Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Werkende wetenschap-Item

De kunst van creatief leren spelen 21 februari 2012

door: Marjan Kok

Het kijken naar creatieve sporters is een lust voor het oog. Zij maken het spel spannend en verrassend. De fans van de New York Knicks staan regelmatig op de banken voor de Aziatische basketbalspeler Jeremy Lin. Mart Smeets noemt hem fenomenaal, Los Angelos Times heeft het al over een legende, Earvin ‘Magic’ Johnson is enthousiast: de ‘Linsanity’ is losgebarsten. Creatieve spelers spreken tot de verbeelding. Zij worden het vaakst genoemd en geroemd. Welke top drie van creatieve spelers zou jij noemen?

Voor coaches, sporters én voor de fanatieke kijkers op de bank is het interessant om te weten welke ervaringen bij deze creatieve beslissers hebben geleid tot zulke bijzondere sportprestaties. Memmert, Baker en Bertsch (2010) vergeleken de opgedane sportieve ervaringen in de loop van de carrières van zeer creatieve en minder creatieve Duitse professionele basketbal-, voetbal-, hockey- en handbalspelers.

Expertise en creativiteit
Hoewel creatief denkvermogen waarschijnlijk een belangrijke component is voor het nemen van de juiste beslissingen, maken de schrijvers van het artikel een onderscheid in expertise in het nemen van beslissingen en tactische creativiteit. Expertise in het nemen van beslissingen heeft te maken met het vinden van de beste tactische oplossing voor een gegeven spelsituatie. Hierbij is het convergent denken van belang: het vinden van die ene juiste oplossing voor een gegeven probleem. Tactische creativiteit wordt gedefinieerd als het vermogen om afwisselende, originele en flexibele beslissingen te kunnen maken in verschillende soorten spelsituaties. Een creatieve speler is juist in staat om divergent te denken, om ongewone, innovatieve, unieke mogelijkheden te zien en te benutten in het spel.

Aanvaller of verdediger?
Nog even terug naar de spelers uit jouw top drie: Hebben zij een aanvallende of een verdedigende rol (gehad) in het spel? Volgens Memmert e.a. (2010) kan tactische creativiteit alleen voorkomen in aanvallende spelsituaties. Aanvallers initiëren de acties en creëren de mogelijkheden (divergent denken), terwijl verdedigers vooral op een adequate manier moeten reageren op deze acties (convergent denken). Creatieve kwaliteit komt in de voorhoede tot z’n recht. Dit hoeft overigens niet te zeggen dat een speler per definitie moet uitblinken in creativiteit om goed te kunnen aanvallen. Ook convergent denken kan van waarde zijn om tot scoren te komen. Als voorbeeld noemt Memmert e.a. (2010) middenvelder Michael Ballack, één van de topscorers in de geschiedenis van het Duitse voetbal elftal (men vraagt zich trouwens überhaupt wel eens af of Duitse voetballers creatief zijn, maar dat ter zijde).

Doelbewust oefenen en spelend leren
De van oorsprong Zweedse psycholoog Anders Ericsson stelt dat ontwikkeling van expertise gerelateerd is aan de hoeveelheid tijd waarin de sporter traint en dan wel op een manier die hij ‘deliberate practice’ noemt. Hierbij gaat het om het gestructureerd oefenen met als doel de prestatie te verbeteren in een specifieke sport. Training is gericht op het corrigeren van fouten en vraagt veel concentratie- en inspanningsvermogen van de sporter. Deliberate practice is dus gericht op het verbeteren van de prestatie en hoeft niet per se leuk te zijn. Volgens Ericsson heeft een sporter ten minste 10 jaar of 10.000 uur aan deliberate practice nodig om de internationale top te kunnen bereiken. Over deze opvatting bestaat de nodige discussie. Wetenschappelijk onderzoek laat zowel bevestigende resultaten als uitzonderingen op deze zogenaamde regel zien.

Zo stelt de Canadese wetenschapper Jean Côté dat het opdoen van ervaring in spelsituaties waarin juist het hebben van plezier centraal staat, even belangrijk is voor het ontwikkelen van expertise. Hij noemt deze tegenhanger ‘deliberate play’. Een potje voetballen in het park of basketballen op het pleintje voor het huis zijn hier voorbeelden van. Bij deliberate play wordt vaak gespeeld in kleine teams met eigen flexibele spelregels. Hoewel deze spelsituaties niet gericht hoeven zijn op het verbeteren van de prestaties, kunnen deze ervaringen volgens Côté - vooral als ze opgedaan worden in de leeftijd van 6-13 jaar - belangrijk zijn voor een verdere topsportcarrière. Door te spelen ontwikkelen kinderen zogezegd flexibiliteit en creativiteit. Bovendien is spelen leuk en zorgt de intrinsieke motivatie ervoor dat sporters later in hun carrière ook bereid zijn om intensief te trainen in een deliberate practice setting.

Belangrijke ervaringen voor de ontwikkeling van creatieve spelspelers
In het onderzoek van Memmert en zijn collega’s (2010) selecteerden zestien trainers van nationale clubs of nationale teams hun drie meest creatieve aanvallers en hun drie minst creatieve verdedigers. Deze geselecteerde basketbal-, voetbal-, hockey- en handbalspelers werden als extra check onafhankelijk beoordeeld door een groep van toptrainers met veel ervaring in de betreffende balsport. Hun beoordeling bevestigde het eerder gemaakte onderscheid in zeer creatieve en minder creatieve spelers.

Vervolgens werd de geselecteerde spelers een vragenlijst afgenomen. Hierin werd gevraagd naar de hoeveelheid en het type sportieve ervaringen. In deze vragenlijst werd onder andere onderscheid gemaakt in ervaringen die opgedaan waren tijdens trainingsuren met kenmerken van ‘practice’ en trainingsuren met kenmerken van ‘play’. Ook werd onderscheid gemaakt in ervaringen die opgedaan waren tot het 14e jaar en ervaringen van na die tijd. Na deze meting werd de betrouwbaarheid van de antwoorden getest door te controleren of spelers twee maanden later de vragenlijst op vergelijkbare wijze invulden. Dit was gelukkig het geval. In de onderstaande tabel staat een selectie van de bevindingen:

Gemiddeld aantal: Zeer creatieve spelers Minder creatieve spelers
jaren actief in de sport 17 16
uren besteed aan de sport 6843 5455
totale trainingsuren (play) 2857 1954
totale trainingsuren (practice) 3146 3544
trainingsuren < 14 jaar (play) 1341 842
trainingsuren < 14 jaar (practice) 977 888

De opvallendste bevinding in deze studie is dat zeer creatieve spelers tijdens hun carrière meer ervaringen hebben opgedaan in deliberate play situaties dan hun minder creatieve spelgenoten. Dit verschil is zowel aanwezig als je kijkt naar de gehele carrière als naar de ervaringen die opgedaan zijn voor het 14e levensjaar.

Praktische implicaties
De bevindingen van Memmert en zijn collega’s (2010) ondersteunen dat zowel deliberate practice als ongestructureerde play-activiteiten een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van creatief gedrag van topspelers. Dat zeer creatieve spelers zowel over het geheel als op vroege leeftijd meer spelend leerden, lijkt het belang van deliberate play te onderstrepen. Als coach is het de kunst om de balans te vinden tussen het ongestructureerd laten spelen, wat nodig lijkt voor motivatie en creativiteit, en het doelbewust trainen voor het maken van gerichte verbeteringen van de prestatie. Memmert en zijn collega’s (2010) doen de aanbeveling om in play-activiteiten te zorgen voor rijke spelsituaties (in tegenstelling tot vereenvoudigde spelsituaties), waarin er veel informatie en stimuli aanwezig is voor de spelers. Hierbij kan ook gedacht worden aan het variëren van materialen (bv verschillende ballen), spelregels en manieren waarop technieken uitgevoerd mogen worden. Op deze manier worden spelers uitgedaagd tot het maken van nieuwe, verrassende acties, waar we uiteindelijk met z’n allen met genoegen naar kunnen kijken.

Bron:
Memmert, D., Baker, J., Bertsch, C. (2010). Play and practice in the development of sport-specific creativity in team ball sports. High Ability Studies, 21, blz 3-18.

Marjan Kok werkt bij EXPOSZ, het opleidings-, advies- en onderzoekscentrum voor Sport en Zorg dat verbonden is aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit. Marjan is gespecialiseerd in het onderwerp motorisch leren en richt zich hierbij vooral op het maken van de vertaalslag van wetenschappelijke kennis naar de sportpraktijk. Dit deed ze in haar werk als hogeschooldocent op de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding, nu doet ze dat bij EXPOSZ door sportcoaches en docenten LO te scholen. Voor meer informatie: m.j.kok@vu.nl

« terug

Reacties: 3

-
21-02-2012
Dus iemand met minder talent, moet gewoonweg harder werken en trainen dan iemand met talent. Dat is soms ook de irritatie bij talentvolle spelers, ze lopen de kantjes ervan af en worden wel beter dan iemand die er keihard voor werkt!
-
21-02-2012
Het lijkt een verrijking voor de creativiteit van zowel aanvallers als verdedigers als anticiperend handelen van verdedigers binnen spelhandelingen meer gewaardeerd wordt. Ook vraag ik mij af hoe vaak in complexe spelsituaties een appel gedaan wordt op creatief handelen t.o.v. van gecontroleerde vereenvoudigde spelsituaties waar geënsceneerde kritische spelsituaties vele malen achtereen herhaald kunnen worden en of wat voor verschil in ontwikkeling van de creativiteit dat oplevert na een x aantal uren trainen.
-
22-02-2012
Vorig weekend Heracles-Roda JC. Roda dacht een ingooi te krijgen. De arbiter gaf zomaar de ingooi aan Heracles. Heel Roda stond vast. Heracles scoorde snel en simpel. Niemand van Roda JC reageerde op de plotselinge nieuwe situatie. 'Daar reken je toch niet op'. Wel als ze vroeger met mij in de Borgerstraat hadden gevoetbald, daar waren foutieve ingooien onderdeel van ons spel.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst