Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Subsidie voor onderzoek naar de spin-off van sportevenementen

door: Leo Aquina | 12 februari 2015

Het Olympisch Plan 2028 werd bij de installering van het huidige kabinet ten grave gedragen, maar de erfenis is nog springlevend. ZonMw verleende onlangs 150.000 euro subsidie voor het onderzoeksproject ‘De Kracht van Sportevenementen’. “Het project komt voort uit een gezamenlijke ‘pledge’ van de vijf grote gemeenten (G5), NOC*NSF en het Ministerie van VWS in het kader van het Nationale Programma Preventie”, vertelt dr. Frank van Lenthe. De wetenschapper van het Erasmus MC werd aangesteld als penvoerder en projectleider van het tweejarige onderzoek. Doel is uiteindelijk om ‘gezondheidseffecten en bredere maatschappelijke spin-off van de organisatie van sportevenementen te maximaliseren door de organisatie van side-events rond evenementen'. Dat wordt een zware dobber want in de projectomschrijving constateert ZonMw zelf al dat ‘bestaand onderzoek suggereert dat sportevenementen niet automatisch leiden tot meer sporten.’

Het Olympisch Plan 2028 wilde het mogelijk organiseren van de Spelen in Nederland gebruiken om onder meer de sportparticipatie in Nederland op te krikken. Een topsportevenement als aanjager voor de breedtesport dus, exact het onderwerp dat bij het onderzoeksproject De Kracht van Sportevenementen op tafel ligt. Van Lenthe durft niet te zeggen of dit project er zonder Olympisch Plan 2028 überhaupt wel was geweest, maar beaamt de link: “Dit ligt wel in het verlengde van de ambities uit dat plan, maar de directe aanleiding is die pledge en daarbij hebben de gemeentes, NOC*NSF en VWS ongetwijfeld ook oog gehad voor het Olympisch Plan.”

XL6KrachtSportevenementen_1

Window of opportunity
ZonMw gaat ervan uit dat sporten gezond is en daardoor kunnen sportevenementen volgens de subsidiegever een belangrijke bijdrage leveren aan de volksgezondheid in Nederland. In de onderzoeksopzet lezen we: ‘Opmerkelijk en interessant is dat sportevenementen jaarlijks door ruim 5 miljoen mensen worden bezocht. Sportevenementen bieden daarmee een enorm belangrijke ‘window of opportunity’: wanneer een (betere) koppeling kan worden gemaakt tussen de sportevenementen en de breedtesport, kunnen evenementen een belangrijke impuls geven aan sportdeelname in Nederland.’

Als bestaand onderzoek suggereert dat sportevenementen niet automatisch leiden tot meer sporten, waarom worden die sportevenementen dan toch beschouwd als een window of opportunity?

“We kunnen er niet vanuit gaan dat er een automatische koppeling is tussen sportevenementen en sportparticipatie”, zegt Van Lenthe. “Je kunt wel vaststellen dat evenementen veel mensen trekken. Die mensen hebben dus een bepaalde interesse in de sport en we weten uit onderzoek wel dat geïnteresseerde mensen al dichter bij zelf sporten staan, dan mensen die er helemaal niets mee hebben. Als er jaarlijks zulke grote aantallen mensen naar sportevenementen gaan, verwacht je wel dat een deel daarvan wordt geënthousiasmeerd, maar een garantie is er geenszins.”

Plan van onderzoeksaanpak
Op welke manier gaat Van Lenthe onderzoeken wat de effecten van sportevenementen zijn op sportparticipatie en op welke manieren side-events daaraan zouden kunnen bijdragen? “Je ziet bij onderzoek vaak dat er vóór een evenement wordt gemeten en erna. Dat zegt wel iets, maar op die manier kijk je niet naar een trend over een langere periode. Stel dat er over meerdere jaren sprake is van een negatieve trend en uit de voor- en nameting bij een evenement blijkt dat er geen sprake is van daling, dan zou je misschien ten onrechte de conclusie kunnen trekken dat er geen effect is omdat je die langere termijntrend niet hebt gezien.”

XL6KrachtSportevenementen_2Het onderzoeksproject begon op 1 januari jl. en het duurt 26 maanden. Van Lenthe richt zich op de evaluatie van WK beachvolleybal, dat in de zomer van 2015 in vier steden in Nederland (waaronder Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) wordt gehouden, en de organisatie van grote hardloopevenementen in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven en Rotterdam. Dat zijn zeer uiteenlopende evenementen. In hoeverre is het mogelijk een vergelijking te maken? Van Lenthe: “We hebben hiervoor gekozen omdat we ons onderzoek niet helemaal willen richten op één specifiek topsportevenement, maar ook op jaarlijks terugkerende evenementen. Het aardige van die marathons is verder dat je in verschillende steden onderzoek kunt doen en dat je onderscheid kan maken tussen de verschillende manieren van aanpak.”

Van Lenthe begint met het neerzetten van een model. “Dat is de theorie, hoe zou het kunnen werken? Dat bespreken we met de deskundigen en vervolgens gaan we onderzoeken of het ook echt zo verloopt. Dat onderzoek gebeurt deels aan de hand van een reeds bestaande dataset, waarbij op postcodeniveau bekend is of mensen aan georganiseerde sport doen of niet. Op die manier kunnen we ook over langere periode onderzoek doen.”

Onderzoek in gemeenten
Naast dit onderzoek met bestaande data, wil Van Lenthe in de betreffende gemeenten ook zelf onderzoek doen. “We trekken een steekproef en stellen gerichte vragen over sportdeelname en over de belangstelling die mensen hebben voor evenementen. Zo kunnen we ook gedetailleerder onderzoek doen. Dat moet uiteindelijk leiden tot wetenschappelijke kennis die in vakbladen terechtkomt, maar het zou mooi zijn als het ook breder is. De gemeenten zijn erbij betrokken en uiteindelijk moet het daar ook terechtkomen.”

Voor meer informatie: projectinformatie op ZonMw.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst