Menno
8 oktober 2026
Roger Davids pleit voor een gerichte lobby vanuit de sportsector. De voormalig voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond KNLTB reageert op een interview met Wouter Bos over de maatschappelijke waarde van sport. Arie Martijn Schenk tekende het betoog van Davids op.
8 oktober 2026
Opinie
In zijn interview op de website van de RVVB wees Bos op de grote maatschappelijke waarde van sport, maar ook op de moeite om die waarde te vertalen naar financiële ruimte. De sport beschikt over veel minder georganiseerde lobbykracht dan andere sectoren, zoals zorg, cultuur en onderwijs. Dat betekent niet simpelweg dat er tientallen nieuwe professionele lobbyisten kunnen komen. De sport beschikt zelf al over een groot netwerk van bestuurders en directeuren die contacten onderhouden in politiek, bedrijfsleven en openbaar bestuur. De vraag is vooral hoe dat netwerk veel gerichter kan worden ingezet.
"We moeten kunnen aangeven met welke problemen Nederland worstelt en wat de sport daaraan kan bijdragen"
Roger Davids
De georganiseerde sport moet anders naar belangenbehartiging kijken, niet met steeds nieuwe losse campagnes en advertenties, maar als een brede beweging die enkele maatschappelijke vraagstukken kiest waarop sport daadwerkelijk iets kan bijdragen. "We moeten niet alleen laten zien wat sport waard is. We kunnen beter duidelijk maken welke problemen we kunnen helpen oplossen."
Roger Davids KNLTB
Een effectieve lobby begint niet bij de vraag wat de sport van de overheid nodig heeft. Hij draait die redenering liever om. Waar loopt een gemeente, provincie of het Rijk tegenaan en waar kan sport onderdeel van de oplossing zijn?
Hij noemt onder meer gezondheid, eenzaamheid en jeugdzorg. Sportverenigingen en andere sportaanbieders beschikken over iets wat overheden niet zomaar zelf kunnen opbouwen: een bestaande infrastructuur van accommodaties, vrijwilligers, professionals en sociale netwerken.
"We komen best veel brengen", zegt Davids. Sport kan bijdragen aan sociale cohesie en fittere inwoners, maar blijft zo'n algemene boodschap nog te abstract. "We moeten kunnen aangeven met welke problemen Nederland worstelt en wat de sport daaraan kan bijdragen."
"Wie heeft het nummer van een minister, staatssecretaris, wethouder of andere beslisser in zijn telefoon?"
Roger Davids
Dat vraagt ook om een andere manier van denken binnen de overheid. Sport komt traditioneel terecht bij een wethouder Sport of een sportwoordvoerder in de Tweede Kamer, terwijl de maatschappelijke effecten veel breder liggen. Wie sport inzet voor gezondheid of het tegengaan van eenzaamheid, komt automatisch bij andere portefeuilles terecht.
"Je kunt veel meer contact zoeken met bijvoorbeeld de wethouder Zorg in plaats van alleen met de wethouder Sport", stelt Davids. "De uitgestoken hand van de sport komt zo ook bij andere portefeuilles terecht, waardoor er ook meer budget beschikbaar kan komen voor sportaanbieders."
De sport kent veel organisaties, veel belangen en een groot aantal onderwerpen. Daardoor dreigt de boodschap richting politiek en overheid versnipperd te raken. Davids pleit ervoor om met de georganiseerde en professionele sport maximaal twee of drie vraagstukken te kiezen waarop gezamenlijk gedurende enkele jaren wordt ingezet. "Als eerste zouden we met elkaar kunnen bepalen: waar kiezen we voor en wat is onze meerwaarde? Die is nu te diffuus."
"Het zit in het herhalen, herhalen, herhalen"
Roger Davids
Vervolgens moet nauwkeurig in kaart komen wie over die onderwerpen beslist en wie de besluitvorming beïnvloedt. Niet alleen Kamerleden en bewindspersonen, maar ook beleidsmakers op departementen en bestuurders op lokaal en provinciaal niveau.
Daarna komt de kracht van het bestaande sportnetwerk in beeld. Nederland kent tientallen sportbonden, met voorzitters, directeuren en andere huidige en voormalige bestuurders die ieder hun eigen netwerk meebrengen. Voeg daar bijvoorbeeld oud-topsporters en andere prominenten aan toe en er ontstaat een veel grotere groep mensen die namens dezelfde boodschap deuren kan openen. "Je kunt kijken: wie kent wie? Wie heeft het nummer van een minister, staatssecretaris, wethouder of andere beslisser in zijn telefoon? Die kracht wordt nu onvoldoende benut."
Het verschil zit vooral in de lange adem. Davids spreekt bewust over een beweging in plaats van een campagne. Campagnes om de waarde van sport onder de aandacht te brengen, vindt hij nuttig, maar een lobby vraagt iets anders: een beperkt aantal doelstellingen, een duidelijke groep beslissers en beïnvloeders en jarenlang dezelfde boodschap consequent blijven vertellen: "Het zit in het herhalen, herhalen, herhalen."
Daarbij moet de sport ook oppassen dat zij niet telkens reageert op het incident van de dag. Natuurlijk kunnen tussentijds nieuwe kwesties opkomen, maar die mogen een langetermijnstrategie niet steeds verdringen. "Je gaat niet van incident naar incident. Je kunt beter een soort masterplan maken."
"Je kunt zeggen: we zijn niet genoemd, maar dat werkt niet"
Roger Davids
Dat sport in de Troonrede van dit jaar niet expliciet werd genoemd, past in dat beeld. Achteraf constateren dat sport ontbreekt, is niet genoeg. Juist vooraf zou de sector structureel duidelijk kunnen maken waar zij kan bijdragen. Opvallend is dat preventie in de Troonrede wel nadrukkelijk terugkomt: het kabinet stelt dat preventie belangrijker moet worden om de zorg op termijn toegankelijk te houden. Sport en bewegen worden daar niet expliciet aan gekoppeld.
Voor Davids is dat precies het soort aanknopingspunt waarop de sport veel eerder en gezamenlijk zou kunnen inzetten: "Je kunt zeggen: we zijn niet genoemd, maar dat werkt niet. Het moet anders." Zijn vraag is vervolgens: als preventie een kabinetsdoel is, welke problemen kan sport daar concreet helpen oplossen?
Voor sportverenigingen en andere aanbieders zit daar wel een belangrijke grens. Davids zegt nadrukkelijk niet dat iedere club voortaan maatschappelijke taken op zich moet nemen.
"We hebben ruim twintigduizend verenigingen, dat kan natuurlijk helemaal niet", zegt hij. Wel ziet hij een groep koplopers die de ruimte, kennis en motivatie heeft om meer voor de wijk of gemeente te betekenen. Davids schat dat ongeveer een kwart van de verenigingen daar interesse en mogelijkheden voor heeft.
Juist daar ligt een opdracht voor de overheid en de georganiseerde sport. Wie van verenigingen vraagt om bij te dragen aan maatschappelijke vraagstukken, kan dat niet uitsluitend bij vrijwilligers neerleggen.
"De menselijke infrastructuur en de hardware zijn er, maar dan moet je wel de vrijwilligers en professionals optimaal ondersteunen. Je kunt het ze niet moeilijk maken met veel te veel regels." Het moet uiteindelijk ook voor sportaanbieders zelf iets opleveren. Niet alleen de samenleving profiteert, ook de vereniging of andere aanbieder moet sterker uit zo'n samenwerking komen.
Roger Davids KNLTB Tennis
Davids ziet de politieke aandacht voor preventie als een kans om die andere benadering in praktijk te brengen. De zorgkosten stijgen en de druk op de begroting blijft groot. Sport kan via preventie bijdragen, maar de sector moet veel concreter uitwerken hoe die bijdrage eruitziet: niet alleen zeggen dat bewegen gezond is, maar laten zien welke bijdrage sportverenigingen en andere aanbieders kunnen leveren, welk maatschappelijk effect daarmee kan worden bereikt en wat daarvoor nodig is.
"Laten we een groep sportbestuurders en sportdirecteuren bij elkaar brengen en de kern pakken van wat sport kan bijdragen aan een aantal problemen"
Roger Davids
Een sportvereniging kan bijvoorbeeld een rol spelen bij het terugdringen van eenzaamheid of bij het stimuleren van bewegen, maar wanneer daarvoor extra begeleiding, scholing van vrijwilligers of professionele ondersteuning nodig is, moet daar ook financiering tegenover staan. Daarmee verschuift het gesprek. Niet: de sport wil meer geld, maar: dit probleem kunnen sportorganisaties helpen aanpakken, dit is het plan en dit is nodig om dat mogelijk te maken.
Davids presenteert zijn ideeën nadrukkelijk niet als een kant-en-klaar model. "Misschien komt iemand met een tien keer beter idee", zegt hij. Het belangrijkste punt is dat de sport het gesprek over haar collectieve belangenbehartiging moet starten.
Davids' oproep richt zich daarom op bestuurders en directeuren uit alle delen van de sport. "Laten we een groep sportbestuurders en sportdirecteuren bij elkaar brengen en de kern pakken van wat sport kan bijdragen aan een aantal problemen. En vervolgens bepalen: welke dossiers willen we dan beïnvloeden?" Daarmee legt Davids de vraag nadrukkelijk bij de sportsector neer: wie pakt de handschoen op?
Deel dit bericht:
Door: Arie Martijn Schenk
4 reacties
Menno
8 oktober 2026
Hayke Veldman
8 oktober 2026
Albert Jaap van Santbrink
8 oktober 2026
Antonie van Schendel
8 oktober 2026
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.