Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Open Podium-Item

Top 10 ambitie niet haalbaar zonder intensivering van sportwetenschap en -technologie 16 maart 2010

door: Hanno van der Loo

Er gaat op deze website vrijwel geen week voorbij of het Olympisch Plan 2028 komt ter sprake. En terecht! Het is fascinerend om te merken welke energie het plan bij allerlei betrokken partijen losmaakt. Een aspect dat nog niet zoveel aandacht heeft gekregen is de rol die sportwetenschap en -technologie zullen moeten gaan spelen bij het bereiken van de gestelde doelen. InnoSportNL werkt momenteel in samenwerking met de Hogeschool van Arnhem-Nijmegen aan een brede visie op dit aspect, met onder andere aandacht voor top- en breedtesport en voor de economische aspecten van dit vraagstuk. Met de winterspelen van Vancouver nog vers in het geheugen zal ik mij in dit artikel beperken tot de ambitie om te horen bij de tien beste sportlanden van de wereld. Welke rol zien wij daarbij weggelegd voor sportwetenschap en –technologie?

In Vancouver hebben we allemaal de wederopstanding van Ireen Wüst kunnen meemaken. Haar tweede gouden medaille had nog meer glans dan de eerste (3 km, Turijn 2006), omdat ze in 2008 en 2009 ver onder haar normale kunnen presteerde. In 2009 (de Volkskrant, 12 januari) verzuchtte zij nog:

‘Bestond er maar een machientje dat aangaf wanneer je beter in je bed kunt gaan liggen dan te schaatsen, kon je op momenten van twijfel maar even in je eigen lichaam kijken om te weten wat verstandig is.’

En haar collega Paulien van Deutekom sloot zich daarbij aan:

‘Ik heb te weinig rust genomen. Dat signaal heb ik ook wel gehad, maar het is als topsporter moeilijk de balans te vinden tussen wat moet en wat je moet laten. Daarop is ook geen controle als je zelf niet zegt dat je een fysiek of technisch probleem hebt.’

Bij Wüst lijkt het lek inmiddels boven, maar Van Deutekom zit nog steeds in de lappenmand. We kunnen vaststellen, dat beide schaatssters, hoewel zij deel uitmaken van één van de best georganiseerde sportploegen van ons land, volledig uit vorm konden raken door een verstoorde balans tussen belasting en belastbaarheid. Wie hieruit conclusies trekt over de kwaliteit van het begeleidingsteam loopt waarschijnlijk te hard van stapel. De fundamentele oorzaak is namelijk, dat topsport nog steeds een kwestie is van trial and error. Het is een doorlopend experiment, waarin het echter ontbreekt aan objectieve metingen en waarin het oog van de meester dus nog steeds een voorname rol speelt. En dat oog is een menselijk oog, dus feilbaar.

Maar er is hulp op komst. De razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van de nanotechnologie zouden het over een aantal jaren mogelijk kunnen maken om veel preciezer te registreren en te begrijpen wat het trainingsprogramma in het lichaam (en wellicht zelfs de geest) van een topsporter teweeg brengt. Nu doseren we de trainingsbelasting met behulp van een hartslagmeter, straks zal dat veel nauwkeuriger kunnen op basis van bijvoorbeeld de concentratie van zuurstof of afvalstoffen in de werkende spieren of de activiteit van het DNA dat betrokken is bij de toename van het prestatievermogen. Hierdoor zal het ook mogelijk worden de training veel beter individueel te optimaliseren.

Dat dit noodzakelijk is blijkt uit de snel groeiende kennis op het gebied van de genetica. Mensen lijken heel erg op elkaar, maar verschillen tegelijkertijd enorm. Een trainingsprogramma dat werkt voor sporter A kan voor sporter B volslagen verkeerd uitpakken. En ook voor sporter A zal het werkende programma na verloop van tijd, als het lichaam zich aan de belasting heeft aangepast, zijn uitgewerkt. Werkelijk effectieve training, met een veel kleinere kans op ‘bedrijfsongevallen’ als overbelastingsblessures en overtraining, is dus alleen mogelijk als we doorlopend op basis van objectieve metingen ‘de vinger aan de pols’ houden. Om de race naar goud te kunnen volhouden zal Nederland zich op de genoemde terreinen, zowel wat betreft universitair onderzoek als praktische toepassing van kennis, een plaats in de internationale kopgroep moeten verwerven.

Een tweede voorbeeld: in de topsport gaat het zeker niet alleen om optimaal trainen, maar vooral ook om optimaal herstellen. Zonder herstel heeft trainen immers geen zin. Sporters en coaches kennen die stelregel en dus is er een voedingsbodem voor hypes. Recente voorbeelden: het nemen van koude baden en het slikken van anti-oxidanten en ontstekingsremmers om de spieren na afloop van een training of wedstrijd zo snel mogelijk weer ‘fris’ te krijgen. Dit is niet de plaats om diep in te gaan op de achterliggende fysiologie, maar kortweg laat de wetenschappelijke literatuur zien, dat de sporter hiermee op termijn het paard achter de wagen spant. Bij structurele toepassing van dergelijke methoden blijkt het lichaam van een sporter zich juist minder goed aan te gaan passen aan de belasting. Het trainingseffect neemt dus af in plaats van toe en blessures en wellicht overtraining komen op de loer te liggen.

Dat er toch gebruik wordt gemaakt van deze ‘herstelbevorderende’ methoden is onder andere te wijten aan een gebrek aan inzicht in de onderliggende fysiologische mechanismen. De wetenschap snapt nog niet goed hoe deze processen werken, maar minstens zo belangrijk is, dat de kennis die al wel beschikbaar onvoldoende wordt toegepast in de topsportpraktijk. Wat daarbij ook opvalt, is dat er vaak minder aandacht is voor de twee meest voor de hand liggende herstelmethoden, namelijk optimaal eten en optimaal slapen. Met name het optimaliseren van de slaap voor sporters is (ook internationaal) nog vrijwel braakliggend terrein en biedt dus kansen om een voorsprong te nemen.

Nog een derde en laatste voorbeeld. In ons land van wind en water is er volop kennis over aero- en hydrodynamica. En we staan ook ons mannetje als het gaat om de materialen voor en het bouwen van lichte en stijve constructies. Toch kopen we de boten waarin onze roeiers op jacht gaan naar Olympisch goud in Duitsland of Italië. Dat kan beter! Hoewel de apotheose in Vancouver zeer teleurstellend was, heeft het TopBob project inmiddels al aangetoond dat we, zelfs in een sport die niet in onze sportieve genen zit, succesvol kunnen zijn als we in Nederland willen samenwerken, onze kennis en expertise benutten en simpelweg tijd (en dus geld) investeren in de sportspecifieke implementatie van die kennis en expertise. Wat betreft het roeien zou dit kunnen leiden tot een veel natuurlijker situatie, namelijk dat andere landen hun boten komen kopen in het land dat bij uitstek in staat is het beste van het beste te leveren: Nederland!

Op veel andere inhoudelijke thema’s en wat betreft onze sportwetenschappelijke kennisinfrastructuur is de situatie vergelijkbaar: we hebben een achterstand op de buitenlandse concurrentie, maar als we het aanwezige potentieel inzetten en op een aantal punten een paar tandjes bijzetten, kunnen we de achterstand omzetten in een voorsprong. En dat zal niet alleen leiden tot sportief, maar ook tot economisch succes. Want als je het beste product levert, is de hele wereld je klant. Polar en Gatorade (om er maar eens twee te noemen) zijn ook ooit piepklein begonnen, als een samenwerking tussen een coach en een wetenschapper. Waarom zouden bedrijven als deze niet in Nederland kunnen ontstaan?

Al met al staat onze sportwetenschap en -technologie in de internationale verhoudingen - bijvoorbeeld in vergelijking met landen als Australië en Groot-Brittannië - nog in de kinderschoenen. Op z’n best zijn we terug te vinden in de bovenste helft van het rechter rijtje. En dat is gezien onze top tien ambitie veel te laag. Omdat we het qua inwonertal ruimschoots afleggen tegen vrijwel al onze concurrenten, zullen we ons in het sportwetenschappelijke klassement moeten richten op een top drie klassering. Dit is een lastige opgave, maar als we voldoende middelen inzetten en steeds het nationale belang voor ogen houden, is er een grote kans van slagen om Nederland internationaal op de kaart te zetten als het ‘Silicon Valley van de sport’. Speelt u ook mee?

Hanno van der Loo (sportwetenschapper, ex-tienkamper) is coördinator van de Nationale Sportinnovatie Agenda (NSIA) bij InnoSportNL. E-mail: hanno.vanderloo@innosport.nl, website: www.innosport.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst