Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuws Alert-Item

Er is meer nodig dan geld om alle kinderen te laten sporten 26 april 2022

Bron: Universiteit Utrecht

Kinderen uit gezinnen met weinig leefgeld sporten minder vaak bij een club dan andere kinderen. Onderzoekers van UMC Utrecht en Universiteit Utrecht hebben recent onderzocht hoe dat komt. Ze hielden interviews hierover met opvoeders en professionals bij welzijns-, sport- en gemeentelijke organisaties over sporten door kinderen. Hoewel beleid gericht is op financiële ondersteuning, blijkt uit het onderzoek dat een gebrek aan geld zeker niet de enige barrière is.

XL15Nieuws-1Vervoer organiseren, tijd investeren en plannen, informatie vinden en begrijpen, en de financiële steun aanvragen kwamen ook naar voren als barrières voor kinderen uit gezinnen met weinig leefgeld om te sporten. De onderzoeksresultaten bieden concrete aanknopingspunten voor oplossingen. Professionals kunnen daar samen met opvoeders aan werken, met oog voor lokale verschillen. Zo kunnen in de toekomst mogelijk meer kinderen uit gezinnen met weinig leefgeld gaan sporten bij een club.

Wat is lastig en wat helpt?
Wat maakt het lastig voor opvoeders in gezinnen met weinig leefgeld om het sporten bij een club voor hun kinderen te organiseren? En wat helpt? Deze vragen stonden centraal in het onderzoek. Uit de literatuur is bekend dat zowel het kind zelf als factoren in zijn/haar omgeving het al dan niet sporten bij een club beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan de sociale omgeving (inclusief opvoeders), de fysieke omgeving, economische omgeving en de beleidsomgeving. Dat motiveerde de onderzoekers om ook in de interviews het onderwerp breed en interdisciplinair te verkennen.

'Een aantal opvoeders had geen vervoer tot hun beschikking om hun kind naar de sportclub te brengen, of konden de vervoerskosten (bijvoorbeeld benzine) niet betalen"

Public Health-onderzoeker Lonneke van Leeuwen (UMC Utrecht) richtte zich in het onderzoek op het begrijpen van wat opvoeders (niet) helpt bij het organiseren van sport voor hun kinderen. Ze ontdekte vijf gebieden waarop de opvoeders moeilijkheden ervaren in het organiseren van sport door hun kinderen. Dit waren het betalen van sport, vervoer van en naar de sportclub organiseren, tijd investeren en plannen, informatie ontvangen, begrijpen en geven, en steun regelen.

'Een aantal opvoeders woonde bijvoorbeeld op afstand van de sportclub of de route naar de sportclub was niet veilig', aldus Lonneke van Leeuwen. 'Een aantal had geen vervoer tot hun beschikking om hun kind naar de sportclub te brengen, of konden de vervoerskosten (bijvoorbeeld benzine) niet betalen. Dan wordt het organiseren van het sporten voor je kind erg lastig. Het hielp hen als opvoeders elkaar ondersteunden met het vervoer, eventueel gefaciliteerd door de sportclub. Opvoeders die dichtbij de sportclub woonden of waarvan het kind zelfstandig en veilig naar de sportclub kon, ervaarden overigens veel minder problemen met vervoer.'

XL15Nieuws-2Het onderzoek maakt ook inzichtelijk wat opvoeders zou kunnen helpen. Te denken valt bijvoorbeeld aan het publieksvriendelijk(er) maken van informatie over sport, het normaliseren dat opvoeders elkaar ondersteunen (bijvoorbeeld met vervoer), maar ook het veilig(er) maken van de route tussen huis en sportclub.

Wat maakt het verkrijgen van financiële steun voor sport lastig voor opvoeders?
Bestuurs- en organisatiewetenschapper Anne Annink (Universiteit Utrecht) richtte zich vervolgens specifieker op het begrijpen van wat opvoeders (niet) helpt bij het verkrijgen van financiële steun voor sport door hun kinderen. Ook onderzocht ze waar betrokken professionals tegenaanlopen in dat proces. Wat Anne opviel is dat financiële steun vaak wel beschikbaar is, maar dat het aanvragen vaak niet makkelijk is. Dat geldt voor zowel opvoeders als professionals. Woont een opvoeder bijvoorbeeld in Utrecht en wil hij/zij financiële steun voor contributie, dan kan dat via de U-pas. Gaat het om een outfit? Dan kan dat via het Paul Verweel Sportfonds. Als dat de kosten nog niet volledig dekt, is er stichting Leergeld.

Zo is het best wel een organisatieproces, volgens Anne Annink: 'Het is belangrijk om te begrijpen wat opvoeders helpt en hindert in het hele proces, van informatie ontvangen over financiële steun tot aan het moment dat opvoeders hun kind registreren bij de club. Professionals kunnen hier een belangrijke ondersteunende en informerende rol spelen. Voor hen is het belangrijk dat zij persoonlijk contact onderhouden met opvoeders en daarin een open houding hebben. Opvoeders kunnen zich schamen om om hulp te moeten vragen.'

Het zou helpen als de gemeente een overzicht biedt van de financiële steunmogelijkheden voor opvoeders én professionals

Op hun beurt zouden professionals zelf ondersteund kunnen worden als sportclubs proeflessen en meer informatievoorziening verzorgen, zodat kinderen een weloverwogen keuze kunnen maken en de ermee verbonden kosten duidelijk zijn. Ook zouden scholen opvoeders informatie kunnen meegeven over mogelijkheden voor financiële steun. Ten slotte zou het helpen als de gemeente een overzicht biedt van de financiële steunmogelijkheden voor opvoeders én professionals, en als de steunorganisaties flexibele regelgeving hanteren, zodat professionals zoveel mogelijk opvoeders kunnen helpen.

Een samenvatting van de onderzoeksresultaten kun je ook bekijken in deze kennisclip:

Oplossingen in de lokale context en mét de opvoeders
Om gezamenlijk te bedenken hoe de eerste barrières weg te kunnen nemen, hebben de onderzoekers onlangs een brunch-sessie georganiseerd in Utrecht. Tijdens deze sessie presenteerden ze de resultaten van het onderzoek aan opvoeders, professionals en andere geïnteresseerden die hier in de praktijk mee bezig zijn, zoals buurtsportcoaches, zorghulpverleners en sportdocenten in het onderwijs.

Op basis van dit onderzoek willen de onderzoekers samen met opvoeders, professionals en de gemeente verder prioriteren wat belangrijk en haalbaar is om samen te gaan veranderen. Dat doen ze in eerste instantie in de specifieke context van Utrecht, aangezien elke stad of dorp ander beleid, andere fondsen en andere subsidieregels heeft. Ook kunnen wijken er anders uitzien en als sportclubs dichtbij zijn en de routes veilig, dan speelt bijvoorbeeld het vervoersprobleem minder. De lokale context is dus belangrijk om rekening mee te houden. De oplossingen kunnen eraan bijdragen dat in de toekomst meer kinderen uit gezinnen met weinig leefgeld bij een club gaan sporten.

Contact
Wil je meer weten over dit onderzoek, kijk dan op de website Vital@2040 van de Vitality Academy.

Heb je vragen of wil je bijdragen aan dit onderzoek, dan kun je contact opnemen met Anne Annink (s.m.annink@uu.nl) of Lonneke van Leeuwen (g.b.vanleeuwen-4@umcutrecht.nl).

Factsheets
Bekijk hier de factsheets (pdf) over het onderzoek:

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst