Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

“Directeur van een sportbond is echt een leuke tropenbaan” 30 oktober 2018


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Peter van der Loo, voormalig directeur van de volleybalbond

Curriculum vitae Peter van der Loo

Werk in de sport

  • 1997-2004: directeur bij de Nederlandse volleybalbond

Werk buiten de sport 

  • 1990-1994: bedrijfsjurist bij Zilveren Kruis
  • 1994-1997: directiesecretaris bij computercentrum DCC
  • 2004-2014: directeur bij Zorgbelang Nederland
  • 2014-heden: directeur bij de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen
  • 2015-heden: partner en adviseur bij Kuperus&Co, adviseurs voor achterbanorganisaties

1. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
“Zoals bij zoveel dingen in mijn leven ligt er niet een concreet besluit aan ten grondslag, maar ben ik de organisatie van de sport ingerold. Ik ben in mijn vroege tienerjaren met volleybal begonnen, als beperkt getalenteerde speler en iets meer als getalenteerde scheidsrechter. Na mijn rechtenstudie ben ik ook meer bestuurlijk en organisatorisch betrokken geraakt. Bij de Scheveningse volleybalclub Kalinko was ik in 1988 medeorganisator van één van de eerste grote beachvolleybaltoernooien in Nederland. Na het succes van dat toernooi hebben we contact gelegd met de Nevobo om een NK te organiseren, dat - ik denk in 1989 - ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Van het één kwam het ander.”

XL36DeBlikvanBuitenstaanders-PvdL-1“Uiteindelijk werd ik in begin jaren negentig voorzitter van de sector beachvolleybal van de Nevobo, waardoor ik ook in het hoofdbestuur terecht kwam. En toen dat zo uitkwam heb ik gesolliciteerd als directeur. De stap van bestuurder naar directeur is overigens iets dat in de governancecodes niet wordt toegejuicht. Voor mij was het wel plezierig. Ik was toch al verbonden aan het bestuur dat er zat, en wist ook al enigszins hoe de hazen politiek renden. Dat hielp.”

2. Waarom heb je besloten om de sportwereld te verlaten?
“Na ruim zeven jaren directeurschap waarin ik veel heb geleerd en ook veel plezier heb gehad, heb ik geconstateerd dat het voor mij wel op was. Die constatering had nogal wat redenen, die voor een deel exemplarisch zijn voor de organisatie van de sport.”

“Allereerst was in mijn ogen het hoognodige proces om de structuur en de organisatie van de werkorganisatie van de Nevobo aan te passen enthousiast gestart, maar verliep dit uiteindelijk heel traag. Daarbij hielp het bijvoorbeeld niet dat dezelfde mensen die bestuurlijk verantwoordelijk zijn voor aansturing van de (regionale) uitvoering ook gingen over de democratische controle van het landelijke niveau. Een beslissing over de veranderingen betekende feitelijk ook het opheffen van hun eigen bestuurlijke functie. Het proces van het omvormen van de eigenaarschap van de bond vergt dan veel energie en het heeft uiteindelijk ook ruim tien jaar geduurd.”

“Is het een succes dan wordt het niet als jouw verdienste gezien; is het een fiasco is het direct weer jouw probleem”

“Ik heb geleerd dat in de uitvoering veranderingen in een dergelijke situatie alleen snel te bereiken zijn door extern geld aan te boren, met externe voorwaarden. Vanuit ontwikkelingen als de Breedtesportimpuls bijvoorbeeld. Met extern geld hebben we daardoor toentertijd naast de staande competitiefabriek van de Nevobo een eerste systeem van verenigingsondersteuning kunnen opzetten. Dat voelde heel goed.”

XL36DeBlikvanBuitenstaanders-PvdL-2 copy“In het laatste jaar kwam daar ook het faillissement van de stichting Topvolleybal Nederland (TVN) bij. In de tijd dat ik bestuurslid was, had de Nevobo de keuze gemaakt om de organisatie van topsport te verzelfstandigen binnen een aparte stichting. Aan de ene kant om de financiële risico’s van de topsport - waarmee de Nevobo in voorgaande jaren hard was geconfronteerd - van zich af te organiseren. En daarnaast vanuit de - terechte - notie dat succesvolle topsport een ander besturingsmodel vergt dan breedtesport. Die waterscheiding betekende ook dat de invloed van de Nevobo op het beleid van TVN beperkt was. Tot uiteindelijk bleek dat TVN - na het grote olympische succes - failliet was. De hoeveelheid mensen die zich vervolgens op dat proces hebben geworpen was enorm. Media, bestuurders en niet te vergeten sporters en coaches.  Persoonlijke lessen: het is een ongezonde mix als je je verantwoordelijk voelt voor het welslagen van een ontwikkeling, maar je niet de invloed of de bevoegdheden hebt om daar ook een doorslaggevende rol in te spelen. En ook dat het volledig uitbesteden van kernactiviteiten een heilloze weg is: is het een succes dan wordt het niet als jouw verdienste gezien; is het een fiasco dan is het direct weer jouw probleem. Dan maar liever zelf sturen en misschien fouten maken.” 

“Hoewel ik de wereld van de sport wel heel leuk vond, ambieerde ik geen functie bij een andere sportbond en zocht ik wel iets meer breedte”

“Ten slotte: in zijn algemeenheid geloof ik ook wel dat vijf tot zeven jaren een keurige periode is voor zo’n functie. Alleen al om te voorkomen dat je zelf denkt dat je onmisbaar bent, terwijl anderen echt vinden dat jouw houdbaarheidsdatum al ruim is verstreken. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik het in de praktijk brengen van dat idee nog wat moeilijker vind. Uiteindelijk heb ik toen wel bewust gekozen om niet binnen de sport verder te gaan. Bij de Nevobo had ik van mijn hobby mijn werk gemaakt: het was - en is - mijn sport. Hoewel ik de wereld van de sport wel heel leuk vond, ambieerde ik geen functie bij een andere sportbond en zocht ik wel iets meer breedte. En die heb ik ook gevonden.”

3. Ben je totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen?
 “Ik ben verenigingsdirecteur gebleven. Nu dus al zo’n twintig jaar. In de essentie is dat ongeveer hetzelfde. Verenigingen zijn (vaak) gepassioneerde, missiegedreven organisaties waarin het eigenaarschap op een andere manier is georganiseerd dan bij veel andere organisaties. Dat geeft een speciale dynamiek en ook een zeker ingebouwd conservatisme. Daarin heb ik dan lol dingen te helpen veranderen door de vraag te beantwoorden hoe die ‘missionaire’ vereniging relevant kan blijven met een veranderende maatschappelijke werkelijkheid. Met een leuke club mensen daaraan een bijdrage leveren houdt me alert.”

“Sinds een aantal jaren combineer ik het leiden van een vereniging met het adviseren van nog veel meer grote ‘clubs’. Ik heb altijd al van de breedte gehouden en met mijn collega’s van Kuperus&Co kom ik bij allerlei mooie maatschappelijke ‘verenigende’ organisaties. Die rol van meedenkende en betrokken buitenstaander geeft ook veel voldoening.”

“Ik heb nooit meer zo veel uren gemaakt als ik heb gedaan in de sport”

4. Waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige omgeving?
XL36DeBlikvanBuitenstaanders-PvdL-3“De verschillen zijn eigenlijk best groot. In mijn wereld van de laatste vijftien jaar is de impact van maatschappelijke ontwikkelingen en politieke besluiten veel directer dan in de sport. Sinds 2005 ben ik betrokken geweest bij ontwikkelingen die het maatschappelijke spel en speelveld regelmatig ingrijpend, bijna fundamenteel hebben veranderd. En ook het gesprek daarover. Stelselwijzigingen, van de invoering van de zorgverzekeringswet via de Wmo tot de transitie van de jeugdzorg hebben vaak een fundamenteel andere zienswijze op het werken opgeleverd. Anders dan met name de ‘georganiseerde sport’, waar zich niet heel veel fundamentele veranderingen hebben voorgedaan en nog steeds dezelfde discussies spelen. Ook daar houden spelregelveranderingen de gemoederen bezig, maar ik heb toch de indruk dat de echte impact op het leven van mensen toch relatief is. Overigens is de vraag of dit ook voor de sport lang vol te houden is. De maatschappelijke vraag en de visie daarop wordt steeds luider.”

“Een ander verschil: ik heb nooit meer zo veel uren gemaakt als ik heb gedaan in de sport. Het patroon van overdag een organisatie met betaalde medewerkers leiden, om je vervolgens verschillende avonden per week in de meer vrijwillige bestuurlijk omgeving te storten, is een aparte dynamiek. En dan te bedenken dat de Nevobo in die tijd de verantwoordelijkheid voor de organisatie van topsport bij een andere organisatie had neergelegd. Ik werkte volgens mijn arbeidsovereenkomst en in theorie vier dagen per week om de zorgtaken voor onze kinderen te kunnen delen. Ik was dus gelegitimeerd één dag per week niet op kantoor te komen, iets wat mijn toenmalige collega-directeuren wel bijzonder - lees 'ondenkbaar' - vonden. Directeur van een sportbond is echt een leuke tropenbaan.”

“Als je als insider leest wat kranten over jouw realiteit schrijven, dan maak je je zorgen over de weergave van andere ontwikkelingen. Zouden ze daar ook de plank zo misslaan?”

“En natuurlijk is het glazen huis waarin je zit anders dan veel andere banen. Toen ik begon en vertrok bij de Nevobo stond dat in de krant. Dat is bij mijn andere functies niet gebeurd. Keerzijde van de mate waarin media het reilen en zeilen van je werk volgen vormt ook je beeld wel van die media. Als je als insider leest wat kranten over jouw realiteit schrijven, dan maak je je zorgen over de weergave van andere ontwikkelingen. Zouden ze daar ook de plank zo misslaan?”
“En ten slotte ben ik wel blij met de slagvaardigheid en ruimte die ik heb bij mijn huidige organisatie, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen. We zoeken naar allerlei manieren om onze achterban van pleeggezinnen rollen te geven in de dingen die we doen, maar hebben daarin ook veel vrijheid. Dat komt ook doordat de organisatie in 2014 aan het einde van haar levenscyclus zat en er daarnaast een stelselwijziging aankwam. Dat geeft ons nu de ruimte en snelheid van een start-up met de naam van een gelouterde en gekende vereniging. Het statutaire keurslijf waarin veel traditionele sportbonden zich bevinden is in deze tijd van moderne middelen om leden en andere sporters te bereiken en een stem te geven onnodig beperkend. Dat kan flexibeler, waardoor je bijvoorbeeld ook voor niet-georganiseerde sporters een rol van betekenis kunt spelen.”

5. Zie je ook overeenkomsten tussen je huidige werkomgeving en die van de sportwereld?
“Het organiseren van passie speelde in alle verenigingen waar ik heb gewerkt. Zowel in pleegzorg als in de sport hebben mensen sterke drijfveren en voelen ze veel eigenaarschap voor hetgeen ze doen. Dat maakt het leuk, maar ook regelmatig moeilijk om in die sectoren te werken. Verder zijn zowel jeugdzorg als de sport domeinen die in zichzelf zijn gekeerd. Hoewel de decentralisaties daar wel veranderingen in hebben gebracht, vormde de jeugdzorg een kolom met weinig verbindingen naar andere domeinen. Dat valt mij ook op aan de sport. Door de decentralisaties zijn die schotten in de jeugdzorg wel steeds meer opengegaan; misschien dat het denken over de maatschappelijke rol van de sport daar hetzelfde oplevert.”

“Ik streef wat meer naar de rust om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen en de wijsheid om het verschil te zien”

XL36DeBlikvanBuitenstaanders-PvdL-4 copy6. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar toen, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport werkte?
“Ik was relatief jong toen ik als directeur begon. Ik zou me waarschijnlijk wat minder druk hebben gemaakt over allerlei kleine dingen. Wat dat betreft streef ik vandaag de dag toch wat meer naar de rust om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen en de wijsheid om het verschil te zien. En daar slaag ik steeds beter in.”
“En ik zou toch meer mijn bedenkingen geuit hebben tegen de verzelfstandiging van het topvolleybal, al had dat weinig effect gehad. Ik ben ervan overtuigd dat bijvoorbeeld topsport andere sturingsconcepten nodig heeft dan breedtesport. Maar het blijkt dat dat ook kan binnen één bond.”

7. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
“Letterlijk met plezier denk ik terug aan Herman van Zwieten, de net na zijn aftreden overleden voorzitter van de Nevobo. Hij heeft mij als relatief broekie altijd veel ruimte en steun gegeven. Zijn adagium ‘ergert u niet, verwondert u slechts’ probeer ik nog steeds toe te passen. We hebben veel plezierige maaltijden gedeeld op allerlei plekken in de wereld en daarbij ook goede gesprekken gehad over andere dingen dan sport. Verder Erna Mannen, met wie het fijn en succesvol werken was. En met collega’s als Theo Fledderus, Marcel Sturkenboom, de helaas begin dit jaar overleden Ruud Bruijnis, Herman Ram en Johan Wakkie. Met sommigen heb ik ook nu nog af en aan contact. En dan nog veel mensen in de internationale volleybalgemeenschap; het internationale ontwikkelingswerk binnen de FIVB was leuk en dankbaar, zelfs ondanks de voor een Nederlander vaak heel bijzondere governance die daar toen heerste.”

“Veel dingen die mij stoorden in de sport spelen ook in mijn huidige wereld van de jeugdzorg”

XL36DeBlikvanBuitenstaanders-PvdL-5 copy8. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
“Ik vind het moeilijk op daarop te antwoorden. Veel dingen die mij stoorden in de sport spelen ook in mijn huidige wereld van de jeugdzorg. Zoals ineffectieve structuren, de belangen die het behalen van het doel verhinderen en van de blokkerende ego’s. Dingen waarin de sport ook heel goed is. Ook de samenwerking is lang niet altijd eenvoudig. In ieder geval is het een duidelijk samenbindend thema, namelijk het belang van het kind. Zo’n gemeenschappelijk thema zou de sport verder kunnen brengen.”

"De verwachtingen van de sportclub zijn lastig te realiseren met een basis van vrijwilligers"

9. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld? 
“Ja. Niet als directeur, maar als ik meedenkend en adviserend een bijdrage kan leveren zou ik dat graag doen. Mij intrigeert de discussie over de rol van sport(verenigingen) in de vermaatschappelijking. Sportverenigingen hebben op zich al een bindende rol. De voetbalvereniging in Laak doet al sinds jaar en dag veel voor de integratie en de positie van kinderen, ook zonder dat daar gemeentelijk beleid een plas over doet. Maar de verwachtingen van de sportclub zijn hooggespannen. En die zijn lastig te realiseren met een basis van vrijwilligers die hun motieven om actief te zijn vaak in de sport zelf vinden, niet in het ‘werken met doelgroepen’. Dat vraagt om professionalisering om activiteiten uit te voeren en te coördineren. En het vraagt ook om - op alle niveaus, van landelijke bond tot lokale club - structuren die het mogelijk maken om sneller in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.”

Volgende keer in de rubriek 'De blik van buitenstaanders': Marloes van der Laan, voormalig hoofd media & public relations bij de KNVB, daarna head of communications bij Twitter Benelux, momenteel werkzaam als communications manager EU & Northern Europe bij Uber.
Oproep
Naar wiens carrièreverloop na zijn/haar vertrek uit de sportwereld ben je benieuwd? Wat zou zijn/haar visie op de sportwereld zijn nu hij/zij wat afstand heeft genomen? Kortom, wie zou je graag zien in deze rubriek? Suggesties met namen zijn welkom, stuur ze naar info@skxl.nl o.v.v. 'De blik van buitenstaanders'.
« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst