17 januari 2017
Nieuws
Jan Dirk van der Zee begon in april 2015 als directeurbestuurder amateurvoetbal bij de KNVB. De 45-jarige Van der Zee was voordien vijftien jaar directeur van een brancheorganisatie voor retailbedrijven. Bij de voetbalbond pikte hij nog net een staartje van de reorganisatie in het amateurvoetbal mee. Van der Zee wil de KNVB veranderen van een topdown- naar een bottumup-organisatie. Dat gaat niet zonder slag of stoot.
door: Leo Aquina | 17 januari 2017
1. Op 1 april 2017 ben je precies twee jaar in dienst als directeur amateurvoetbal bij de KNVB. Wat heeft je het meest verrast in die twee jaar?
“Veel, misschien vooral dat het heel politiek is, meer dan in mijn vorige baan. Voordat ik naar de KNVB ging, ben ik vijftien jaar directeur geweest bij een branchevereniging voor retailbedrijven. Dat was net als de KNVB een ledenorganisatie. Ook daar ging het over dienstverlening en service in een publiekprivate omgeving. Ik kom uit een echte ondernemersfamilie en ik heb dat politieke spel echt moeten leren. Bij de KNVB heb je er nog meer mee te maken. Dat komt waarschijnlijk door de grootte van de organisatie, maar ook doordat er bestuurlijk veel met vrijwilligers wordt gewerkt. Ik ben best geschrokken van het korte-termijn-denken en de impulsiviteit in deze wereld.”
“Ik heb in mijn vorige baan met topondernemers te maken gehad en ik kom mensen van hetzelfde kaliber tegen in mijn huidige functie, maar dan zijn ze bestuurder van een voetbalvereniging. Ik sta echt af en toe met mijn ogen te knipperen. 'Binnenkant paal of buitenkant paal, daarop word je in het voetbal beoordeeld', zei Bert van Oostveen wel eens. Dat is niet erg want het gaat over voetbal en wij gaan over voetbal, maar je moet ook oog houden voor de continuïteit. Wat willen we op de langere termijn voor het voetbal in Nederland betekenen? Daar moeten wij als KNVB altijd over nadenken.”
“Toen ik hier binnenkwam, had de bond net een reorganisatie achter de rug en ik dacht dat de bestuurlijke organisatie verder was. Dat heeft me een halfjaar gekost. De organisatie was behoorlijk lamgeslagen. Mensen hebben de tijd nodig om in nieuwe rollen en posities aan de slag te gaan. Ik wilde graag ook afrekenen met de oude top-down-cultuur. Vroeger bepaalde de KNVB wat er gebeurde en daar moesten de clubs zich naar voegen. Die benadering zag je door de hele organisatie, maar dat kan niet meer. De nieuwe wereld is bottom-up georganiseerd.”
“Ik wil die verandering graag een duwtje geven. Dat is niet makkelijk, maar ik zie mezelf wel als een verbinder. Ik kan veel doen als het gaat om relaties en ik hoef niet altijd op de inhoud te zittten. Ik kom niet uit de sportwereld, maar ik heb 35 jaar gevoetbald en heb ook diverse bestuursfuncties in de sport gehad. Ik ken de kleedkamer en ik denk dat dat in deze functie ook een must is. Je moet weten hoe het bij verenigingen eraan toegaat. Voor mij is dit echt een droombaan. Ik wilde na vijftien jaar in de retailwereld iets anders, liefst in sport of entertainment en met een maatschappelijke component. Dat had ik gemeld bij een headhunter en die zei: 'ik heb een fantastische baan voor jou'.”
2. Wat was jouw voornaamste ambitie toen je bij de KNVB begon?
“Er moest een financieel gezonde organisatie staan en die stond er op dat moment nog niet. In de amateursectie werd een paar miljoen verlies gedraaid. Dat kwam vooral omdat we we met incidenteel geld - zoals subsidies - structurele kosten dekten. Dat hebben we veranderd. De contributie is iets verhoogd en we hebben onze inkomsten een beetje vergroot met sponsoring en andere commerciële inkomsten. Op dit moment zijn we gewoon weer een gezonde organisatie, al zijn we wel nog te afhankelijk van extern geld, de lottobijdrage.”
“Mijn tweede grote doelstelling was dat er een sterke organisatie moest staan en die staat er ook. Met Meta Römers heb ik een directeur bedrijfsvoering aangenomen en die heeft intern de boel goed op orde. Daardoor kan ikzelf wat meer afstand nemen, mijn bestuurlijke rol beter invullen en ik kan af en toe naïeve vragen stellen. Dat is belangrijk om mijn derde doelstelling te verwezenlijken: het flexibel maken van die organisatie, agile, in het Engels. Een organisatie moet zich kunnen aanpassen aan de omgeving, dat is cruciaal. We zijn er nog niet, maar we zijn op de goede weg. Ik geloof in ondernemerschap.”
“We moeten met technologie nieuwe producten en diensten kunnen ontwikkelen zoals apps. De KNVB heeft 1,2 miljoen leden, van wie we als bond alles weten. We moeten via de smartphone in de broekzak van die mensen zitten. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de scheidsrechters. We hebben nu al een digitaal wedstrijdformulier voor het zaalvoetbal, dat willen we ook voor het veld, de spelerspassen moeten ook digitaal. Het is voor mij onbegrijpelijk dat daar zo weinig mee is gedaan. We hebben goud in handen. Ik kom uit een wereld die leeft van data. In mijn vorige baan waren er retailers die tegen me zeiden, we moeten het internet killen. Veertig procent van die retailers is er niet meer, omdat ze niet zijn meegegroeid met de klant. Je kunt onlineverkoop niet tegenhouden. Je moet de verandering omarmen en er je voordeel mee doen.”
“Tot slot was er nog een laatste doelstelling en die heeft te maken met de bond als geheel. We zijn één bond en één merk, maar we werken eigenlijk nog altijd met twee organisaties onder één paraplu. Je zit nu tegenover de directeurbestuurder van het amateurvoetbal en er is ook een directeurbestuurder van de sectie betaald voetbal. Die twee secties hebben verschillende toezichthouders. Bij mij werken 300 man en in de betaaldvoetbal-sectie 150. Soms overlapt het werk, soms ook niet. Topsport en breedtesport hebben elkaar nodig. We moeten elkaar versterken dus we moeten slimmer en beter tot een gezamenlijke visie komen waarin top- en breedtesport samenkomen. Daar was ik samen met Bert van Oostveen al hard mee bezig en dat wil ik het komende jaar voortzetten met de nieuwe directeurbestuurder betaald voetbal.”
3. Je wil niet alleen de organisatie veranderen, je wil ook het voetbal veranderen. Wat bedoel je daar precies mee?
“Heel plastisch uitgedrukt: we voetballen niet meer per se op zaterdagochtend tien uur, maar op het moment dat het uitkomt. Er zijn meerdere doelgroepen en die kunnen tot op grote hoogte zelf organiseren wanneer ze willen spelen. Voor de 35-40 plussers hebben we 7x7-voetbal ontwikkeld. Voor de pupillen is er welpenvoetbal. Dat doen de clubs helemaal zelf. Wij kunnen de clubs steunen en ze kunnen bij ons terecht als ze competities willen organiseren of trainers willen opleiden. Daar zijn wij goed in. Maar clubs kunnen zelf heel veel. We zijn volop aan het veranderen. Ik geloof heel sterk in onze visie: iedereen moet een leven lang kunnen voetballen. Daarin hebben we vier speerpunten: goede trainers, sterke verenigingen, een goed imago en tot slot het nieuwe voetbalaanbod.”
“Er zijn veel zogenaamde wilde competities. Vaak zijn het mensen van mijn generatie, 40-plussers die onderling een competitie organiseren. Er zijn 200.000 zaalvoetballers in Nederland, waarvan slechts zo’n 75.000 in competitieverband bij de KNVB. Dat is op zich helemaal niet erg, maar wat ik jammer vind, is dat wij daar blijkbaar geen waarde hebben kunnen toevoegen want dat kunnen we wel. We willen nu ook het straatvoetbal nieuw leven inblazen. Er wordt veel minder op straat gevoetbald en het is minder veilig geworden buiten, maar het is wel te organiseren in een veilige omgeving. Wij hebben een groep mensen die daar nu over nadenkt, zoals we ook nadenken over nieuwe lidmaatschapsvormen. Waarom altijd maar die contributie? Kunnen we niet een soort abonnementsvorm bedenken?"
4. Jullie hebben veel kritiek gekregen op de plannen om bijvoorbeeld de indeling van het jeugdvoetbal te veranderen. Wat vind je daarvan?
“Het irriteert me mateloos. Als grote opiniemakers in het voetbal op basis van onjuiste feiten stelselmatig mensen en plannen afbranden, gaan de clubbestuurders en de mensen op de velden het ook geloven. Er wordt totaal niet naar de feiten en de inhoud gekeken. Ze hebben bijvoorbeeld het 2x2-voetbal eruit gelicht en een beeld gecreëerd alsof het zielig en sneu is. Dat is een plan voor kinderen van vijf à zes jaar oud. Daar is veel onderzoek naar gedaan en daaruit blijkt dat dit pedagogisch-didactisch de allerbeste manier is om kinderen kennis te laten maken met het spel. Bovendien is het helemaal aan de clubs of ze er iets mee willen. We bieden ondersteuning aan, maar we leggen het niet op en er wordt ook helemaal geen competitie in gespeeld. Ik heb me ook mateloos geërgerd aan de ophef rond Hans van Breukelen. Hans gaat over de hele voetbalpiramide, daar ben ik dus ook voor de helft verantwoordelijk voor. Wat er allemaal over hem is geschreven aan onjuistheden, allemaal vanuit de emotie.”
“Wij hebben zelf ook fouten gemaakt in de communicatie als het gaat om de invoering van de nieuwe jeugdindeling. We zijn het te laat gaan communiceren. We hebben veel onderzoek gedaan en we dachten dat we het al in het seizoen 2017/'18 konden doorvoeren, maar daar hebben we natuurlijk wel de clubs voor nodig. Wij hebben het echter onhandig gecommuniceerd in een brief. Hoewel we dat snel hebben gecorrigeerd blijven mensen vanuit het verleden toch roepen: zie je wel de KNVB luistert nooit en ze leggen ons van alles op. Niets is minder waar. We hebben honderden roadshows georganiseerd; we hebben met zevenduizend bestuurders, trainers en vrijwiligers gesproken; we hebben vragenlijsten gestuurd aan alle clubs; er zijn honderden pilots geweest. We hebben zoveel data en die komt niet van ons, die komt van de clubs. Op basis daarvan moeten wij vervolgens wel een besluit nemen. Dat ga ik op 21 januari doen.”
“Wat we in de communicatie ook niet goed hebben gedaan, is het invoeren van de nieuwe namen. Daar hebben we afgelopen zomer te weinig tijd voor genomen. JO-11 in plaats van tweedejaars E. Dat is lastig. Ik ben zelf ook van de oude generatie en ik moet ook steeds nadenken, maar kinderen laten voetballen in hun geboortejaar is heel logisch. Dat gebeurt in het buitenland ook al. Vroeger liepen we als Nederland voorop, maar de laatste echte verandering dateert alweer van ergens halverwege de jaren tachtig. Toen zijn de F-jes ingevoerd. Die bestonden daarvoor nog niet. Zelf ben ik ook bij de E-tjes begonnen.”
5. Je bent een groot voorstander van een nieuwe manier van financieren van sportbonden: niet meer via NOC*NSF, maar rechtstreeks vanuit VWS. Hoe wordt daarop gereageerd bij andere bonden?
“Er wordt genuanceerd over gedacht in de sportbondenwereld. Wij als KNVB zijn gewoon een van de bonden. Weliswaar de grootste, maar je hebt in een democratie ook de andere bonden nodig - en de politiek - om zo’n wijziging erdoor te krijgen. En natuurlijk heb je NOC*NSF zelf nodig. Maar dat is eigenlijk raar, want wij als sportbonden zijn die organisatie. De sport is van de bonden en van de sporters. NOC*NSF moet niet leidend zijn, maar faciliterend. Het kan dus eigenlijk niet zo zijn dat wij als leden geld krijgen van NOC*NSF, maar omgekeerd. NOC*NSF zou een onafhankelijke organisatie moeten zijn gefinancierd vanuit de sport. Het is mooi dat we politiek hebben verankerd dat er vijftig miljoen vanuit de Lotto is gereserveerd voor de sport, maar het is ongezond dat NOC*NSF dat geld verdeelt. Dan laat je je gijzelen door het geld.”
“Zo’n verandering kan natuurlijk niet Cold Turkey. De KNVB is niet afhankelijk van Lottogelden, maar andere bonden wel. het zou niet collegiaal zijn als ik zou zeggen: afschaffen. Er zijn bonden die dan gewoon om zouden vallen. Wij willen wel gefaseerd binnen NOC*NSF het bestedingsplan anders inrichten, meer gericht op innovatie en op impact. We denken daar met een grote groep bonden over na.”
“Bij die groep is het besef ontstaan dat er meer is dan die olympische ringen alleen. Je kunt de sport niet alleen afrekenen op olympische medailles. We zitten nu middenin een transitieproces en ik denk dat we dit voorjaar voor een grote verrassing gaan zorgen. We denken met een grote groep bonden na over een nieuwe organisatie. De directeur van de KNWU zit daar bijvoorbeeld ook bij. Hoe de nieuwe organisatie eruit komt te zien, weten we nog niet precies. Het moet een netwerkorganisatie worden, die erop is gericht mensen drempelloos te laten sporten. Dat kan niet in de huidige structuur met NOC*NSF. De nieuwe organisatie is van de sport, niet van NOC*NSF of van de KNVB. Ook de ongeorganiseerde hardloper of de zaalvoetballer uit een wilde competitie kan er deel van uitmaken."
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.