ik daar ook het type niet voor.”

“Sporters die stoppen, zijn meestal niet zo blij met hun bond. Dat zie je bijna in iedere sport"

“Tijdens mijn sportcarrière ben ik nooit heel bewust bezig geweest met mijn loopbaan erna. Toen ik stopte, wilde ik werken en studeren. Toen ben ik eens in mijn telefoon gaan kijken. Ik wist niet goed wat ik wilde en hoe ik het aan moest pakken, dus dan zoek je hulp. Uiteindelijk lukte het om werk en studeren te combineren. De NeVoBo heeft mij een mooie kans gegeven. Ik kon daar aan de slag op de afdeling marketing en communicatie en ik heb een aantal maatschappelijke projecten gedaan rond de EK voor dames en het WK beachvolleybal. De bond heeft een belangrijke rol in de begeleiding van oud-internationals.”

“Sporters die stoppen, zijn meestal niet zo blij met hun bond. Dat zie je bijna in iedere sport. Voor sporters is die bond vaak een orgaan waar van alles niet kan. En als sporter begrijp je dat niet, want je wil het beste en het hoogste. Voor een sporter is het moeilijk om te zien hoe complex zo’n organisatie is. Een paar jaar geleden heeft NOC*NSF er bij bonden op aangedrongen een alumnivereniging op te richten. Dat is een mooi instrument om oud-topsporters een netwerk te geven waar zij gebruik van kunnen maken. Ik heb dat zelf samen met Peter Blangé en Frits Suèr in het volleybal opgezet.”

4. Naast het werk bij de NeVoBo ben je gaan studeren, MBA sportmanagement bij de Wagner Group. In 2016 ben je afgestudeerd met de beste scriptie van jouw studiejaar. Wat heb je allemaal geleerd en waar ging die scriptie over?
“Ik voldeed niet aan de kwalificaties om aan die MBA te beginnen, daarvoor had je een afgeronde HBO-opleiding nodig. We hebben toen oriënterende gesprekken gevoerd en vanwege mijn topsportachtergrond en omdat ik een paar jaar op de universiteit had rondgelopen, vonden ze toch dat ik voldoende bagage had. Ik heb het geluk gehad dat de mensen het mij ook een beetje gunden. Tijdens de studie heb ik veel geleerd. Als topsporter ben je gefocust op één ding en tijdens mijn opleiding heb ik geleerd om de wereld vanuit verschillende perspectieven te bekijken.”

XL10-5vragenaanCarolineWensink-3"Het onderwerp van mijn scriptie was de vraag of sportevenementen meer waarde konden genereren voor goede doelen. Omdat ik betrokken was bij het EK en het WK Beach, zag ik hoe er werd ingesprongen op de trend om goede doelen aan sportevenementen te koppelen. Maar ik zag ook dat het allemaal nogal houtje-touwtje gebeurde. Er zat vaak weinig visie of beleid achter. Ik voel me altijd wel maatschappelijk betrokken. Ik vond daarom het interessant om te kijken hoe goede doelen zich beter konden profileren en hoe zij meer waarde zouden kunnen halen uit hun betrokkenheid bij sportevenementen.”

“Het belangrijkste is dat je als goed doel bewust kiest welke sportevenementen bij jou passen. Past het publiek ook bij jouw doelgroep? Voetbalpubliek is niet hetzelfde als schaatspubliek. Als je met die keuze de juiste doelgroep te pakken hebt, is de kans dat mensen iets voor jouw goede doel over hebben een stuk groter. Daarnaast is een netwerk belangrijk. Organisaties als TIG Sports of Triple Double zijn goed bekend in de sportwereld en zij weten waarschijnlijk goed welke evenementen wel of niet bij jou passen. Dit geldt trouwens niet alleen voor goede doelen, maar ook voor commerciële sponsoring, en niet alleen in de sport, maar ook in andere sectoren. ING is al heel lang sponsor van het Concertgebouw. Daar zit een filosofie achter. Het bedrijf vindt het belangrijk dat de managers goed luisteren en daarmee is de link gelegd. Op die manier bouw je een duurzame relatie op.”

"De directeur van de KNMV belde mij op. Hij wilde een nieuwe weg inslaan, jonger en frisser, met nieuwe mensen. Hij vroeg me of ik de afdeling communicatie opnieuw wilde vormgeven"

5. Inmiddels ben je afgestudeerd en werk je ook niet meer bij de Nevobo, maar bij de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging KNVM. Wat doe je daar precies en wat zijn je ambities voor de toekomst?
“Mijn contract bij de Nevobo liep af en ik had een presentatie bij het Dames EK gehouden via Sport & Zaken voor een aantal bondsmensen. Naar aanleiding daarvan belde de directeur van de KNMV mij op. Hij wilde een nieuwe weg inslaan, jonger en frisser, met nieuwe mensen. Hij vroeg me of ik de afdeling communicatie opnieuw wilde vormgeven. Ik had helemaal niets met motoren, maar daar ben ik meteen ingedoken. Ik ben vorig jaar januari 2016 begonnen en ik ben nu ook bezig met het halen van mijn motorrijbewijs, want je moet natuurlijk wel weten waar je het over hebt.”

XL10-5vragenaanCarolineWensink-4“We hebben het afgelopen jaar een nieuw team opgezet. De KNMV gaat veranderen, we willen een beetje af van het traditionele verenigingsmodel. We moeten klantgerichter werken voor de sportieve en de recreatieve motorrijder. De KNMV is best een complexe bond. Er zijn sportclubs bij ons aangesloten maar ook tourclubs. En mensen die gewoon lekker motor willen rijden, kunnen ook lid worden omdat wij allerlei interessante producten en diensten aanbieden. Vernieuwen in zo’n complexe organisatie is een mooie uitdaging. De afdeling marketing en communicatie speelt een grote rol bij die veranderingen omdat wij de lijm zijn tussen de verschillende afdelingen.”

“Wat mijn ambities zijn voor de toekomst? Ik ben hier nog lang niet klaar, ik wil dit traject afmaken en echt iets moois neerzetten. En in de verder toekomst wil ik ook wel een keer helemaal buiten de sportwereld werken, liefst in het sociaal-maatschappelijk domein. Ik vind duurzaamheid heel belangrijk. Ik wil mijzelf ontwikkelen op maatschappelijk vlak en laten zien dat ik ook daar iets kan.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst