Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Kruisbestuiving Sportimpuls en Buurtsportcoaches 24 november 2015

door: Astrid Cevaal & Marja Nieuwenhuis

De laatste 119 gehonoreerde Sportimpulsprojecten zijn in september jongstleden gestart. De projecten uit de eerdere aanvraagrondes - van 2012 tot en met 2014 - zijn nog volop gaande en/of zijn intussen afgerond. Hoe kijken de projectleiders naar de voortgang  en afronding van deze projecten? Deze vraag stond centraal in de derde verdiepingsstudie, waarvan de rapportage (Nieuwenhuis, Pulles, Cevaal en Boers, 2015) onlangs is gepubliceerd is.

Via face to face- en telefonische gesprekken met projectleiders en samenwerkingspartners van 35 Sportimpuls-projecten uit ronde 2012, 2013 en 2014 is informatie verzameld over a) de aanvraagprocedure, b) het verloop/de uitvoering van de projecten, c) de succes- en faalfactoren en d) de borging van deze projecten na beëindiging van de subsidie.

De samenwerking tussen partijen op lokaal niveau heeft dankzij de Sportimpuls een stevige stimulans gekregen

Buurtsportcoaches en Sportimpuls
Volgens de projectleiders verloopt het overgrote deel van de projecten naar wens en conform planning. Geconcludeerd wordt dat de samenwerking tussen partijen op lokaal niveau dankzij de Sportimpuls een stevige stimulans heeft gekregen en dat deze samenwerking meestal na verloop van tijd goed verloopt. De buurtsportcoach komt steeds vaker in beeld bij de voorbereiding, uitvoering en borging van Sportimpulsprojecten.

Dat lijkt ons een goede ontwikkeling, omdat buurtsportcoaches meestal over vakinhoudelijke kennis en een sociaal netwerk beschikken. Voor het bestendigen van kwalitatief goed sport- en beweegaanbod en het bereiken van inactieve kinderen, jongeren en volwassenen is dat essentieel. Net als in de voorgaande jaren blijkt het daarentegen een moeilijke opgave om kinderen en jongeren uit lage SES-wijken te werven, te meer daar de ouders over het algemeen weinig of zelfs geen affiniteit met sport en bewegen hebben en de stimulering van thuis uit achterwege blijft. Het bereiken van deze doelgroep gaat vooralsnog het beste via scholen.

Succesfactoren
Enthousiaste en deskundige activiteitenbegeleiders zijn een wezenlijke succesfactor gebleken. Dat betekent dat activiteiten aansluiten bij de wensen van de doelgroep en met veel passie en energie worden gebracht. De activiteiten moeten vooral aanspreken, maar ook methodisch, didactisch en pedagogisch goed in elkaar steken zodat deelnemers van verschillende (vaardigheids)niveaus eraan kunnen deelnemen.

'Het is gewoon een feit dat heel veel mensen uit de wijk nog nooit gesport hebben. Als je hen meteen een uur laat sporten, dan houden ze dat eigenlijk niet vol. Je moet echt aansluiting vinden bij de doelgroep' (Sportimpulsprojectleider, ronde 2013, provincie Zuid-Holland)

'Ze (trainers van een gymnastiekvereniging, red.) hebben gewoon een passie voor een sport. En dat weten ze dan toch altijd net op een iets andere manier te brengen. Zij kunnen de kinderen net iets meer triggeren. Zij zien dat veel beter en kunnen er veel beter op aanhaken' (samenwerkingspartners Jeugd in Lage Inkomensbuurten, ronde 2014, provincie Gelderland)

De samenwerking tussen de partijen blijkt bij lang lopende projecten optimaler te zijn dan bij kort lopende projecten

Een andere belangrijke voorwaarde voor succes is een sterke samenwerking tussen organisaties op lokaal niveau. Met name bij samenwerking tussen verschillende sectoren (bijvoorbeeld in de keten zorg-sport), maar ook bij samenwerking tussen profit en non-profit is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over belangen, prioriteiten en doelen. Als daarover overeenstemming is bereikt, vergroot dit de kans op een succesvol project. Het is misschien geen verrassend gegeven, maar de samenwerking tussen de partijen bij lang lopende projecten blijkt optimaler te zijn dan bij kort lopende projecten. Voor de totstandkoming van een goede samenwerking is tijd nodig. Tijd om elkaar te leren kennen en onder andere de wederzijdse afspraken helder te krijgen.

'Dat is een duurzame samenwerking geworden. En waar blijkt dat uit? Uit de bekendheid die we nu in de wijk hebben, en dat we elkaar heel gemakkelijk kunnen vinden' (Sportimpulsprojectleider, ronde 2012, provincie Zuid-Holland)

'De samenwerking loopt op zich goed. We zijn nu nog een beetje losse eilandjes. We hebben de sportaanbieders, de kinderdagverblijven en we hebben ons (fysiotheraptie, red.) en het stukje jeugdgezondheidszorg. Het is allemaal de bedoeling dat die een stukje dichter bij elkaar komen maar dat gaat natuurlijk stapsgewijs' (projectleider Kinderen Sportief op Gewicht, ronde 2014, provincie Gelderland)

Wie gaat betalen?
De borging van projecten gaat in vergelijking met eerdere metingen beter, maar vraagt nog veel aandacht. De activiteiten worden binnen regulier aanbod ondergebracht, maar men stuit soms nog wel op de financiering van de kosten ervan. De financiële borging vindt vooral plaats door reguliere middelen of subsidies van gemeenten, de inzet van buurtsportcoaches, of bijvoorbeeld door zorgmiddelen.

Als deze middelen niet voorhanden zijn dan doen de sport- en beweegaanbieders een beroep op de (ouders van de) deelnemers, vergelijkbaar met de contributiebijdrage van aangesloten clubleden. Bij een enkel project is tijdens de Sportimpulsperiode al om een symbolisch bedrag gevraagd en ook is geëxperimenteerd met het stapsgewijs verhogen van tarieven. Dit vanuit het idee dat het gewend raken aan betalingsverplichtingen de stap naar reguliere lidmaatschap van een sportvereniging zal bespoedigen.

Zolang de deelnemers gratis kunnen deelnemen aan buiten clubverband georganiseerd beweegaanbod hebben ze mogelijk geen belangstelling hebben voor doorstroming naar sportverenigingen

Maar zolang de deelnemers gratis kunnen deelnemen aan buiten clubverband georganiseerd beweegaanbod vanwege andere (lokale) subsidiekanalen zullen ze mogelijk geen belangstelling hebben voor doorstroming naar de geijkte sportverenigingen. Is dit een probleem? Aan de ene kant niet, immers de deelnemers komen in beweging en daar gaat het uiteindelijk om. Aan de andere kant wel, omdat van concurrentie met sportverenigingen, stichtingen of commerciële sportaanbieders sprake is. En dat kan vanuit de stimuleringsgedachte niet de bedoeling zijn. Onderstaand citaat bevestigt het dilemma.

'En dan zie je dat het moeilijkste stukje is van gratis naar betaald. Daar zit toch de bottleneck ook omdat ze andere mogelijkheden hebben om gratis na school activiteiten te doen met de buurtsportcoach. […] Het is niet alleen bij dit project, maar het lijkt dus bij allerlei verenigingen hetzelfde probleem te zijn. De stap naar de vereniging. Ik heb nog niet zo goed voor ogen hoe je die stap makkelijker kunt maken. Ik denk persoonlijk dat de ouders die stap moeten nemen' (projectleider Jeugd In Lage Inkomensbuurten, ronde 2014, provincie Flevoland)

Behalve het in de hand werken van concurrentie blijft daarnaast bij (gratis aangeboden) sportactiviteiten de subsidieafhankelijkheid in de sport van kracht. De vraag is of dit niet onvermijdelijk is. Voor gezinnen die moeite hebben met betalingsverplichtingen is het wellicht zinvol om te wijzen op de mogelijkheden van bepaalde fondsen, waaronder het Jeugdsportfonds.

Voor meer informatie: Sportimpuls, meting 2015 - Verdiepingsonderzoek naar de lokale uitvoering en opbrengsten van de Sportimpulsprojecten uit de subsidierondes 2012, 2013 en 2014.

Astrid Cevaal studeerde sportpedagogiek aan de Universiteit Utrecht en is sinds 2008 als onderzoeker werkzaam bij het Mulier Instituut. Voor meer informatie: a.cevaal@mulierinstituut.nl

Marja Nieuwenhuis studeerde bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is sinds 2010 als onderzoeker/adviseur werkzaam bij Kennispraktijk. Voor meer informatie m.nieuwenhuis@kennispraktijk.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst