Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

‘Ze noemen me chef sportakkoorden’

door: Bas Kammenga | 30 september 2021

Ruim dertig jaar is hij werkzaam in functies waarin hij met grote interesse de sportwereld induikt en ook in zijn vrije tijd steekt hij veel tijd en energie in diverse bestuurlijke functies in de sport. Ondertussen is hij ook nog één van de oprichters van een hockeyclub die tegenwoordig 1.600 leden heeft. Een uitgebreid interview met Eric Lagendijk.

EricLagendijk-1Zijn ouders leerden elkaar kennen op de atletiekbaan en zodoende heeft hij de sport meegekregen in zijn genen. Als kind voetbalde hij; ook tennis, tafeltennis en zaalvoetbal passeerden de revue. Daarna werd hij actief als tafeltennistrainer in de buurt van Haarlem en Amsterdam. Na de middelbare school ging hij bewegingswetenschappen studeren. “Een interdisciplinaire studie,” begint Eric Lagendijk zijn betoog. “Daarin heb ik gekozen voor de bestuurlijke en sociologische kant van de sport en zo kwam ik in aanraking met sportbeleid. De opkomst van sportscholen en fitnesscentra was eind jaren tachtig een van mijn eerste onderzoeken. De zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid van de sport had toen al mijn interesse.” Lagendijk koos ervoor om ‘vervangende dienst’ te gaan doen en deed dat op de afdeling maatschappelijk welzijn van de gemeente Haarlem. “Ik kreeg de opdracht een analyse van de kosten en de baten van gemeentelijke sportaccommodaties te maken. Naar aanleiding daarvan werd een nieuw tarievensysteem ingevoerd voor de sportaccommodaties. Daarnaast hield ik me bezig met allerlei andere sportbeleidszaken, zoals het functioneren van de eerste migrantensportclubs en de bouw van clubaccommodaties. Het functioneren van de lokale politiek, de gemeenteraad en het ambtelijke systeem vond ik buitengewoon boeiend. Ik hield er in 1990 een functie aan over als beleidsmedewerker in Haarlem.”

"Ik heb me bij DSP-groep enorm kunnen ontwikkelen. Er was nooit een herhaling van zetten of routinematigheid"

Een paar jaar later kwam Lagendijk weer in contact met zijn oud-studiegenoot Martin van der Gugten van adviesbureau DSP-groep, waar sport een loot aan de stam begon te worden naast andere aandachtsgebieden als kunst en cultuur, jeugd, openbare orde en veiligheid, welzijn en zorg. “Het was een mooi moment om mijn vleugels uit te slaan. De lokale Haarlemse aangelegenheden voorlopig achter me te laten en de blik te verruimen naar landelijk beleid en ook op andere plekken in Nederland te kijken. Ik heb me bij DSP-groep enorm kunnen ontwikkelen. Er was nooit een herhaling van zetten of routinematigheid. We moesten als commercieel bureau altijd inspelen op de lokale of landelijke ontwikkelingen en die dynamiek hield ons scherp. Ik heb daar ook wel over de schutting van de sport heen gekeken en heb me daardoor kunnen verdiepen in de organisatie en het beleid van andere sectoren, zoals die van de popmuziek, de jeugdzorg en het vrijwilligersbeleid. Door die terreinen met elkaar te vergelijken, kun je van elkaar leren. Na verloop van tijd werd ik partner en heb een tijd lang leiding gegeven als sectormanager en directielid.”

EricLagendijk-2Projecten
Lagendijk voelt zich het meest thuis in projecten en programma’s waarin landelijk en lokaal beleid elkaar raken. Waar het Rijk middelen beschikbaar stelt om een beweging op gang te brengen, die aansluiting moet vinden op lokaal niveau. Zo was hij eind jaren negentig adviseur van de stichting Jeugd in Beweging (JIB), die was opgericht op initiatief van toenmalig staatssecretaris Erica Terpstra om alle kinderen aan het sporten en bewegen te krijgen. Later is deze stichting ondergebracht bij het NISB (het huidige Kenniscentrum Sport & Bewegen): “Een mooie tijd, waarin het Rijk met bescheiden middelen steeds meer in gang probeerde te zetten bij gemeenten en sportaanbieders. Toen werd de kiem gelegd voor de latere buurtsportcoach. Door de breedtesportimpuls konden vele gemeenten en lokale partijen hun voordeel doen met de ervaringen die met JIB zijn opgedaan.”

Zo’n tien jaar later was ‘Meedoen alle jeugd door sport’ een soort vervolg hierop. “Ik was daarin programmamanager waarbij negen grote sportbonden de samenwerking zochten met elf grote steden. Dat was toen een unieke formule die nog best wat voeten in de aarde had: gemeenten en sportbonden die samen gingen optrekken om ‘hun clubs’ zo goed mogelijk in stelling te brengen. Met als doel om de jeugd uit de Vogelaarwijken lid te maken van de verenigingen die daar gevestigd waren. Die rol vervulde ik vanuit het NISB, in opdracht van het ministerie van VWS. Het NISB tekende alle lessen op en verspreidde die. Bonden en gemeenten ontwikkelden samen programma’s. Daar hadden we vier jaar de tijd voor. Net zoals we nu vier jaar de tijd hebben om een sportakkoord te implementeren.” 

"We hebben de regeling opgezet en een systeem georganiseerd om lokale sportakkoorden te ontwikkelen met zogeheten sportformateurs, de gemeenten en de lokale sport"

Zelfstandig
Eind 2018 kwam een einde aan het ‘avontuur’ bij DSP-groep. “Na een periode van 15 jaar als partner en in de samenstelling met zes partners die elk gemiddeld twintig jaar actief waren in die rol, was het goed voor de organisatie om de bakens te verzetten en te verjongen, om het eigenaarschap aan een nieuwe partnergroep over te dragen. Dat proces speelde zich precies af in de periode dat het Sportakkoord was ontwikkeld om uitgevoerd te worden.”

Lagendijk had contact met André de Jeu, directeur van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en rolde, voordat hij er erg in had, het sportakkoord in. “Daar heb ik de rol van projectleider van lokale sportakkoorden aan te danken. Heel fijn dat ik die kans van VSG heb gekregen. Ze noemen me nu gekscherend ‘chef sportakkoorden’. Een geuzennaam, ik ben er trots op. We hebben de regeling opgezet en een systeem georganiseerd om lokale sportakkoorden te ontwikkelen met zogeheten sportformateurs, de gemeenten en de lokale sport. Daarbij gold een aantal spelregels en uitgangspunten voor de lokale sportaanbieders, gemeenten en maatschappelijke organisaties, zoals voor de samenwerking, financiën en planning. Maar laten we voorop stellen: die zijn heel soepel. Lokaal maatwerk en praktische toepasbaarheid staan voorop.”

Missiewerk
EricLagendijk-3Samenwerking is er met NOC*NSF, NL Actief/POS, VWS, Kenniscentrum Sport & Bewegen en het Mulier Instituut, collega’s van VSG, gemeenten, maar ook met sportbonden en maatschappelijke organisaties. “Bijvoorbeeld over de afstemming met het preventieakkoord,” legt Lagendijk uit. “Daarnaast zijn er veel vragen vanuit gemeenten en is het voor een deel ook missiewerk. Is zo’n sportakkoord nu van de gemeente of de gemeenschap? Wij denken dat het laatste het meest duurzaam is. Zo’n sportakkoord moet geen papieren tijger zijn, maar de clubs vitaler maken en versterken op het gebied van inclusie, positieve sportcultuur en duurzaamheid. De clubs stellen zich open naar de omgeving en krijgen daarbij ondersteuning. Wij kunnen hameren op actiebereidheid en actiegerichtheid en het delen van ervaringen. De rol van de provinciale sportserviceorganisaties is ook belangrijk. Zij nemen niet de verantwoordelijkheid over, maar geven juist een steuntje in de rug.”

"Er lijkt een soort hernieuwde interesse te zijn in samenwerking rondom de sport en dat is fijn om te constateren”

Lagendijk kan er zijn werkweken moeiteloos mee vullen en doet daarnaast nog een aantal andere klussen, zoals in de partnergroep clubkadercoaching. “De termijn van de sportakkoorden loopt formeel tot 2022 en daarna moet de trein wel doordenderen en moeten de huidige initiatieven duurzaam aanwezig zijn. Elke gemeente heeft zijn specifieke uitdagingen. Een mooie opbrengst kwam laatst via een e-mail vanuit de gemeente Zwijndrecht. Vanuit het lokale team van het sportakkoord kreeg ik een heel mooi document met het voortgangsverslag. Per ambitie was aangegeven wat ze met elkaar deden en waar ze stonden. Met allemaal voorbeelden en foto’s die met lokale trots werden gepresenteerd. In die fase zitten we nu en daarin is belangrijk dat elke gemeente aan de eigen achterban en inwoners laat zien wat er allemaal gebeurt. Over twintig jaar hopen we dat die groepen nog steeds actief zijn. Er lijkt een soort hernieuwde interesse te zijn in samenwerking rondom de sport en dat is fijn om te constateren.”

EricLagendijk-4Nieuwe club
Naast de betaalde werkzaamheden zijn er ook nog diverse functies die Lagendijk in zijn vrije tijd op zich nam of neemt. In 2008 was hij zo een van de oprichters van hockeyclub Westerpark in Amsterdam-West. “We waren met een aantal voetbalvaders in de buurt en onze dochters wilden hockeyen,” blikt hij terug. “We zijn naar voorbeeld van Pim Mulier gewoon aan de slag gegaan op een openbaar veldje in het park. Binnen een paar weken hadden we veertig kinderen en na een paar maanden een paar honderd. Toen zijn we gaan praten met de hockeybond en de gemeente en kregen we alle ondersteuning bij het zoeken naar een geschikte locatie. Inmiddels heeft AMHC Westerpark op Sportpark Spieringhorn zo’n 1.600 leden, een eigen clubgebouw en bespeelt het vijf velden. Het is een bloeiende vereniging die we van ‘scratch’ af konden inrichten en waarin we een sfeer konden creëren van inclusie, zelfwerkzaamheid en gezelligheid. Het was heel leuk om te doen en bovendien erg leerzaam.”

"De jongste jeugd heb je zo hard nodig voor de continuïteit van je club"

Vanuit het eerder genoemde project ‘Meedoen alle jeugd door sport’ raakte Lagendijk bestuurlijk ook betrokken bij Basketball'sCool. “Een instapmodel voor kinderen om laagdrempelig kennis te maken met de sport basketbal. We zijn bij Harlemlakers begonnen met een soort juniorlidmaatschap, ook wat uit nood geboren door capaciteitsproblemen. De jongste jeugd heb je zo hard nodig voor de continuïteit van je club. Jaarlijks zijn er in Amsterdam een paar honderd kinderen die op deze manier basketballen en waarvan er daarna velen overblijven om een volwaardig lidmaatschap bij de verenigingen aan te gaan en ook deel te kunnen nemen aan competities. Binnenkort is de overdracht van de stichting als lokaal programma binnen de Gemeente Amsterdam naar de basketbalbond (NBB), zodat het ook landelijk als instrument ingezet kan worden.”

EricLagendijk-5Vechtsportautoriteit
En dan is er nog de Vechtsportautoriteit. “Rond 2013 pakten Hans van Egdom en ik het dossier ‘regulering full contact vechtsporten’ op. In die tijd waren er enkele gala’s voor kickboksen en MMA die uit de hand liepen door inmenging van criminele groeperingen. Er hing een grimmige sfeer rond die evenementen en de burgemeesters Eberhard van der Laan van Amsterdam en Onno van Veldhuizen van Hoorn vonden dat hieraan paal en perk gesteld moest worden. De evenementen werden vergunningsplichtig en kwamen onder toezicht te staan. Er was echter weinig inzicht in de sector. Aan Hans en mij de taak om de sector beter te reguleren, zodat veiligheid, gezondheid en kwaliteit de boventoon voeren in plaats van schimmigheid en eigenrichting. De bokken van de schapen scheiden.”

“We hebben een klankbordgroep en verschillende werkgroepen vanuit de sector samengesteld met alle betrokkenen. Daarin hebben we gekeken naar de begeleiding van jeugd en de risico’s voor de gezondheid en het opgroeiende kind. Want de sport is juist populair onder kwetsbare groepen. Uiteindelijk zijn we tot vijf hoofdmaatregelen gekomen om zaken beter te organiseren. Zo is de oprichting en het beleid van de vechtsportautoriteit tot stand gekomen met een raad van toezicht, bestuur en bureau. Nadat mijn rol als kwartiermaker erop zat, heeft het bestuur mij gevraagd om ook toe te treden. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Dit is echt een van mijn meest boeiende ervaringen in de sportsector. En dat doe ik sinds 2019 met veel plezier en trots. Er zijn sinds de invoering van de autoriteit geen noemenswaardige incidenten meer geweest. Dat is vooral de verdienste van de sector zelf, die het imago enorm heeft opgepoetst.”

"Ook vind ik de discussie rond de sportwet heel interessant. Hoe kan de sport kwalitatief over de volle breedte worden versterkt en wat is de methode om dat structureel te borgen?"

Toekomst
De komende jaren en ook voorbij de formele einddatum van de sportakkoorden hoeft Lagendijk zich zeker nog niet te vervelen: “Ik vind het heel belangrijk om het sportakkoord door te ontwikkelen naar iets structureels. Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen. Ook vind ik de discussie rond de sportwet heel interessant. Hoe kan de sport kwalitatief over de volle breedte worden versterkt en wat is de methode om dat structureel te borgen? Hoe komen we tot een wat dwingender kwaliteitskader in de sportsector of eigenlijk sportbranche? Tot slot vind ik het mooi om de samenwerking met de zorgsector te zoeken. De rol van de sport in het kader van preventie en de jeugdzorg oftewel kwetsbare jeugd met een indicatie; die kan nog veel beter!”

Voor meer informatie: Basketball'sCOOL Amsterdam, www.vechtsportautoriteit.nl en www.amhcwesterpark.nl

« terug

Reacties: 2

Jan Raateland
30-09-2021

Beste Eric, ik heb het interview met jou met veel belangstelling gelezen. Voor een aantal onderwerpen geldt dat wij beiden daarin actief zijn, c.q. actief zijn geweest. Interessant dus en opvallend dat wij elkaar niet eerder heb ontmoet; dat 'moet' binnenkort maar eens gebeuren. Het gespreksonderwerp heb je in bovenstaand interview al genoemd:  Hoe kan de sport kwalitatief over de volle breedte worden versterkt en wat is de methode om dat structureel te borgen? Hoe komen we tot een wat dwingender kwaliteitskader in de sportsector of eigenlijk sportbranche?

Met vriendelijke groet, Jan Raateland       www.desportverenigingen.nl     

Loek Jorritsma
30-09-2021

Beste Eric, Wat betreft de sportwet. Ik heb daarover hier eerder een en ander geschreven. Ben dus heel benieuwd wat je daarvan vindt. Van Jan weet ik dat inmiddels heel goed. Ik zou het op prijs stellen als je jouw visie, kan beknopt, hier met ons deelt.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst