Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Werkende wetenschap-Item

Goede mensen die slechte dingen doen: morele ontkoppeling in de sport 3 februari 2015

door: Vana Hutter

Spelregels zijn een essentieel onderdeel van sport. Toch zien we overal dat spelregels overtreden worden, regelmatig zelfs met opzet. Denk aan het begaan van harde overtredingen om de tegenstander letterlijk een hak te zetten, maar ook aan het gebruik van verboden prestatieverhogende middelen. Of, de laatste tijd weer vaak in het nieuws, praktijken die samenhangen met matchfixing.

Zijn de sporters die deze dingen doen nou ook in- en inslechte mensen? Of zijn het goede mensen die slechte dingen doen? Er zijn ongetwijfeld echte slechteriken in de sport, maar we herkennen denk ik ook allemaal de zorgzame vader die op het sportveld in een nietsontziend beest verandert. Of de topsporter die zich met hart en ziel inzet voor goede doelen, maar in de sport vele grenzen overschrijdt. En de aardige leerling die op het sportveld de scheidsrechter verrot scheldt. Hoe kan dit? Ik denk dat het antwoord op deze vraag ons kan helpen om onsportief gedrag in de sport in de breedste zin van het woord tegen te gaan. En ik denk dat inzicht in de mechanismen van morele ontkoppeling ons helpt deze vraag te beantwoorden.

Hoe het kan dat mensen die op zich niet slecht zijn, toch slechte dingen doen?

Morele ontkoppeling
Hoe het kan dat mensen die op zich niet slecht zijn, toch slechte dingen doen, hield ook de Canadese psycholoog Albert Bandura bezig. We kennen hem in de sport vooral van de sociaal cognitieve leertheorie en ‘self-efficacy’, maar ook de principes van ‘moral disengagement’ hebben we aan Bandura te danken (1999).

In het Nederlands is ‘moral disengagement’ te vertalen als morele ontkoppeling of morele onthechting. Met morele ontkoppeling worden de mechanismen bedoeld die maken dat wij ons niet per se slecht voelen als we slechte dingen doen. Het zijn mechanismen waarmee we gedrag rechtvaardigen dat eigenlijk niet strookt met onze normen en waarden.

Bandura beschrijft acht verschillende mechanismen en linkt die met name aan historische, militaire, gebeurtenissen. Morele ontkoppeling blijkt echter op wijdverbreide, alledaagse schaal voor te komen (ja, ook u en ik doen het). Het biedt een interessant kader om naar onsportief, ongewenst en asociaal gedag in de sport te kijken.

De aanleiding voor deze column is een onderzoek naar de relatie tussen morele ontkoppeling, schuldgevoel en asociaal gedrag in de sport, met name het maken van harde, risicovolle overtredingen (Stanger, Boardley, Kavussanu & Ring, 2013). In dit experimentele onderzoek werd een verband gevonden tussen morele ontkoppeling en asociaal gedrag. De auteurs concluderen dat wanneer morele ontkoppeling sterker is, de kans dat sporters asociaal gedrag vertonen groter is. Geanticipeerd schuldgevoel (de verwachting dat ik me schuldig zal gaan voelen als ik iets doe) blijkt een rol te spelen. Een deel van de relatie tussen morele ontkoppeling en asociaal gedrag komt tot stand via geanticipeerd schuldgevoel.

Het mechanisme dat de onderzoekers schetsen werkt als volgt: morele ontkoppeling zorgt voor een lagere verwachting van schuldgevoel (morele ontkoppeling zorgt er immers voor dat we ons niet slecht voelen als we iets slechts doen). Dat lagere geanticipeerde schuldgevoel zorgt ervoor dat het makkelijker is om asociaal gedrag vertonen.

Deze column geeft vooral een uitleg en voorbeelden van morele ontkoppeling. Bij de beschrijving van de mechanismen van morele ontkoppeling gebruik ik citaten van sporters uit verschillende kwalitatieve onderzoeken naar morele ontkoppeling in de sport (o.a. in voetbal, bodybuilding, taekwondo en basketbal). Het betreft onderzoek van Boardley, Grix en Dewar (2014), Boardley en Grix (2013), Corrion, Long, Smith en d’Arripe-Longueville (2009) en Traclet, Romand, Moret, & Kavussanu, (2011). Een goed overzicht van onderzoek naar morele ontkoppeling in de sport wordt gegeven door de belangrijkste sportwetenschappers op dit gebied, Boardley en Kavussanu (2011).

Mechanismen van morele ontkoppeling
Volgens Bandura kunnen we ons op verschillende niveaus ontkoppelen van ‘slecht’ gedrag, of slechte daden. Op het niveau van:

  • de daad zelf (bijvoorbeeld de overtreding waarmee we de tegenstander kunnen blesseren):
  • de gevolgen van de daad (pijn of blessure bij de tegenstander, benadelen van de tegenstander);
  • en het ‘slachtoffer’ van het gedrag (de tegenstander waar we de overtreding op begaan).
We houden onszelf voor dat het gedrag een belangrijker doel dient en daarom gerechtvaardigd is

Morele ontkoppeling van de slechte daad
Drie mechanismen van morele ontkoppeling richten zich op het gedrag of de daad zelf. De eerste is morele rechtvaardiging. We houden onszelf voor dat het gedrag een hoger, belangrijker of nobeler doel dient, en daarom gerechtvaardigd is. Neem bijvoorbeeld de bodybuilder die over zijn dopinggebruik zegt:

'I need to learn from experience because I’m the man people ask questions, I need to give people the right answers, the safe answers to help them progress in their training, not to ruin them.'

Het hogere doel van ‘anderen kunnen adviseren’ of kunnen ‘bijdragen aan veilig gebruik’ komt veel vaker in onderzoek naar doping naar voren. Maar je kunt ook denken aan rechtvaardiging van onsportief spel omdat dat ‘nodig is om kampioen te worden’, of acties die we ondernemen ‘om teamgenoten te beschermen’.

Een andere manier om ons moreel te ontkoppelen van een slechte daad is door deze te vergelijken met iets ergers. Bandura noemt dat voordelige, of palliatieve, vergelijking. Een mooi voorbeeld hiervan is de bodybuilder die zijn dopinggebruik vergelijkt met roken:

'You know, compared to someone who smokes, I don’t drink very much at all, I don’t smoke.... compared to someone who does all that, no, I don’t think they are that bad.'

Of een ander die bodybuilding vergelijkt met de praktijken in de wielersport:

'We’re talking about bodybuilding, take a good look at cycling, they make bodybuilders look like choirboys.'

Ook op ander slecht gedrag dan doping kan ‘voordelige vergelijking’ worden toegepast, bijvoorbeeld door kleinschalig onsportief gedrag te vergelijken met dat van matchfixing en te concluderen dat het dan nog wel meevalt. Of door je eigen schwalbe te vergelijken met eredivisiespelers die dat veel vaker doen dan jij en veel grotere belangen schaden daarmee.

De derde manier waarop we ons moreel ontkoppelen van slechte dingen is door verzachtend taalgebruik (eufemistisch labelen). Kijk de (internationale) dopingbekentenissen er maar eens op na, en zie hoe vaak er gesproken wordt van ‘juice’, ‘gear’, etc. en hoe weinig het woord doping en de namen van de middelen worden gebruikt. Een ander voorbeeld is een basketballer die terugkijkt op een overtreding:

'In this situation, I pulled the shirt, pulled the shorts and used an elbow; but these are just crafty little tricks, little acts of deceit.'

Voetballers spreken over ‘een waarschuwing afgeven’ als ze intimidatie van de tegenstander bedoelen

Of voetballers die spreken over ‘een waarschuwing afgeven’ als ze intimidatie van de tegenstander bedoelen. Door het beestje niet bij zijn naam te noemen, ontkoppelen we ons moreel van de actie en kunnen we deze begaan zonder ons (al te) schuldig te voelen.

Morele ontkoppeling van de gevolgen van de slechte daad
Behalve morele ontkoppeling van het slechte gedrag zelf, kunnen we ons ook ontkoppelen van de gevolgen daarvan. Dat doen we door de gevolgen te bagatelliseren, te ontkennen of te vervormen. Laten we bijvoorbeeld eens kijken hoe bodybuilders aankijken tegen de (gezondheids)gevolgen van dopinggebruik. Eén van hen zegt:

'After I’d done all my research, I sort of realized that maybe it’s not as bad as people say.'

Een ander concludeert:

'People think to themselves, hang on a sec, he’s not dropping dead, he’s not hospitalized with extreme liver failure... surely it can’t be that bad.'

In deze twee voorbeelden worden de gevolgen van dopinggebruik gebagatelliseerd of genegeerd. Maar ook vervorming is mogelijk, zie bijvoorbeeld deze uitspraak:

'People give men in their 50s and 60s hormone replacement therapy, they might be given 2 mil of Sustanon... they give AIDS victims Deca, because it boosts their immune system. There are benefits.'

Door de effecten van dopinggerelateerde middelen voor zieke mensen te noemen, wordt het effect van deze middelen op gezonde mensen vervormd en vindt morele ontkoppeling plaats.

In deze voorbeelden worden de gevolgen van het gedrag voor de ‘dader’ zelf geminimaliseerd of vervormd. In de sport gaat het ook vaak om de gevolgen voor het ‘slachtoffer’. Bijvoorbeeld door te stellen dat je ook zonder de overtredingen wel gewonnen zou hebben, of dat de blessure bij de tegenstander al aanwezig was en niet door jou veroorzaakt kan zijn. Een voorbeeld uit het basketbal:

'There, when I made a foul, I was very aggressive, but it did not have great consequence on the result as the opponent still won the contest.'

Morele ontkoppeling van verantwoordelijkheid
We kunnen ons natuurlijk ook ontkoppelen door ons te onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor ons slechte gedrag. De morele ontkoppeling van de verantwoordelijkheid valt een beetje tussen ontkoppeling van het gedrag en ontkoppeling van de gevolgen in. We proberen daarmee immers afstand te nemen van zowel de daad als de gevolgen daarvan.

Dat blijken we op twee manieren te doen, en ik vermoed dat iedereen deze mechanismen wel herkent, op zijn minst van anderen. Het gaat om het afschuiven van verantwoordelijkheid of het verdelen van de verantwoordelijkheid. In interviews met voetballers werd het afschuiven van verantwoordelijkheid het vaakst gevonden als mechanisme voor morele ontkoppeling van onsportief gedrag. We stoppen onze eigen actieve rol weg en benadrukken externe druk of invloed. Een aantal voorbeeldcitaten:

 'The referee never whistled for the fouls.'
'The coach shows us how to cheat.'
'The parents say some horrible things, and this influences the players in a big way.'

Spelers stellen dat hun onsportieve gedrag voortvloeit uit gezamenlijke teambeslissingen

Het verdelen (in plaats van afschuiven) van verantwoordelijkheid betekent dat we onze persoonlijke verantwoordelijkheid verkleinen door de gedeelde verantwoordelijkheid te benadrukken. Bijvoorbeeld wanneer spelers stellen dat hun onsportieve gedrag voortvloeit uit gezamenlijke teambeslissingen. Of dat teamleden ook zo spelen en je ‘dus wel mee moet doen’. Lance Armstrong sprak onlangs met de BBC die vroeg of hij weer doping zou gebruiken als hij alles opnieuw zou kunnen doen. Ook hij is de verantwoordelijkheid aan het verdelen als hij stelt:

'If you take me back to 1995, when it was completely and totally pervasive, I would probably do it again.' (zie hier).

Morele ontkoppeling van het slachtoffer
Bij morele ontkoppeling van het slachtoffer draaien we de boel bijna om. We redeneren dat degene op wie we ons slechte gedrag richten eigenlijk zelf de oorzaak is, of ons bijna ‘dwingt’ ons te misdragen. Denk aan redeneringen als dat de ander er om vraagt, of het uitlokte. Er zijn twee mechanismen waarmee we ons ontkoppelen van het slachtoffer van onze acties: het slachtoffer de schuld geven (attributie van schuld) en ‘ontmenselijken’ van de ander (‘dehumanisatie’).

In de literatuur over dopinggebruik komen deze twee morele ontkoppeling mechanismen niet zo sterk naar voren, mogelijk omdat er geen directe slachtoffers zijn waar tegen de dopingzondaar zijn gedrag richt. Bij overtredingen en agressief gedrag blijkt daarentegen heel vaak de schuld bij de ander gelegd te worden. Neem de voetballer die zegt:

'He was looking for it; he wanted to show who was the strongest. . . so I showed him it was me.'

Of de taekwondoka die zegt met gelijke munt terug te betalen:

'Finally, I was facing a girl . . . and I wasn’t going to let her push me around, because she started breaking the rules, grabbing on . . . So, I fought just like her.'

Door de schuld voor ons eigen gedrag bij de ander neer te leggen vindt morele ontkoppeling plaats, en begaan we overtredingen zonder ons daar slecht over te voelen.

Het ontmenselijken van de ander blijkt in de sport niet zo vaak voor te komen als mechanisme voor morele ontkoppeling, toch noemen we tegenstanders weleens beesten of monsters. Iets wat wel in deze lijn past. Of, zoals een sporter het zegt:

'This girl behaves like an animal. She never lets sentiment interfere with business. So you cannot help being violent with her.'
 
In onderstaande figuur zijn de acht mechanismen van morele ontkoppeling samengevat.

XL5-FiguurWerkendeWetenschap

Wat kunnen we hiermee?
Ik gaf in het begin al aan dat het naar mijn mening belangrijk is om te begrijpen hoe het kan dat op zich aardige, goede, en weldenkende mensen zich toch onsportief, onaangepast, asociaal of agressief gedragen. Als je er eenmaal op let, dan zie je de mechanismen van morele ontkoppeling overal, en herken je ze ook bij jezelf. Door mechanismen zoals verzachtend taalgebruik, het afschuiven van verantwoordelijkheid of schuld en het vervormen van consequenties te herkennen, kunnen we proberen in te grijpen als coach, trainer, docent of ouder.

Door de mechanismen van morele ontkoppeling tegen te gaan (bijvoorbeeld door sporters zelf verantwoordelijk te stellen voor hun acties, door eufemistisch taalgebruik niet te accepteren, of door consequenties helder in beeld te brengen) kunnen we de drempel voor goede mensen om ‘slechte’ dingen te doen mogelijk verhogen. Zonder morele ontkoppeling voelen we ons namelijk wel degelijk slecht als we iets slechts doen. De zelfregulatie en controle over ons gedrag waar we toe in staat zijn zal dan geactiveerd worden om het goede te doen en het slechte te laten.

Werkende Wetenschap:
De rubriek ‘Werkende wetenschap’ komt tot stand door een samenwerking tussen Sport Knowhow XL en de Evidence Based Coaching Academy/EXPOSZ van de Faculteit der Bewegingswetenschappen, VU Amsterdam. Wil je op zoek naar wetenschap die voor jou werkt? Schrijf je dan in voor de cursus ‘Sportwetenschap voor de sportpraktijk’.

Referenties:
Bandura, A. (1999). Moral disengagement in the perpetration of inhumanities. Personality and Social Psychology Review, 3, 193–209. doi: 10.1207/ s15327957pspr0303_3

Boardley, I. D., & Grix, J. (2013). Doping in Bodybuilders: A qualitative investigation of facilitative psychosocial processes. Qualitative Research in Sport, Exercise, and Health, 6, 422-439. doi: 10.1080/2159676X.2013.766809.

Boardley, I. D., Grix, J., & Dewar, A.J. (2014) Moral disengagement and associated processes in performance-enhancing drug use: a national qualitative investigation, Journal of Sports Sciences, 32, 836-844, doi: 10.1080/02640414.2013.862842

Boardley, I. D., & Kavussanu, M. (2011). Moral disengagement in sport. International Review of Sport and Exercise Psychology, 4, 93–108. doi: 10.1080/1750984X.2011.570361

Corrion, K., Long, T., Smith, A. L., & d’Arripe- Longueville, F. (2009). “It’s not my fault; It’s not serious”: Athletes accounts of moral disengagement in competitive sport. The Sport Psychologist, 23, 388–404.

Stanger, N., Kavussanu, M., Boardley, I. D., & Ring, C. (2012, November 26). The Influence of Moral Disengagement and Negative Emotion on Antisocial Sport Behavior. Sport, Exercise, and Performance Psychology, 2, 117-129 . doi: 10.1037/a0030585

Traclet, A., Romand, P., Moret, O., & Kavussanu, M. (2011). Antisocial behavior in soccer: A qualitative study of moral disengagement. International Journal of Sport and Exercise Psychology, 9, 143–155.

Vana Hutter werkt als docent/adviseur/onderzoeker bij EXPOSZ, faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is sportpsycholoog VSPN® en inspanningsfysioloog en kent de sportpraktijk van binnen uit, door haar werk in de top- en breedtesport. Zij is één van de oprichters van de post-academische opleiding tot praktijksportpsycholoog en bestuurslid van de Europese federatie voor sportpsychologie (FEPSAC).

« terug

Reacties: 4

Simon Gribling
03-02-2015

Heel herkenbaar deze theorie. In feite wordt veel slecht gedrag ook collectief vergoeilijkt. Bijvoorbeeld door in het voetbal overtredingen 'nuttig' te noemen (wanneer iemand met een doodschop een doorgebroken speler onderuit haalt) en de bijbehorende rode kaart een 'ingecalculeerd risico'. We vinden dat dus al normaal. Of door Zidane na zijn belachelijke kopstoot toch tot beste voetballer van het WK uit te roepen... Ik noem dat verloedering van de sport.

Klaas Faber
03-02-2015

Op zich een helder en plausibel verhaal, maar er wordt helaas van uitgegaan dat doping op een exacte wijze is gedefinieerd. Met die aanname staat of valt mijns inziens alles. Ik benadruk ‘op een exacte wijze’, want er zijn in beginsel oneindig veel opties om dat te doen (waarvan er gelukkig één praktisch gezien voor de hand ligt):

 

http://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/open-podium/item/87295/

 

Anno 2015 hebben we echter te maken met een willekeurige lijst, leidend tot ca. 1 op 2 ‘dopingveroordelingen’ voor party drugs en dergelijke. Honderden per jaar. Voorbeeld. Heeft Yuri van Gelder zijn medesporters bedrogen? Deed Yuri iets slechts? Was hij moreel ontkoppeld? Voor alle duidelijkheid: vanuit de sport(regels) gezien. Nee toch?

 

En Armstrong? Ook niet! Stofjes als epo verbieden, was vele jaren geleden goed gemotiveerd. Zelfs de renners en teamartsen drongen erop aan. Maar gaandeweg kreeg men epo-suppletie onder de knie en blijkt het zelfs goed te zijn voor de gezondheid. Het huidige verbod mist derhalve een rationele basis. Anders gezegd: men had het verbod kunnen opheffen. Een kwestie van gezond verstand.

 

Een dergelijk verbod opheffen, is eerder vertoond. Tegenwoordig mogen we ook weer boeken lezen die vroeger (terecht?) op een lijst stonden.

 

In een wereld waarin de voortplanting grotendeels geregeld wordt met een hormoonbehandeling, moeten we mijns inziens niet zo moeilijk gaan doen over suppleren van lichaamseigen stoffen als epo (door beroepssporters). Gebruik van ‘de pil’ is in brede kringen geaccepteerd. Binnen die kringen is daar blijkbaar niks slechts aan. Daar wordt het mogelijk zelfs gezien als een belangrijke stap richting vrouwenemancipatie (terwijl mijns inziens met de mannenpil pas écht een stap in die richting gezet zou zijn). In die kringen komt waarschijnlijk ook niet de gedachte op van ‘morele ontkoppeling’. Die paus moet derhalve eens een keer ophouden met zijn ‘natuurlijke’ oplossingen voor die irritante geslachtsdrift, zoals periodieke onthouding. De Katholieke Kerk lijkt in dat opzicht wel het Wereld Anti-Doping Agentschap..

Jef Mahieu
03-02-2015

Klaas, in je reactie geef je een prachtig voorbeeld van hoe de "morele ontkoppeling van de gevolgen" werkt.

En het is allemaal zo simpel:

- Er zijn regels die beide partijen kennen voordat ze aan de sportieve strijd beginnen.

- Door deel te nemen in georganiseerd verband commiteren ze zich aan de regels.

- Het opzettelijk overtreden van de regels is onsportief en verwerpelijk.

- Het overtreden door gebrek aan inzicht en kennis is dom en ook verwerpelijk.

Klaas Faber
03-02-2015

Beste Jef,

Regels moeten wel zinnig zijn, en dat zijn de huidige dopingregels aantoonbaar niet.

 

"- Het overtreden door gebrek aan inzicht en kennis is dom en ook verwerpelijk."

 

Ik heb een dozijn artikelen geschreven met iemand die voor de Nobel-prijs Scheikunde is genomineerd en gebruik het woord 'dom' dan ook regelmatig. Maar niet voor al die zogenaamde dopingzondaars die feitelijk het slachtoffer zijn van onzinnige regels. Yuri van Gelder ga ik bijvoorbeeld niet dom noemen. Ik ga bij hem ook niet spreken van verwerpelijk gedrag.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst