Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Verenigingen kunnen meer werk maken van gehandicaptensport

door: Thomas van Zijl | 9 februari 2017 

Kirsten Parren noemt zich een sportfreak, maar zegt er eerlijk bij dat gehandicaptensport voor haar lange tijd een ver-van-haar-bed-show was. Een scriptie over dat onderwerp bracht daar verandering in. Parren bezocht meerdere sportverenigingen die hun aanbod met succes wisten uit te breiden voor mensen met een handicap. Het begin is er, maar er valt nog behoorlijk wat werk te verrichten 

XL5GehandicaptensportKirstenParrenOp de Rotterdam School of Management ligt de focus bij de meeste studenten op het bedrijfsleven. Parren voelde zich na colleges van hoogleraar strategische filantropie Lucas Meijs echter meer aangetrokken tot de dynamiek van ngo’s en vrijwilligersorganisaties, in het bijzonder die in de sport. Niet voor niets was ze als bestuurslid actief eerder actief bij haar turnclub en volleybalverening. Via een volleybalcoach die zich inzette voor zitvolleybal en haar meenam naar clinics, kwam ze voor het eerst in aanraking met gehandicapten. 

“Ook als sportfanaat, wat ik toch echt ben, was het niet iets waar ik over nadacht; dat er ook voor mensen met een handicap goede gelegenheden moeten zijn om te sporten.” De interesse van Parren was desalniettemin meteen gewekt. Ze besloot voor haar scriptie onderzoek te doen naar verenigingen die met succes werken aan een inclusieve sport: sport voor iedereen. 

Bewuste strategie
Het feit dat die clubs daar in slagen is het gevolg van een bewuste strategie, constateert Parren. Ze nemen integratie op in hun beleidsplan en maken er een speerpunt van. Dat hoeft niet direct te leiden tot gemengde teams. Er kunnen best speciale teams gevormd worden voor mensen met een handicap. Belangrijker is dat andere verenigingsactiviteiten, denk aan toernooien of een jubileumavond, toegankelijk zijn voor alle leden. 

 “Ik hoop dat hun voortrekkersrol bestuurders van andere verenigingen inspireert om hun voorbeeld te volgen. Dan kan er echt een flinke slag gemaakt worden” 

Daaropvolgend is het een logische stap iemand in het bestuur te benoemen die zich bezighoudt met dit thema en opkomt voor de belangen van specifiek deze leden. Parren ziet een duidelijke tendens van clubs die voor deze aanpak kiezen, al baseert zij zich hoofdzakelijk op de voorlopers die ze in het kader van haar scriptie gesproken heeft. “Ik hoop dat hun voortrekkersrol bestuurders van andere verenigingen inspireert om hun voorbeeld te volgen. Dan kan er echt een flinke slag gemaakt worden.” 

Inclusieve sport
Parren geeft aan dat er door zowel de landelijke overheid als sportkoepel NOC*NSF aangestuurd wordt op een inclusieve sport. Of er van bovenaf maatregelen genomen moeten worden om dat streven extra kracht bij te zetten, vindt ze moeilijk te beoordelen. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de clubs zelf. Een betrokken bestuurder die van mening is dat zijn vereniging een voorbeeldfunctie zou moeten vervullen kan een wereld van verschil maken. Dat is iemand die voor lief neemt dat het integreren van mensen met een handicap soms wat meer tijd en aandacht kost, maar dat er graag voor over heeft. 

XL5Gehandicaptensport-2Dat bij andere clubs soms huiver heerst, begrijpt Parren wel, maar die is niet altijd terecht. Verenigingen hoeven de zaken niet ineens drastisch anders te doen. “Rolstoelschermers kunnen bijvoorbeeld zonder veel aanpassingen meedoen aan reguliere trainingen. Voor de trainers is het in het begin even schakelen, maar ze ervaren dat meestal juist als een extra uitdaging.” 

Utopie
Het is, zo zegt Parren, een illusie om van iedere sportclub te verlangen dat zij mensen met een handicap opnemen in de vereniging, al was het maar omdat er een praktisch bezwaar aan kleeft. Zelf volleybalde ze bij een dorpsclub die met moeite twee teams op de been kon brengen. Een derde team voor mensen met een handicap is in zulke omstandigheden een utopie. Het gaat er Parren veel meer om dat gehandicaptensport bij grotere verenigingen die de mogelijkheid wél hebben top of mind wordt. 

Of ze daar zelf een actieve bijdrage aan gaat leveren is nog even de vraag. Een baan in de sport is op termijn misschien de moeite waard, maar voorlopig liggen ze niet voor het oprapen. Parren is nu verbonden aan de Rotterdam School of Management en houdt zich voor professor Meijs bezig met projecten buiten de sport. Wel hoopt ze de bevindingen uit haar scriptie dit jaar te publiceren in een academisch vakblad. 

Voor meer informatie: scriptie 'Disability sports - The ability to inclusion?' (pdf) en/of kijk op www.rsm.nl/vrijwilligerswerk

« terug

Reacties: 4

Simon Henk Luimstra
09-02-2017

Toch weer jammer dat (in dit stuk?) de woorden 'gehandicapten' en 'gehandicaptensport' verkeerd worden gebruikt. Sporters met een beperking en aangepast sporten zijn betere termen.

Felix Jongbloed
09-02-2017

Het gebruik van de woorden 'gehandicapten' en 'gehandicaptensport' is gangbaar. Iedereen weet wat ermee bedoeld wordt, het is niet beledigend of denigrerend bedoeld, waarom zo ingewikkeld doen? We kennen de organisaties Gehandicaptensport Nederland, Fonds Gehandicaptensport. Ik denk dat het productiever is om gehandicaptensport proberen beter te integreren in de sportverenigingen dan te pleiten voor een term die feitelijk vaagheden weergeeft die nergens voor nodig zijn.

Simon Henk Luimstra
09-02-2017

@Jongbloed. Wie bepaalt beledigend of denigrerend? Internationaal wordt gesproken over impairment, disability and handicapped. Stoornis, beperking en handicap. De Engelse titel van de scriptie geeft het juist aan. Dat een sportbond en een fondsenwervingsbureau bewust andere termen wil hanteren, geeft te denken. Er wás een sportbond aangepast sporten. Dus wie maakt het nodeloos ingewikkeld? Ik pleit er voor om in het gangbare discours de juiste termen te gebruiken. Dat is óók de lezer serieus nemen. Ik ben een rolstoelgebruiker, oud-topsporter en docent MBO sport en bewegen, uitstroomprofiel bewegingsagogie. Mijn studenten leren al dat als ze 'gehandicapten' in hun les hebben, dat zij hun les verkeerd hebben voorbereid. De doelgroep wil niet gehandicapt zijn als ze sport! Laten we het niet nodeloos ingewikkeld maken door het te benoemen wat het is (of hoort te zijn)..

Felix Jongbloed
09-02-2017

Dan zijn we het gewoon niet eens met elkaar, dat kan. Als ik studenten in mijn klas zou krijgen, zou ik ze termen leren die niet zo vaag zijn of op meerdere manieren te interpreteren. Met 'sporten met een beperking' kan je bijvoorbeeld ook voetballen met half dichtgetimmerde doelen of een lekke bal bedoelen. Maar ik zal niet gauw beweren dat mijn studenten het enige juiste leren, want dat zou een vorm van cirkelredenatie zijn, die jij in dit geval dus hanteert. Wat ook weer niet betekent dat je geen goede docent zou zijn. Ik als lezer van dit artikel voel me in ieder geval nergens niet serieus genomen. Ik denk dat degenen die dat wel zo ervaren op de vingers van een hand te tellen zijn.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst