Lodewijk Klootwijk
29 oktober 2026
In hoeverre speelt geld een rol bij de keuze van mensen om wel of niet te gaan sporten? In het kader van het SPRINTS-onderzoek publiceerde HAN University of Applied Sciences het rapport 'Meer dan een kwestie van geld'. Daaruit blijkt dat financiële drempels zelden alleen komen. Als je mensen met weinig financiële speelruimte toch aan het sporten wilt krijgen, is alleen het wegnemen van die financiële drempel dus onvoldoende. Sport Knowhow XL sprak met onderzoeker Willem de Boer. Met een andere inzet van de buurtsportcoaches kunnen volgens hem binnen vijf jaar een miljoen mensen aan het sporten worden geholpen.
29 oktober 2026
Nieuws
Eerst de cijfers. Voor het onderzoek vulden in november 2025 ruim tweeduizend deelnemers van het gerenommeerde LISS-panel een uitgebreide vragenlijst in. Kosten blijken vaak niet de voornaamste reden om niet te sporten. Gebrek aan plezier, lichamelijke klachten, tijdgebrek en vermoeidheid worden vaker genoemd. Slechts zestien procent van de niet-sporters noemt kosten als reden. Bij niet-sporters uit huishoudens onder de armoedegrens ligt dat cijfer op 26 procent. Ook geeft een kwart van de mensen onder de armoedegrens aan onvoldoende financiële ruimte te hebben voor het sportaanbod dat het best bij hen past, tegenover zeven procent erboven.
Willem de Boer
Wie onvoldoende financiële ruimte heeft om te sporten, ervaart bovendien vrijwel altijd andere belemmeringen. 89 procent van de mensen die passend sportaanbod niet kunnen betalen, ervaart ten minste één andere belemmering en 60 procent zelfs twee of meer, zoals onvoldoende rust, fysieke fitheid of tijd of het ontbreken van een sportieve sociale omgeving. Ook weinig vertrouwen in de eigen sportvaardigheid speelt vaak mee. Bovendien verschilt de combinatie van belemmeringen van persoon tot persoon; geen enkele drempel overheerst. Dat vraagt volgens onderzoeker Willem de Boer om een aanpak die aansluit bij de situatie en behoeften van de persoon.
Het onderzoek richt zich specifiek op mensen die een financiële drempel ervaren om te kunnen sporten. Daarvoor bestaan al veel regelingen. Voldoen die volgens jou niet?
"Er zijn inderdaad al veel regelingen, zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en gemeentelijke regelingen en passen. Zo’n regeling zorgt ervoor dat bij veel mensen een noodzakelijke drempel om een passende sport te kunnen doen wordt weggenomen, maar ons onderzoek laat ook zien dat er voor veel mensen met een financiële drempel er nog andere belemmeringen spelen. Die andere belemmeringen verschillen van persoon tot persoon. De een heeft gezondheidsklachten en voelt zich fysiek niet fit genoeg, de ander combineert werk en zorgtaken en heeft simpelweg de tijd of de rust niet om sport in te plannen. Weer een ander heeft niemand in de omgeving die sport, of twijfelt of hij wel vaardig genoeg is om mee te komen."
Zou betere voorlichting over het sportaanbod helpen?
"Opvallend genoeg is onvoldoende kennis juist een van de belemmeringen die het minst worden genoemd. Slechts 5% van alle respondenten zegt niet goed te weten hoe ze informatie kunnen vinden over hoe ze een passende sport kunnen beginnen. Bij de groep die een financiële drempel ervaart, is dat 18%. Met alleen voorlichting of campagnes kom je er dus ook niet."
Wat dan wel?
"Wij denken dat een persoonlijke aanpak zou helpen. Die hoeft zeker niet per se uit de sportieve of financiële hoek te komen. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur werkt bijvoorbeeld met zogenoemde meerkrachten: professionals als leerkrachten, maatschappelijk werkers of buurtsportcoaches die namens een gezin de aanvraag doen. Het Volwassenenfonds werkt op dezelfde manier met intermediairs. Zij kennen vaak de persoonlijke situatie van iemand of van het gezin en kunnen ook helpen bij die andere drempels. Hun positie zou, voor maatwerk, misschien nog wel versterkt kunnen worden."
"Een simpele rekensom leert dan dat je met het geld van de BRC jaarlijks ongeveer een half miljoen mensen die niet of amper sporten zou kunnen helpen om dat structureel wel te doen"
Willem de Boer
Jullie leggen de nadruk op het individu en noemen naast de meerkrachten de beweegmakelaar als concreet voorbeeld. Wat doet een beweegmakelaar?
"Een beweegmakelaar helpt mensen met een hulpvraag of gezondheidsrisico om een passende, laagdrempelige sport- of beweegactiviteit in de buurt te vinden. Een beweegmakelaar besteedt naar schatting gemiddeld zo'n acht uur aan iemand die nog niet of nauwelijks beweegt. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die door een zorgverlener, zoals de huisarts of het ziekenhuis, worden doorverwezen. Moeilijke doelgroepen, waarvoor de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) vaak niet passend is. Er wordt gekeken naar de financiële kant, maar vooral ook naar andere zaken. Het begint met elkaar als mens te zien en wat iemand kan en wil. De beweegmakelaar brengt dan die zaken in kaart en gaat samen met de persoon op zoek naar oplossingen binnen het bestaande sport- en beweeglandschap. Hij of zij weet de weg en kan mensen ook helpen in de communicatie met instanties, zodat meerdere belemmeringen kunnen worden aangepakt. Daarna blijft hij een jaar lang in contact en gaat ook weer aan de slag als de eerste keuze toch niet blijkt te werken. Op diverse plekken in Nederland wordt al enige tijd gewerkt met beweegmakelaars, bijvoorbeeld in Apeldoorn, Deventer en Lelystad."
En werkt dat?
"Het is een intensieve aanpak, maar de eerste resultaten lijken veelbelovend. Volgens betrokkenen sport of beweegt meer dan 80 procent van de deelnemers na een jaar nog steeds. In Deventer ziet zorgverzekeraar Salland bovendien dat deelnemers na een jaar minder vaak bij de huisarts of het ziekenhuis komen. Dat is nog niet onafhankelijk onderzocht, dus ik blijf voorzichtig. Maar persoonlijk denk ik dat het een goed idee is om te verkennen of het zinvol is om de beweegmakelaar in heel Nederland in te zetten."
Hoe zou dat dan bekostigd moeten worden?
"Op verschillende plekken wordt de beweegmakelaar nu al ingezet vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties, de BRC. Dat zou op veel meer plekken kunnen. Vanuit die regeling is nu ruim 3.000 fte actief. Als een beweegmakelaar gemiddeld acht uur per persoon nodig heeft, zou hij per fte misschien 200 mensen per jaar kunnen helpen om meer te gaan sporten of bewegen. Een heel simpele en theoretische rekensom leert dan dat je met het huidige geld van de BRC jaarlijks ongeveer een half miljoen mensen die niet of amper sporten en bewegen zou kunnen helpen om dat structureel wel te doen. In twee jaar zijn dat een miljoen extra mensen. Dit is natuurlijk een theoretische exercitie, maar wel iets om over na te denken."
Wat gaat er verloren als het geld van de BRC anders wordt ingezet?
"Ten eerste wordt het geld dus deels al zo ingezet. Ten tweede is er na ruim vijftien jaar BRC en haar voorlopers helaas maar weinig zicht op wat de regeling heeft opgeleverd, ondanks de verschillende monitors van het Mulier Instituut en een evaluatierapport van Regioplan. Wat wel duidelijk is, is dat er veel versnippering is in activiteiten. Vaak zijn er geen concrete doelstellingen bij de inzet van bijvoorbeeld buurtsportcoaches, of zijn die vooral gericht op input. Daarmee krijg je vooral aanbodgedreven activiteiten, waarvan we in veel gevallen niet weten of ze aansluiten bij de beoogde doelgroep. Ik zeg niet dat buurtsportcoaches geen goed werk doen, integendeel. Maar ik constateer wel dat vrijwel iedereen, ook onder de betrokkenen zelf, het teleurstellend vindt dat bij een regeling waar jaarlijks meer dan 200 miljoen euro in gaat, niet zichtbaar is wat het oplevert."
"Een miljoen extra sporters in vijf jaar is misschien wel een realistische doelstelling. Waarom niet"
Willem de Boer
Wat stel je voor?
"Ik denk dat het de moeite waard is om een deel van dat geld niet langer op wijkniveau in te zetten, maar te richten op een individuele aanpak zoals die van de beweegmakelaars en de meerkrachten. Nu steeds meer taken door technologie worden overgenomen, wordt persoonlijk contact juist waardevoller. Iemand die de tijd neemt om te kijken wat een ander nodig heeft, is niet te vervangen. Beweegmakelaars en meerkrachten zijn daar goede voorbeeld van."
Dus binnen twee jaar een miljoen mensen extra aan het sporten?
"Nee, twee jaar is veel te kort, alleen al omdat de BRC niet alleen op sport, maar ook op cultuur is gericht. Er is ook een overgangsperiode nodig en momenteel is ook nog veel onduidelijk over de effectiviteit van beweegmakelaars op de langere termijn. Tegelijk hoeft niet iedereen zo’n intensief traject. Ruim een derde van de niet-sporters in ons onderzoek denkt er al over na om te gaan sporten. Een miljoen extra sporters in vijf jaar is misschien wel een realistische doelstelling. Waarom niet?"
Wie zouden daar nog meer aan moeten bijdragen?
"Het wordt zeker haalbaarder als, naast VWS en gemeenten, ook andere partijen gaan investeren, zoals zorgverzekeraars, of werkgevers, want die extra sporters leveren niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk veel op. Niet voor niets investeren zorgverzekeraars als Univé en Salland nu al in beweegmakelaars in Apeldoorn en Deventer. Ik denk dat zij het potentieel zien."
Waarom de doelstelling van een miljoen?
"Een miljoen meer mensen in vijf jaar aan het sporten krijgen, is in ieder geval een concrete en volgens mij ook haalbare doelstelling. Iets waar iedereen, van beweegmakelaar tot minister en van gemeente tot zorgverzekeraar, wel warm voor wordt en zich voor kan inzetten. De individuele begeleiding biedt de kans om niet alleen de input – zoals nu vooral gebeurt – maar ook de uitkomsten goed te monitoren. Als het goed wordt gedaan, is het ook mogelijk om de maatschappelijke effecten te meten en ervan te leren. Het sluit ook naadloos aan bij de aanbevelingen van het Mulier Instituut van hun reflecties op het Nederlands sportbeleid: een visionaire regierol, gerichte investeringen, beter aansluiten op de sociale realiteit en een beter en breder perspectief op doeltreffendheid en doelmatigheid."
"Minister Sterk heeft aangegeven dat de sportakkoorden niet terugkeren en dat ze inzet op structureler sportbeleid en financiering, met minder kortlopende projecten. Door structureel te investeren in een mensgerichte aanpak met concrete en meetbare doelstellingen en resultaten, zou ze tot ver buiten Den Haag goede sier kunnen maken.”
SPRINTS staat voor Sports Pricing Research to INcrease The Sport participation en is een door ZonMw gefiniancierd project in het kader van MOOI in Beweging op wicked problem van ‘de betaalbaarheid van sport staat onder druk’. Naast de HAN University of Applied Sciences werken ook het Mulier Instituut en de Radboud Universiteit aan het project, samen met tientallen praktijkpartners. Het hoofddoel van SPRINTS is om nieuwe inzichten te verwerven in de effecten van prijsstelling, prijsdifferentiatie en financiële regelingen op sportdeelname, met het oog op het ontwikkelen van aanbevelingen voor beleidsmakers en sportorganisaties om de sportparticipatie te verhogen.
Deel dit bericht:
Door: Leo Aquina
1 reacties
Lodewijk Klootwijk
29 oktober 2026
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.