Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Open Podium-Item

Topsport Talentscholen: op zoek naar de balans tussen topsport en onderwijs 13 november 2012

door: Niels Reijgersberg

Sporttalenten op een Topsport Talentschool zijn meer tevreden over de combinatie tussen topsport en onderwijs dan sporttalenten op reguliere scholen. Het volgen van onderwijs op Topsport Talentscholen, waar het aantal contacturen met sporttalenten veelal aanmerkelijk minder is dan op reguliere scholen, levert dezelfde gemiddelde examencijfers op. Wel hebben sporttalenten op een Topsport Talentschool veelal meer studiejaren nodig voor de afronding van hun middelbare school en ze stromen vaker af naar een lager onderwijsniveau.

Het Mulier Instituut onderzocht in opdracht van de Topsport Talentscholen (stichting –LOOT) in hoeverre sporttalenten die onderwijs volgen op een Topsport Talentschool beter presteren op school en in de sport in vergelijking met sporttalenten op reguliere middelbare scholen.

Topsport Talentscholen
Momenteel zijn er 29 Topsport Talent Scholen in Nederland met ruim 3.500 sporttalenten. Deze scholen bieden speciale faciliteiten aan jonge topsporters met een officiële talentstatus bij NOC*NSF om het volgen van onderwijs beter te kunnen combineren met het beoefenen van topsport. De scholen ontvangen daarvoor geen aanvullende financiering.

Het onderzoek laat zien dat sporttalenten op een Topsport Talentschool gemiddeld 16 uur trainen tegenover 11 uur voor sporttalenten op reguliere scholen. De grotere trainingsomvang van sporttalenten zorgt er voor dat er minder tijd over blijft voor schoolwerk. Docenten op Topsport Talentscholen zijn flexibeler in de ondersteuning van de topsportambities van hun leerlingen. Soms zijn behoorlijke aanpassingen in schoolroosters noodzakelijk om aan de trainingseisen vanuit de topsport te kunnen voldoen. Op elke Topsport Talentschool zijn speciale begeleiders die in overleg met talenten het topsport- en onderwijsprogramma op elkaar afstemmen. Deze proactieve benadering draagt bij een grotere tevredenheid van sporttalenten over de combinatie tussen topsport en onderwijs.

Prestaties onder druk
De ondersteuningsmogelijkheden op een Topsport Talentschool zorgen ervoor dat sporttalenten - ondanks aanmerkelijk minder contacturen - dezelfde gemiddelde examencijfers behalen als sporttalenten op een reguliere school. Maar ze hebben veelal meer tijd nodig voor het afronden van de middelbare school en stromen ook vaker af naar een lager onderwijsniveau. Een lagere schoolmotivatie, gekoppeld aan een hoge sportambitie van sporttalenten op een Topsport Talentschool, blijkt een belangrijke verklaring. De vertraging van sporttalenten op Topsport Talentscholen wijkt echter niet af van het landelijke beeld onder alle Nederlandse leerlingen. Maar waar sporttalenten met dezelfde cognitieve uitgangspositie in het voortgezet onderwijs starten (cito-score en schooladvies), behalen sporttalenten op een Topsport Talentschool vaker een havo-diploma, terwijl sporttalenten op het reguliere onderwijs vaker een vwo-diploma behalen.

We vonden geen verschillen in de behaalde topsportprestaties van sporttalenten op de verschillende schooltypen. De uitkomst dat sporttalenten van een Topsport Talentschool niet vaker de internationale top halen, hangt deels samen met een oververtegenwoordiging van bepaalde type sporten op Topsport Talentscholen, namelijk sporten met hoge trainingseisen en grote internationale concurrentie. Het behalen van de internationale (top)prestaties is dan ook moeilijker (bijvoorbeeld turnen en tennis). Maar ondanks de hogere trainingseisen en daarmee samenhangend een grotere internationale concurrentie vallen sporttalenten op een Topsport Talentschool ook niet vaker uit in de sport. Dit benadrukt het belang van het bestaan van Topsport Talentscholen voor een bepaald type sporttalent.

Aandacht voor onderwijsprestaties sporttalenten
De toegenomen internationale concurrentie in de topsport draag er toe bij dat sporttalenten op steeds jongere leeftijd meer trainingsuren moeten maken om uiteindelijk de top te kunnen bereiken. Samengevat kunnen we zeggen dat Topsport Talentscholen het mogelijk maken dat sporttalenten aan de eisen vanuit de topsport kunnen blijven voldoen. Met name voor talenten in sporten met een grote internationale concurrentie en die op jonge leeftijd grote trainingsinvesteringen vragen. Mede hierdoor zijn sporttalenten op Topsport Talentscholen - ondanks een grotere trainingsomvang - meer tevreden over de combinatie tussen topsport en onderwijs.

Het is mooi dat sporttalenten de kans krijgen om hun sportambities na te streven. Maar de hogere trainingsinvesteringen zetten ook de schoolprestaties van talenten op Topsport Talentscholen onder druk. Het hoeft niet bezwaarlijk te zijn dat sporttalenten op Topsport Talenscholen langer over hun middelbare school doen. Ook is het begrijpelijk dat sporttalenten soms kiezen voor een lager onderwijsniveau, zij geven de hoogste prioriteit aan hun sportieve ambities.

Daar ligt naar ons idee echter wel een belangrijke uitdaging voor de sociale (school)omgeving, om sporttalenten te stimuleren om ook op school het beste uit zichzelf te halen. De vraag is hoe ver we willen gaan voor goud en hoe kunnen we de balans tussen topsport en onderwijs blijven borgen? Aangezien de meeste sporttalenten uiteindelijk geen internationale topsporters worden is meer aandacht voor de schoolmotivatie en -prestaties van sporttalenten op Topsport Talent Scholen op zijn plaats. Want is een goede middelbare schoolopleiding niet de (beste) basis voor een succesvolle loopbaan na(ast) de topsport?

Het onderzoek
Het onderzoek is mogelijk gemaakt vanuit het Platform Sport, Bewegen en Onderwijs.
Vier deelonderzoeken hebben bijgedragen aan de uitkomsten van het onderzoek: een scholenonderzoek een leerlingenonderzoek (niet-talenten) een retrospectief talentenonderzoek en een onderzoek onder huidige talenten.

Voor meer informatie over het onderzoek: Niels Reijgersberg (n.reijgersberg@mulierinstituut.nl) of Agnes Elling (a.elling@mulierinstituut.nl).

De slotbeschouwing van het onderzoek is hier te downloaden. De volledige rapportage is hier te bestellen.

Niels Reijgersberg, MSc.  (1983) is onderzoeker bij het Mulier Instituut. Hij studeerde, na zijn opleiding tot docent lichamelijke opvoeding, sociologie aan de universiteit van Utrecht. Van 2005 tot eind 2011 is hij zowel in het basis-  als voortgezet onderwijs als gymleraar  actief geweest. Lange tijd combineerde Reijgersberg zijn werkzaamheden als gymleraar  met onderzoek bij het Mulier Instituut. Hij houdt zich voornamelijk bezig met studies op het gebied van bewegingsonderwijs, topsport en talentontwikkeling. Dat laatste sluit goed aan bij zijn ervaring als (voormalig) international en handbalspeler op het hoogste niveau in Nederland.
« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst