Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Open Podium-Item

Successen van Tokio maskeren zorgen in Nederland 11 augustus 2021

door: Jeroen Weijermars

Het is geen beste zomer. Behalve voor de sport. In de sport regende het medailles. De olympische vlam was nog niet gedoofd en in – wat tegenwoordig de mainstream media heet – tuimelde het land over elkaar heen om de behaalde sportprestaties van de Nederlandse equipe op de Olympische Spelen 2020 te bejubelen. Wat waren ‘we’ goed en wat presteren wij als klein landje toch geweldig op het grootste sporttoernooi van de wereld. De bobo’s slaan elkaar via de social media op de rug, sportmarketeers complimenteren technisch directeur Maurits Hendriks. Vaderlandse sportjournalisten schrijven kolommen vol met positieve berichten.

Voor alle duidelijkheid. Net als ieder andere sportliefhebber heb ik buitengewoon genoten van de sportprestaties van alle sporters en ook uit mijn mond klonk het menigmaal 'Yes, Yes, Yes' als er weer eremetaal gehaald werd. Ook ik vind het geweldig dat we het als klein land goed hebben gedaan en ben trots op de prestaties van ‘onze’ sporters. Met een zevende plaats op de befaamde medaillespiegel heeft Nederland, de Nederlandse sporters, een wereldprestatie geleverd. Vanuit een ander perspectief zijn we zelfs de beste. Een ingezonden brief in ‘de T’ meldde dat we eigenlijk nummer één zijn. Per miljoen inwoners wist Nederland 2,06 medailles te scoren en op afstand volgt Australië met 1,8 medailles.

Management talk
En toch voel ik een ‘maar’. In de eerste plaats had het volledig anders kunnen lopen. Wie herinnert zich de eerste week nog. NRC kopte toen 'Onheilspellend scenario voor olympische ploeg'. De inleiding daaronder verwoordde het heersende gevoel: 'De Olympische Spelen in Tokio zijn nog geen week oud, maar in de eerste dagen ontrolt zich voor de Nederlandse ploeg, voor het oog van de internationale sportwereld, een onheilspellend scenario.' Er was op dat moment best wel wat fout gegaan. Op de persconferentie putten de voortrekkers van de Nederlandse equipe - Van den Hoogenband en Hendriks - zich uit in generieke management talk. Belangrijker nog, aan hen lag het niet. Als er al iets fout was gegaan dan was dat vooral de verkeerde keuze van een ander. Nu met de goede afloop lijkt alles ineens wel aan hen te hebben gelegen.

"Vrijwel alle Nederlands olympiërs begonnen hun sportloopbaan zo rond hun zesde op een sportvereniging. (...) En dát is de basis van het succes"

Terwijl de basis van al dit succes eenvoudigweg niet bij hen lag. De basis van deze successen is de behoorlijk unieke sportinfrastructuur die wij in Nederland als 'gewoon' ervaren: de sportvereniging. Vrijwel alle Nederlands olympiërs begonnen hun sportloopbaan zo rond hun zesde op een sportvereniging. Daar stond – geheel belangeloos – de clubvrijwilliger klaar die het deze toekomstige medaillewinnaars naar de zin maakte. Vrijwilligers die de eerste training gaven en de nog beginnende sporters seizoenen lang motiveerden. En dát is de basis van het succes. Dat deze sportverenigingen er zijn, vinden wij gewoon. Zo gewoon dat daar wel naar gekeken wordt als de politiek, en in hun kielzog de beleidsmakers, met management talk doorspekte gezonde of sociale domeindoelstellingen formuleren, maar nauwelijks als bron van succes (h)erkend worden als het gaat om behaald eremetaal.

Investering per medaille
sifanNatuurlijk zijn de herkende talenten door het topsportprogramma beter geworden. Dat valt niet te ontkennen. En dat mocht ook wat kosten. Daags na de Olympische Spelen becijferde de Volkskrant de investering per medaille. Per sport varieert het, maar het bedrag per gewonnen medaille komt uit op ruim drie miljoen euro. In werkelijkheid meer, omdat er uit allerlei potjes nog meer geld naar de topsport stroomt. Uit de berekening die Volkskrant-scribent Erik van Lakerveld maakt komt er uiteindelijk een prijskaartje van 10,4 miljoen euro per medaille. Is dat erg? Wat mij betreft niet. Blijkbaar heeft ‘de sport’ het er voor over.

Tegelijkertijd is er in de afgelopen decennia een enorme focus op winnen ontstaan. De beste zijn en presteren, dat is een maatschappelijk fenomeen en sportjournalist John Volkers weet dat mooi te verwoorden in zijn afscheids(?)reportage: 'De lange weg die Nederland aflegde om topsportland te worden' waarin Volkers bijna vier decennia teruggaat om het succes van nu te verklaren. De moraal van het verhaal: 'Het gaat om winnen. Wie wint, krijgt gelijk. Problemen verdwijnen, nieuwe mogelijkheden dienen zich aan.'

Juichen voor de buis
Zoals ik schreef… ook ik heb op zijn Sedocs staan juichen voor de buis. Tegelijkertijd breng de focus op winnaars wat mij betreft niet alleen maar goede dingen met zich mee. Door die focus krijgen bonden waarvan vooraf ingeschat wordt dat zij medailles halen op mondiale toernooien eenvoudig weg meer geld. Winnen wordt belangrijker dan meedoen. Overigens is het verband tussen investeringen en medailles nogal grillig. Wie de cijfers over de afgelopen jaren bekijkt, nadat voor dit beleid gekozen is, ziet dat het nogal fluctueert. Soms is behoorlijk geïnvesteerd en worden er nauwelijks medailles gehaald – turnen en judo - en soms is er zelfs nauwelijks geld en toch een medaille, zoals bij het boksen.

"Het ecosysteem van de sport is verworden tot een op neoliberale leest geschoeide markt van vraag en aanbod, gestuurd door medaillewinst"

Nog belangrijker is dat niet ieder kind dat begint te sporten wil meedoen aan de gekozen focussporten. Terwijl deze wel het meest in beeld zijn. Dat zorgt ervoor dat minder succesvolle sporten een beetje in het verdomhoekje dreigen te komen. Deze sporten zijn het kind van de rekening geworden. Minder geld, minder mogelijkheden en de vicieuze cirkel is begonnen. Het ecosysteem van de sport is verworden tot een op neoliberale leest geschoeide markt van vraag en aanbod, gestuurd door medaillewinst. En als we maatschappij breed terugkijken tot de millenniumwisseling weten we inmiddels dat marktdenken niet altijd overal het goede antwoord op is.

judoBreedtesport als ruggengraat
Dus ja, dat we als land trots zijn op de prestaties is terecht. Maar laten we het momentum goed gebruiken. Nu niet alleen trots zijn op de topsport maar evenzogoed realiseren dat de breedtesport daarvan de ruggengraat is en dit fundament van de sport een impuls geven. Want anders dan in de topsport gaat het in die breedtesport niet zo goed. Teruglopende ledenaantallen, een teruglopend aantal vrijwilligers, toenemende regeldruk vanuit de overheid. Willen we onze sportinfrastructuur ‘in de lucht houden’ dan betekent dat er topsport geen doel op zich moet zijn. Er moet een life line komen tussen de top- en breedtesport.

Dat betekent dat ook voor de basis van de sport er voldoende budget moet worden vrij gespeeld. Dit kan alleen als het huidige enthousiasme wordt omgebogen naar politieke en beleidsmatige sportbrede aanpak. Geen management talk maar boter bij de vis. Dus eindelijk een sportwet die zorgt voor een wettelijke kader voor topsport, breedtesport en bewegen. En daar hoort geld bij. Voldoende geld zodat sportverenigingen hun kerntaak kunnen blijven voortzetten. Voldoende geld zodat een divers sportaanbod geboden kan (blijven) worden. Voldoende geld zodat accommodaties up to date en uitnodigend zijn om te gaan sporten. Voldoende geld zodat het door kader van de door vrijwilligers gedragen sportverenigingen kennis op het gebied van sport en besturen kan verwerven of vergroten.

Waar het feitelijk om gaat is dat het huidig enthousiasme gebruikt wordt om de focus te verbreden van topsport in het bijzonder naar sport in het algemeen. Het is nu het moment dat er een sterke verbinding tussen de topsport en de breedtesport kan worden gemaakt.

Zo kan de medailleregen van Tokio de gehele sport in het zonnetje zetten en ontstaat er vruchtbare grond voor de volgende oogst van eremetaal.

Jeroen Weijermars is met Zjerom ondernemer in sportmanagement en sportmarketing. Daarnaast is hij als docent verbonden aan de opleiding Sportkunde van de Haagse Hogeschool en geeft hij daar les op het gebied van sportmanagement, -marketing en -beleid. In zijn vrije tijd is hij vervult hij ruim 35 jaar verschillende bestuursfuncties waaronder 8 jaar lid van het bondsbestuur van het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV). In 2014 behaalde hij zijn MBA Sportmanagement bij het Wagner Instituut te Groningen. Voor meer informatie: jeroen.weijermars@zjerom.nl, Twitter, LinkedIn, of www.zjerom.nl

« terug

Reacties: 11

loek jorritsma
11-08-2021

Mee eens. En wat betreft die top-10 ambitie schreef ik in 2010 al een bijdrage. Overigens zou het interessant zijn om eens met deskundigen en betrokkenen van gedachten te wisselen over wat nu eigenlijk in zo'n sportwet moet komen te staan. Is dat de vaststelling dat de verantwoording (inspanningsverplichting?) bij de lokale overheid gaat liggen; dat alle 'sportaanbieders' zoals fitnesscentra en sportverenigingen een gelijk speelveld kennen en daarom gelijkelijke bemoeienis van de overheid hebben; dat SPORT zeer breed is gedefinieerd en ook alle vormen van (gezond) bewegen omvat; dat de nadruk ligt op de sportorganisaties en die een publieke taak hebben om te zorgen voor verantwoorde sportbeoefening; aan welke vooraarden ze daarbij moeten voldoen en wat dan wordt verstaan onder verantwoorde sportbeoefening. Dat ook wordt gekeken naar bijv. Frankrijk waar ervaring is met de praktijk van sportwetgeving. Dat bijv. een goede vergelijking kan worden gemaakt met de Mediawetgeving zodat een verschil tussen publieke en commerciele organisaties kan worden gemaakt. Op welke wijze en in welke mate de sportaccommodaties daarin een plaats hebben, inclusief de financiering daarvan. En hoe de bestaande wet- en regelgeving kan worden gemodelleerd naar de veranderende opvattingen over sport en haar betekenis voor de samenleving. Je zou het bijna in topsportvormen willen gieten: Laten we eens kijken wie daaraan de allerbeste bijdrage kan leveren! Aan u?

Arjan de Vries
12-08-2021

Ik kan me best vinden in de strekking van je verhaal. Is ook geen wereldschokkende opvatting over wat er zou moeten gebeuren in Nederland overigens. Maar je hebt volkomen gelijk.
Maurits Hendriks zal het bovendien zeker met je eens zijn. Kan me niet voorstellen dat hij er anders over denkt.

Overigens blijkt m.i. nergens dat  'Nu met de goede afloop alles ineens wel aan Maurits en Pieter lijkt te hebben gelegen'. Die opvatting deel ik zeker niet. Doet een beetje afbreuk aan je goede artikel. 
 

Arjan de Vries, directeur Sportcluster Veenendaal 

Arthur Haasbroek
12-08-2021

Sport verbroedert, sport is motiverend, sport is de basis voor gezonde levensstijl. Het runnen van een sportvereniging is anno 2021 geen sinecure. Wetgeving dwingt sportbestuurders tot inspanningen die erbij komen. Het is de vraag of dat ook nog wel echt vrijwilligerswerk is (ter overdenking).  Met de mooie resultaten uit Tokio zie je ook dat eremetaal geen vanzelfsprekendheid is, zo ook niet de resultaten in de breedtesport.

Een sportwet met alle randvoorwaarden die daarbij horen zou de sport in z'n algemeenheid ten goede komen. Het zou een mooi preventief middel zijn binnen de gezondheidszorg.

Arthur Haasbroek
Voorzitter Gymsport Leiden 💢, lid bondsraad KNGU 

Jeroen Weijermars
12-08-2021

Dank voor de reacties en de bijval.
@Loek: Inderdaad lees ik de laatste tijd veel goeds over Frankrijk. Daar ga ik mij eens in verdiepen. En of ik aan het vormgeven van de sportwet 'de allerbeste bijdrage' kan leveren durf ik niet te stellen. Maar ik denk en doe heel graag mee. Prof. Dr. Akkermans zou stellen dat je daavoor wel eerst genoemd moet worden ;-)

@Arjan: Nergens heb ik de pretentie wereldschokkende opvattingen te delen. Tegelijkertijd kijk ik terug naar het begin van dit millennium en constateerden we met elkaar hetzelfde. Met andere woorden, het mag wel wat daadkrachtiger anders zijn we de kikker in de langzaam opwarmende pan.
Voor wat betreft de opmerkingen over de heren Hendriks en Van den Hoogenband. Het blijft een column.... Een schriftelijke steen in het water.  

@Arthur: De vraag stellen is 'm beantwoorden. Ook ik vraag mij in alle oprechtheid af of we op dezelfde amateurbasis de breedtesport kunnen blijven 'draaien'. 

feike tibben
12-08-2021

@Jeroen

Je oproep om het momentum te gebruiken om breed te investeren in een sportinfrastructuur is me uit het hart gegrepen. Maar zo’n brede investering in een sportieve samenleving zou mijns inziens alleen verder moeten gaan dan het investeren in verenigingen, zoals jij lijkt op te roepen in je bijdrage.  Vanouds ligt in Nederland het fundament van de sport bij verenigingen. En nog steeds ligt bij de sportverenigingen een sterke kracht. Maar sporten en bewegen hebben inmiddels een veel bredere maatschappelijke bedding gekregen: het commerciële sportaanbod is niet meer weg te denken en in Coronatijd lijkt het in je eentje of met een klein groepje sporten meer aanwezig dan vroeger.

Zo’n verbrede sport- en beweegcultuur vraagt ook om een grote diversiteit aan voorzieningen: Want we sporten niet alleen meer zaaltjes en velden. We sporten overal en dat vraagt om sportfaciliteiten die zichtbaar, bereikbaar en beschikbaar zijn en uitnodigen tot gebruik. Het is de uitdaging om de stad, het dorp en het buitengebied zo in te richten dat er op veel meer plekken gesport kan worden. Dat ook de straat, het park en ja ook het water inspireren tot spelen, bewegen en fysieke inspanning.

Voor wat betreft het sportieve gebruik van water: Er liggen grote kansen. We zien overal de oproep om buffers aan te leggen om tijden van overvloed of schaarste te overbruggen. Ook is er behoefte aan meer water en groen in de stad om het omwarmen van gebouwen te beteugelen. Prachtige kansen om op z’n nederlands win-winst-situaties te creëren voor een sportieve omgeving.

Er is volgens mij meer nodig dan de door jou geopperde lifeline tussen top- en breedtesport: een bredere focus dan alleen op verenigingen en bovendien een blik die verder gaat dan velden, hallen en baden, maar een aanpak die letterlijk de ruimte zoekt en de maatschappij in beweging zet. Dat zo’n brede sportmaatschappij bijdraagt aan topsport staat voor mij buiten kijf, al was het maar vanwege het simpele gegeven dat de waardering voor topsport toeneemt. Het zijn immers sporters die kijken naar sport, nietwaar?  Maar het is natuurlijk ook zo dat hoe meer mensen sporten, hoe groter de kans is dat er nieuwe sporthelden opstaan.

@arthur: professionaliseren van vrijwilligerswerk lijkt ook in de breedtesport even wenselijk als onvermijdbaar. 

loek jorritsma
12-08-2021

@Jeroen. Mijn oproep was meer algemeen gericht, maar denk dat je daar zeker een interessante bijdrage aan kunt leveren. Wat betreft Frankrijk, daar was ik in 1994 -denk ik- en bracht verslag uit. Maar omdat Frankrijk bezig was met een sportwet werd mijn verslag in de la gelegd. Dat wilde men hier niet.

@feike. Mijn vertrekpunt is de vraag naar overheidsbemoeienis. En het antwoord waarom, hoe en in welke mate de overheid zich met dit dossier moet bemoeien. Dat is ook de vraag van Jeroen. En ja, de commerciele 'sport' rukt op. er wordt op pleinen en straten en op het water bewogen. In mijn periode als wethouder in de gemeente Hoorn in 1974 verantwoordelijk voor die aanleg van sportaccommodaties, fitnessparcours, zwembad, zeilen, kanovaren en het stimuleren van de fitnessclubs die in het open sportpark gratis hun gang konden gaan. Maar bij het gebruik van al die voorzieningen was er een belangrijk uitgangspunt: als er verenigingssport zoals wielrennen, voetbal of andere trainingen onder leiding van een verenigingstrainer zou willen zijn dan hadden die voorrang. Precies daar ligt de scheidslijn als het gaat om overheidsbemoeienis: verenigingssport is sport, niet verenigingingssport is bewegen. Dat houdt in dat ook de financiele bemoeienis anders is, denk aan BTW, fiscaliteit, etc. En dat komt ook omdat de echte sport (verengigingssport dus) een veel bredere en omvangrijker infrastructuur kent dan bijvoorbeeld elke individuele sportschool of road-runners met een clubje. Sport heeft egels, opleidingen, competitie, internationale vertegenwoordiging, verenigingsrecht, etc. Daarom is daar overheidsbemoeienis anders, uitgebreider, meer als een publiek goed. En commerciele sport moet door dezelfde overheid eerst als sport worden gezien, btw, fiscaliteit, om voor een andere bemoeienis in aanmerking te komen dan andere commerciele instellingen. Zo ben ik in het verleden wel actief geweest om de overheidsbemoeienis met betaaldvoetbal organisaties te verduidelijken. 

feike tibben
12-08-2021

@loek. Mooie verdieping. Het lijkt er op of je alsnog de wal (de wet) zich gaat keren.

Klaas Faber
13-08-2021

Elders op deze site (https://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/open-podium/item/127044/gestolen-medailles) staat een stuk aangaande gestolen medailles, vanwege een betere voorbereiding in coronatijd. Nu ineens pas gestolen medailles?

Laten we wel wezen: sportwetenschap wordt in NL op hoog niveau bedreven en dát maakt op topniveau vaak een beslissend verschil. Al jarenlang.

Neem nou het grote stuk in het AD van vandaag over de unieke voedingsapp, een speciaal voor de Spelen ontwikkelde variant van de Jumbo Foodcoach-app. Daarmee werd echt wel een verschil gemaakt. Zo niet? Gewoon doen wat de rest doet. Die hebben die app namelijk niet.

Dan zijn er vervolgens nog supertalenten als Sifan Hassan en Abdi Nageeye die voor de mooiste medailles zorgen. Hun talent komt echter niet uit NL, want aangeboren.

Het minieme maar beslissende verschil wordt voor 'autochtonen' op dat niveau al lang voor een groot deel gemaakt door omstandigheden en Pieter van den Hoogenband kan erover meepraten, maar gaat het niet doen. Die vermaledijde zwempakken! Zelf zwom hij in een pak dat niet van Nike was, zijn sponsor. Maar in het pak van Nike was hij kansloos. Pieter kreeg een e-mail waarin gedreigd werd met een rechtszaak. Een en ander valt te lezen in een biografie, geschreven door Hans Vandeweghe, die niet gepubliceerd is. Zijn toenmalige trainer Jacco Verhaeren ontkent in een privémail, zonder overigens het boek gelezen te hebben. Bullshit.

Hoe komt het dat een land als India op dat podium vrijwel geen medailles haalt? Zit daar geen sporttalent?

Kortom: waar was ooit het gelijke speelveld?

Terug naar de Jumbo Foodcoach-app. Een en ander neemt niet weg dat Jumbo altijd al bezig was met gezond eten voor iedereen. Dat streven kun je enkel omarmen.

loek jorritsma
13-08-2021

Alleeen in antwoord op Klaas Faber. Bij datzelfde artikel over de gestolen medailles gaf ik al aan dat het speelveld nimmer gelijk was. En het ook nooit zal worden. Dat komt omdat elk land een eigen opvatting heeft over hoe met haar burgers, en in dit geval talenten, moet en kan worden omgegaan. us hoe komt het dat een land als India geen medailles haalt? En dan eigenlijk alleen nog bij hockey? Omdat de overheid geen talentenbeleid voert. Komt dat door het kastensysteem? Misschien. En zien we straks uit Afghanistan vrouwen die meedoen? Terug naar Nederland. Zie bij dat artikel over gestolen medailles mijn alternatief voor een top-10 ambitie. Misschien spreekt dat aan.

Klaas Faber
13-08-2021

Terug naar gestolen medailles. In NL werden snelle schaatspakken ontwikkeld die op dat moment een voordeel gaven dat vergelijkbaar is met de suppletie van EPO. Vermogen bij hoge snelheid. Met EPO heb je wat meer op het ijs te leggen en met dat pak heb je minder nodig om even hard te schaatsen. De ontwikkelaar, zo uit het blote hoofd: "Dankzij deze pakken worden plakken gewonnen." Ten koste van onder andere Shani Davis, bleek later. Aan de TU Delft werd iets vergelijkbaars ontwikkeld voor Dumoulin. Anderen zouden het gaan overnemen maar dan is die ene tijdrit in de TdF alvast in de pocket, aldus de hoofdonderzoeker. Je praat over tech doping en de daarbij behorende mentaliteit van stiekum iets doen, omdat de anderen óók iets stiekums doen. Dáár is NL top in. Ander voorbeeld. Het prestatiebevorderend vermogen van bietensap werd onderzocht, want de plasjes, keurig ingeleverd tijdens een dopingcontrole, kleurden massaal rood. De hoofdonderzoeker op de vraag of het doping was? Dat zien we dan wel weer.

Hoe ga je dat gedoe uitrollen naar de rest van de bevolking of zelfs wereldwijd? Sport zou toch moeten verbroederen, zoals kunst en wetenschap.

Doe mij maar het initiatief van Jumbo. Maar die doorontwikkelde app had beschikbaar moeten zijn voor iedere deelnemer. Dat stiekeme gedoe, daar heb ik moeite mee.

Klaas faber
14-08-2021

De column teruglezend zie ik dat NL volgens een ingezonden brief in de Telegraaf (neem ik aan) zelfs de meeste medailes per miljoen inwoners heeft behaald, namelijk 2.06. Op afstand zou Australië volgen met 1.8.

Welnu, San Marino behaalde 3 medailles op 35,000 inwoners! Dat komt neer op 85.7 medailles per miljoen inwoners!! Grenada doet het in dat opzicht verhoudingsgewijs óók veel beter dan NL met 1 medaille op 115,000 inwoners.

Terug naar Australië. Iedereen kan narekenen dat zij NL ruim verslaan als het gaat om de gouden plakken. In de topsport is het heel simpel. Met zilver ben je eerste verliezer. Bijgevolg ben je met brons tweede verliezer. Om de een of andere reden zijn er slechts twee troostprijzen.

Laat ik niks hebben met ijdele borstklopperij. Ik ben blij voor de sporters die in de prijzen vielen maar daar houdt het bij mij mee op.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst