Mina
28 mei 2026
Bewegen is Leven helpt zorginstellingen om bewegen weer vanzelfsprekend te maken in de dagelijkse zorg. In het onderstaande artikel een praktijkvoorbeeld en de uitleg over de welke wetenschappelijke waarnemingen achter deze praktische benadering zitten.door prof. dr. Geert Savelsbergh.
28 mei 2026
Achtergronden
Bewegen is Leven heeft de missie om mensen die nauwelijks of niet bewegen weer aan het bewegen te brengen. En, niet onbelangrijk, dit bewegen als een plezierige bezigheid te beleven. Hoe realiseren we dit? Joël en Azmi beginnen met het in kaart brengen waar iemands passie ligt. Waar heeft de persoon liefde voor? Hier wordt op ingehaakt door de beweegoefening zodanig te kiezen dat deze associaties oproept met het verleden. De beweging wordt door de client herkend omdat deze overeenkomsten heeft met de vroegere beroepsuitoefening. De aangeboden bewegingsuitvoering wordt in een spelvorm uitgevoerd, alleen of samen met anderen. De oefening kan steeds weer worden aangepast en indien nodig meer uitdagend worden gemaakt. Hierbij is van belang dat ze de bewegingen kunnen uitvoeren waardoor er succeservaringen worden gecreëerd. Dit werkt motiverend.
Klaas zat alleen maar op zijn kamer en als hij niet zat, sliep hij. Zo’n beetje zijn enige beweging kwam voort uit het loopje naar het balkon en weer terug om zijn sigaretje te roken. Klaas had geen sociale contacten en wilde alleen op zijn kamer eten. Klaas heeft een kapperszaak gehad. Door inzicht ontstonden er kansen om Klaas in beweging te krijgen. Joël regelde twee föhns en een bal. Klaas begon te praten een uitgebreide les over de föhn. Er leek geen eind aan te komen; alle standen kwamen aanbod, zachter, harder, turbo en natuurlijk de warme en koude stand. Werkelijk geen detail ontbrak.
"Klaas was lange tijd inactief, maar is door het ‘föhn poolen’ weer in beweging gekomen"
Joël Kruisselbrink
Toen Klaas klaar was met zijn les speelden we föhnbal op zijn tafel. We stonden ieder aan een hoofd en bliezen de bal over en weer naar elkaar toe. Keer op keer vertelde hij mij hoe de föhn werkte en speelden we föhnbal. Daarna ging we naar de afdeling naar pooltafel. Hier konden we de oefening meer uitdagend maken. In plaats van de bal naar elkaar te blazen, bliezen we hem nu in de gaten. Klaas enthousiasme werkte ook aanstekelijk op andere bewoners. Deze sloten aan om mee te spelen. Ook Henk was handig met de föhn en kon het goed vinden met Klaas. Op een gegeven moment vroeg Henk zelfs: ‘Klaas zullen wij een bakkie koffie gaan drinken met elkaar?‘. Het was mij gelukt om Klaas met de föhn en föhnbal weer sociaal actief te krijgen.
Joël Kruisselbrink (r) met Klaas
Klaas was lange tijd inactief, maar is door het ‘föhn poolen’ weer in beweging gekomen. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Tijdens deze momenten vertelt hij verhalen over vroeger en merk je dat we de juiste snaar hebben geraakt om hem te motiveren om te bewegen. Daardoor accepteert hij de zorg beter en neemt hij ook eerder zijn medicatie in. Het ontzorgt dus niet alleen de bewoner, maar ook de zorgmedewerkers. Leven door te bewegen.
Bewegen is leven baseert zich op de niet-lineaire pedagogiek, een gangbare theorie binnen de Bewegingswetenschappen. In deze theorie wordt door spelenderwijs uitdagingen aan te gaan, de techniek van de beweging 'vanzelf' geleerd en ontwikkeld. De kern en gedachtegang vanuit deze theorie is dat bewegingsvaardigheden ontstaan vanuit de voortdurende interacties tussen de drie componenten: de mogelijkheden (beperkingen) van de beweger, de taak die uitgevoerd moet worden en de omgeving waarin dit gebeurt. Dit wordt de ‘constraints-led’ benadering genoemd. De bewegingsuitvoering wordt geleid door de opgelegde beperkingen. Bij de beperkingen van de beweger kun je bijvoorbeeld denken aan iemands spierkracht, cognitieve vaardigheid (mate van dementie) en uithoudingsvermogen. De tweede component is de taak, namelijk het doel van de beweging. De derde factor is de omgeving waarin de bewegen plaatsvindt. Bijvoorbeeld aan tafel, vanuit een stoel of staand. Door met deze drie componenten te spelen kan je mensen in beweging krijgen. Als Bewegingsagoog weet je de mentale en fysieke beperking van de persoon. Je kijk ook welk taak zij/hij zou willen en kan uitvoeren (motivatie) en je creëert hierbij een veilige omgeving die dit mogelijk maakt. De omgeving lokt de beweging uit. In andere woorden, de bewegingsprofessional creëert een sturende omgeving die de beweeguitvoering afdwingt.
"Hierbij is de kwaliteit van bewegingsuitvoering niet van zo groot belang, zolang er maar wordt bewogen en er een succeservaring is"
Geert Savelsbergh
Welke motorische leermethoden horen hierbij? Zoals al gezegd: door de omgeving te veranderen, kan je de grenzen van de beweegmogelijkheden verleggen. Dit is een vorm van impliciet leren. Je geeft weinig tot geen instructie over de uitvoering van de taak, maar lokt deze uit. Hierbij is succesbeleving van belang (je raakt en krijgt de bal in beweging door de föhn). Dit wordt ook wel foutloos leren genoemd. De omgeving wordt zo ingericht dat de bewegingsuitvoering met de persoonlijke beperkingen een zo groot mogelijke kans op succes heeft (het sturen van de bal). Door verdere omgevingsaanpassingen te doen, kan een variatie aan uitdagingen worden verkregen (het föhn poolen). Dit werkt motiverend en er worden verschillende hersengebieden gestimuleerd. Bijvoorbeeld: de bal niet alleen in beweging krijgen maar ook in een van de poolgaten sturen. Je kan ook een tijdlimiet instellen en meerdere ballen gebruiken. Dit vereist meer aandacht en aanpassing in de bewegingsuitvoering.
Een tweede leervorm die hier wordt toegepast en niet een complexe instructie vereist, is de externe focus methode. Deze houdt in dat je als beweegagoog niet de aandacht vestigt op de bewegingsuitvoering van de client maar op het resultaat van de beweging (raak de bal, de bal sturen naar een specifiek gat in pooltafel). Hierbij is de kwaliteit van bewegingsuitvoering niet van zo groot belang, zolang er maar wordt bewogen en er een succeservaring is.
Elke kleine omgevingsverandering kan leiden tot een unieke nieuwe situatie. Deze veranderingen houden de aandacht vast en dagen het aanpassingsvermogen van de client uit. Deze onbewuste (impliciete) leervormen zijn dus uitstekend geschikt om cliënten aan bewegen te krijgen zonder (onnodig) een beroep te doen op het cognitieve vermogen van deze. In feite is het bewegen gepersonaliseerd.
"Het benutten van het onbewuste motorische leervermogen via de ‘Bewegen is leven’ methode kan de zelfredzaamheid en kwaliteit van het leven vergroten"
Geert Savelsbergh
Tenslotte, de beweegtaak die je als beweegagoog systematisch kan inbrengen, kan worden ontleend aan de tien grondvormen van bewegen van het Athletic Skills Model (balanceren en vallen, stoeien en vechten, gaan en lopen, springen en landen, rollen en draaien, gooien, vangen, slaan en mikken, trappen, schieten en mikken, klimmen en klauteren, zwaaien en slingeren, bewegen op- en maken van muziek (beweegritme)). Een model gevormd door wetenschappelijk bevindingen en praktijkervaringen.
Geert Savelsbergh
Samenvattend, het benutten van het onbewuste motorische leervermogen via de ‘Bewegen is leven’ methode kan de zelfredzaamheid en kwaliteit van het leven vergroten. Omdat veel ouderen en cliënten in tehuizen geheugenproblemen hebben (bijvoorbeeld met dementie) en moeite met het corrigeren van fouten, werkt de methode van foutloos leren en externe gerichte aandacht heel goed. Hierdoor is het mogelijk om de taak zo in te richten dat deze een minder complexe (cognitieve) beweeguitvoering vraagt, terwijl de omgeving de uitvoering stuurt op een maximale succeservaringen (ik raak de bal). Op deze manier ontwikkel je een gepersonaliseerde beweegstimulering die de kwaliteit van leven kan verbeteren. Bewegen is Leven!
Prof. dr. Geert Savelsbergh is emeritus hoogleraar van de afdeling Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit, Amsterdam
Op 30 october 2026 geeft Joël Kruisselbrink een workshop over “Bewegen is Leven’ waarin hij zijn methode demonstreert en zelf kan ondervinden. De workshop is onderdeel van ‘Master of Movement’ festival georganiseerd door het Athletic Skills Model.
Deel dit bericht:
Geschreven door:
Geert Savelsbergh
Azmi Alubeid
Joël Kruisselbrink
1 reacties
Mina
28 mei 2026
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.