De meeste valpartijen in het wielrennen gebeuren bij hoge snelheid en in groepen, zo concludeert VeiligheidNL. De organisatie deed in samenwerking met de NTFU en de KNWU onderzoek naar de oorzaken van valpartijen in alle fietsdisciplines in de wielersport. De conclusies zijn niet altijd verrassend, maar het onderzoek geeft wel inzichten die kunnen leiden tot adviezen om de sport veiliger te maken. "We werken samen met de bonden aan de doorvertaling", vertelt Ellen Kemler van VeiligheidNL.
16 juli 2026
Nieuws
Aanleiding voor het onderzoek was een sterke stijging van het risico dat wielrenners en mountainbikers liepen om met ernstig letsel op de spoedeisende hulp te komen in de corona-periode. "Ernstig letsel is altijd een aandachtspunt en dit was voor ons reden om de samenwerking met de bonden aan te halen", vertelt Kemler. "Daarbij hebben we gezamenlijk besloten om niet zozeer naar het letsel zelf, als wel naar de oorzaken van de valpartijen te kijken." Om daar inzicht in te krijgen, werden er vragenlijsten naar fietsers uitgestuurd, bij de KNWU onder wedstrijdfietsers, bij de NTFU onder toerfietsers en via kanalen (bekende wielerbladen en websites en social media) van alle partners werd een brede vragenlijst onder sportieve fietsers uitgezet.
Ellen Kemler
In totaal kregen de onderzoekers input van 2.278 sporters over 2.510 valpartijen. De eerste inzichten op hoofdlijnen:
Veel valpartijen die zijn gemeld, vonden plaats tijdens het wegwielrennen (wedstrijden 72%; sportfietsers 56%) en mountainbiken (wedstrijden 8%; algemene fietsers 30%). Bij wedstrijden gebeurde twee derde van de ongevallen in een peloton. De aangegeven snelheid lag hierbij vaak hoog, boven de 40 kilometer per uur.
Uit de verzamelde data zijn nog veel meer inzichten te destilleren. Kemler: "De vragen gingen over de oorzaak van de valpartij, maar ook bijvoorbeeld over het moment in de wedstrijd, over de grootte van de groep op het moment dat het gebeurde, over het wegdek enzovoort. Bovendien hebben we vragen gesteld over het type letsel. Kon iemand doorfietsen? Was er medische behandeling nodig? Hoe lang had iemand last van de gevolgen?"
"Als je start in de bebouwde kom met veel bochten, smalle straatjes en hobbelig wegdek, is dat gevaarlijk"
Ellen Kemler
Met betrekking tot wedstrijdwielrennen leidde dit bijvoorbeeld tot de conclusie dat ongeveer een derde van de ongevallen in het begin van de koers gebeurt. "Vooral in de eerste tien kilometer", aldus Kemler. "Met een dergelijk inzicht kan de KNWU aan de slag. In het begin van de koers rijden alle wielrenners nog bij elkaar in het peloton. Buiten het feit dat dit vaak een grote groep is, heeft ook niet iedere renner evenveel ervaring met het rijden in zulke grote groepen. Als je start in de bebouwde kom met veel bochten, smalle straatjes en hobbelig wegdek, is dat gevaarlijk. Je kunt er bijvoorbeeld voor zorgen dat je in het begin van de koers zo snel mogelijk via een hoofdweg naar buitengebied gaat."
Er wordt ook veel gevallen door fietsers die zichzelf ervaren vinden. Kemler: "We moeten ook hen ervan doordringen dat ervaring je niet immuun maakt voor valpartijen en dat zij hun vaardigheden nog verder kunnen trainen. Hier zijn cursussen voor, zoals Start2bike voor beginners, maar bij de NTFU kunnen ook ervaren racefietsers en mountainbikers workshops en clinics volgen om hun vaardigheden te verbeteren."
Hoewel nog altijd twaalf procent van de valpartijen leidt tot een hersenschudding, is het dragen van een helm onder sportieve fietsers inmiddels gemeengoed. In wedstrijden is het dragen van een helm verplicht, maar ook onder de sportfietsers draagt 99 procent een helm. Kemler: "Dat is een goede ontwikkeling. Een helm kan niet al het letsel voorkomen, zeker niet bij een valpartij bij hele hoge snelheden. De helm beperkt dan nog altijd de impact van de val. Dat kan het verschil uitmaken tussen een hersenschudding of een schedelbasisfractuur."
"We zijn nog niet klaar, het is werk in uitvoering"
Ellen Kemler
Ondanks de toename in het risico om als sportfietser op de spoedeisende hulp te belanden na een valpartij, raadt Kemler mensen aan zeker niet te stoppen met fietsen: "Voor iedere sport geldt dat de bijdrage aan de gezondheid vele malen groter is dan het risico op letsel. In het verleden is hier onderzoek naar gedaan en daaruit bleek dat de kosten van de gezondheidszorg vele malen hoger worden als we met zijn allen stoppen met bewegen."
De implementatie van de aanbevelingen is al onderweg. "De KNWU en de NTFU zijn al aan de slag gegaan met hun eigen stakeholders zoals de bondsarts, organisatoren en trainers/coaches en verenigingen", aldus Kemler. "Maar we zijn nog niet klaar, het is werk in uitvoering. Ik ben op dit moment bezig met twee studententrajecten om volgend jaar nieuwe data-analyses uit te kunnen voeren. Samen met de bonden werken we aan de doorvertaling. Wat zijn belangrijke bespreekpunten en hoe kunnen de bonden daarmee aan de slag, bijvoorbeeld in reglementen, cursussen en protocollen. Een ander voorbeeld is het programma 'Zeker op je zadel'. Dat gaat over valtechniek, hoe je bijvoorbeeld het beste kunt doorrollen als je toch ten val komt. We kunnen hiermee niet de val voorkomen, maar wel de impact van de val verminderen. Dankzij subsidie van Sportinnovator kunnen we dat programma met de nieuwe inzichten doorontwikkelen."
Deel dit bericht:
Door: Leo Aquina
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.