Wie sportbeleid wil maken, kan niet meer zonder data, maar data op zichzelf zegt weinig. Het gaat om de vraag hoe je deze data weet te verbinden en hoe je het vertaalt naar keuzes in de praktijk. Precies op dat snijvlak opereert het Mulier Instituut. Met een groeiende hoeveelheid databronnen, nieuwe infrastructuren en een duidelijke ambitie om gemeenten en andere overheden beter te ondersteunen, krijgt dat werk steeds meer gewicht.
7 mei 2026
BRANDED CONTENT
De recente overname van de infrastructuur van Sport Data Valley (SDV) past in die ontwikkeling. Volgens directeur-bestuurder Remco Hoekman gaat het daarbij nadrukkelijk niet om het verzamelen van nog meer data, maar om het beter benutten ervan. “We hebben de infrastructuur overgenomen om het delen van data in het veld aan te jagen en beter te benutten voor beleidsontwikkeling. SDV werd vooral gebruikt in de topsport. Wij zien juist kansen om die infrastructuur ook in het publieke domein toe te passen.”
"We gebruiken bestaande data van bijvoorbeeld het CBS, maar verzamelen ook zelf veel informatie"
Liza van Vliet
Dat betekent concreet dat data uit verschillende bronnen beter met elkaar verbonden kunnen worden, zonder dat privacy in het geding komt. “De SDV-infrastructuur maakt het mogelijk om data veilig te delen”, aldus Hoekman. “En dat is nodig, want gemeenten willen steeds vaker data-gestuurd werken, maar hebben daar niet altijd de middelen of systemen voor.”
De data zelf komt uit een mix van bronnen. Datacoördinator Liza van Vliet schetst een breed palet. “We gebruiken bestaande data van bijvoorbeeld het CBS, maar verzamelen ook zelf veel informatie. Dat doen we via vragenlijsten, panels en specifieke onderzoeken.” Een belangrijk voorbeeld daarvan is het Nationaal Sportonderzoek, dat sinds 2008 twee keer per jaar wordt uitgevoerd onder de Nederlandse bevolking. “Daarin kijken we naar thema’s als motieven en belemmeringen om te sporten en bewegen en hoe mensen hun leefomgeving ervaren. Vaak gebeurt dat met steun van het ministerie van VWS, bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie toen ze wilden weten wat het sluiten van sportaccommodaties betekende voor het sportgedrag.”
Daarnaast speelt het werken met panels een belangrijke rol. “We hebben bijvoorbeeld een verenigingspanel dat al 25 jaar loopt”, geeft Hoekman aan. “Daarmee kunnen we ontwikkelingen in de sportsector over langere tijd volgen.” Van Vliet: “Omdat we jaarlijks dezelfde vragen stellen, brengen we trends in beeld. Een losse meting laat alleen een momentopname zien, maar dit geeft inzicht in hoe verenigingen zich ontwikkelen.”
Die langlopende dataverzameling wordt aangevuld met nieuwe initiatieven, zoals de doorontwikkeling van de Database SportAanbod (DSA). In deze databank is vastgelegd welke sportaccommodaties Nederland heeft en welke voorzieningen daarbij horen. Met de komst van een vernieuwde versie, DSA 2.0, wordt die informatie verder verdiept en wordt het platform gebruiksvriendelijker gemaakt. Van Vliet: “We hebben ruimtelijke data toegevoegd door accommodaties te omlijnen. Zo kunnen we onderscheid maken tussen volledige velden en bijvoorbeeld pupillenvelden. We weten op die manier dus niet alleen dát er een sportaccommodatie is, maar ook hoeveel ruimte die inneemt en welke faciliteiten er zijn. Aanvullend hebben we meer databronnen toegevoegd en maken we gebruik van nieuwe AI-technieken, bijvoorbeeld voor een betere herkenning van gras en kunstgras op sportvelden.”
"Het idee is dat gemeenten beter kunnen zien waar ingrijpen het meest nodig is"
Remco Hoekman
Volgens Hoekman opent dat nieuwe mogelijkheden voor beleid. “Je krijgt inzicht in hoe efficiënt ruimte wordt gebruikt en wat er gebeurt als je iets verandert. Bijvoorbeeld als er woningbouw komt of als je een veld anders inricht. Dat soort vragen worden steeds belangrijker en daarbij komen data goed van pas.”
Die behoefte aan samenhangende inzichten komt ook terug in een nieuw dashboard dat later dit jaar beschikbaar komt voor gemeenten. Onder de naam VitIndex worden verschillende databronnen samengebracht om inzicht te geven in waar sport- en beweegachterstanden zitten. “Het idee is dat gemeenten beter kunnen zien waar ingrijpen het meest nodig is”, zegt Hoekman. “Zij investeren jaarlijks ongeveer 1,4 miljard euro in sport en bewegen. Dan wil je dat dat geld zo effectief mogelijk wordt ingezet en zich dus richt op waar achterstanden het grootst zijn.”
LIza van Vliet
Remco Hoekman
Dat betekent overigens niet dat alle data automatisch openbaar of vrij beschikbaar is. Van Vliet: “Veel van onze onderzoeken worden met publiek geld uitgevoerd en die delen we ook openbaar. We vinden het belangrijk dat data hergebruikt kan worden. Tegelijkertijd zijn er ook datasets die onderdeel zijn van specifieke opdrachten. Als een gemeente ons vraagt om lokaal onderzoek te doen, dan hoort die data bij die opdracht.”
Een belangrijke voorwaarde bij al dat datagebruik is dat privacy gewaarborgd blijft. “We hebben intern veel geregeld om aan de AVG te voldoen”, zegt Van Vliet. “Bijvoorbeeld door geen persoonsgegevens op te nemen in datasets, zoals die over accommodaties. Ook de aard van het onderzoek speelt een rol. We voeren bijvoorbeeld geen onderzoeken met medisch gevoelige gegevens uit. We hebben verder een kwaliteitscentrum dat toeziet op goede omgang met data en het naleven van wetenschappelijke standaarden.”
"Data-gestuurd werken biedt veel kansen, maar alleen als je de data ook echt weet te benutten. Daar valt nog veel te winnen"
Remco Hoekman
De grotere uitdaging ligt volgens Hoekman echter niet in het verzamelen van data, maar in het daadwerkelijk gebruiken ervan. “We hebben veel informatie die relevant is op verschillende niveaus, van lokaal tot landelijk. De kunst is om die met elkaar te verbinden en er beleidsrelevantie aan te geven.” Daarbij ziet hij nog volop kansen. “Neem de beweegvriendelijke omgeving. We hebben indicatoren die beleidssensitief zijn en laten zien op basis van de beoogde verandering in welke mate de beweegvriendelijke omgeving verbetert of verslechtert, maar gemeenten maken daar nog niet altijd optimaal gebruik van. Terwijl dat juist belangrijk wordt nu ruimte en financiële middelen onder druk staan en sport en bewegen zich meer moeten verhouden tot andere domeinen. Data-gestuurd werken biedt veel kansen, maar alleen als je de data ook echt weet te benutten. Daar valt nog veel te winnen.”
Deel dit bericht:
Door: Emilie Maclaine Pont
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.