Jan Raateland
23 juni 2026
Logisch dat de kortste weg naar het wegwerken van kansenongelijkheid in de sport loopt via het verankeren van bewegen en sport als publieke voorziening; kortom een Sportwet.
Dit wijst direct terug op het advies van de Nederlandse Sportraad van november 2020, 'De opstelling op het speelveld'. In dit advies wordt gepleit voor een nieuwe organisatie en financiering van de sport.
In mijn essay 'Het belang van sportverenigingen voor de Nederlandse samenleving' ,
pleit ik naast voor de erkenning van sport als publieke voorziening (1), ook voor een structurele professionalisering bij sportverenigingen (2) en voor een lokale vertegenwoordiging van de verenigingssport (3).
In het advies ‘Niemand aan de zijlijn’ mis ik deze twee cruciale onderdelen.
In het advies valt op pag. 12, het volgende te lezen: 'Inwoners kunnen alleen een passende plek vinden als de overheid breder kijkt dan de sportverenigingen'.
Hier wordt schromelijk voorbijgegaan aan het potentieel dat bij duizenden sportverenigingen latent aanwezig is. Gericht - lokaal- investeren in de verbetering van de bestuurlijke organisatie van die duizenden sportverenigingen, leidt tot uitbreiding van het sportaanbod van sportverenigingen in wijken waar dat aanbod tientallen jaren geleden verdwenen is.
DE sportinfrastructuur van Nederland wordt Anno 2026 nog steeds gevormd door de 24.000 sportverenigingen in Nederland.
Buurtsportcoaches en sportakkoorden hebben in de afgelopen 20 jaar het verschil niet kunnen maken; tijdelijk subsidiegeld, dat te vaak en te veel NIET bij sportverenigingen terecht is gekomen.
https://www.desportverenigingen.nl/wp-content/uploads/2025/11/Essay-Belang-sportvereniging-voor-de-Nederlandse-samenleving-2025-okt.pdf