Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Open Podium-Item

Lokale sportakkoorden en betaalbaarheid van de sport zwaar in de verdrukking 15 oktober 2019

door: Maurice Leeser

De Rijksoverheid investeert extra miljoenen om het lokaal sportbeleid te stimuleren. Een deel van dit budget is gereserveerd voor het volledig compenseren van het nadeel dat gemeenten en sportbedrijven ondervinden van de btw-sportvrijstelling. Nu blijkt echter dat gemeenten en sportbedrijven in 2019 blijven zitten met een rekening van € 43 miljoen. Dit maakt de stimulans op lokaal niveau geheel ongedaan. Daarnaast komen de betaalbaarheid van de sport en de lokale sportakkoorden in de verdrukking. Minister Bruins en de politiek zijn aan zet.

Het Nationale Sportakkoord dient partijen te verbinden en de (lokale) kracht van sport in Nederland de komende jaren beter te benutten1. Om dit te realiseren investeert het Ministerie van VWS extra miljoenen in de sport gedurende de looptijd van dit Sportakkoord. Een deel van deze extra miljoenen is geoormerkt om het lokaal sportbeleid te stimuleren. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Brede Regeling Combinatiefuncties (buurtsportcoaches) en het bevorderen dat lokale en regionale partijen komen tot regionale en/of lokale sportakkoorden. Een ander deel van deze extra miljoenen is gereserveerd voor het compenseren van het nadeel dat gemeenten, amateurorganisaties en sportbedrijven ondervinden als gevolg van het verruimen van de btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019, met de belofte dit nadeel volledig te compenseren. 

De regeling Specifieke Uitkering Stimulering (SPUK) is vanaf het begin door gemeenten en sportbedrijven met argusogen bekeken en nauwlettend in de gaten gehouden

SPUK
Door een wetswijziging in 2019 is het recht op (voor)aftrek van btw voor gemeenten op het gebied van sport en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties komen te vervallen. Omdat de wetswijziging direct voortvloeit uit Europese regelgeving en dus geen bezuinigingsmaatregel is, heeft de Rijksoverheid toegezegd de opbrengst van deze extra belastingmaatregel terug te laten vloeien naar de benadeelden. Om dit te realiseren is een subsidieregeling stimulering Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA) voor amateursportorganisaties (zoals sportverenigingen) in het leven geroepen. 

35-19-20191013T121131Z-001Daarnaast is voor gemeenten (inclusief de zogenaamde ‘verbonden lichamen’, denk aan sportbedrijven) de regeling Specifieke Uitkering Stimulering (SPUK) ingesteld. Een regeling die vanaf het begin door gemeenten en sportbedrijven met argusogen is bekeken en nauwlettend in de gaten is gehouden, vanwege de zorg dat het beschikbare budget en de hoogte van het uitkeringsplafond onvoldoende zouden zijn om het nadeel volledig te compenseren. En bij overvraging van het uitkeringsplafond zou het beschikbare budget naar rato over de gemeenten en sportbedrijven worden verdeeld.

"De gemeenten en sportbedrijven blijven zitten met een rekening van ongeveer € 43 miljoen"

Onvolledige compensatie
En inderdaad, waar al maanden voor is gewaarschuwd en voor gevreesd, is dan nu ook werkelijkheid geworden. De compensatie is allesbehalve voldoende en volledig. In 2019 wordt slechts 82% (€ 185 miljoen) van het totale bedrag (€ 228 miljoen) dat is aangevraagd via de SPUK door de rijksoverheid uitgekeerd. De gemeenten en sportbedrijven blijven zitten met een rekening van ongeveer € 43 miljoen. Het ministerie zal deze conclusie echter wat ‘te kort door de bocht’ vinden. In de huidige regeling bestaat tenslotte de mogelijkheid dat de nu niet uitgekeerde 18% alsnog met terugwerkende kracht in 2021 wordt uitgekeerd, nadat op basis van de gerealiseerde kosten en investeringen de aanvragen van de gemeenten en sportbedrijven definitief zijn vastgesteld. 

XL35OpenPodium-ML-2Binnen het ministerie bestaat blijkbaar de indruk dat er € 43 miljoen aan ‘lucht’ zit in de aanvragen die door gemeenten en sportbedrijven zijn ingediend en dat een deel van de totaal opgevoerde kosten en investeringen uiteindelijk niet wordt gerealiseerd. Minister Bruins is er daarom van overtuigd dat via de SPUK het financiële nadeel volledig wordt gecompenseerd aan gemeenten en sportbedrijven en dat hij zijn belofte nakomt2. Onderbestede middelen kunnen tenslotte opnieuw worden ingezet en naar rato worden verdeeld.

Zorgen om betaalbaarheid van de sport 
De eventueel in 2021 met terugwerkende kracht uitgekeerde SPUK-middelen zal de financiering van het lokaal sportbeleid dit en volgend jaar echter niet helpen. Het lokaal sportbeleid wordt de komende jaren zelfs geconfronteerd met nog meer financiële tegenvallers. Zo zijn gemeenten sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg. Deze taak hebben de gemeenten overgenomen van de Rijksoverheid (decentralisatie). 

"Het ligt voor de hand dat sportverenigingen als gevolg van dergelijke kostenstijgingen de contributies voor hun leden moeten verhogen"

Door de forse tekorten op de jeugdzorg dienen veel gemeenten te bezuinigen. Zulke bezuinigingen kunnen ervoor zorgen dat er minder middelen beschikbaar zijn voor het lokaal sportbeleid en dat (verzelfstandigde) sportbedrijven minder subsidie ontvangen vanuit de gemeente. Hoogstwaarschijnlijk zal dit doorwerken in de tarieven voor het gebruik van sportaccommodaties door sportverenigingen, of in de kosten die sportbedrijven zelf moeten maken voor beheer en onderhoud. Het ligt voor de hand dat sportverenigingen op hun beurt als gevolg van dergelijke kostenstijgingen de contributies voor hun leden moeten verhogen. Ook de toegangskaartjes voor het zwembad en het tarief voor het huren van een gymzaal of sporthal zullen stijgen als de gemeenten de gevreesde bezuinigingen daadwerkelijk door moeten gaan voeren. 

XL35OpenPodium-ML-3Daarbovenop komen dus de kostenstijgingen die gerelateerd zijn aan het niet verhogen van het uitkeringsplafond van de SPUK naar € 228 miljoen. Met als gevolg dat deze kostenstijgingen de betaalbaarheid van de sport nog verder onder druk zetten. Zo is het maar de vraag - zowel op de korte als op de lange termijn - of tegen aanvaardbare tarieven inwoners gedurende de looptijd van dit Nationaal Sportakkoord kunnen blijven sporten en sportaccommodaties (zwembaden, sportvelden, sporthallen) tegen acceptabele prijzen kunnen worden verhuurd aan sportverenigingen. Daarnaast komen de maatschappelijke opbrengsten (elke euro die geïnvesteerd wordt in sport en bewegen levert € 2,51 aan waarde op voor de samenleving) en de positieve effecten van sport en bewegen in de verdrukking3.

Minister Bruins
Veel gemeenten vinden dat de Rijksoverheid haar verantwoordelijkheid moet nemen voor gedecentraliseerde taken die bij gemeenten tot forse tekorten leiden. De Rijksoverheid houdt tenslotte miljarden over op de Rijksbegroting. Ook minister Bruins is enerzijds natuurlijk op de hoogte van dit miljardenoverschot. Anderzijds is hij bekend met de fikse tekorten bij gemeenten aangaande gedecentraliseerde taken en de mogelijkheid dat deze worden afgewenteld op het lokaal sportbeleid. Desondanks geeft minister Bruins er de voorkeur aan om 82% in plaats van 100% uit te keren. 

"De maatregel van de minister ondermijnt direct de financiële positie van sportbedrijven, gemeenten en sportverenigingen en daarmee de uitvoering van het lokaal sportbeleid"

Met de keuze van minister Bruins om het uitkeringsplafond niet te verhogen naar € 228 miljoen, neemt de minister bewust een risico. Sportbedrijven, gemeenten en sportverenigingen zijn essentiële partners in de uitvoering van het lokaal sportbeleid en voor het bereiken van de doelen die zijn gesteld in het Nationaal Sportakkoord en het Nationaal Preventieakkoord. Maar de maatregel van de minister ondermijnt direct de financiële (liquiditeits)positie van sportbedrijven, gemeenten en sportverenigingen en daarmee de uitvoering van het lokaal sportbeleid. Daarmee wordt het beoogde positieve effect van de overige extra miljoenen die de rijksoverheid investeert om het lokaal sportbeleid gedurende de looptijd van dit Sportakkoord te stimuleren geheel tenietgedaan. Sterker, bij een aantal gemeenten is het nadeel van het niet volledig compenseren van de verruiming van de btw-sportvrijstelling zelfs groter dan de extra geoormerkte middelen die zijn ontvangen van de rijksoverheid om het lokaal sportbeleid te stimuleren.

XL35OpenPodium-ML-4Self fulfilling prophecy
Door het uitkeringsplafond niet te verhogen naar € 228 miljoen en maar 82% van de totale aanvraag uit te keren veroorzaakt de minister zijn eigen ‘self fulfilling prophecy’. Door niet volledig te compenseren kan een deel van de beoogde investeringen ter ondersteuning van de lokale sportinfrastructuur niet meer worden uitgevoerd. Wat je niet terugkrijgt en niet meer hebt, kun je niet uitgeven. En dus zal er een onderbeste- ding van middelen plaatsvinden. De meeste gemeenten zijn echt niet in staat, mede gezien de fikse tekorten op de jeugdzorg, dit nadeel te compenseren of sportbedrijven te voorzien van extra middelen aangaande liquiditeit. 

Verhogen uitkeringsplafond 
Het niet verhogen van het uitkeringsplafond leidt in de tussenliggende periode onherroepelijk tot een onnodige stijging van tarieven en tot een duurdere sport. De lokale sportakkoorden en de betaalbaarheid van de sport komen in de verdrukking. Terwijl we nou juist wilden voorkomen dat de lokale sportinfrastructuur en lokale sportakkoorden op losse schroeven komen te staan of dat de financiële drempels om te gaan sporten (te) hoog zouden worden. Met name de toegankelijkheid van sport voor kwetsbare groepen komt in het geding. Een zeer ongewenste ontwikkeling, dat kan niet de bedoelding zijn. 

Het is voor het lokaal sportbeleid te hopen dat het uitkeringsplafond van de SPUK alsnog wordt verhoogd naar € 228 miljoen en dat de ‘zelfvervullende’ voorspelling van minister Bruins een halt wordt toegeroepen. De minister en de politiek zijn aan zet.

Noten:

  1. Voor meer informatie over het Nationaal Sportakkoord klik hier
  2. Kamerbrief over analyse aanvragen Specifieke Uitkering Stimulering Sport
  3. Investeren in sport en bewegen heeft maatschappelijke meerwaarde

Maurice Leeser is sinds 2019 adviseur van de Nederlandse Sportraad en per 1 september 2018 directeur-bestuurder van Sportbedrijf Lelystad. Eerder was hij sinds 1 december 2011 directeur van het Watersportverbond. Daarvoor werkte hij drie jaar als directeur van de Roeibond. Weer eerder werkte hij vanaf 2006 bij het ministerie van VWS en vanaf 2003 bij Gehandicaptensport Nederland. Van 1999 tot 2003 was Leeser in dienst bij het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo, nu de Dopingautoriteit).

« terug

Reacties: 4

Jan Lugtenburg
15-10-2019

Zeer goed artikel, spijker op z'n kop!

Marten van Maastrigt
15-10-2019

Dank Maurice voor dit uitstekende artikel over de SPUK. Bij de organisatie die ik mag lijden (gevoelsmatig is dit geen tikfout op dit moment), ESA in Aalsmeer, maken we gebruik van de BOSA. Dat levert ons een jaarlijks nadeel op van ca € 80.000 oftewel 2 volle procenten van onze kosten worden niet meer gedekt en kunnen we dus niet meer maken. Dus BOSA of SPUK, één ding is op dit moment zeker: de belofte dat de sport niet onder de btw-vrijstelling zou lijden wordt voor sportbedrijven niet waar gemaakt!

Dick Zeegers
15-10-2019

Maurice, mooi artikel, heldere uiteenzetting, maar onderstaande passage is wel een belangrijke:

Binnen het ministerie bestaat blijkbaar de indruk dat er € 43 miljoen aan ‘lucht’ zit in de aanvragen die door gemeenten en sportbedrijven zijn ingediend en dat een deel van de totaal opgevoerde kosten en investeringen uiteindelijk niet wordt gerealiseerd.

Is het niet logisch dat VWS wacht op de afrekening, voordat er eventueel wordt gecompenseerd? Daarnaast heeft Bruins toch toegezegd bij tekorten (na de afrekening) te zullen compenseren? Of heb ik dat mis?

Is het daarom dus niet een financieringsprobleem voor de korte termijn?

Mvg, Dick Zeegers

Directeur SWS

Maurice Leeser
15-10-2019

Beste Dick,

Dank voor je reactie. Het zou mijn inziens logischer zijn dat alle juiste aanvragen vooraf volledig worden gecompenseerd (dus uitkeringsplafond verhogen naar € 228 miljoen) en dat bij de verantwoording achteraf wordt bekeken of de subsidie juist en volledig is ingezet. Door nu het uitkeringsplafond te beperken zal een deel van de noodzakelijke investeringen aan de lokale sportinfrastructuur dus niet (meteen) worden uitgevoerd in verband met gebrek aan (liquide) middelen (lokale infrastructuur op losse schroeven, financiele positie sportbedrijven onder druk), zeker bij gemeenten met krapte op de begroting. Andere mogelijkheid is alsnog extra lokale middelen te genereren en in te zetten. Deze middelen kunnen gemeenten en sportbedrijven alleen verkijgen met name door de tarieven te laten stijgen aangaande gebruik en verhuur van de sportaccommodaties (betaalbaarheid van de sport in de verdrukking) of andere inkomsten te genereren. Dit terwijl het sportbesluit geen bezuinigingsmaatregel zou zijn. 

Gezien het grote overschot op de rijksbegroting kan ik me niet voorstellen dat het een financieringsprobleem op de korte termijn is. De minister zegt niks niet over mogelijk verder verhogen van het uitkeringsplafond. Wel zegt de minister over het nakomen van zijn belofte door onderbestede middelen opnieuw te verdelen, de self fulling prophecy (want wat je niet terugkrijgt, kun je niet uitgeven en hoeft dus ook niet gecompenseerd te worden: 82% = 100%). Dat is natuurlijk een aparte redening.. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst