Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Vraag & Antwoord-Item

De vraag van Esther Vergeer aan Henk van Aller 11 maart 2014

De vraag van… Esther Vergeer, voormalig meervoudig paralympisch tenniskampioen en oprichter van een eigen foundation
Aan… Henk van Aller, programmacoördinator Onbeperkt Sportief

De vraag
Beste Henk,
De afgelopen jaren is veel vooruitgang geboekt in het realiseren van een infrastructuur voor het sporten en bewegen van mensen met een handicap. De toegankelijkheid van indoor sportaccommodaties blijft echter achter. Dat is de voornaamste reden dat onlangs de publicatie Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties is verschenen. Wat is het belang van deze publicatie? Welk effecten mogen we er bijvoorbeeld van verwachten?

Het antwoord
Beste Esther,

Het is inderdaad fijn om te zien dat in Nederland, maar ook in veel omringende landen, een positieve ontwikkeling is te zien in de sportinfrastructuur én de aandacht voor sporters met een handicap. De integratie van de gehandicaptensport bij de ‘mainstream’ sportbonden heeft daarin veel betekend: een al ontwikkelde sportspecifieke infrastructuur is een goede basis voor de toepassing voor sporters met een handicap. De leus ‘Normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet’, is niet voor niets al heel wat jaren kenmerkend voor de Nederlandse gehandicaptensport.

Desondanks zijn er nog wat drempels te nemen in het ontwikkelen van een toegankelijke infrastructuur waarin iedereen, met of zonder handicap, kan sporten en bewegen. Deze drempels zijn niet uitsluitend van fysieke aard. Ook in het aanbod van activiteiten, de communicatie hierover en de begeleiding en bejegening van sporters valt nog wel het een en ander te stimuleren. Stichting Onbeperkt Sportief levert hier een bijdrage aan met onder andere stimuleringsprogramma’s, onderzoek en monitoring, deskundigheidsbevordering en advies op dit thema. Daarbij wordt nauw samengewerkt met partners in de zorg, revalidatie, onderwijs, sport en overheid.

In totaal heeft 12 procent van de Nederlandse bevolking tussen de 12 en 79 jaar (1,6 miljoen mensen) een matige of ernstige lichamelijke handicap. Hun sportdeelname blijft helaas sterk achter bij die van mensen zonder handicap. 58 procent van de totale Nederlandse bevolking sport wekelijks, voor mensen met een lichte motorische beperking is dat 40 procent en van de mensen met een matige of ernstige motorische beperking sport maar 29 procent wekelijks.

Sport en bewegen dragen bij tot een hogere kwaliteit van leven, ook - of misschien wel juist - voor mensen met een handicap: sport maakt je fitter en sterker, het zorgt voor een sociaal netwerk en geeft plezier. De sportinfrastructuur en de toegankelijkheid is voor mensen met een handicap in Nederland echter nog altijd onvoldoende, terwijl het een belangrijke randvoorwaarde is om sport en bewegen voor hen mogelijk te maken. Dit werd begin vorig jaar ook nog eens benadrukt in het rapport van de Taskforce Belemmeringen Sport en Bewegen in de Buurt, ingesteld door Minister Edith Schippers van het Ministerie van VWS. Ook uit de Monitor (On)beperkt sportief 2013 die Onbeperkt Sportief vorig jaar door het Mulier Instituut heeft laten samenstellen, blijkt dat drie vijfde van de matig of ernstig lichamelijk gehandicapte sporters knelpunten ervaart bij het sporten.

Ik noemde al dat er vele soorten drempels zijn om te overwinnen. Eén van de meest basale en concrete is de letterlijke drempel van niet-toegankelijke accommodaties. De vernieuwde Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties geeft voor de opdrachtgever, architect en bouwer een duidelijke basis voor het ontwerp en de bouw van sportaccommodaties. Daarbij geven heldere criteria ook een antwoord op de vraag wat nu eigenlijk de norm voor ‘toegankelijkheid’ van sportaccommodaties is. Het biedt een concreet kader om beleid op te baseren, bouwopdrachten te verstrekken, gerichte aanpassingen te doen, accommodaties te beoordelen op toegankelijkheid en te certificeren.

De richtlijnen kunnen daarmee ook een belangrijke bouwsteen bieden voor één van onze andere programma’s: de SportMatch. Op lokaal niveau brengt de Sportmatch in kaart hoe de relatie is tussen de vraag en het aanbod van en voor de diverse groepen van mensen met een handicap. Op basis van de match of mismatch kunnen we inzichten geven, aanbevelingen doen en natuurlijk met vele partners binnen en buiten de sportsector de juiste interventies inzetten. Sportmatch is in samenwerking met onze partner Mulier Instituut ontwikkeld en wordt als een gezamenlijk project uitgevoerd.

Het opstellen van criteria en aanbevelingen is belangrijk maar het moet natuurlijk ook toegepast worden in het ontwerp en de bouw van sportvoorzieningen. Daarom zijn we ook blij dat de gemeente Rotterdam de richtlijnen meteen in praktijk heeft gebracht en 3,2 miljoen euro beschikbaar stelt om sportaccommodaties toegankelijk te maken. Hierdoor kan een geweldige inhaalslag op bestaande accommodaties worden gemaakt maar is het ook een impuls voor het toegankelijk ontwerpen en bouwen van nieuwe sportaccommodaties in de op een na grootste stad van Nederland.

Het initiatief van Rotterdam verdient natuurlijk structurele navolging, ook door andere gemeenten. Inmiddels ligt er een uitnodiging van de gemeente Amsterdam om een toelichting te geven hoe de richtlijnen lokaal te implementeren zijn en gaan we in gesprek met de diverse partijen die een rol spelen in het bouwproces van sportaccommodaties. Gemeenten hebben daar ondanks de privatisering van sportvoorzieningen een belangrijke rol in. Private partijen zijn echter ook in beeld: een toegankelijke sportaccommodatie kan immers door een bredere groep consumenten gebruikt worden. Het kan dus ook omzet verhogend werken in de exploitatie van een sportvoorziening.

Wij gaan nu verder aan de slag met een uitbreiding op deze richtlijnen: wij willen de buitensportvoorzieningen nader beschrijven en ook zijn er al ideeën om voor sportevenementen toegankelijkheidsoplossingen uiteen te zetten. Nog voldoende te ontwikkelen dus.

Sport en bewegen is voor iedereen van belang. Iedereen moet kunnen meedoen in sporten en bewegen, niemand mag uitgesloten worden. We zijn dus inderdaad heel goed op weg, maar zullen ons daar -met elkaar- voor moeten blijven inzetten.

Volgende keer de vraag van Henk van Aller aan Johan Wakkie, directeur van de KNHB:
Beste Johan,
 
Nog minder dan drie maanden en dan begint de Rabobank Hockey World Cup 2014 in Den Haag. Het belooft een mooi event te worden. Zoals je weet is in het nieuwe beleidskader van het Ministerie van VWS voor sportevenementen de maatschappelijke spin-off van evenementen een belangrijk thema. Kan je schetsen hoe jullie invulling geven aan het creëren van deze ‘legacy’ en met name hoe dit uit gaat pakken voor hockeyers uit de specifieke doelgroepen? Wat betekenen dit soort activiteiten voor het WK Hockey zelf en wat verwachten jullie als spin off van deze side events en verbindingen?
« terug

Reacties: 3

-
11-03-2014
Een oud onoplosbaar probleem, maar zeker niet specifiek voor de sporter met een beperking! Recentelijk kreeg ik het verzoek van de vader van een jong talent in de sport om eens naar zijn dochter te kijken die wellicht het talent had om te sprinten. Geen probleem, een uurtje vrijgemaakt om even te kijken en waar kun je dat natuurlijk beter doen dan op een atletiekbaan waarvan Nederland er zo'n 120 heeft. Dit maakt atletiek in principe ook tot een aantrekkelijke sport, je hebt weinig materiaal nodig, of teamgenoten, maar slechts een atletiekbaan, als je tenminste geen lange-afstandsloper bent. Maar de atletiekbaan in het Olympisch stadion was afgesloten wegens een schaatstoernooi. OK, dan naar het in principe open atletiekbaantje achter het stadion dat meestal als warming-up baan wordt gebruikt. Tot mijn verbazing stond er een groot, en naar ik hoop tijdelijk, hek omheen: alleen te gebruiken door atleten van de betreffende vereniging. Nu was het op een tijdstip, midden op de dag dat er geen kip te bekennen was op die baan, en dus met wat klim- en klauterwerk heb ik het talentje aan het werk gezien. Het lijkt warempel wel op een jaar of 40 geleden toen ik zelf als atleet was of op 20 jaar geleden toen ik als atletiektrainer ook al over hekken moest klimmen om mijn sport wat beter te kunnen beoefenen of om mijn werk te doen! Een topatleet traint elke dag en liefst niet ’s avonds als het kouder is en er tientallen jonge atleetjes over de baan kruisen. Met andere woorden: er is niets veranderd: er is geen enkel steekhoudend argument om van atletiekbanen streng bewaakte terreinen te maken waarvan topsporters slechts een paar uur per week gebruik van kunnen maken. Dit geheel in tegenstelling tot atletiekbanen in de vele buitenlanden die ik heb mogen bezoeken. Maar het afbakenen van "eigen" terrein zit ons blijkbaar in het bloed. Voor publiek en sport bedoelde accommodaties mogen geen “koninkrijkjes” worden waar "vreemdelingen" moeten worden geweerd. Een land dat groot wil zijn moet niet te klein willen denken. Vandaag ben ik te gast op “jouw” atletiekbaan, want volgend jaar is jouw accommodatie wegens renovatie niet beschikbaar en ben je van harte welkom op “onze” accommodatie. Zo zou het moeten zijn. Maar dit primitieve mechanisme, en de ongebreidelde regel- en controledrift doet me in ieder geval sterk twijfelen of in ons land wel de sportmentaliteit heerst waar onze bestuurders vaak zo prat op gaan. De mentaliteit die vrijheid, respect en verantwoordelijkheid tot waardevolle voorwaarden van de topsport maken. Oplossing: verzorg in overleg met de betreffende instanties dat alle topatleten, en dat kunnen we invullen zoals we willen, een “wildcard” krijgen die hen onbeperkt nationaal toegang verschaft tot de accommodaties.
-
11-03-2014
Beste Johan, Wat een mooi optimistisch verhaal. Ik heb wel de neiging om kritisch te reageren. Jammer dat je nog steeds spreekt over gehandicapten en niet over sporters met een beperking. De inrichting van de maatschappij maakt van deze doelgroep 'gehandicapten'. Sneu dat je hier in mee gaat. Ook is het jammer dat dit positieve wensdenken al 15 jaar geleden is ingezet en dat we niet verder zijn dan waar we nu staan. Het is meer een procesje geweest in plaats van resultaatgedreven project. Ook de zo bejubelde 'organisatorische integratie' heeft veel te weinig resultaat opgeleverd. (zie de door jou genoemde monitor) Ik vind het onbegrijpelijk om te horen dat je het fijn vindt dat er een positieve ontwikkeling te zien is in de sportinfrastructuur. Ik vind dat je veel te snel tevreden bent en daarom te snel achteroverleunt. Het zou onbestaanbaar moeten zijn dat er nog ontoegankelijke sportterreinen en sportaccommodaties zijn in Nederland. Aangepast sporten bestaat al ruim 100 jaar! Zeker als je zelf stelt dat het zo belangrijk is, wat ik overigens deel. De werkelijkheid is dat bijvoorbeeld een rolstoelgebruikende vader niet eens met zijn voetballend F-je de meeste kleedkamers in kan of fatsoenlijk bij het voetbalveld kan komen. Maar goed: je bent blij en tevreden en je ziet ook dat er nog veel moet gebeuren. In mijn ogen minimaal 50 jaar te laat, maar beter laat dan nooit! Ik wens je veel succes en wil je graag een concreet doel meegeven: een inclusieve sportmaatschappij per 2016. Dwing in het kader van de VN ratificatie van mensen met een beperking de gelijke behandeling af bij sportbonden en gemeenten. Ratificatie is opgenomen in het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher uit oktober 2012. Er liggen, voor het eerst, serieuze politieke kansen. Mijn stelling is dat we nog helemaal niet goed op weg zijn. We hebben nauwelijks de eerste twee kilometers van de marathon 'gelopen'. Wie oprecht vindt dat we goed op weg zijn, begrijpt niet de urgentie en de krenkende ongelijkheid en discriminatie op dit terrein. Kom op, aan het werk! Samen met de doelgroep. Simon Henk Luimstra
-
12-03-2014
Excuses voor de eerste reactie hieronder zonder naam: Henk Kraaijenhof.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst