Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Sport en bewegen en de Nationale Wetenschapsagenda 16 juni 2015

door: Wouter de Groot

Op 8 april jl. werd op Sport Knowhow XL een oproep geplaatst om sport in de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) te krijgen. Hopelijk heeft dit veel mensen ertoe bewogen om een vraag in te dienen. Bij Sport Knowhow XL zelf is ook een aantal vragen binnengekomen dat doorgeleid is naar de Nationale Wetenschapsagenda. Vooralsnog is het gelukt om sport en bewegen in het proces onder de aandacht te brengen. Nu moeten we volhouden.

Op voorhand kan al worden vastgesteld dat er vooruitgang is geboekt. Het woord sport ontbrak bijvoorbeeld geheel in het strooidiagram nadat de eerste duizend vragen waren ingediend voor de NWA. Maar nadat de deadline was gesloten zag het strooidiagram er als volgt uit:

XL22-Figuur-bij-ColumnXL-Wouter-deGroot

Het woord 'sport' komt 35 keer voor in de Nationale Wetenschapsagenda

Naast de 'G' van Gezondheid is het woord sport inmiddels zichtbaar geworden. En niet eens in de allerkleinste letters. Het woord 'sport' komt 35 keer voor in de NWA, waarvan 17 keer als onderdeel van het woord transport. Dat mag een vooruitgang worden genoemd. In het verleden heeft een vergelijkbare speurtocht door de documenten van de Topsectoren namelijk alleen maar treffers voor transport opgeleverd (en dus nul voor sport). Nu dus meer voor 'sport' dan voor 'transport'.

De jury is aan het werk gegaan en heeft, om zoveel mogelijk vragenstellers tevreden te stellen, 248 clusters gevormd uit een totaal van 11.700 vragen. Hieronder staan de vragen die in meer of in mindere mate gaan over sport en bewegen. Er is gezocht op sport, bewegen, vitaal en gezonde leefstijl (L staat voor Levenswetenschappen en S voor Sociale Wetenschappen).


L14 Hoe krijgen we mensen in beweging?
Zowel in het ontstaan van een breed spectrum aan gezondheidsproblemen als in de behandeling ervan, speelt bewegen een bepalende rol. Tegelijkertijd is het veranderen van beweeggedrag bij mensen een uiterst complex proces waarbij zowel vanuit de epidemiologie, de bewegingswetenschappen, de psychologie en bijvoorbeeld de bouwkunde onderzoek wordt gedaan. Grote doorbraken zullen waarschijnlijk komen uit het multidisciplinair en cross-over onderzoek. Er is veel expertise binnen specifieke groepen maar samenwerking tussen disciplines en cross-over van kennis en methoden kan versterkt worden om tot doorbraken te komen.

L20 Hoe kunnen we het herstelgedrag van topsporters, breedtesporters en mensen die revalideren op adequate wijze meten zodanig dat we daarmee het herstelproces beter begrijpen en bevorderen?
Naast alle medicamenteuze behandelingen is er groeiende aandacht voor training en andere revalidatiemechanismen. In hoeverre deze succesvol zijn en hoe ze het beste, per persoon bekeken en ingezet kunnen worden, is een interessante en relevante vraag. In Nederland zijn er verschillende revalidatie- en sportgeneeskundige groepen. Het gebied is in opkomst.

L22 Hoe kunnen we het probleem van overgewicht en obesitas beter begrijpen en voorkomen?
Een te hoog lichaamsgewicht, of zelfs extreme varianten daarvan (obesitas) komt in Nederland steeds vaker voor. En dat is een probleem want het is geassocieerd met talrijke ernstige aandoeningen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, kanker, versnelde slijtage van de gewrichten en rugklachten en ademhalingsproblemen (zoals slaapapneu).

"Obesitas bij kinderen voorspelt heel vaak ernstige problemen op volwassen leeftijd. Hier is een grote rol voor tijdige preventie, bijvoorbeeld door meer bewegen en sporten"

Niet alleen is overgewicht een probleem van de oudere mensen, maar welhaast nog alarmerender is het steeds vaker voorkomen van ernstig overgewicht bij kinderen. Obesitas bij kinderen voorspelt heel vaak ernstige problemen op volwassen leeftijd. Uiteraard is hier een grote rol voor tijdige preventie, bijvoorbeeld door dieetadviezen, meer bewegen en sporten en andere lifestyle interventies.

Er zijn in Nederland diverse cohorten van kinderen en volwassenen die in de tijd worden gevolgd en waarvan belangrijke kennis kan worden verkregen Maar ook een beter begrip waarom de één zo snel dik wordt en de ander niet kan helpen iets te doen aan obesitas. Daarvoor is fundamenteel onderzoek een must en ook dat gebeurt in diverse Nederlandse universitaire laboratoria op internationaal topniveau.

L43 Wat is de relatie tussen voeding, beweging en gezondheid?
Voeding is de belangrijkste externe factor voor een gezonde groei en ontwikkeling tot op hoge leeftijd en daarnaast in de etiologie en behandeling van vele belangrijke welvaartsziekten zoals harten vaatziekten, kanker, diabetes, osteoporose. Met de toegenomen beschikbaarheid van goedkoop maar nutriëntarm voedsel wereldwijd, zijn ook de voedingsproblemen eerder toe dan afgenomen.

Het onderzoek naar de ideale samenstelling van macro- en micronutriënten is moeilijk en vergt veel tijd juist ook omdat de effecten zich pas op lange termijn openbaren. Daarnaast spelen vele andere factoren een belangrijke rol bij de afweging die de consument maakt bij de aanschaf van zijn voedsel, zoals persoonlijke smaak, economische, sociale en culturele belangen. Zeker in de laatste tijd komt er veel op de consument af vanuit de sociale media over wat gezond voedsel is of wat niet.

Daarom is een goede wetenschappelijke onderbouwing van essentieel belang. Universiteiten, onderzoekinstellingen en bedrijfsleven in Nederland behoren op dit terrein tot de absolute wereldtop en hebben daarmee grote economische en maatschappelijke impact.

"Hoe kan kindermishandeling, geweld en pesten in pedagogische omgevingen -  waaronder de sport - voorkomen c.q. effectief aangepakt worden?"

S15 Hoe kan veilig opgroeien van kinderen bevorderd worden?
Relevantie cluster: ondanks genomen maatregelen om mishandeling van kinderen te voorkomen - met name via professionalisering van de jeugdzorg en kinderbescherming - worden jaarlijks nog veel kinderen en jongeren geconfronteerd met (huiselijk) geweld, verwaarlozing, mishandeling en pesten. De vraag is wat geleerd kan worden uit de diverse reeds genomen maatregelen en (implementatie van) ontwikkelde interventies, en hoe mishandeling van- en (fysiek en psychisch) geweld tegen jeugd voorkomen kunnen worden.

Subvragen:

  • Wat zijn prevalentie, oorzaken, gevolgen van kindermishandeling, gender gerelateerd geweld en pesten?
  • Hoe kunnen vechtscheidingen voorkomen worden?
  • Hoe kan kindermishandeling, geweld en pesten in pedagogische omgevingen (gezin, school, sport) voorkomen c.q. effectief aangepakt worden?

Dit is een klein cluster, maar met grote maatschappelijke relevantie. Expertise aanwezig in diverse kenniscentra.

S19 Hoe kunnen inclusie, veerkracht, en talenten van jeugd met ontwikkelingsproblemen/- achterstanden (psychische, cognitieve, lichamelijke) bevorderd worden?
Relevantie thema: vanuit de notie dat veel jongeren met lichamelijke, psychische en cognitieve ontwikkelingsproblemen meer gebaat zijn bij talentontwikkeling en het onderkennen van hun talenten en mogelijkheden binnen de instituties (onderwijs) en organisaties (sport, cultuureducatie) van een inclusieve samenleving dan met opvang binnen speciale instellingen wordt binnen jeugdzorg en onderwijs veel aandacht besteed aan het bevorderen van zelfredzaamheid van deze jongeren.

In Nederland is binnen diverse (ontwikkelings)psychologische en orthopedagogische vakgroepen en kennisinstituten m.b.t. jeugd veel expertise op dit terrein aanwezig.

Subvragen:

  • Welke interventies en therapieën zijn effectief met het oog op ontwikkeling veerkracht en talenten c.q. wat zijn (andere) effecten?
  • Welke zijn de effecten van inclusief onderwijs en hoe kan inclusief onderwijs bevorderd worden?
  • Hoe interacteren diverse factoren (genetisch, omgeving) in het ontstaan en de werking van ontwikkelingsproblemen en -achterstanden (met oog op aanpak/behandeling)?
  • Wat is de invloed van diagnostische labels op gedrag en uitsluiting van kinderen?

"Kunnen we chronische lichamelijke aandoeningen, zoals MS, gunstig beïnvloeden met een gezonde leefstijl en gedragsinterventies?"

S34 Kunnen we met ons gedrag, zoals een gezonde leefstijl, (psychische en lichamelijke) aandoeningen voorkomen of genezen?
Mede door het toenemende aantal welvaartszieken (bijvoorbeeld diabetes, hart- en vaatziekten) en risicofactoren voor chronisch zieken in de maatschappij (bijvoorbeeld overgewicht, gebrek aan bewegen) is er steeds meer vraag wat mensen en hun omgeving zelf kunnen doen in het voorkomen of genezen van ziektes en het optimaliseren van hun gezondheid.

Het zeer grote aantal vragen die in dit cluster gebundeld zijn hebben als thema's:

  • wat is de invloed van ons gedrag en leefstijl (zoals beweging, roken, voeding, slaap) op onze lichamelijke en psychische gezondheid?
  • welke leefstijl- en gedragsbehandelingen hebben een effect op de lichamelijke gezondheid, zoals het immuunsysteem, bij kinderen en volwassenen?
  • kunnen we chronische lichamelijke aandoeningen, zoals MS, gunstig beïnvloeden met een gezonde leefstijl en gedragsinterventies?

Het belang van het thema voor wetenschap, maatschappij en innovatie is uitermate groot. Onderzoek naar de invloed van factoren - zoals leefstijl en gedrag - op lichamelijke en psychische aandoeningen geeft inzicht in de onderlinge (causale) relaties en maakt het mogelijk effectieve behandelingen te ontwikkelen. Het maatschappelijke en wetenschappelijk belang blijkt tevens uit het feit dat dit thema's op allerlei maatschappelijke, economische en wetenschappelijke agenda's genoemd worden in de Nederlandse samenleving. Ook zijn er verschillende sterke onderzoeksgroepen in Nederland aanwezig die onderzoek op dit gebied verrichten.

Dit is een veelbelovend cluster voor 'Science for Science', 'Science for Competiveness' en 'Science for Society' met belangrijke implicaties voor de (geestelijke en lichamelijke) gezondheidszorg en maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen.

S49 Wat zijn de maatschappelijke effecten van sportbeoefening, bijvoorbeeld in economisch, sociaal en pedagogisch opzicht?
Sport en bewegen wordt binnen het sociaal domein als preventief ‘wondermiddel’ ingezet om sociaal-maatschappelijke doelstellingen te bereiken zoals het bevorderen van cohesie, integratie en participatie. Ook worden er veel pedagogische waarden toegedicht aan sport en bewegen voor de opgroeiende jeugd zoals beter leren samenwerken, omgaan met winst en verlies, disciplinering etc.

"Er is behoefte aan meer gedegen wetenschappelijk onderzoek om tal van toegewezen positieve/negatieve claims ten aanzien van sport te valideren"

Topsportevenementen vertegenwoordigen een grote economische waarde. Zowel de actieve sportdeelname is de afgelopen jaren enorm toegenomen alsook de aandacht voor topsport (evenementen en televisie). Vanuit beleidsactoren worden vooral positieve zaken aan (top)sport toegekend (gezondheid, psychosociaal functioneren, integratie, cohesie, economische groei), terwijl vanuit de sociale wetenschappen ook is gewezen op allerlei minder sociaal wenselijke (re)producties in de (top)sport (gender ongelijkheid, discriminatie, doping, nationalisme). Er is behoefte aan meer gedegen wetenschappelijk onderzoek om tal van toegewezen positieve/negatieve claims te valideren.

Sport is een zeer breed onderwerp en heeft dan ook raakvlakken met zeer veel andere wetenschapsgebieden. Hierover werd al eerder door mij geschreven in Sportwetenschap wordt volwassen. Interessant zijn bijvoorbeeld sport en ruimtelijke ordening, sport en onderwijs. Onderstaand nog een voorbeeld van een onderwerp waarbij sport en bewegen een zeer belangrijke rol kunnen spelen, namelijk om als land de uitdagingen van de 21ste eeuw beter aan te kunnen.

S5 Hoe blijven de beroepsbevolking en haar organisaties vitaal en veerkrachtig in het licht van de uitdagingen van de 21e eeuw?
Voor een kenniseconomie als Nederland is het menselijk kapitaal het belangrijkste kapitaal. Hoe blijven de beroepsbevolking in ons land en organisaties op de arbeidsmarkt vitaal en veerkrachtig in het licht van de grote uitdagingen van de 21e eeuw?

Mensen zullen in de toekomst een langere arbeidscarrière kennen en carrièreswitches zullen veel vaker voorkomen. Hoe kunnen tijdens de loopbaan nieuwe vaardigheden verworven en aangeleerd worden?

Banen aan de 'onderkant' van de arbeidsmarkt worden steeds instabieler en onzekerder, het middensegment krimpt en aan de bovenkant wordt steeds meer flexibiliteit en aanpassing gevraagd. Hoe kan het onderwijs op deze permanente veranderingen inspelen?

Hoe verbinden we beroeps- en algemeen onderwijs en vermijden we een sociale scheidslijn tussen laag en hoog opgeleiden? Vakmanschap heeft de connotatie van ambacht en traditie, maar wat zou een moderne invulling van vakmanschap kunnen zijn gericht op creativiteit en innovatie en passend bij de moderne economie? Hoe zorgen we voor een goede toerusting van de meest kwetsbare leerlingen op de toekomstige arbeidsmarkt? Hoe verandert de onderkant van de arbeidsmarkt?

Deze interdisciplinaire vragen kunnen worden beantwoord door de uitstekende Nederlandse onderzoeksgroepen in arbeidssociologie, arbeids- en organisatiepsychologie, bedrijfs- en bestuurskunde, en recht.


Proces richting definitieve agenda
De vervolgstappen in het proces zijn als volgt. Op 16, 17 en 18 juni a.s. staat tijdens drie conferenties ter discussie welke vragen met name relevant zijn voor de wetenschap zelf (Science for Science), voor de economie (Science for Competitiveness) en voor de maatschappij (Science for Society). Deze conferenties vormen het startpunt van een dialoog over de vragen. Via Sport Knowhow XL wordt u op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.

U kunt bijdragen aan de discussie of input leveren door onder deze column te laten weten wat u van de vragen vindt. Uiteindelijk zal in het weekend van de wetenschap op 3 en 4 oktober 2015 de definitieve agenda bekend worden gemaakt. Het zou mooi zijn als sport daar dan nog steeds in voorkomt.

De Nationale Wetenschapsagenda zorgt voor een richtingbepaling in de wetenschap. Dit heeft gevolgen voor het beleid van universiteiten en hogescholen en wetenschapsfinanciers. Vermoedelijk zal ook het beleid van de overheden in belangrijke mate worden bepaald door deze ontwikkelingen aangezien de NWA in feite een afspiegeling is van maatschappelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben invloed op de besteding van de beschikbare middelen voor (fundamenteel en toegepast) wetenschappelijk onderzoek. Sport mag daarom niet ontbreken!

Wouter de Groot is zelfstandig adviseur op het gebied van sport en o.a. wetenschap. Hij was nauw betrokken bij het Onderzoeksprogramma Sport. Voor meer informatie: ogvsportadvies@gmail.com

« terug

Reacties: 2

Annet Tiessen-Raaphorst
16-06-2015

Hoi Wouter,

dank voor dit overzicht. Waar ik benieuwd naar ben is hoe dit zich verhoudt tot de activiteiten van het topteam sportinnovatie. Zetten zij hierop in? Zijn zij bijvoorbeeld aanwezig op de drie conferenties die je noemt? Of zijn daar anderen vanuit de sport aanwezig?

Daarnaast: Hoe wordt bepaald waar prioriteit ligt? En hoe wordt ervoor gezorgd dat (als sport in de definitieve lijst voorkomt) er wordt samengewerkt tussen sportonderzoekers en anderen ipv geconcureerd zoals bij het nwo programma sport? Los van de inhoud lijken me dat belangrijke vragen voor de toekomst.

Wouter de Groot
16-06-2015

Hoi Annet,

Je stelt hele goede vragen waar ik ook niet het antwoord op heb. Het lijken me vooralsnog parallelle trajecten. Het Topteam Sport heeft van minister Schippers de opdracht gekregen om een vraaggerichte kennis- en innovatieagenda voor de sport tot stand te brengen. De Nationale Wetenschapsagenda is een opdracht van de Kenniscoalitie, te weten de universiteiten (VSNU), hogescholen (VH), Universitair Medische Centra (NFU), KNAW, NWO, VNO-NCW, MKB-Nederland en de instituten voor toegepast onderzoek (TNO/TO2) om de wetenschap in brede zin verder te helpen. En daar horen uiteraard een hoop vragen over sport en bewegen bij.

Ik zou het Topteam daarom aanbevelen om kennis te nemen van de ontwikkelingen die plaatsvinden rondom de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) omdat hier mijns inziens zeer interessante vraagstukken worden aangekaart, maar ook omdat in belangrijke mate de accenten voor het toekomstige wetenschapsbeleid worden bepaald. Indien sport en bewegen als onderwerpen binnen de NWA overeind blijven, en dus als wetenschappelijk zeer interessant worden beschouwd, dan ontstaan er wellicht extra mogelijkheden om in de toekomst sportwetenschappelijk onderzoek (eerste-, tweede- en derdegeldstroom) te financieren.

Waar uiteindelijk de prioriteiten van toekomstig sportwetenschappelijk onderzoek worden geplaatst, en hoe dit proces van prioritering wordt vormgegeven, lijkt me een mooie mooie uitdaging voor degenen die zich daar in Nederland mee bezighouden. Ik zou daar uiteraard graag een bijdrage aan leveren. Ik ben overigens zelf aanwezig bij de conferentie Science for Society en zal daar, afhankelijk van de opbrengsten van de dag, via SportKnowHowXL over rapporteren.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst