Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Van exclusie naar inclusie door cultuurverandering in gymles

door: Leo Aquina | 1 april 2021

‘Hoe gaan leraren lichamelijke opvoeding om met diversiteit in de gymles?’ Dat is de centrale vraag in het promotieonderzoek van docent/onderzoeker Corina van Doodewaard. Zij onderscheidt daarbij grofweg twee benaderingswijzen: “Enerzijds zijn er docenten die werken vanuit een kader van systemische ordering en anderzijds vanuit ontwikkeling en emancipatie.” De eerste benadering is dominant, maar als het gaat om het bevorderen van kansengelijkheid en het voorkomen van exclusie is de tweede volgens Van Doodewaard een stuk effectiever.

CorinaVanDoodewaard-1Corina van Doodewaard hanteert de breedst mogelijke definitie van diversiteit. “Je kunt leerlingen op talloze manieren categoriseren, maar het gaat mij er niet om in welk opzicht leerlingen verschillend zijn, ik onderzoek hoe gymdocenten omgaan met het feit dát ze van elkaar verschillen.” Onlangs publiceerde ze een artikel onder de titel ‘Het is dan wel een niveau 1-leerling, maar ik hou van iedereen’. Daarmee drukt ze het dilemma uit van de docent lichamelijke opvoeding, die er enerzijds is voor alle leerlingen, maar anderzijds werkt in een systeem dat selecteert op niveauverschillen.

Leerling als product
Die twee verschillende kaders verdragen elkaar slecht. Van Doodewaard: “In de systemische benadering worden leerlingen geordend op kwaliteit, het systeem is in zekere zin op zoek naar de marktwaarde van leerlingen. In deze benadering gaat alles langs een universele meetlat en dan kom je uit op begrippen als ‘niveau’ en ‘achterstand’. Het maakt producten van leerlingen die op een bepaalde manier uit het onderwijs zouden moeten komen. Docenten werken toe naar een te voorspellen uitkomst.” 

De benadering die daartegenover staat, heeft geen universele meetlat. Van Doodewaard: “Die visie richt zich op ontwikkeling en emancipatie, daarin staat het perspectief van de kinderen veel meer centraal.” Zelf is Van Doodewaard vanuit de CALO Windesheim al heel lang betrokken bij ClubExtra, dat sportaanbod creëert voor kinderen die bij de gewone sportvereniging buiten de boot vallen, omdat ze als onhandig worden gezien in hun bewegen en vaak ook op sociaal gebied. “Om ervoor te zorgen dat die kinderen ook met plezier bewegen, gaat het erom een context te creëren die niet gericht is op competitie.”

"Wat doet het met een leerling als je hem of haar classificeert als ‘niveau 1’-leerling? Je krijgt al snel last van self-fulfilling prophecy"

Systemisch kader
Van Doodewaard constateert dat ons onderwijssysteem leerlingen overwegend vanuit een systemisch kader benaderd: “In onze zoektocht naar professionalisering lopen we het risico te veel vanuit de structuur te denken die is gebaseerd op bepaalde normen. Dat kan leiden tot exclusie en daarmee de ontwikkeling van veel kinderen remmen in plaats van stimuleren. Wat doet het met een leerling als je hem of haar classificeert als ‘niveau 1’-leerling? Je krijgt al snel last van self-fulfilling prophecy.” 

CorinaVanDoodewaard-2Als opleider aan de CALO Windesheim, maar vooral ook als onderzoeker maakt Van Doodewaard zich sterk voor een ander perspectief: “Mijn onderzoek is niet voor onder in de la. Ik wil de opleidingspraktijk voorzien van tegenverhalen. Ik wil studenten en docenten voeden met de gedachte dat we ondanks alle verschillen allemaal mensen zijn met een eigen uniek lichaam. Het is tijd voor een andere onderwijscultuur. We kunnen niet alsmaar hoger, beter en verder want dan nemen de verschillen toe. Als je als kind al wordt gedefinieerd als ‘niet zo handig', ga je vanzelf denken: sport is niets voor mij.”

Kansenongelijkheid bestrijden
Een ander perspectief in het onderwijs waar het kind centraal staat is in de ogen van Van Doodewaard een kleine stap op weg naar een betere wereld: “We lossen natuurlijk niet zomaar even alle wereldproblemen op, maar als het gaat om kansenongelijkheid kunnen we als maatschappij op dit punt wel een verandering doormaken en ik geloof dat scholen vanuit hun visie daaraan bij kunnen dragen.”

"Hoewel docenten vaak denken dat zij geen onderscheid maken, blijkt toch dat het favoriete gymkind vaak blank is, vaak jongen, vaak enthousiast voor beweegonderwijs en sporten"

XL18VA-PeterHeerschop-1

Voor haar onderzoek doet Van Doodewaard veel zogenaamde video stimulated recall interviews onder gymdocenten. Dan blijkt het zelfbeeld en de praktijk van gymdocenten nogal eens behoorlijk ver uit elkaar te liggen. “In een interview met een docent van een multi-etnische klas zag een docent dat hij twee groepen had gecreëerd: een rijtje met blanke meisjes dat een moeilijke oefening deed, en een rijtje gekleurde meisjes dat een makkelijkere opdracht had gekregen. Daar schrok die docent van. Hoewel docenten vaak denken dat zij geen onderscheid maken, blijkt toch dat het favoriete gymkind vaak blank is, vaak jongen, vaak enthousiast voor beweegonderwijs en sporten. We selecteren op veel meer dan alleen goed kunnen bewegen. We selecteren ook met een onderbewust beeld van hoe iemand die goed beweegt eruit ziet, of zich gedraagt. De meritocratie in de onderwijs en sport is een mythe.”

Sleutel
Reflectie en kritische zelfreflectie van docenten lichamelijke opvoeding zijn volgens Van Doodewaard de sleutel naar kansen in het beweegonderwijs die geënt zijn op het individu. “Docenten moeten zich afvragen wat voor gelukkansen ze eigenlijk nastreven, welke aannames ze daarover doen, of ze zich bewust zijn van self-fulfilling prophecies. We zijn allemaal mensen en selecteren is iets dat we van nature snel doen, maar docenten zouden voorbij die primaire behoefte moeten kijken.” Van Doodewaard hoopt haar proefschrift nog voor het einde van dit jaar aan de Universiteit Utrecht te kunnen verdedigen.

Voor meer informatie: Omgaan met diversiteit in de gymles: ‘Je moet stralend durven falen’

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst