Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Moet en kán het oog van de gymdocent beter?

door: Frank Molema | 19 november 2020

Zien gymdocenten wel goed genoeg hoe kinderen precies bewegen en welke fouten ze maken? Daarover bestaan sterke twijfels. Bewegingswetenschappers en onderwijskundigen van hogescholen en universiteiten beginnen daarom het onderzoeksprogramma ‘Het oog van de meester’, met als doel het bewegingsonderwijs te verbeteren. 

Oogvandemeester-1De zweefhurksprong. Velen zullen deze gymopdracht, waarbij je met behulp van een aanloop en een springplank op technische wijze over een kast springt, nog herinneren uit hun schooltijd. De uitvoering ervan is nog niet zo eenvoudig; goede aanwijzingen van je gymdocent kan je er wel bij gebruiken. De vraag is: is jouw docent voldoende bekwaam om te zien wat er goed en fout gaat? Kan hij op basis van zijn waarnemingen de juiste tips geven? 

Perceptuele bekwaamheid
Het antwoord hierop zou in veel gevallen wel eens ‘nee’ kunnen zijn, zo blijkt uit het schaarse onderzoek dat er bestaat. De zogeheten ‘perceptuele bekwaamheid’ is onder de maat. Hoe ervaren een docent ook is, het lijkt erop dat slechts in iets meer dan de helft van de gevallen door vakleerkrachten een goede keus wordt gemaakt. Studenten doen het net zo goed als docenten die al zo’n vijf tot tien jaar dit werk uitvoeren, wat wil zeggen dat zij hun oog voor de juiste beweging niet in de praktijk ontwikkelen. 

Het was voor bewegingswetenschapper John van der Kamp van de Vrije Universiteit in Amsterdam de trigger om hier dieper in te duiken. Hij vroeg zich af hoe hij de vaardigheden van de aankomende vakleerkrachten kon verbeteren, zodat het niveau van het bewegingsonderwijs uiteindelijk stijgt. Hij voerde gesprekken met collega’s bij de docentenopleidingen (de ALO’s), die eveneens hun twijfels hadden of gymdocenten nauwkeurig waarnemen, en initieerde het onderzoeksprogramma ‘Het oog van de meester’. Dit resulteerde in een samenwerkingsproject van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), Windesheim (CALO), de Haagse Hogeschool (HALO) en bewegingswetenschappers en onderwijskundigen van de Vrije Universiteit en de Erasmus Universiteit.

"Gymdocenten moeten ook zorgen voor lol, dat leerlingen zichzelf ontdekken in het bewegen, kennismaken met nieuwe sporten, dingen samen doen"

“Op de ALO’s is nog weinig expliciete aandacht voor de perceptuele bekwaamheid van docenten”, legt Van der Kamp de vinger op de zere plek. “Het doel van dit programma is dan ook om een cursus of leeromgeving te ontwikkelen waarin studenten op de ALO’s hun vaardigheden kunnen verbeteren.” 

Eenzijdige focus
De wetenschappelijke literatuur en dus de kennis over deze vaardigheden van docenten is klein. Bovendien, zegt Van der Kamp, is in eerdere onderzoeken wellicht niet de juiste meetlat gebruikt. “Gymdocenten moeten ook zorgen voor lol, dat leerlingen zichzelf ontdekken in het bewegen, kennismaken met nieuwe sporten, dingen samen doen. Het gaat om meer dan alleen beter leren bewegen. Het kan zijn dat de studies te veel gericht waren op de technische kwaliteiten.” 

Oogvandemeester-2‘Oog van de meester’ heeft een looptijd van vier jaar – door de coronacrisis loopt het programma mogelijk wat vertraging op – en heeft van een subsidie gekregen van een 700.000 euro van RAAK-SIA, onderdeel van NWO. Windesheim is de penvoerder. Driekwart van het geld is bestemd voor onderzoeksdoeleinden, de rest voor implementatie. 

Kijkgedrag gemeten
De betrokken onderzoekers en onderwijskundigen willen in eerste instantie inzicht krijgen in de perceptuele bekwaamheid van de docenten. Dit gebeurt, net als in eerder onderzoek, door opnames van bewegende leerlingen te maken, die vervolgens aan docenten en studenten worden getoond. Zij krijgen vragen over de bewegingen van leerlingen. Daarnaast wordt het kijkgedrag gemeten met behulp van een gaze tracker. Daarmee kan worden bepaald of de ogen van een docent inderdaad gaan naar bijvoorbeeld de afzet met de voeten, als een leerling begint aan zijn zweefhurksprong. 

"Ik hoop dat het leidt tot lesprogramma’s op de ALO’s, waarbij studenten beter worden in deze vaardigheden en leerlingen uiteindelijk beter leren bewegen"

Onderzoekers willen ook kijken of het vergroten van de conceptuele of biomechanische kennis over bewegen en de eigen bewegingsvaardigheden van de docent bijdragen aan hun ontwikkeling van de perceptuele bekwaamheid. Van der Kamp: “Wetenschappelijke theorieën beweren namelijk dat zelf bewegen ook helpt.” 

Met dit programma hoopt Van der Kamp dat men zich ervan bewust wordt dat verbeteringen mogelijk zijn. “Dit is belangrijk”, zegt hij. “Ik hoop dat het over enkele jaren leidt tot lesprogramma’s op de ALO’s, waarbij studenten beter worden in deze vaardigheden en leerlingen uiteindelijk beter leren bewegen.” 

Voor meer informatie: Oog van de meester

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst