Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Open Podium-Item

Coronacrisis en sportwereld 5 mei 2020

door: Ruud Stokvis

Wat is de invloed op de sportwereld van de maatregelen om de coronacrisis te bestrijden? De twee grootste categorieën die deel uitmaken van de sportwereld zijn het sportpubliek en de leden van de sportverenigingen. Een derde grote categorie wordt gevormd door de bezoekers van sportscholen. Wat is de invloed van de crisismaatregelen op deze drie categorieën? 

Het sportpubliek bestaat uit de bezoekers die bij wedstrijden aanwezig zijn en uit het nog veel omvangrijkere mediapubliek. De beste, maar nog altijd door te weinig empirisch onderzoek ondersteunde theorie over de werking van het bezoek aan sportwedstrijden op het dagelijks leven is de theorie van Elias en Dunning1. De plezierige opwinding die het bijwonen van wedstrijden opwekt heeft volgens deze sociologen een revitaliserende werking op de bezoekers. Op basis van die theorie kan de vraag gesteld worden wat er gebeurt als die revitaliserende werking wegvalt. 

"De collectieve opwinding die sportwedstrijden kunnen opwekken doorbreekt de routine en levert de vitaliteit op om weer een tijd in de dagelijkse routine door te gaan"

Tijdelijke ontindividualisering
Het idee van Elias en Dunning is dat in moderne samenlevingen het maatschappelijke leven buiten de sport geroutiniseerd is. Daardoor nam de behoefte toe aan activiteiten en gebeurtenissen die de routine en de daarmee gepaard gaande gevoelens van saaiheid en verveling doorbreken. De collectieve opwinding die sportwedstrijden kunnen opwekken doorbreekt die routine en levert de vitaliteit op om weer een tijd in de dagelijkse routine door te gaan. De opwinding houdt een tijdelijke ontindividualisering in, het opgaan in de massa. De bezoekers werpen de druk van de regels waardoor de routine van het dagelijks leven in stand gehouden wordt tijdelijk van zich af. 

OpenPodium-RS-1Aan deze theorie zou men kunnen toevoegen dat sportwedstrijden - in vergelijking met andere routine doorbrekende evenementen, zoals bijvoorbeeld popfestivals - extra veel opwinding bieden omdat het om een strijd gaat tussen meerdere individuen of teams. De identificatie van de leden van het publiek met de wedijverende deelnemers geeft een extra stimulans aan de opwinding. 

Lege stadions onaantrekkelijk
In zekere mate geldt dit alles ook voor het mediapubliek. Dat oriënteert zich op het stadionpubliek en ondergaat zo de opwinding en tijdelijke ontindividualisering. Dat is te zien aan wedstrijden zonder stadionpubliek. Die zijn voor het mediapubliek minder aantrekkelijk. De maatregelen die in verband met de coronacrisis genomen zijn leiden ertoe dat de wedstrijdsport niet meer functioneert en dus ook niet meer deze revitaliserende werking heeft voor het publiek. 

Ook andere collectieve bijeenkomsten zijn gestaakt. Het kan niet anders dan dat zich een hoge mate van verveling en een gevoel van saaiheid van het publiek meester maakt. Vroeg of laat en op verschillende wijzen zal het streven om aan die saaiheid te ontkomen zich een weg banen. Televisie, radio, literatuur, muziek en het internet bieden daartoe mogelijkheden. 

"Als de crisis nog lang duurt, valt te verwachten dat vooral veel jongeren zich aan de voorschriften van sociale distantie en isolatie proberen te onttrekken"

Geen zitvlees
Het is de vraag of dat genoeg is. De revitaliserende opwinding heeft duidelijk ook een fysieke component: men wil juichen, springen, klappen, zwaaien en schreeuwen. De geruchten zijn er dat het huiselijke geweld toeneemt. Onlust en onbehagen kunnen zich uiten in drift en geweld. Hoe lang kunnen degenen met weinig zitvlees en veel behoefte aan gezelschap en plezier zich aan de regels van sociale distantie en isolatie houden? Botsingen tussen groepjes jongeren en ordebewaarders zijn een veeg teken. Als de crisis nog lang duurt, valt te verwachten dat vooral veel jongeren - bij wie de behoefte aan plezierige opwinding over het algemeen het grootst is - zich aan de voorschriften van sociale distantie en isolatie proberen te onttrekken. Dat roept dan ook weer de noodzaak op tot strengere handhaving. 

OpenPodium-RS-2Sportverenigingen zijn ruim een maand gesloten geweest en nu weer beperkt geopend. Verenigingen als organisaties proberen steeds nieuwe leden te werven en te motiveren om binnen de vereniging actief te zijn ter vervanging van leden die vertrekken of minder actief willen worden. De kans dat het aantal actieve leden wat is afgenomen in de periode van niet-functioneren is groot. Nieuwe leden zullen zich niet aangemeld hebben. Gevolg hiervan is dat als de verenigingen weer helemaal open gaan voor verschillende verenigingsdiensten niet genoeg vrijwilligers beschikbaar zijn. Nieuwe leden die zich weer aanmelden kunnen minder goed opgevangen worden. Kortom, de verenigingen, als organisaties, zullen enige schade ondervonden hebben van de opschorting van hun activiteiten. Na een periode van wat minder functioneren zullen zij zich wel weer herstellen. Op dit gebied liggen niet de grootste problemen.

Saaiheid en verveling
Veel leden blijven bij de beperkte openstelling van de verenigingen tijd en energie overhouden. Een aantal kan doorgaan met hardlopen of fietsen, maar dat trekt niet iedereen. Net als bij het sportpubliek blijft er voor velen de dwang om thuis te blijven en af te zien van de plezierige afleiding die de beoefening van sport kan brengen. De gevoelens van saaiheid en verveling die hieruit voortkomen zullen leiden tot mentale spanning, die vroeg of laat een uitlaatklep zoekt. De neiging om distantie- en isolatieverboden te negeren zal toenemen. Als de overheid die verboden toch wil blijven handhaven zal zij strenger moeten optreden. Aldus kan een escalatie ontstaan van toenemende spanning en toenemende repressie.

De nog steeds gesloten sportscholen leveren vooral financiële problemen op voor eigenaars en personeel. De bezoekers kunnen gaan hardlopen of fietsen of thuis met halters en andere sportwerktuigen in hun behoefte aan beweging voorzien. Voor zover zij daartoe niet voldoende discipline kunnen opbrengen ontstaat voor hen vooral een gezondheidsprobleem. Het streven naar opwinding en vermaak in collectief verband is bij de sportschoolbezoekers afwezig. Zij zullen, ook als de afstands- en isolatiemaatregelen nog langer duren, er niet toe neigen deze regels te overtreden.

"Sportverenigingen zouden met allerlei protocollen voor hygiëne en sociale afstand verder geopend kunnen worden"

Discipline en zelfbeheersing
Het is niet voor niets dat premier Rutte in zijn televisietoespraken tot de bevolking telkens de nadruk op discipline en zelfbeheersing legt. Hij richt zich niet alleen op degenen die in economische zin getroffen zijn door de coronacrisis. Mede door het verbod op sportevenementen en de beperkingen in de georganiseerde sportbeoefening ontstaat er ook in toenemende mate sociale spanning. Het is de vraag hoe lang allerlei mensen die niet gewend zijn veel zelfbeheersing in hun dagelijks leven te betrachten zich rustig zullen houden. Gaan zij de regels van sociale afstand en isolatie overtreden dan is er alle kans tot het ontstaan van gewelddadige rellen. 

Is er een manier om daaraan te ontkomen, terwijl de coronacrisis voortwoekert? Voor het sportpubliek zie ik geen oplossing. Maar sportverenigingen zouden met allerlei protocollen voor hygiëne en sociale afstand verder geopend kunnen worden. Het zou een middel zijn om de toenemende sociale spanning die onderhuids aan het groeien is enigszins te kanaliseren.

Noot:
1. Norbert Elias en Eric Dunning (1986). Quest for excitement. Oxford: Blackwell

Dr. Ruud Stokvis was tussen 1970 en 2008 in dienst van de Universiteit van Amsterdam waar hij theoretisch en empirisch onderzoek deed op het gebied van sportsociologie en sportgeschiedenis. In 1978 promoveerde hij met een proefschrift getiteld ‘Strijd over sport. Ideologische en organisatorische ontwikkelingen’. Verder schreef hij de volgende boeken over sport: ‘De Sportwereld. Een sociologische inleiding’ (1989), ‘Sport, publiek en de media’ (2003), ‘Fitter, harder, mooier. De onweerstaanbare opkomst van de fitnesscultuur’ (2008, samen met Ivo van Hilvoorde), De sportwereld - een inleiding (2010) en Lege kerken, volle stadions - Sport en de sociale functies van religie (2014). In november 2019 verscheen van zijn hand de biografie ‘Recht en Slecht. Mr. Benno Stokvis 1901- 1977’. Als roeier deed hij twee maal mee aan de Olympische Spelen: samen met Roel Luynenburg in de 'twee-zonder-stuurman' in Mexico (1968 ) en in München (1972) waar ze een bronzen medaille wonnen.

« terug

Reacties: 1

Christl Foekema
05-05-2020

Interessant om te lezen wat u verwacht t.a.v. sportverenigingen, dat er na 1 maand (is 1,5 maand) leden afhaken, en er niet genoeg vrijwilligers zijn om na herstart de activiteiten op te vangen. Dit is iets waar wij als atletiekvereniging intensief over nadenken, samen met onze buur-vereniging. We zien het als uitdaging om de leden tóch aan het lopen te houden, ook al is het sociale contact op een heel laag pitje. De sleutel tot succes hierbij ligt bij de trainers. Hoe houden we trainers gemotiveerd om 'training zonder lopers' te geven? Ideeën zijn welkom.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst