Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Kritisch rapport over bidprocedure European Games

door: Leo Aquina & Peter Hopstaken | 10 mei 2016                                                       UPDATE

Nederland was de enige kandidaat dus niets leek de organisatie van de European Games 2019 op Nederlandse bodem in de weg te staan. Tot minister Edith Schippers van VWS er een stokje voorstak. NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis moest in Bakoe, waar de eerste European Games werden gehouden in 2015, diep door het stof en zag zich gedwongen om de organisatie van de Spelen terug te geven aan het Europees Olympisch Comité. De sportbonden drongen aan op een grondige evaluatie van het proces en de sportkoepel installeerde hiertoe de commissie Depla. Op maandagavond 9 mei presenteerde deze commissie haar bevindingen tijdens de Algemene Ledenvergadering op Papendal. ‘Neem de tijd als je haast hebt’. Zo luidt de gezien de uiterst kritische inhoud van het rapport redelijk vriendelijk klinkende titel van het rapport. De conclusies van de commissie zijn echter niet misselijk. Hoofdrolspeler NOC*NSF beschikte volgens het rapport van de commissie ‘richting alle betrokken stakeholders over de juiste ingangen, maar het samenspel was gebrekkig’. De commissie wijt dit aan een ‘ondermaatse project- en procesaanpak van NOC*NSF’. Het rapport bood gisteravond genoeg input voor een stevig agendapunt, maar bleef uiteindelijk steken in een ceremonieel toneelstukje.

PaulDepla300De commissie Depla heeft geen half werk verricht. De commissie heeft in de periode 21 december 2015 t/m 18 februari 2016 in totaal 34 interviews afgenomen met diverse vertegenwoordigers vanuit de sport, overheden, politiek, bedrijfsleven, media en overige stakeholders waaronder Patrick Hickey, de voorzitter van het European Olympic Committee. Daarnaast zijn er ook enkele informele gesprekken en contacten in de genoemde periode geweest. De commissieleden die de interviews hebben afgenomen hebben zelfs een professionele interviewtraining gehad, zo bleek uit het rapport van de commissie. De opdracht van de Commissie Depla luidde:

‘Op welke manier kan het huidige samenspel (verhouding, samenwerking en afstemming tussen NOC*NSF, sportbonden en overheden) worden verbeterd bij tak van sport overstijgende en op een impuls voor het Nederlandse sportklimaat gerichte (beleids)dossiers, waarbij er sprake is van een grote mate van wederzijdse afhankelijkheid?’

Bevindingen
De commissie heeft de belangrijkste bevindingen van haar onderzoek geordend langs zes lijnen: de inhoud van het concept EG2019, de proces- en projectmatige inrichting, het samenspel tussen NOC*NSF en sportbonden, het samenspel tussen NOC*NSF/de sport en de betrokken overheden, het samenspel met andere stakeholders en overige zaken.

“Het lukte het niet om rijksoverheid, provincies, steden en sportbonden mede-eigenaar van het initiatief te maken”

Uit het rapport bleek dat al in het begin van 2014 de eerste serieuze gesprekken plaatsvonden over de mogelijke organisatie van de EG2019 in Nederland. De steden Amsterdam en Rotterdam toonden zich in die fase zeer geïnteresseerd, maar NOC*NSF koos er voor om toen nog ‘niet door te pakken’. Dit deed zij pas vanaf november 2014, toen het EOC serieuze toenadering zocht tot NOC*NSF. Een bijzondere situatie, omdat veelal nationale sportorganisaties hun interesse kenbaar (moeten) maken bij de internationale federaties.

NOC*NSF als enige drijvende kracht
NOC*NSF kondigde vervolgens op 19 december 2014 via een persbericht aan dat zij de kandidaatstelling serieus ging onderzoeken. Zij deed dit zonder dat er sprake was van een stevige startcoalitie van enkele steden/provincies, rijksoverheid en enkele belangrijke sportbonden. Een dergelijke coalitie, als drijvende kracht achter zo’n complex traject, is er nooit gekomen. Tot aan de finale besluitvorming op 10 juni 2015 bleef NOC*NSF feitelijk de enige drijvende kracht achter het initiatief en lukte het niet om rijksoverheid, provincies, steden en sportbonden mede-eigenaar te maken.

Het rapport concludeert verder dat NOC*NSF en sportbonden op 28 april 2015 hadden moeten voorkomen dat er bij het EOC ‘een kandidaatstelling onder voorwaarden’ werd ingediend. De voorwaarden waren dermate stevig en de omstandigheden zo onzeker, dat het risico op teruggave van de organisatie zeer groot was. Het feit dat NOC*NSF op 10 juni 2015 moest besluiten om bij het EOC af te zien van de organisatie, heeft volgens het rapport tot grote reputatieschade geleid.

“Veel betrokkenen geven aan dat het bestuur van NOC*NSF in het gehele proces nagenoeg onzichtbaar was”

Scherpe conclusies
De conclusies van de commissie zijn behoorlijk scherp en ontluisterend voor de direct betrokkenen. Een greep uit impressies die de commissie naar aanleiding van de interviews:

  • De bovenliggende strategie van het concept EG2019 werd nooit geheel duidelijk;
  • In de gezamenlijke discussies binnen de sport, binnen de overheden en tussen sport en overheden is nauwelijks stilgestaan bij de maatschappelijke, economische en sportieve opbrengst van de EG2019 voor Nederland;
  • Hoewel het evenement pas in 2019 zou plaatsvinden, is er veel druk uitgeoefend om al in de kandidatuur-fase een garantie vanuit het bedrijfsleven te krijgen;
  • NOC*NSF had al in het begin moeten kiezen voor een startcoalitie van een andere samenstelling. Amsterdam en Rotterdam waren vanaf het begin goed aangesloten, maar de (meest cruciale) sportbonden en de minister van VWS (op persoonlijk niveau) pas in een veel later stadium;
  • Veel betrokkenen geven aan dat het bestuur van NOC*NSF in het gehele proces nagenoeg onzichtbaar was. Daardoor bleef het initiatief in hoge mate persoonlijk verbonden aan de voorzitter van NOC*NSF;
  • Veel geïnterviewden schetsen een beeld van de leiding van een trein bij NOC*NSF die op hoge snelheid doordenderde; Alle betrokkenen zijn het er over eens dat bij het binnenhalen en uiteindelijk organiseren van grote sportevenementen commitment, samenwerking en een goede taak- en rolverdeling tussen de sport, rijksoverheid en lagere overheden noodzakelijk is;
  • Het tijdspad en de aanpak van NOC*NSF hield onvoldoende rekening met de politieke besluitvormingsprocessen binnen provincies en gemeenten;
  • Het is enkele betrokkenen opgevallen dat het reguliere afstemmingsorgaan inzake het sportevenementenbeleid, ‘De Kracht van Sportevenementen’ (KvS), niet of nauwelijks een rol heeft gespeeld in het proces rond de EG2019;
  • Door een complex aan factoren is het uiteindelijk niet gelukt om de EG2019 daadwerkelijk naar Nederland toe te halen. Betrokken partijen zien een gebrek aan: Verbindende kracht, Gezamenlijkheid, Lef en Ondernemerschap.

“Creëer in de initiatieffase van complexe trajecten altijd een representatieve startcoalitie”

Het rapport van de commissie eindigt met een aantal duidelijke aanbevelingen aan de vereniging NOC*NSF:

  1. Neem het initiatief om met de rijksoverheid tot een gezamenlijke beleidsagenda (op thema’s) te komen;
  2. Geef prioriteit aan het versterken van brede maatschappelijke betekenis van sport en verankering hiervan binnen de rijksoverheid;
  3. Creëer in de initiatieffase van complexe trajecten altijd een representatieve startcoalitie;
  4. Investeer aan de voorkant meer tijd/middelen in ‘het verhaal’;
  5. Verbeter het gezamenlijke stakeholdermanagement;
  6. Versterk op diverse onderdelen de besluitvormings-, overleg- en uitvoeringsstructuur binnen de vereniging NOC*NSF. Een van de subaanbevelingen hierbij: voer een heroriëntatie uit op het huidige (eenhoofdige) directiemodel van NOC*NSF;
  7. Blijf als sport ambitieus, organiseer de gezamenlijkheid (sport-overheid-bedrijfsleven) en zorg van daaruit voor onvoorwaardelijke bids en kandidaatstellingen!

Rapport aangeboden aan André Bolhuis
Bij afwezigheid van commissie-voorzitter Paul Depla werd het rapport tijdens de ALV van NOC*NSF door Jan Berent Heukensfeldt Jansen – de voorzitter van het Watersportverbond – aan André Bolhuis aangeboden. Deze was vervolgens opvallend vleiend over het rapport dat hij uiteraard al gelezen had. “Het rapport is met veel zorgvuldigheid tot stand gekomen. Het bevat goede conclusies en aanbevelingen, daar kunnen we wat mee.”

De commissie Depla heeft overigens nadrukkelijk niet willen oordelen over het functioneren van individuen. In het Plan van Aanpak stond: 'De commissie kan tot de slotsom komen dat iemand onoordeelkundig te werk is gegaan, maar het is aan anderen om daar consequenties aan te verbinden.' Daar zal sowieso nog wat tijd overheen gaan, getuige het vervolgtraject dat NOC*NSF-voorzitter Bolhuis als volgt schetste: “Op 23 mei is er een bestuursvergadering waarbij het rapport besproken gaat worden. Op 6 juni volgt dan een ledenberaad waarna de procedure zal worden afgesloten."

Vertragingsstrategie
Daarmee lijkt NOC*NSF bewust een vertragingsstrategie te hanteren en de mogelijke consequenties van het rapport vooralsnog niet onder ogen te willen zien. Het rapport was immers begin april al klaar. Kort daarna is er tussen Paul Depla en NOC*NSF overleg geweest over de manier waarop het rapport gepresenteerd zou worden. Gezien de flinke kritiek op het functioneren van onder meer de voorzitter en de directeur was het logisch geweest het rapport al eerder 'officieel' in ontvangst te nemen, het daarna te verspreiden onder de leden die om het rapport gevraagd hadden, om het vervolgens tijdens de ALV van gisteren uitgebreid te kunnen bespreken. Tijdens zo'n ALV kunnen besluiten worden genomen. Het ledenberaad zou hooguit gevolgd kunnen worden door het verzoek om een extra ledenvergadering in te lassen.

”De voorzitter van NOC*NSF heeft een profiel van een uitstekende ‘verteller’, maar van een matige ‘luisteraar’"

AndreBolhuis300Het rapport is niet mals over het functioneren van met name André Bolhuis en Gerard Dielessen. Volgens het rapport was de taakverdeling tussen hen 'helder', maar een goed samenspel tussen de twee leek er niet of nauwelijks te zijn geweest. Opvallend was ook dat de voorzitter van NOC*NSF als meest dominante pion in het schaakspel officieel géén deel uitmaakte van het projectteam. Het rapport schrijft:

'De combinatie van deze ‘constructie’ en werkwijze leidde er toe dat de voorzitter van NOC*NSF op veel momenten alleen opereerde (en moest opereren), en zonder directe ondersteuning. Dit resulteerde vervolgens weer in een aantal situaties, waarbij signalen, vragen en adviezen geen, onvolledige of onjuiste opvolging kregen. Veel betrokkenen geven aan dat de voorzitter van NOC*NSF een profiel heeft van een uitstekende ‘verteller’, maar van een matige ‘luisteraar’. Vanuit dat ondernemende en creatieve profiel was het effectief om hem in de opstartfase een dominante rol te geven, maar was het verstandig geweest om hem in het vervolgproces een stapje terug te laten doen. Hij is daarna op een aantal momenten in het proces verkeerd en met te weinig ondersteuning ingezet. Juist op die momenten is er volgens betrokkenen ‘slechte signaalverwerking’ geweest.'

Fundamenteel falen
"De commissie heeft een prachtig rapport achtergelaten”, zo sloot André Bolhuis  het ALV-agendapunt waarbij het rapport aan hem overhandigd werd ogenschijnlijk tevreden af. Daarmee onderschrijft hij in wezen dat er onder zijn leiding ernstig is afgeweken van de meest fundamentele uitgangspunten volgens welke een professioneel geleide organisatie zou moeten functioneren. Er was immers volgens het rapport geen strategie, het samenspel tussen NOC*NSF en alle betrokken stakeholders was gebrekkig, er is nauwelijks stilgestaan bij de maatschappelijke, economische en sportieve opbrengst van de EG2019 voor Nederland, het bestuur van NOC*NSF was onzichtbaar en de potentiële inbreng van het reguliere afstemmingsorgaan inzake het sportevenementenbeleid, ‘De Kracht van Sportevenementen’ werd simpelweg genegeerd.

In het bedrijfsleven word je bij ernstig disfunctioneren ontslagen, in de politiek treed je af of word je daartoe gedwongen. In de verenigingscultuur van de sportwereld - waar van de atleten toch ook topprestaties worden verwacht - wordt een indringend rapport vriendelijk in ontvangst genomen en ergens - buiten de openbare schijnwerpers - een keertje op een achternamiddag besproken.

Om het rapport van de commissie Depla te lezen klik hier

Reactie NOC*NSF
Op 31 juli 2016 - toen driekwart van Nederland op vakantie was - heeft NOC*NSF op haar website een reactie gegeven op het rapport Depla. Klik hier om deze uitgebreide reactie te lezen.
« terug

Reacties: 3

loek jorritsma
10-05-2016

Eerder heb ik hier aan dit onderwerp enkele kritische bijdragen geleverd. Daarbij verwees ik naar de onderliggende documenten die ten grondslag liggen aan dit beleid. Ik noemde o.a. de Staatscourant en vervolgde met het Beleidskader Sportevenementen van VWS van November 2013. Dat document is onderschreven door alle stakeholders zoals ook hier in het rapport Depla aan de orde. Daarin staat uitgebreid aangegeven op welke wijze en waarom en welke financiering en welke evenementen etc. aan de orde zijn om gezamenlijk te organiseren. "Iedereen mee eens?" " Doen we zo". Depla start zijn bevindingen bij begin 2014. Maar: in het beleidskader sportevenementen van November 2013 wordt al expliciet verwezen naar De Europese Olympische Spelen. En dat beleidskader is er niet van de ene op de andere dag gekomen. Daar is een jaar aan gewerkt. Dus al een heel jaar 2013 was het bij alle stakeholders bekend dat die Europese Olympische Spelen er aan zaten te komen en waren opgenomen in een mogelijke planning van alle betrokkenen. Inclusief de financiering. Iedereen heeft zitten te slapen en de betrokken verantwoordelijken dienen daaruit hun conclusies te trekken. Inclusief dat afwachtende ministerie van VWS. Een mogelijk gezamenlijk beleid op het gebied van topsportevenementen is hier te grabbel gegooid. En dat staat dan nog los van vragen die boven dit beleid hangen zoals: staatssteun, marktfalen, misbruik maken van machtspositie, definitie of er sprake is van een sportevenement, wet markt en overheid ook Europees, etc. Er is collectief gefaald. En - zo te zien - worden er geen harde consequenties aan verbonden. En dat tegen de achtergrond van een normstelling voor atleten die een vrij willekeurige vastgestelde limiettijd dienen te realiseren om mee te mogen doen aan de Olympische Spelen. Geen marge laten voor onvoorziene omstandigheden. Die marge mogen deze bestuurders zichzelf dan ook niet gunnen.

Sandra Meeuwsen
10-05-2016

Zo omgaan met kritiek tekent de arrogantie van de macht. Voeg hieraan toe het krampachtig vasthouden aan 'old school' - lees Lotto-based - verdienmodellen en het recept voor de teloorgang van NOC*NSF, en daarmee de georganiseerde sport zoals we die kennen, is gegeven. Hoogmoed komt voor de val? Kwestie van tijd en we kunnen het fenomeen sportbonden, koepels en het veelgeprezen pyramidemodel toevoegen aan ons nationaal cultureel erfgoed.

loek jorritsma
11-05-2016

Ik heb het geheel nog een dagje laten inwerken, het rapport Depla nog eens gelezen, het beleidskader sportevenementen ook nog een keer, de namen van geinterviewden, de werkgroep en het secretariaat. Met Bolhuis ben ik van mening dat het een professioneel rapport is. Met dit rapport kan je zo beginnen met na te denken over de vraag of er niet een Beleidskader Topsportevenementen zou moeten komen. Probleem: dat beleidskader is er al. En ik kan me dus niet voorstellen dat geen van de geinterviewden daarvan niet op de hoogte zou zijn. En ook dat de werkgroep en het secretariaat daarvan niet zouden weten. Want als dat het geval is is het een collectieve incompetentie.  Mijn conclusie is dan ook dat hier een collectieve geschiedvervalsing plaatsvindt. Want ook geen van de geinterviewden heeft bijv. een verklaring afgegeven dat het Beleidskader door hem of haar aan de orde is gesteld en ten onrechte buiten de rapportage is gebleven. Met Sandra Meeuwsen ben ik van mening dat dit alles een teken aan de wand is. Maar het kan nog gerepareerd worden. Dan dient VWS haar regierol op te nemen, de verdeling van de sportgelden weer in eigen hand te nemen, een sportautoriteit in het leven roepen, de specificiteit van sport in een kaderwet specifiek sportbeleid vast te stellen zodat andere wetgeving op het gebied van mededinging, fiscaliteit, veiligheid, media en gezondheid (doping bijv.) die specificieit respecteert en intact houdt. En de sportorganisaties (dus niet NOC*NSF!) de publieke taak geeft om zorg te dragen voor verantwoorde sportbeoefening, zodat de Kracht van Sport tot zijn volledige recht kan komen. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst